LEES DIT OOK EENS:

Plaats reactie
mohammedi
Berichten: 44
Lid geworden op: zo nov 12, 2006 8:07 pm
Locatie: nijkerk

LEES DIT OOK EENS:

Bericht door mohammedi »

hoi:


lees, lees, lees, lees,

DE BIJBEL: wat de meeste Christenen niet weten

Over Jezus (vrede zij met hem)

Jezus (vrede zij met hem), volgens de Islam een profeet die de boodschap van God brengt aan de mensen. Eén van de meest perfecte mensen op aarde, maar mens. Met gevoel, angst, verdriet, onwetendheid over bepaalde zaken en sterfelijk. Lees de volgende verzen en laat u overtuigen van het feit dat Jezus (vrede zij met hem) mens was, een profeet die de boodschap van God brengt aan de mensen. Deze verzen laten zien dat de profeet Jezus (vzmh) niet de zoon van God is en niet God zelf is. Ook wordt duidelijk dat de drie-eenheid niet waar is. Jezus (vzmh) was een der beste onder de stervelingen. Maar verdient niet aanbeden te worden. Ook niet om naast God geplaatst te worden.

En dat is een grote fout van het Christendom. In de Bijbel staat dan ook:

Romeinen 1:18-32 blz. 136…en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Bewerend wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, en zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens…

…Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper…

Wat doen Christenen, zij hebben de profeet Jezus (vzmh) naast God geplaatst (drie-eenheid), hem tot de ware zoon van God gemaakt en zelfs vereren zij Jezus (vzmh) boven God.

Johannes 14:6 blz. 98…Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij…

Dat is nu voor vele een blokkade om te geloven en om God te vereren en alle lof toe te kennen aan God. Jezus (vzmh) is belangrijker dan God. Daarom willen vele mensen de stap naar de Islam niet maken, omdat Jezus (vzmh) hun vriend is, en dat je niet tot God komt, dan door Jezus (vzmh). Daardoor willen ze de ware woorden (de Koran) van God niet zien. Het gevolg is dan, wat we in het volgende vers kunnen lezen.

Romeinen 1:26-32 blz. 136…Daarom heeft God hen overgeven aan schandelijke lusten, want hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. Eveneens hebben de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkaar ontbrand, als mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende…

Lees de volgende verzen over Jezus (vzmh) en overtuig uzelf.

Johannes 5:19 blz. 87 …Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf…

Jezus (vzmh) is volledig afhankelijk van God, wat God hem laat doen.

Handelingen 2:22 blz. 106…Jezus, de Nazoreeër, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft…

Jezus (vzmh) was een profeet en wat hij deed, deed hij met verlof van God.

Jakobus 1:13 blz. 103 …God kan door het kwade niet verzocht worden…

Kijk nu eens naar Marcus 1:13 blz. 31…En Hij (Jezus) werd in de woestijn veertig dagen verzocht door de satan…

Dus ook Jezus (vzmh) werd als mens getest en door het kwaad verzocht.

Matteüs 26:11 blz. 27…De armen hebt gij immers altijd bij u, maar Mij hebt gij niet altijd…

Dus Jezus(vzmh) kan ons niet altijd van nut zijn. Alleen in de tijd dat hij op aarde aanwezig is om de boodschap van God te verkondigen.

Matteüs 26:24-25 blz. 27 en Matteüs 10:23 blz. 9 …De Zoon des mensen…

Matteüs 5:45 blz. 4 …opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is…

Matteüs 6:6-9 blz. 5 …en bid tot uw Vader… en …Onze Vader…

Johannes 1:12 blz. 82…Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hen heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden…

1 Johannes 3:9 blz. 213…Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde; want het zaad (Gods) blijft in hem en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren. Hieraan zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels kenbaar…

Lucas 3:23 blz. 54…En Hij, Jezus, was, toen Hij optrad, ongeveer dertig jaar, een zoon, naar men meende, van Jozef…

Dit stukje laat zien, dat Jezus (vrede zij met hem) voordat hij het profeetschap kreeg, dertig jaar gewoon geleefd had. Als Hij dan de zoon van God zou zijn, waarom zou hij dan dertig jaar moeten wachten? Ook is het zo, dat het stukje “naar men meende”, in de originele Griekse tekst als kanttekening geplaatst was. Later heeft men het tussen haakjes in de tekst geplaatst. Nu hebben ze de haakjes verwijderd en zijn het ineens de woorden van God. (???)

Kijk ook eens naar 2 Timoteüs 2:8 blz. 189…dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, uit het geslacht van David…

Als Jezus (vzmh) de zoon van God is, dan komt hij dus niet uit het geslacht van David. Hier staat dus wel dat hij komt uit het geslacht van David. “Naar men meende” staat er nu niet bij. (???)

Lucas 3:38 blz. 54 …de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God…

Heeft God meerdere zonen? Adam (vrede zij met hem) had tenslotte geen vader én geen moeder. En hij was de eerste profeet. Dus ook een zoon van God. We kunnen tenslotte allemaal de zoon van God zijn, dat hebben we eerder al gezien. Lees in de Bijbel de volgende verzen.

Genesis 6:2 blz. 4…Toen de mensen zich op de aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren…

Exodus 4:22 blz. 47…Zo zegt de Here: Israël is mijn eerstgeboren zoon; daarom zeg Ik u: laat mijn zoon gaan…

Romeinen 8:14 blz. 141…Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods…

2 Koningen 2:12 blz. 309…Alzo voer Elia in een storm ten hemel. En Elisa zag het en riep uit: Mijn vader, mijn vader…

1 Kronieken 22:10 blz. 354 …hij (Salomo) zal mij tot een zoon zijn, en Ik hem tot een vader…

Psalmen 2:7 blz. 460 …Hij sprak tot mij: Mijn zoon zijt gij: Ik heb u heden verwekt…

2 Korintiërs 6:18 blz. 163…en Ik zal u tot Vader zijn en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Here…

Jezus (vrede zij met hem), de zoon van God. Of; Jezus (vzmh), een zoon van God. Zoals we allemaal “een zoon van God” kunnen zijn. Ook is het vreemd om te denken dat God zijn enig geboren zoon zo heeft laten sterven. God heeft alle profeten beschermt, maar zou God dan niet in staat zijn om “zijn zoon” te beschermen? Lees ook de volgende verzen over Jezus (vzmh).

Marcus 11:13 blz. 43…En toen Hij (Jezus) van verre een vijgeboom zag, die bladeren had, ging Hij daarheen om te zien of Hij er ook iets aan vinden zou. En erbij gekomen, vond Hij er niets aan dan bladeren; want het was de tijd niet voor vijgen…

Jezus (vrede zij met hem) was dus onwetend over de seizoenen. Hij was ook maar een mens.

Matteüs 1:21 blz.1 …Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden…

Matteüs 15:24 blz. 15 …Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls…

Niet voor de hele wereld (???) en Jezus (vzmh) is gezonden, zoals elke andere profeet door God gezonden is.

Matteüs 10:5-6 blz. 9…Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden en Hij gebood hun, zeggende: Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen; begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis Israëls…

Jezus (vrede zij met hem) zou dus verschil maken. Het woord van God zou dus niet voor iedereen zijn. Heeft niet iedereen recht op de waarheid? Nog meer rare dingen over Jezus (vzmh) in de volgende verzen.

Matteüs 10:34 blz. 9…Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader en tussen een dochter en haar moeder…

Lucas 14:26 blz. 70…Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja, zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn…

Dus de basis om een volgeling van Jezus (vrede zij met hem) te zijn is haat??? En Jezus (vzmh) is niet voor de vrede maar voor geweld??? Ik geloof niet dat dit de woorden zijn van Jezus (vzmh), een profeet die het woord van God verkondigt, één der meest perfecte mensen. Trek uw eigen conclusies.

Jezus (vzmh) was een profeet, een mens. Hij kan uit zichzelf niets doen, hij is volledig afhankelijk van God. God is het die de wonderen verricht, die de schepper van alles is, die de kracht en macht bezit.

Jezus (vzmh) was een profeet, een mens. Lees de volgende verzen.

Johannes 11:35 blz. 95 …Jezus weende…

Matteüs 26:37 blz. 27 …en Hij begon bedroefd en beangst te worden…en …en waakt met mij…

Hier vraagt Jezus (vzmh) zijn discipelen om te waken omdat hij bang was.

Johannes 17:2-8 blz. 100…gelijk Gij Hem macht hebt gegeven…

…dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt. Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt…

…Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb ik hun gegeven…

Typische kenmerken van een profeet, zoals Jezus (vzmh) een profeet is.

Matteüs 24:36 blz. 25…Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen…

Nu iets over alcohol. Jezus (vzmh) zou zelfs aan het kruis nog alcohol gedronken hebben. Terwijl in de Bijbel het volgende over alcohol geschreven staat:

Spreuken 20:1 blz. 592…De wijn is een spotter, de drank een luidruchtige, ieder die zich daaraan overgeeft, is onwijs…

Spreuken 31:4-7 blz. 604…het past koningen niet wijn te drinken… en …Geeft bedwelmende drank aan wie ten gronde gaat en wijn aan wie bitter bedroefd zijn…

Efeziërs 5:18 blz. 175 …En bedrinkt u niet aan wijn…

Lucas 1:15 blz. 50…Want hij (Johannes) zal groot zijn voor de Here en wijn en sterke drank zal hij niet drinken…

Johannes (vrede zij met hem) was ook vervuld met de Heilige Geest, zo ook zijn moeder Elisabet en zijn vader Zacharias. Ook de geboorte van Johannes (vzmh) is te vergelijken met de geboorte van Jezus (vzmh). Zijn moeder Elisabeth was oud en onvruchtbaar. De heilige Geest is over haar gekomen. Dit kunt u lezen in Lucas 1 op blz. 50 t/m 52.

Johannes 17:21 blz. 100…opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn…

De drie-eenheid blijkt in eens een meer-dan-drie-eenheid.

Matteüs 23:9-10 blz. 23…En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de hemelen is…

Openbaring 1:1 blz. 217…Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft…

Vele verzen laten zien, dat Jezus (vzmh) uit zichzelf niets kan doen. Hijzelf heeft geen macht en is volledig afhankelijk van God. Logisch ook, want hij was een mens, een sterveling. Maar de volgende verzen beschrijven Jezus (vzmh) als God zelf. Volgens deze verzen is Jezus (vzmh) God.

Efeziërs 5:20 blz. 175…dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles, en weest elkander onderdanig in de vreze van Christus…

Hier wordt Jezus (vzmh) beschreven als God, waarvoor we bang moeten zijn. De andere verzen laten zien dat Jezus (vzmh) niets uit zichzelf kan doen. Dus voor wie moeten we bang zijn, Jezus (vzmh) of God???
allah heeft ons kennis gegeven, wat oneindig is. allaho akbar, allah heeft ons oren en ogen gegeven maar toch WILLEN we niet ( de waarheid) zien en horen.
Hayat
Berichten: 827
Lid geworden op: za jul 29, 2006 12:07 am
Locatie: Kinali Kar

Bericht door Hayat »

Dit is een hele verkeerde categorie voor zulke posts. Lees even beter.
Life is a bitch. Ze is weer terug.
BFA
Berichten: 11592
Lid geworden op: vr sep 29, 2006 5:18 pm

Bericht door BFA »

Lees even beter.
JA, doe dat. Niemand interpreteerd de bijbel op die manier.
ALs jer er geen diepere lagen in ontdekt, wil dat enkel één ding zeggen: onnozel manneke.
Het is een parasitaire soort die leeft op de intelligentie van anderen en deze dan tegen hun gebruikt;
Gebruikersavatar
Lodewijk Nasser
Berichten: 5884
Lid geworden op: ma aug 14, 2006 1:58 am
Contacteer:

Bericht door Lodewijk Nasser »

De tekstuele historie van de koran en de bijbel



Door John Gilchrist


Een studie van de koran en de bijbel


1. “Drie typen bewijs”
2. De “vele bijbelversies”
3. De apocriefen
4. “Ernstige fouten”
5. Vijftigduizend fouten?
6. “Allah” in de bijbel?
7. Parallelle passages in de bijbel
8. Veronderstelde tegenstrijdigheden in de bijbel
9. Pornografie in de bijbel?
10. De stamboom van Jezus Christus
11. Conclusie

Een studie van de koran en de bijbel

De meeste moslims geloven niet dat, om een ware moslim te worden, je andermans religie moet afkeuren. Bepaalde uitzonderingen op deze regel bestaan er echter, één van hen is Ahmed Deedat die regelmatig het christelijke geloof aanvalt in een geest die doet herinneren aan de oude kruistochten. Eén van zijn recente inspanningen om het christelijke geloof te veroordelen is zijn boekje “Is de Bijbel Gods Woord?”, als eerste gepubliceerd door zijn Islamic Propagation Centre in Durban in 1980.

In deze publicatie probeert Deedat te bewijzen dat de bijbel niet het Woord van God kan zijn. Tot de onwetende en de ongeschoolde zal dit traktaat indrukwekkend lijken, zo niet overtuigend, maar degene die werkelijke kennis heeft van de teksten en de tekstuele geschiedenis van de koran en de bijbel zal onmiddellijk door deze onbetekenende inspanningen heenkijken.

Het lijkt dat Deedat welbewust van de inherente zwakheden van zijn zaak is en om het te bedekken zijn toevlucht gezocht heeft tot stoere en uitdagende verklaringen, om de indruk te wekken dat een overtuigende en niet te beantwoorden verhandeling aan de lezers wordt gegeven. In een verslag van een symposium waarin Deedat eens betrokken was, zei A.S.K. Joommal: “Zelfs wanneer je zaak zwak en onhoudbaar is, is het mogelijk door je oratorische bekwaamheid om door te gaan en de menigte voor je te winnen.”

We weten dat Joomal deze methode heeft gebruik in zijn boek “De bijbel: Woord van God of woord van mensen (The Bible: Word of God or Word of Man)”, waarnaar Deedat verwijst (p. 44 en p. 51), en het lijkt zeker dat Deedat zelf zijn toevlucht heeft gezocht tot dezelfde tactieken in zijn boekje tegen de bijbel. Beiden zijn duidelijk scherp en pijnlijk bewust van de “onhoudbare” aard van hun veronderstelde zaak tegenover onze heilige Schriften.

Deedat suggereert onbeschaamd op pagina 14 van zijn boekje, dat als een moslim ooit zijn publicatie zou overhandigen aan zendeling of aan Jehova Getuigen en hen om een schriftelijke reactie verzoekt, hij hen nooit meer zal zien; laat staan ooit een antwoord zal krijgen.

Wij christenen zijn wat moe van de inspanning die deze man over de jaren gemaakt heeft om ons geloof in het diskrediet te brengen maar, om de dwaze illusie te weg te nemen dat dit boekje een zendeling naar zijn huis terug zal schrikken, hebben we besloten om het antwoord dat hij verzocht te formuleren. We hebben andere publicaties die hij in het verleden produceerde beantwoord en merken met interesse op dat, waar wij altijd in staat zijn geweest zijn aantijgingen te weerleggen, hij onveranderd laat zien, niet in staat te zijn om iets meer te zeggen als antwoord op ons. Dit lijkt een punt te bewijzen.

1. "Drie typen bewijs”

Deedat begint zijn boekje met citaten van twee christelijke auteurs, Scroggie en Cragg, met de conclusie dar er een uitdrukkelijk menselijk element in de bijbel zit. Hij concludeert vervolgens onbeschaamd:

Deze beide godsdienstgeleerden vertellen ons in de duidelijkste taal die voor mensen mogelijk is, dat de Bijbel menselijk handwerk is… (Deedat, Is de Bijbel Gods Woord?, p.2)

Wat hij echter subtiel weglaat, is de lezers te informeren, ten eerste dat de christelijke kerk altijd het Woord van God beschouwd heeft als geschreven door mensen onder de directe inspiratie van de Heilige Geest (2 Petrus 1: 20-21) en ten tweede dat deze auteurs niet “uit de school hebben geklapt” (zoals Deedat zich graag voorstelt) maar probeerden te laten zien hoe God in feite zijn Woord openbaarde.

Deedat citaat uit Craggs The Call of the Minaret is erg uit zijn context getrokken. Cragg spreekt van de menselijke elementen in de bijbel om een beslissend voordeel te laten zien dat de bijbel ten opzichte van de koran geniet. Waar de koran verondersteld wordt vrij te zijn van menselijke elementen, heeft God in de bijbel weloverwogen gekozen om zijn Woord door de geschriften van zijn geïnspireerde profeten en apostelen te openbaren zodat zijn Woord niet alleen tot de mens bekend mag worden, maar dat het ook gecommuniceerd mag worden tot de mens zijn begrip en voorstellingsvermogen. De apostel ontving niet alleen het Woord van God maar is zelf in staat, onfeilbaar geïnspireerd door de Heilige Geest, om de betekenis aan de lezers mee te delen. Dit is wat de koran niet kan doen als het geen menselijke elementen heeft zoals algemeen wordt verondersteld.

Deedat verdeelt vervolgens de bijbel ingenieus in “drie verschillende soorten getuigenissen” (Is de Bijbel Gods Woord?, p.4), namelijk het Woord van God, Woord van een Profeet van God, en Woorden van een historicus. Hij haalt dan passages aan waar God spreekt, waar Jezus spreekt, en tenslotte waar dingen over Jezus worden gezegd, trots suggererend dat de moslims zorgvuldig zijn om deze drie typen te onderscheiden. Hij verklaart dat de koran alleen het Woord van God, de hadieth de Woorden van de Profeet, en andere boeken de geschriften van historici bevatten. Hij concludeert:

De Moslim houdt de drie bovengenoemde soorten verslagen met angstvallige bezorgdheid uit elkaar, in hun juiste gradaties van autoriteit. Hij stelt ze nooit gelijk. (Deedat, Is de Bijbel Gods Woord?, p.6)

We vinden het meest verbijsterend dat een man die zich zelf voorstelt als een islamgeleerde een dergelijke bewering doet. Hij moet zeker weten dat er helemaal geen waarheid in deze uitspraak zit. Allereerst bevat de koran veel passages die de woorden van Gods profeten beschrijven. We lezen bijvoorbeeld dat Zakaria, de profeet, zei:

“Heer, hoe zal er een zoon voor mij zijn, waar ouderdom al over mij gekomen en mijn vrouw onvruchtbaar is?” Soera 3:40

Als, zoals Deedat beweert, de koran alleen het Woord van God bevat terwijl de woorden van profeten alleen in de hadieth gevonden worden, is het uiterst moeilijk te zien hoe deze woorden ooit aan God toegeschreven kunnen worden! Ten tweede, er is een passage in de koran die duidelijk de woorden van engelen en niet het Woord van God bevat zoals algemeen verondersteld wordt:

“Wij (engelen) dalen slechts neder op bevel van uw Heer. Aan Hem behoort al hetgeen vóór ons is en al hetgeen achter ons is en al hetgeen er tussen ligt; en uw Heer vergeet nimmer.” Soera 19:64

In de koran wordt geen hint gegeven tot wie gesproken wordt, echter deze woorden zijn duidelijk direct door hun auteurs aan Mohammed geadresseerd. Van de tekst zelf is het nogal duidelijk dat deze de woorden van engelen zijn en niet die van God.

Verder vinden we in de hadieth veel woorden die niet de woorden van een profeet maar kennelijk woorden van God zelf zijn. Deze uitspraken staan bekend als hadieth-i-Qudsi (goddelijke uitspraken). Hier is een voorbeeld:

Aboe Hoeraira deed verslag dat Allah’s apostel (vrede zij met hem) zei: ‘Allah, de Verhevene en Glorieuze, zei: Ik heb voor mijn vrome dienaren zulke geschenken bereid wat geen oog zag, en geen oor hoorde en geen menselijk hart waarnam, behalve degenen die Allah u liet weten. (Sahieh Moeslim, Vol.4, p.1476)

De hadieth staat vol van zulke uitspraken. Verder luiden veel van de koran en hadieth als de passages in de bijbel die verondersteld worden, woorden van een historicus te zijn. De passages in de koran die relateren aan de geboorte van Jezus van zijn moeder Maria luiden precies zoals het “derde type” geciteerd in Deedats boekje:

En zij ontving hem en trok zich met hem terug in een ver afgelegen oord. En de smarten der bevalling dreven haar naar de voet van een palmboom. Soera 19: 22-23

Wat de koran hier over Maria zegt, verschilt niet in vertelling ten opzichte van wat Marcus 11:13 over Jezus zegt. Niettemin zegt Deedat, door dit vers in Marcus als een voorbeeld te gebruiken, dat zulke vertellingen niet in de koran te vinden zijn!

We moeten concluderen dat Deedats poging om onderscheid te maken tussen de koran en de bijbel gegrond is op totaal onjuiste vooronderstellingen. De koran heeft de woorden van de profeten en historische vertellingen en niemand kan eerlijk zeggen dat hij alleen de zogenaamde woorden van God alleen bevat. Verder bevat de hadieth ook zogenaamde uitspraken van God als ook die van profeten. Toen Deedat zei dat deze drie typen van bewijs - woorden van God, woorden van profeten en woorden van historici - “angstvallige bezorgdheid uit elkaar” worden gehouden door moslims, doet hij een grove onjuiste uitspraak; typisch voor de vele die we in zijn boekje aantreffen.

Het is van het begin af aan duidelijk dat Deedats argumenten tegen de bijbel onrechtmatig zijn en deze trend gaat door zijn hele boekje heen.

2. “De vele bijbel versies”

Deedat begint zijn derde hoofdstuk met het ontkennen dat joodse en christelijke Geschriften die de heilige bijbel vormen, die zijn die door de koran als respectievelijk de Tauraat en Indjiel (de Wet en het Evangelie - dat wil zeggen: het oude en het nieuwe testament) gerespecteerd worden. In plaats daarvan suggereert hij dat de werkelijke Tauraat en Indjiel geheel verschillende boeken waren die zogenaamd aan Mozes en aan Jezus respectievelijk geopenbaard werden.

Deze poging om onderscheid te maken tussen de boeken van de heilige bijbel en die waarnaar de koran verwijst, is op zijn minst, erg moeilijk met enige ernst vol te houden. Hoe wijds dit gezichtspunt ook in de moslimwereld gehouden wordt, er is geen bewijs in wat voor vorm dan ook om dit te ondersteunen.

Nooit is er in de geschiedenis enig bewijs geweest dat boeken als deze, aan Mozes en Jezus “geopenbaard” werden, of dat enig ander Tauraat of Indjiel anders dan de boeken van het oude en nieuwe testament ooit bestaan hebben. Verder, zoals we zullen zien, maakt de koran zelf geen onderscheid tussen deze boeken van de heilige Geschriften van joden en christenen, maar erkent daarentegen het openlijk dat ze de boeken waren die de joden en christenen zelf hielden als het Woord van God.

Opvallend, in het proberen zijn theorie te bewijzen dat de Tauraat en Indjiel boeken waren anders dan die in de bijbel gevonden, moet Deedat onvermijdelijk zijn toevlucht zoeken tot puur subjectivisme. Hij blaat: “Wij moslim geloven... wij geloven... wij geloven oprecht...”, maar is niet capabel om zelfs een sprankje bewijs te leveren ter ondersteuning van deze geloofstellingen. Opvallend maak hij zich schuldig aan de “koppige mentaliteit” die hij onterecht aan christenen toeschrijft in zijn boekje (zie p. 3).

Alles dat we kunnen zeggen als antwoord op deze uitgesproken geloofstellingen, is dat al het historische bewijs onherroepelijk tegen hen weegt en dat zij daarom puur speculatief en verstoken van enig fundering zijn.

In het voorschrijden moeten we echter opmerken dat in het licht van Deedats bewering dat de koran door God zelf voor veertien eeuwen volmaakt bewaard en tegen menselijk geknoei beschermd is gebleven (Is de Bijbel Gods Woord?, p. 7), is het nogal verbijsterend te ontdekken dat dezelfde God eenvoudig niet capabel was om zelfs één verslag te bewaren van het feit dat een dergelijke Tauraat of Indjiel zelfs ooit bestaan hebben - laat staan de boeken zelf bewaarde! We vinden een dergelijke paradox fundamenteel onmogelijk te geloven - omdat de Eeuwige Heerser van het universum zeker te allen tijde consistent zal handelen. Je kunt niet van ons verwachten te geloven dat God wonderbaarlijk één van zijn boeken volmaakt heeft bewaard en nu bij uitstek absoluut machteloos wordt geacht om onafhankelijk in de menselijke geschiedenis slechts één verslag te bewaren dat dergelijke andere boeken ooit bestaan hebben. We vinden dit te moeilijk om te slikken.

Bij iedere gebeurtenis, zoals we reeds gezien hebben, bevestigt de koran zelf helder dat de Tauraat van de joden als zodanig door hen in Mohammeds tijd werd beschouwd en dat de Indjiel overeenkomstig het boek in bezit van de christenen in die tijd was dat zij zelf als het Woord van God beschouwden. Op geen enkel punt in de geschiedenis hebben joden en christenen ooit enige boeken als het heilige Woord van God beschouwd anders dan die het oude en het nieuwe testament omvatten zoals we die vandaag de dag kennen.

In de tijd van Mohammed kenden de joden universeel slechts één Tauraat; de boeken van het oude testament precies zoals die vandaag zijn. Zo kenden de christenen in die tijd slechts één Indjiel; de boeken van het nieuwe testament precies zoals die vandaag de dag gevonden worden. Nuttige koranteksten die dit punt bevestigen zijn:

Hoe zullen zij u tot rechter maken wanneer zij de Torah (Tauraat) bij zich hebben waarin Allah's oordeel is? Soera 5:43

En laat de mensen van het Evangelie (Indjiel) richten naar hetgeen Allah daarin heeft geopenbaard… Soera 5:47

Het is onmogelijk voor te stellen hoe christenen van Mohammeds tijd ooit een oordeel konden vellen door het evangelie als zij deze niet in het bezit hadden. In Soera 7:158 erkent de koran opnieuw dat in Mohammeds tijd de Tauraat en Indjiel in het bezit van de joden en christenen waren en dat zij die boeken waren die deze twee groepen zelf aanvaarden als respectievelijk de Wet en het Evangelie. Niemand kan oprecht zeggen dat deze twee boeken anders waren dan die van het oude en nieuwe testament zoals die vandaag de dag in de bijbel worden gevonden.

Verder is het erg opvallend dat bekende commentatoren zoals Baidawi en Zamakshari openlijk erkennen dat de Indjiel geen origineel Arabisch woord is maar geleend is van het Syrische woord gebruikt door de christenen zelf om het evangelie te beschrijven. Inderdaad, waar sommige vroege korangeleerden een Arabische oorsprong er voor probeerden te vinden, verwerpen deze twee mannen met gezag de theorie met onverbloemde minachting. (Jeffery, The Foreign Vocabulary of the Qur'an, p.71). Dit ondersteunt meer en meer de conclusie dat de Indjiel geen spookboek als zodanig aan Jezus geopenbaard was, waarvan vreemd genoeg alle sporen verdwenen zijn, maar het nieuwe testament zelf, zoals we dat precies vandaag de dag kennen. Hetzelfde kan van de Tauraat gezegd worden aangezien het woord duidelijk van Hebreeuwse oorsprong is, en de titel is die de joden zelf altijd aan de boeken van het oude testament hebben gegeven zoals we die vandaag de dag kennen.

Daarom erkent de koran zonder reserves dat de bijbel zelf het ware Woord van God is. Deedat kent dit feit en probeert daarom de implicaties te slim af te zijn door te suggereren dat er “vele” bijbelversies vandaag de dag in omloop zijn. Dit is een erg kunstmatige verkeerde voorstelling van de waarheid.

Hij informeert zijn lezers niet dat hij in werkelijkheid verwijst naar de verschillende Engelse vertalingen van de bijbel die vandaag de dag over de wereld gedistribueerd zijn. Hij spreekt van de King James Version (KJV), Revised Version (RV) en de Revised Standard Version (RSV) maar, in alle eerlijkheid, zou hij duidelijk gemaakt moeten hebben dat zij niet verschillende edities van de bijbel zelf zijn maar eenvoudig verschillende Engelse vertalingen ervan. Alle drie zijn gebaseerd op de originele Hebreeuws en Griekse teksten van respectievelijk het oude en het nieuwe testament die de christelijke kerk onbeschadigd beschermd heeft sinds eeuwen voor Mohammeds tijd. We zullen nu de verschillen tussen hen beschouwen en het zal nu gepast zijn te verwijzen naar de woede die heerste onder moslimleiders van Zuid Afrika in 1978 over de distributie van een Engelse vertaling van de koran door Mohammed Asad. (Zoals de bijbel, zijn er ook talrijke verschillende vertalingen van de koran in het Engels).

De reactie tegen Asads vertaling was zo hevig dat de Islamitische Raad van Zuid Afrika, in een publieke verklaring, openlijk de distributie van dit boek onder de moslims van Zuid Afrika ontmoedigde. Nog nooit werd een Engelse vertaling van de bijbel ooit zo ingrijpend behandeld. Daarom moeten lezers niet door Deedats suggestie beet genomen worden dat er “vele” versies van de bijbel bestaan en zouden onmiddellijk moeten zien dat hij zand in de ogen van lezers strooit wanneer hij suggereerde dat de christelijke kerk niet één juiste bijbel heeft.

3. De apocriefen

Deedat gaat vervolgens verder met het maken van een andere onbeschaamde onjuiste beschuldiging wanneer hij suggereert dat de Protestanten dapper zeven hele boeken uit de bijbel hebben geschrapt (Is de Bijbel Gods Woord?, p.9), de boeken die de Apocriefen worden genoemd. Het lijkt dat erg weinig informatie over de bijbel tot Deedats beschikking is omdat deze boeken van joodse oorsprong zijn en de auteurs nooit van plan waren om Schrift te schrijven, noch hebben deze ooit deel uitgemaakt van de joodse heilige Geschriften, het oude testament, dat wij christenen aanvaarden als het Woord van God. Daarom zijn zij niet geschrapt uit de bijbel zoals Deedat foutief suggereert. Alleen de rooms-katholieken geven, om redenen beter bekend bij hen, hen de autoriteit van Schrift.

4. “Ernstige fouten”

Met zijn gebruikelijke agressiviteit daagt Deedat de gelovende christen uit om zichzelf te wapenen voor de onvriendelijkste slag van allen alsof hij op het punt staat ons iets geheel onbekends te vertellen. Hij citeert deze woorden uit de inleiding op de RSV die in zijn boekje onderstreept zijn:

“Toch heeft de King James versie zware gebreken” “… deze gebreken zo talrijk en zo ernstig zijn dat herziening vereist is...” (Deedat, Is de Bijbel Gods Woord?, p.11)

Deze “gebreken” zijn niets ander dan een aantal verschillende lezingen die over het algemeen onbekend waren voor de vertalers die de KJV samenstelden vroeg in de zeventiende eeuw. De RSV van deze eeuw heeft deze lezingen geïdentificeerd en zij zijn opgeschreven als voetnoten op de relevante pagina’s bij de tekst. Verder, waar een vers als 1 Johannes 6:7 verschijnt in de KJV (omdat de vertalers het van latere manuscripten namen), heeft de RSV het geheel weggelaten (omdat het vers niet gevonden wordt in de oudste teksten van het nieuwe testament in het originele Grieks).

Allereerst moeten we erop wijzen dat de KJV en RSV Engelse vertalingen van de originele Griekse teksten zijn en dat deze teksten, zoals ze voor ons bewaard zijn gebleven, op geen enkele wijze veranderd zijn. (We hebben ongeveer 4000 Griekse teksten terugdaterend tot niet minder dan tweehonderd jaar voor Mohammed en de islam).

Ten tweede, er is geen verandering van enige wijze in de structuur, onderwijs of doctrine van de bijbel in de gereviseerde vertaling waarnaar verwezen wordt. Door de KJV, de RSV en andere Engelse vertalingen, is de essentie en substantie van de bijbel geheel onveranderd gebleven.

Ten derde, deze vertalingen zijn niet verschillende versies van de bijbel. We hoorden zeggen dat er slechts “één koran” is terwijl christenen verschillende versies van de bijbel hebben. Dit is een totaal onjuiste vergelijking omdat deze “versies” van de bijbel slechts – het moet opnieuw gezegd worden - Engelse vertalingen zijn van de originele Hebreeuwse en Griekse teksten. Er zijn ook veel dergelijke Engelse vertalingen van de koran maar niemand suggereert dat deze “verschillende versies” van de koran zijn. Op dezelfde manier hebben we veel Engelse vertalingen maar, zoals een vluchtige vergelijking van deze onmiddellijk zal laten zien, hebben we slechts één bijbel.

We erkennen vrijelijk dat er verschillende lezingen in de bijbel zijn. We willen, als christenen, te allen tijde eerlijk zijn en onze gewetens laten het ons niet toe om feiten weg te laten, noch geloven we dat iets eerlijk bereikt kan worden door te pretenderen dat dergelijke varianten niet bestaan.

In tegenstelling zien we niet dat deze verschillende lezingen bewijzen dat de bijbel als zodanig veranderd is. Het effect dat zij op het boek hebben is zo klein en, inderdaad, zo verwaarloosbaar dat we met vertrouwen kunnen beweren dat de bijbel als geheel intact is en nooit op wat voor manier dan ook veranderd is geweest.

We blijven ons echter verbazen over de algemene moslimbewering dat de koran nooit veranderd is, waar de bijbel verondersteld wordt zo gecorrumpeerd te zijn dat het niet langer is wat hij was en daarom niet als het Woord van God beschouwd kan worden. Al het bewijs dat de historie ons nagelaten heeft aangaande de tekstuele historie van de koran en de bijbel suggereert, daarentegen, dat beide boeken opmerkelijk intact gebleven zijn in de vorm waarin zij oorspronkelijk geschreven waren, maar dat geen van beide het gered heeft met, hier en daar, de aanwezigheid van verschillende lezingen in de tekst. We kunnen alleen maar aannemen dat de dwaze illusie van de onfeilbaarheid van de koran en de corruptie van de bijbel, het verzinsel is van puur eigenbelang, een gemakkelijke weg – inderdaad, zoals het bewijs laat zien, een desperate en ingrijpende weg – van het wegredeneren dat de Tauraat en Indjiel werkelijk christelijker dan islamitisch van inhoud en onderwijs zijn. Wat ook de reden is voor deze mythe, we weten dat we de waarheid spreken wanneer we zeggen dat de suggestie dat de koran onveranderd is terwijl de bijbel bij veel gebeurtenissen veranderd is, de grootste leugen is die ooit in de naam van de waarheid gepleegd is.

Het is tijd dat de moslimdoctors in religie in de wereld hun leerlingen en studenten de waarheid vertellen. Er is overvloedig bewijs dat, toen de koran als eerste door de Kalief Oethmaan in één standaardtekst gecollationeerd werd, er talrijke teksten bestonden die een keur van verschillen lezingen bevatten. Tijdens zijn regering werden verslagen tot hem gebracht dat in verschillende delen van Syrië, Armenië en Irak, moslims de koran op een verschillende manier reciteerden dan degenen in Arabië. Oethmaan riep onmiddellijk om de manuscripten van de koran die in bezit waren van Hafsah (één van de vrouwen van Mohammed en dochter van Oemar) en beval Zaid-b-Thabit en drie anderen om kopieën te maken van de tekst en om die waar nodig te corrigeren. Toen dit klaar was, lezen we, dat Oethmaan drastisch ingreep wat betreft de andere in omloop zijnde manuscripten van de koran:

Oethmaan zond tot iedere moslimprovincie één kopie van wat zij hadden gekopieerd, en gebood dat al het andere koranmateriaal, zowel geschreven in fragmentarische manuscripten als gehele kopieën, verbrand wordt. (Sahieh al-Boechari, Vol.6, p.479)

Nooit in de christelijke historie heeft iemand geprobeerd om slecht één kopie van de bijbel te standaardiseren als de ware en alle andere te vernietigen. Waarom doet Oethmaan een dergelijk bevel wat betreft de andere in omloop zijnde korans? We kunnen alleen aannemen dat hij geloofde dat zij “ernstige tekortkomingen” bevatten; dus “vele en zo serieus om te vragen” om niet een revisie, maar om een grootschalige destructie. Met andere woorden, als we de tekstuele historie van de koran juist op dit punt beoordelen, vinden we dat de koran gestandaardiseerd als de correcte, die is die een mens (en niet God), volgens zijn eigen discretie (en niet door openbaring), als de ware uitriep. We slagen er niet in te zien op welke gronden deze kopie werd beschouwd als de enige volmaakte beschikbare en zullen kort bewijs leveren dat de codex van Ibn Mas’oed een veel groter aanspraak had om de beste beschikbare te zijn. (Inderdaad niet één kon serieus beschouwd worden als de volmaakte in het licht van de vele verschillen ertussen).

Het is praktisch gezien zeker dat er niet één koran bestond die in ieder detail overeenstemde met Hafsah’s kopie omdat alle andere kopieën verbrand moesten worden. Dit soort bewijs ondersteunt op geen enkele manier de illusie dat de koran nooit op enig wijze veranderd is geweest.

Allereerst is er onbetwistbaar bewijs dat zelfs deze “Revised Standaard Version” van de koran alles behalve volmaakt was. In de meest gezaghebbende werken van de islamitische traditie lezen we dat zelfs nadat deze kopieën gestuurd werden, dezelfde Zaid een vers herinnerde dat miste. Hij getuigde:

Een vers van Soera Ahzab werd door mij gemist toen wij de koran kopieerden en ik hoorde Allah’s apostel het reciteren. Dus zochten we naar het en vonden het met Khuzaima-bin-Thabit al Ansari. (Sahieh al-Boechari, Vol.6, p.479)

Het vers was soera 33:23. Daarom, als het bewijs geloofd moet worden (en er is geen tegenbewijs), was er niet één koran op het moment van Oethmans samenstelling die volmaakt was.

Ten tweede, er is dergelijk bewijs dat, tot op de dag van vandaag, verzen en, inderdaad, gehele passages nog uit de koran weggelaten worden. We worden verteld dat Oemar in zijn regeerperiode als Kalief verklaarde dat bepaalde verzen die steniging voorschrijven bij overspel, door Mohammed tijdens zijn leven als deel van de koran werden gereciteerd:

God zond Mohammed en stuurde tot hem de Schrift naar beneden. Deel van wat hij naar beneden stuurde was de passage over steniging, we lezen het, we werden erin onderwezen, en we schonken er aandacht aan. De apostel stenigde en wij stenigden hen na hem. Ik vrees dat in de komende tijd mensen zullen zeggen dat zij steniging niet genoemd zien in Gods boek en daarom afdwalen in het nalaten van een verordening die God naar beneden gezonden heeft. Werkelijk steniging in het boek van God is een straf voor getrouwde mannen en vrouwen die overspel plegen.(Ibn Ishaak, Sirat Rasoeloellah, p.684)

Het is hier duidelijk dat de koran, zoals we die vandaag hebben, nog niet “volmaakt” is aangezien het vers over steniging van overspelplegers absent blijft in de tekst. Ergens anders in de hadieth vinden we verder bewijs dat bepaalde verzen en passages eens onderdeel vormden van de koran maar nu uit de tekst zijn weggelaten. Het is daarom nogal duidelijk dat de textus receptus van de koran van nu niet de textus originalis is.

Teruggaand naar de teksten die in aanmerking kwamen voor het vuur, zien we echter dat in alle gevallen er aanzienlijke verschillen waren tussen deze en de tekst die Oethman, volgens zijn eigen discretie, besloot te standaardiseren als de beste tekst van de koran. Verder waren deze verschillen niet puur dialectverschillen, zoals vaak wordt gesuggereerd. In veel gevallen vinden we dat zij “werkelijke tekstuele varianten en niet louter dialect bijzonderheden” waren. (Jeffery, The Qur'an as Scripture)

In sommige gevallen waren er klinker verschillen in een aantal woorden, in andere betroffen de verschillen gehele bijzinnen, en hier en daar werden woorden en zinnen gevonden in sommige codices die weggelaten waren in andere. Er waren ongeveer vijftien verschillende codices beïnvloed door deze verschillen.

We zullen nu de tekst van Abdoellah ibn Mas’oed beschouwen. (Wat over zijn codex gezegd kan worden geldt over het algemeen ook voor de andere op Oethmans bevel vernietigde codices). Zijn tekst werd door de locale gemeenschap te Kufa beschouwd als hun officiële samenstelling van de koran en toen Oethmaan eerst het bevel gaf dat alle teksten behalve die in Hafsah’s bezit verbrand moesten worden, weigerde Ibn Mas’oed voor enige tijd om afstand te doen van zijn codex en deze wedijverde met de codex van Hafsah als de officiële tekst.

Ibn Mas’oed was één van de eerste moslims en ook één van de eerste leraren onder degenen die het lezen en het reciteren van de koran onderwezen. Hij werd alom gezien als één van de beste autoriteiten op de korantekst. Op één gebeurtenis reciteerde hij meer dan zeventig soera’s van de koran in Mohammeds aanwezigheid en niemand vond een fout in zijn recitatie (Sahieh Moeslim, Vol.4, p.1312). Zelfs in dezelfde hoog gerespecteerde collectie van Imam Moeslim lezen we:

Masruq deed verslag: Zij noemden Ibn Mas’oed voor Abdoellah b. Amr waarop hij zei: Hij is een persoon wiens liefde altijd vers in mijn hart is nadat ik Allah’s Boodschapper (vrede zij met hem) hoorde zeggen: Leer de recitatie van de koran van vier mensen: van Ibn Mas’oed, Salim, de bondgenoot van Aboe Hoedhaifa, Oebayy b. Ka’b, en Moe’adh b. Jabal. (Sahieh Moeslim, Vol.4, p.1313)

Volgens een ander werk van de hadieth, was dezelfde Ibn Mas’oed aanwezig toen Mohammed zogenaamd met Gabriël ieder jaar de koran herzag (Ibn Sa’d, Kitab al-Tabaqat al-Kabir, Vol.2, p.441). In een overeenkomstige traditie lezen we dat Mohammed zei:

Leer de recitatie van de koran van vier: van Abdoellah bin Mas’ oed [hij startte met hem], Salim, de vrije slaaf van Aboe Hoedhaifa, Moe’adh bin Jabal, en Oebai bin Ka’b. (Sahieh al-Boechari, Vol 5, pp. 96-97)

De woorden tussen de vierkante haken zijn commentaren van de verslaggever van de traditie, namelijk Masruq. Deze laten zien dat, onder alle moslims van die tijd, Ibn Mas’oed de belangrijkste koranautoriteit was.

Verslagen van vele verschillende lezingen in de codices van zowel Salim al Oebai bin Ka’b bestaan maar, aangezien Ibn Mas’oed speciaal door Mohammed zelf voor de anderen was uitgekozen, is het verbazingwekkend te ontdekken dat zijn tekst zo vaak verschilt van de andere (inclusief die van Hafsah) dat de verschillende lezingen uiteen worden gezet in niet minder dan negentig pagina’s in Arthur Jeffery's verzameling van verschillende codices (Zie Jeffery, Materials for the History of the Text of the Qur'an, pp. 24-114). De auteur heeft zijn bewijs genomen uit talrijke islamitische bronnen die in zijn boek gedocumenteerd worden. Er zijn niet minder dan 19 gevallen in soera 2 alleen waar zijn tekst verschilt van de andere in omloop zijnde teksen, in het bijzonder de tekst van Hafsah.

Verder was één van de redenen die hij gaf voor het weigeren om zijn codex op te geven ten gunste van die van Hafsah, dat de tekst van de laatste, samengesteld was door Zaid-b-Thabit, die slechts nog in de hoedanigheid van een ongelovige was toen hij al één van de intiemste metgezellen van Mohammed was geworden.

Twee dingen komen hieruit naar voren. Allereerst lijkt het dat de tekst van Ibn Mas’oed veel betere gronden had dan die van Hafsah om de beste beschikbare tekst van de koran te zijn; in het bijzonder omdat Mohammed hem als de eerste van de vier beste autoriteiten op de koran zag. Ten tweede waren er volumineuze tekstuele verschillen tussen de twee teksten; letterlijk duizenden die alle, zonder uitzondering, in het boek van Jeffery gedocumenteerd zijn.

Verder veronderstellend dat er ongeveer een dozijn andere primaire codices waren van prominente mannen zoals Salim en Oebai bin Ka’b en dat deze ook radicaal verschilden van Hafsah’s tekst (vaak daarentegen overeenstemden met de tekst van Ibn Mas’oed!), moeten we concluderen dat het beschikbare bewijs geheel de te optimistiche illusie verwerpt dat er geen bewijs is dat de koran nooit veranderd is. Jeffery’s boek bevat 362 pagina’s aan onbetwistbaar bewijs dat de belangrijkste codices van de koran in die allerbelangrijke vroege dagen erg van elkaar in vele opzichten verschilden. Daarom leed de koran ook aan de verschillende lezingen, en op geen enkele manier kan iemand met een eerlijk geweten voor God suggereren dat de koran vrij is van de “ernstige tekortkomingen” gevonden in de tekstuele geschiedenis van de bijbel. Dit is een drogreden, opportuun gepropageerd in verbazingwekkende trotsering van naakte tegengestelde feiten.

De waarheid is dat de tekstuele geschiedenis van de koran erg overeenkomt met die van de bijbel (Guillaume, Islam, p.58). Beide boeken zijn opmerkelijk goed bewaard gebleven. Elk is, in zijn basisstructuur en inhoud, een erg goed verslag van wat er oorspronkelijk was. Maar geen boek is geheel zonder fouten en tekstuele tekortkomingen bewaard gebleven. Beide ondergingen hier en daar verschillende lezingen in de vroege codices ons bekend, maar geen was op wat manier dan ook gecorrumpeerd. Oprechte christenen en moslims zullen eerlijk deze feiten erkennen.

Het enige verschil tussen de koran en de bijbel vandaag de dag is dat de christelijke kerk, ten behoeve van de waarheid, de verschillende lezingen die in de bijbeltekst bestaan zorgvuldig bewaarde waar de moslims in Oethmaans tijd het opportuun achtten alle bewijzen van verschillende lezingen van de koran voor zover mogelijk te vernietigen in het belang van het standaardiseren van één tekst voor de gehele moslimwereld. Er mag dan nu wel slechts één tekst van de koran in omloop zijn, niemand kan oprecht beweren dat die exact dezelfde is als die Mohammed aan zijn metgezellen overhandigde. Niemand heeft ooit laten zien waarom Hafsah’s tekst verdiende te worden beschouwd als onfeilbaar en het bewijs suggereert, in tegenstelling, dat Ibn Mas’oeds tekst een veel grotere recht heeft om als de beste beschikbare te worden beschouwd. Deze feiten moeten ook altijd worden beschouwd tegen de achtergrond van bijkomend bewijs in de hadieth dat de koran vandaag de dag nog niet compleet is.

Het helpt niet te zeggen dat alle korans in de wereld nu dezelfde zijn. Een keten is slechts zo sterk als zijn zwakste schakel; en de zwakke schakel in de keten van de tekstuele historie van de koran wordt onmiddellijk op dit punt gevonden, waar, in de cruciale eerste dagen, andere en verschillende codices van de koran bestonden en ander bewijs gegeven werd dat de tekst uiteindelijk gestandaardiseerd als de beste, nog ver was van zijnde compleet en in wat voor opzicht dan ook volmaakt.

Alleen degenen die nooit liefde voor waarheid noch respect voor geldig bewijs hebben, zullen beweren dat de bijbel gecorrumpeerd is, terwijl de koran verondersteld wordt onveranderd te zijn gebleven. Zulke mensen mogen dapper voorstellen dat de oorzaak van hun geloof groots wordt gediend met zulke verdraaiingen van de waarheid. Maar God, die waar is en de waarheid liefheeft, zal verzekerd Zijn aangezicht tegen hun dubieuze propaganda keren.

5. Vijftigduizend fouten?

Deedat produceert vervolgens een reproductie van een pagina uit een magazine getiteld ‘Ontwaakt’ drieëntwintig jaar terugdaterend, gepubliceerd door de Jehova’s Getuigen (een niet-christelijke minderheid sekte) die een seculier magazine Look citeren, waarin staat dat er moderne studenten” zijn die “zeggen” dat er waarschijnlijk “50.000 fouten in de bijbel” staan

Erg opvallend wordt er geen melding gemaakt van de identiteit van deze zogenoemde moderne studenten, noch wordt het minste bewijs gegeven van slechts een voorbeeld van deze zogenaamde overvloed aan fouten. We kunnen alleen aannemen dat deze veronderstelling puur retorisch is en ontstaan is uit een overdreven vooroordeel tegen de bijbel en alles dat hij leert.

Helaas degenen die dit vooroordeel delen, slikken alles wat zij goedschiks of kwaadschiks tegen de bijbel lezen; ongeacht hoe vergezocht of absurd het is. Op dezelfde manier neemt Deedat iedere beschuldiging die hij leest tegen de bijbel als vastgesteld feit zonder de minste inspanning te doen om het te verifiëren. We vinden het moeilijk om hem serieus te nemen wanneer hij zegt:

We hebben geen tijd en ruimte om op de tienduizenden ernstige of kleinere gebreken in te gaan die de auteurs van de Revised Standard Version (RSV) geprobeerd hebben te herzien. (Deedat, Is de Bijbel Gods Woord?, p.l4)

Wat hij bedoelt is dat hij niet weet van tienduizenden fouten in de bijbel. Uit deze veronderstelde vijftigduizend tekortkomingen geeft hij er slechts vier. Nu moeten we aannemen dat een man met een dergelijk veronderstelde weelde aan fouten tot zijn beschikking in staat zal zijn om, in deze vier gevallen, erg substantieel bewijs van de totale corruptie in de bijbel te geven. We hebben zeker ook het recht aan te nemen dat deze vier voorbeelden de beste zullen zijn die hij produceren kan. Laten we ze onderzoeken.

De eerste – en vermoedelijk belangrijkste – “fout” in de bijbel wordt verondersteld te worden gevonden in Jesaja 7:14:

Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuël geven. Jesaja 7: 14

In de RSV lezen we in plaats van het woord maagd, een jonge vrouw een zoon zou ontvangen. Volgens Deedat wordt verondersteld dat dit één van de grootste fouten in de bijbel is.

Het woord in het originele Hebreeuws is almah – een woord gevonden in iedere Hebreeuwse tekst van Jesaja. Daarom is er geen verandering van enige vorm in de originele tekst. De discussie is puur één van interpretatie en vertaling. Het gewone Hebreeuwse woord voor maagd is bethulah waar almah verwijst naar een jonge vrouw – altijd ongetrouwd. Dus de RSV-vertaling geeft een volmaakt goede letterlijke weergave van het woord. Maar, omdat er altijd moeilijkheden zijn bij het vertalen, en omdat een goede vertaler proberen zal de werkelijke betekenis van het originele woord weer te geven, vertalen de meeste Engelse vertalingen het woord als maagd. De reden is dat de context van het woord een dergelijke vertaling vraagt. (Moslims die de koran in het Engels hebben vertaald ervaarden vaak gelijke problemen met de Arabische tekst. Een letterlijke weergave van een woord of tekst kan de bedoelde betekenis in de originele taal doen verliezen).

De conceptie van het kind moest een teken voor Israël zijn. Nu zou er geen teken zijn in de simpele conceptie van een kind in de schoot van een ongetrouwde vrouw. Zoiets gebeurt overal ter wereld. Het teken is duidelijk dat een maagd zwanger zou worden van een zoon. Dat zou het werkelijke teken zijn – en zo gebeurde toen Jezus Christus deze profetie vervulde door de conceptie van hem in de maagd Maria.

Jesaja gebruikt het woord almah in plaats van bethulah, omdat het laatste woord niet alleen maagd betekent maar ook een kuise weduwe (zoals in Joel 1:8). Degenen die het als jonge vrouw vertalen geven een letterlijke vertaling van het woord, waar degenen die het als maagd vertalen het de betekenis in de context geven. Wat dan ook de jonge vrouw was een maagd zoals Maria werkelijk was toen zij zwanger werd van Jezus. De discussie is puur één van vertaling en interpretatie van het originele Hebreeuws in het Engels. Het heeft absoluut niets van doen met de tekstuele integriteit van de bijbel als zodanig. Dus Deedat eerste punt valt geheel weg.

Zijn tweede tekst is Johannes 3:16 die als volgt luidt:

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Johannes 3:16

In een andere vertaling (RSV) lezen we dat hij zijn enige Zoon gaf en Deedat beschuldigt dat het weglaten van het woord “geboren” bewijst dat de bijbel veranderd is. Opnieuw is dit echter puur een zaak van interpretatie en vertaling omdat het originele Griekse woord in werkelijkheid ‘uniek’ betekent. Wat dan ook, er is geen verschil tussen “enige Zoon” en “eniggeboren Zoon” omdat beide goede vertalingen zijn van het originele Grieks en hetzelfde beweren: Jezus is de unieke Zoon van God. (We begrijpen Deedats bewering niet dat de RSV de bijbel dichter tot de koran brengt omdat die ontkent dat Jezus de Zoon van God is. In de RSV wordt het feit dat hij inderdaad de unieke Zoon van God op dezelfde manier benadrukt als in de KJV). We moeten opnieuw benadrukken dat er geen verandering in de originele Griekse tekst zit en dat de zaak puur één van interpretatie en vertaling is. Dus Deedats tweede punt valt ook weg.

Om ons punt verder te illustreren kunnen we verwijzen naar Deedats citaat uit soera 19: 88 waar we lezen dat christenen zeggen dat de Barmhartige een Zoon heeft “begotten” [1]. Hij heeft dit genomen van Yoesoef Ali’s vertaling van de koran. Nu in de vertalingen van Pickethall, Muhammad Ali en Maulana Daryabadi, vinden we niet het woord “begotten” maar “taken (genomen)”. Als Deedats redeneertrant geloofd moet worden, dan is hier bewijs dat de koran ook veranderd is!

We weten dat onze moslimlezers onmiddellijk ons zullen vertellen dat deze slechts Engelse vertalingen zijn en dat het originele Arabisch niet veranderd is zelfs hoewel het woord “begotten” niet gevonden wordt in andere versies van de koran. Dus we pleiten op onze beurt met u om hier zeer realistisch over te zijn; niets kan gezegd worden tegen de integriteit van de bijbel alleen omdat het woord “begotten”, zoals in de koran, alleen in één vertaling en niet in een andere gevonden wordt.

Met Deedats derde voorbeeld erkennen we, één van de tekortkomingen die de RSV corrigeert. In 1 Johannes 5:7 in de KJV vinden we een vers dat éénheid van de Vader, het Woord en de Heilige Geest onderstreept dat weggelaten is in de RSV. Het lijkt dat dit vers oorspronkelijk begon als een marginale opmerking in een vroege tekst en dat het verkeerd overgenomen werd door latere overschrijvers als onderdeel van de werkelijke tekst. Het is weggelaten in alle moderne vertalingen omdat we nu oudere teksten van grotere autoriteit hebben waar het niet wordt gevonden.

Deedat suggereert dat “Dit vers is de dichtstbijzijnde benadering tot wat de Christenen hun 'Heilige Drie-eenheid' noemen, in de encyclopedie genaamd BIJBEL.” (Deedat, Is de Bijbel Gods Woord?, p.16). Als dat zo was, of anders, als de gehele doctrine van Drie-eenheid gebaseerd was op deze ene tekst alleen, dan inderdaad zou dit een zaak voor erg serieuze beschouwing zijn. In tegenstelling, iedere eerlijke uitlegger van bijbelse theologie zal vrijelijk erkennen – zoals al de katholieken, protestanten en andere christenen eensgezind doen – dat de doctrine van de Drie-eenheid de enige doctrine is van God die verkregen kan worden uit het onderwijs van de bijbel als geheel. Inderdaad is het volgende vers een veel nauwere benadering en definitie van de doctrine van de Drie-eenheid dan het niet-echte vers:

Gaat dan heen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Matteüs 2:19

Slechts naar één, enkelvoudige naam van de drie personen wordt verwezen. In de bijbel verwijst het woord “naam”, gebruikt in een zodanig context, naar de natuur en karakter van de persoon of beschreven plaats. Dus Jezus spreekt alleen van één naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest – bedoelend een absolute eenheid tussen hen – en van alleen één naam – bedoelend een totale overeenkomst van karakter en essentie. Dit vers is grondig Drie-enig in inhoud en nadruk en daarom, zoals 1 Johannes 5:7 het onderschrijft, zien we niet welk gevolg de weglating van dit vers in moderne vertalingen heeft op de christelijke doctrine in zijn geheel. Bijgevolg verdient het niet enige vorm van serieuze beschouwing.

Zijn vierde punt is een dergelijke buitengewone drogreden dat we ons verwonderen over zijn bodemloze onwetendheid. Hij beweert dat de “geïnspireerde” auteurs van de canonieke evangeliën geen enkel woord over de HEMELVAART van Jezus noemden (Deedat, Is de Bijbel Gods Woord?, p.19). Deze bewering wordt gemaakt als gevolg van een verwijzing naar twee verklaringen over de hemelvaart van Jezus in de evangeliën van Marcus en Lucas die de RSV geïdentificeerd heeft als zijnde onderdeel van de verschillende lezingen waarnaar we eerder verwezen. Naast deze verzen wordt verondersteld dat het evangelieschrijvers geen enkele verwijzing wat dan ook naar de hemelvaart maken. In tegenstelling zien we dat alle vier er precies van afwisten. Johannes geeft niet minder dan elf verwijzingen ernaar. In zijn evangelie zegt Jezus:

Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God. Johannes 20:17

Lucas schreef niet alleen zijn evangelie maar ook het boek Handelingen en in het laatste boek is het eerste wat hij noemt de hemelvaart van Jezus:

En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Handelingen 1:9

Matteüs en Marcus spreken regelmatig van de tweede komst van Jezus uit de hemel (zie bijvoorbeeld Matteüs 26:64 en Marcus 14:62). Het is moeilijk te zien hoe Jezus uit de hemel kan komen als hij er niet in de eerste plaats naar was opgevaren.

Concluderend moeten we erop wijzen dat de passages Marcus 16:9-20 en Johannes 8:1-11 niet gewist zijn uit de bijbel en later teruggezet zijn zoals Deedat suggereert. In de RSV-vertalingen zijn zij nu in de tekst ingesloten omdat geleerden overtuigd zijn dat zij werkelijk deel van de originele tekst uitmaken. De waarheid in deze zaak is dat in onze oudste geschriften zij in sommige teksten en niet in andere gevonden worden. De RSV-redacteuren knoeiden niet aan de bijbel zoals Deedat suggereerde; zij probeerden slecht om onze oude Engelse vertalingen zo dicht mogelijk tot de oorspronkelijke teksten te brengen; niet zoals de redacteuren van Oethmaans samenstelling van de koran, die het meer opportuun achten om simpelweg iets te vernietigen dat op enig manier verschilde met hun voorkeurtekst.

Tenslotte, het zegt niets te beweren dat alle originele manuscripten – die waarop de boeken van de bijbel voor de eerste keer werden geschreven– nu verloren zijn gegaan omdat hetzelfde geldt voor de eerste teksten van de koran. De oudste tekst van de koran dateert uit dagen na de tweede eeuw na de Hidjra en is samengesteld op perkament in het vroege al-mail Arabische schrift. Ander vroege korans zijn in Koeftisch schrift en dateren ook uit die tijd.

6. “Allah” in de bijbel?

Op pagina 22 van zijn boekje “Is de Bijbel Gods Woord?” reproduceert Deedat een pamflet dat verondersteld te laten zien dat het Arabische woord voor God, Allah, gevonden wordt in de Scofield-vertaling van de bijbel. Gelukkig wordt in dit geval het bewijs aan ons gepresenteerd om te bekijken. Een kopie van een pagina van een Scofield-bijbel wordt gereproduceerd en in een voetnoot vinden we dat het Hebreeuwse woord voor God, Elohim, afgeleid is van twee woorden, El (kracht) en Alah (zweren). Het laatste woord wordt verondersteld het bewijs te zijn dat het Arabische woord Allah in de bijbel gevonden wordt!

Een vergezochtere en meer gefantaseerde inspanning om een punt te bewijzen kan nauwelijks worden verzonnen. Het woord in Hebreeuws is ‘alah’, een gewoon woord dat “zweren” betekent. Hoe dit verondersteld wordt te bewijzen dat het woord Allah , dat in het Arabisch God betekent, in de bijbel gevonden wordt is geheel onduidelijk voor ons. Deedats inspanning om de feiten verder te verdraaien in het suggereren dat Elah in Hebreeuws (God betekenend) door de redacteuren van de Scofield-vertaling alternatief gespeld werd als Alah (Deedat, Is de Bijbel Gods Woord?, p.21) neemt onze goedgelovigheid tot een ondraaglijk uiterste. Deze redacteuren identificeren duidelijk het woord als iets anders, in zijn geheel “zweren” betekenend.

Alsof dit niet genoeg was, worden we verplicht om zelfs meer van deze onaangename onlogica te slikken wanneer hij beweert dat de weglating van het woord Allah in de laatste Scofield-vertaling bewijs is dat het woord gewist is in de bijbel van de orthodoxen! (Deedat, Is de Bijbel Gods Woord?, p.21). Wat erg duidelijk is, is dat het in een commentaar in een voetnoot weggelaten is en we kunnen niet begrijpen hoe dit gezien kan worden als een verandering in de bijbeltekst zelf! Ergens anders beweert Deedat dat christenen geen voetnoten als deel van het Woord van God mogen beschouwen (Is de Bijbel Gods Woord?, p.17). Het is erg jammer dat deze man niet de normen kan hanteren die hij van anderen vraagt.

Het is wellicht nuttig om hier te wijzen dat er echter niets unieks is met het woord Allah, evenmin komt het oorspronkelijk van de pagina’s van de koran. In plaats daarvan is het erg duidelijk afgeleid van het Syrische woord Alaha (betekend “God”) dat gewoon gebruik werd onder christenen in preïslamitische tijden (vergelijk de autoriteiten geciteerd door Jeffery in The Foreign Vocabulary of the Qur'an, p.66). Het werd ook gebruikt door Arabieren vóór de islam zoals blijkt uit de naam van Mohammeds eigen vader Abdoellah (dat is “dienaar van God” van abd betekenend “slaaf” en Allah betekenend “God”). Het is ook zeker dat Allah de naam voor God was in preïslamitische poëzie (Bell, The Origin of Islam in its Christian Environment, p.53). Dus is er helemaal niets unieks aan de naam. Gezien deze zaken is het voor ons geheel niet duidelijk wat Deedat probeert te bewijzen of waar zijn opwinding over gaat.

7. Parallelle passages in de bijbel

We behoeven niet uitgebreid stil te staan bij Deedats hoofdstuk “Vernietigende bekentenissen” omdat deze niets dan eerlijke bekentenissen zijn dat de bijbel tekstuele fouten heeft ondergaan zoals we reeds hebben gezien. Omdat we ook gezien hebben dat de koran dezelfde problemen kent, geloven we niet dat er enige verplichting op ons rust om deze afleidingsmanoeuvre serieus te behandelen.

We verbazen ons echter over de grove inaccurate stelling door Deedat met het gevolg dat “Uit meer dan vierduizend verschillende manuscripten waar de Christenen over opscheppen, hebben de kerkleiders er slechts vier geselecteerd die pasten bij hun vooroordelen, en noemden deze het Evangelie van Matteüs, Markus, Lukas en Johannes.”. (Deedat, Is de Bijbel Gods Woord? , p.24) Opnieuw laat Deedat zijn verbijsterende onwetendheid over dit onderwerp zien omdat deze vierduizend manuscripten kopieën zijn van de 27 boeken die het nieuwe testament uitmaken. Honderden van deze zijn kopieën van de vier evangeliën waarnaar verwezen wordt. Verklaringen zoals deze noodzaken ons om te concluderen dat het boekje geschreven door Deedat, bij ieder voorstellingsvermogen, niet kan worden beschouwd als een wetenschappelijke kritiek op de bijbel, maar meer een uitbundige tirade ertegen door een man wiens onwetendheid passend is door zijn extreme vooroordelen ertegen.

Een dergelijk vooroordeel wordt openlijk blootgelegd op de volgende pagina waar hij beweert dat de vijf boeken van Mozes niet beschouwd kunnen worden als het Woord van God of van Mozes, omdat uitspraken als deze: ‘De Heer zei tot Mozes...’ , in de derde persoon, zeer frequent verschijnen. Omdat Deedat zelfs niet eventjes kan zien dat Mozes zeer waarschijnlijk gekozen heeft om zichzelf in de derde persoon te beschrijven, beweert hij dat deze woorden komen van “een derde persoon, die opschrijft wat hij heeft gezien en gehoord - een verslag van horen zeggen” (Deedat, Is de Bijbel Gods Woord?, p.25).

Als dat zo is, dan moet de koran ook wegvallen als het Woord van God noch dat van een profeet, maar van een “een derde persoon, die opschrijft wat hij heeft gezien en gehoord” vanwege overeenkomstige uitspraken die er in gevonden worden. Bijvoorbeeld:

Wanneer Allah zal zeggen: “O Jezus, zoon van Maria, gedenk Mijn gunst aan u…” Soera 5: 110

We zien geen verschil tussen de uitspraken waar de HERE tot Mozes in de bijbel sprak en waar Allah tot Jezus in de koran sprak. Voorzeker iedere kritiek op de bijbelse manier van uitdrukken geldt ook voor de koran.

Aan het einde schreef Mozes niet zijn eigen “doodsbericht” zoals Deedat beweert. Het 34e hoofdstuk van het boek Deuteronomium was geschreven door zijn opvolger, Jozua de profeet, die ook het boek schreef met dezelfde naam dat onmiddellijk erop volgt.

Deedats zesde hoofdstuk gaat over de authenticiteit van de vier evangeliën. Hij begint door te suggereren dat intern bewijs laat zien dat Matteüs niet de auteur van het eerste evangelie was (Deedat, Is de Bijbel Gods Woord?, p.26) puur omdat Matteüs zichzelf beschrijft in het evangelie als de derde persoon. We hebben reeds gezien hoe zwak deze redeneertrant is. God wordt verondersteld de auteur van de koran te zijn; nu wordt hij op talrijke gebeurtenissen in de derde persoon beschreven. Opnieuw kunnen we niet zien hoe een moslim serieus het auteurschap van enig boek van de bijbel in twijfel kan trekken puur omdat de auteur zichzelf in de derde persoon beschrijft.

Verder een korte analyse van de reproductie van de inleiding op het evangelie van Matteüs door J.B. Phillips in Deedats boekje is erg verrassend. Phillips zegt:

“De vroege overleveringen schreven dit evangelie toe aan de apostel Matteüs, maar bijna alle geleerden vandaag de dag verwerpen deze opvatting. De schrijver heeft simpelweg gebruik gemaakt van de mysterieuze “Q”, welke een verzameling van mondelinge overleveringen zou kunnen zijn geweest.” (Deedat, Is de Bijbel Gods Woord?, p.28)

Iedereen die de bedoeling van de uitdrukking sweet reason weet zal grondig rekening houden met de volgende feiten:

1. De vroege christelijke traditie schrijft unaniem dit evangelie aan Matteüs toe. Het subjectieve geloof van sommige “moderne geleerden” kan niet serieus opwegen tegen het objectieve getuigenis van degenen die leefden in de periode dat dit evangelie voor het eerst gekopieerd en gedistribueerd werd. In elk geval betwijfelen we serieus de beschuldiging dat bijna alle geleerden het auteurschap door Matteüs van dit evangelie verwerpen. Het is alleen een bijzondere school van geleerden die dit doen; degenen die niet geloven in het verhaal van de schepping, die het verhaal van Noach en de zondvloed afschrijven als een mythe, en die de spot drijven met het idee dat Jona ooit drie dagen in de maag van een vis verbleef. We zijn er zeker van dat onze moslimlezers zullen weten, wat ze moeten denken over dergelijke “geleerden”. In tegenstelling, die geleerden die deze verhalen praktisch zonder uitzondering als historisch waar aanvaarden, aanvaarden ook dat Matteüs de auteur van dit evangelie is.

2. Phillips zegt dat de auteur nog gemakkelijk Matteüs genoemd kan worden omdat er geen redelijk alternatief voor het auteurschap van dit evangelie is, noch heeft de geschiedenis van de vroege kerk ooit een andere auteur gesuggereerd.

3. De mysterieuze “Q” is alleen mysterieus omdat het het verzinsel van de verbeelding van moderne “geleerden” is. Het is geen mysterie; het is een mythe. Er is geen bewijs van een historische achtergrond wat dan ook, dat een dergelijke verzameling van mondelinge tradities ooit bestonden.

Tenslotte, we vinden het moeilijk om serieuze aandacht te geven aan Deedats klachten over het feit dat Matteüs van Marcus kopieerde en dat een hoofdstuk in Jesaja 37 in 2 Koningen 19 herhaald wordt. De redenering achter zijn suggestie dat zulke “groothandelsplagiaat” (Deedat, Is de Bijbel Gods Woord?, p.29) uitsluit dat de bijbel het Woord van God is, is uiterst moeilijk te volgen.

Men hoeft alleen de achtergrond van het evangelie van Marcus te weten om door de dwaze lijn van Deedats argumenteren heen te kijken. De kerkvader Papias heeft voor ons vastgelegd dat de apostel Petrus de bron van informatie voor het evangelie van Marcus was.

Petrus had veel meer informatie uit eerstehand over het leven van Jezus dan Matteüs. Petrus’ conversatie wordt in hoofdstuk 4 van het Matteüsevangelie beschreven waar Matteüs’ conversatie slechts in hoofdstuk 9 verschijnt; lang nadat veel gebeurtenissen die de apostel Petrus waarnam, al plaats hadden gevonden.

Verder was Petrus vaak bij Jezus op momenten dat Matteus dat niet was. De eerste was getuige van de Verheerlijking (Markus 9:2) en was aanwezig in de tuin van Getsemane (Marcus 14:33) terwijl Matteüs bij beide gebeurtenissen absent was.

Matteüs kon nauwelijks een betrouwbaarder bron voor zijn evangelie vinden en, omdat hij kopieerde vanuit een bijbelse, schriftuurlijke tekst, zien we niet hoe zijn evangelie de stempel van autoriteit en echtheid kan verliezen.

Als Deedat kon aantonen dat de bijbelvertellingen zoals hij die produceert parallellen hadden in buitenbijbelse werken voorafgaand aan de evangeliën, waar dergelijke werken bekend waren als fabel- en sprookjesverzamelingen, zouden we zijn punten serieuzer nemen. In plaats daarvan, terwijl dergelijke parallellen eenvoudig in bijbelse gevallen missen, worden er in de koran veel verhalen als waarheidsgetrouw gepresenteerd die eigenaardige parallellen vertonen met preïslamitische fabels en sprookjes. We zullen slecht één voorbeeld bekijken:

De koran doet verslag van de moord van Abel door zijn broer Kaïn (Soera 5:27-32) wat ook in de bijbel in het Genesis gevonden kan worden. Op één punt vinden we echter een ongewone uitspraak die geen parallel in de bijbel heeft:

Toen zond Allah een raaf, die in de grond krabde, om hem te beduiden, hoe het lijk van zijn broeder te verbergen. Soera 5:31

In een joods fabel- en folkloreboek, lezen we echter dat Adam weende voor Abel en niet wist wat te doen met zijn lichaam totdat hij een raaf in de grond zag krassen en zijn dode metgezel zag begraven. Hierdoor besloot Adam te doen zoals de raaf deed. (Pirke Rabbi Eliezer, hoofdstuk 21).

In de koran is het Kaïn die de raaf ziet en in het joodse boek is het Adam, maar ongeacht dit kleine verschil, is de overeenkomst tussen de verhalen onbetwistbaar. Zoals het joodse boek de koran voorafging lijkt het dat Mohammed het verhaal plagieerde en, met enkele van pas komende aanpassingen, in de koran neerschreef als onderdeel van de goddelijke openbaring! Als deze conclusie niet juist is, willen we graag daar sterke redenen voor horen; in het bijzonder wanneer we het volgende vers in de koran bekijken:

Deswegen schreven Wij de kinderen Israëls voor, dat wie ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het land, het ware alsof hij het gehele mensdom had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken. Soera 5.32

Op het eerste gezicht lijkt dit vers geen verband te hebben met de voorgaande vertelling. Waarom het leven of dood van iemand zou zijn als de redding of vernietiging van de gehele mensheid, is in zijn geheel niet duidelijk. Wanneer we ons wenden tot een andere joodse traditie, vinden we echter de link tussen het verhaal en wat volgt. We wenden ons tot De Mishna zoals vertaald dor H. Danby en daar lezen we deze woorden:

We vinden het gezegd in het geval van Kaïn die zijn broer vermoorde. De stem van uw broeders bloederen riep (Genesis 4:10). Hier wordt niet gezegd bloed in het enkelvoud, maar bloederen in het meervoud, dat is, zijn eigen bloed en het bloed van zijn zaad. De mens werd alleen geschapen om hem te laten zien dat wie een singel individu vermoord, gerekend zal worden alsof hij het gehele ras gedood heeft, maar degene die het leven van een singel individu redt, gerekend zal worden alsof hij het gehele ras heeft geredt. (Mishna Sanhedrin, 4.5)

Volgens de joodse rabbi die deze woorden schreef betekent de meervoudige bloederen in bijbel niet alleen het bloed van één man maar van zijn gehele nageslacht. We beschouwen zijn interpretatie als hoog speculatief maar, zoals het mag zijn, worden we gebonden te vragen, hoe het kan dat de veronderstelde openbaring van Allah in de koran een voortreffelijke herhaling van de geloofstellingen van de rabbi’s is. We kunnen alleen concluderen dat Mohammed de volkswijsheid van een joodse bron plagieerde zonder te laten zien (of zelf te weten!) waar de link vandaan komt.

Door deze vergelijking is het duidelijk wat Mohammed tot deze algemene verdraaiing leidde: hij had blijkbaar deze regel ontvangen van zijn informanten toen zij hem vertelden over deze speciale gebeurtenis. (Geiger, Judaism and Islam, p.8l)

De buitengewone volgorde in het verhaal van de raaf in zowel de koran als de joodse folklore en de daaropvolgende filosofie over de gevolgen van de moord van één man samen met zijn zaad, suggereren duidelijk dat Mohammed afhankelijk was van bepaalde informanten voor zijn informatie en dat deze verzen niet mogelijk van God konden komen. Deze conclusie kan moeilijk worden weersproken:

Het verhaal van ’s werelds eerste moord voorziet een erg informerend voorbeeld van de invloed van een jood achter de schermen. (Guillaume, “The Influence of Judaism on Islam”, The legacy of Israel, p. 139)

In plaats van munt te slaan uit de bijbelpassages die elders in de bijbel parallellen hebben, zou Deedat ons beter een alternatieve uitleg kunnen geven waarom de koranpassages verassend overeen komen met en op duidelijke wijze vertrouwen op de joodse fabel- en folkloreboeken.

Hij sluit zijn hoofdstuk af door degenen geloven dat ieder woord, komma en punt van de bijbel Gods Woord als “bijbelbonkers” te beschrijven (Deedat, Is de Bijbel Gods Woord?, p.33). Zeker hebben we geen sympathie voor fanatici die dergelijke extreme beweringen voor de bijbel doen maar, in het licht van het bewijs dat we tot dusver bestudeerd hebben, kunnen we alleen antwoorden dat die gelijke fanatieke moslims die tegen al het bewijs in, op dezelfde manier tevergeefs gelijksoortige extreme beweringen voor de koran doen, met dezelfde afwijzing bekeken moeten worden en verdienen te worden bespot als “koranbonkers”!

8. Veronderstelde tegenstrijdigheden in de bijbel

Deedat begint zijn zevende hoofdstuk “De vuurproef” met een bewering dat er een tegenstrijdheid zit tussen 2 Samuël 24:1, waar we lezen dat de HERE David hiertoe bewoog om Israël te tellen, en 1 Kronieken 21:1, dat zegt dat het Satan was die hem daartoe prikkelde. Iemand die een behoorlijke kennis van zowel de bijbel als de koran heeft zal onmiddellijk waarnemen dat Deedat niets aan het blootleggen is dan zijn hopeloze inadequate kennis van een speciaal kenmerk van de theologie van beide boeken. In de koran zelf vinden we gelijke passages die veel licht op dit onderwerp laten schijnen:

Ziet gij niet dat Wij duivelen over de ongelovigen hebben losgelaten om hen aan te sporen? Soera 19.83

Hier lezen we dat Allah satans naar ongelovigen zond. Daarom, waar God het is die hen tot verwarring leidt, gebruikt Hij satans om hen hiertoe te prikkelen. Op precies dezelfde manier was het God die Zich tegen David keerde en Satan gebruikte om hem te prikkelen Israël te tellen. Net zo lezen we in het boek Job in de bijbel dat Satan macht was gegeven over Job (Ayoeb in de koran) om hem te treffen (Job 1:12) maar dat God later sprak alsof Hij het was die Zich tegen hem keerde (Job 2:3). Wanneer de Satan mensen prikkelt, kan de handeling ook indirect beschreven worden als de handeling van God omdat zonder Zijn toestemming Satan niets kan bereiken. Dit citaat van Zamakshari’s commentaar op soera 2:7 (Allah had hun gehoor en hart gesloten) zou voldoende moeten zijn als het laatste woord over deze zaak:

Het is nu in werkelijkheid Satan of de ongelovige die het hart heeft gesloten. Echter, omdat het God is die hem de vaardigheid en de mogelijkheid om dit te doen gaf, wordt het afsluiten aan Hem toegeschreven net zoals een handeling die Hij veroorzaakt. (Gatje, The Qur'an and its Exegesis, p. 223)

Het lijkt dat nieuwelingen zoals Deedat een les in korantheologie zouden moeten volgen van erkende geleerden zoals Zamakshari voordat zij zichzelf blootstellen aan spot door onverantwoorde aanvallen op de bijbel te doen.

Deedat verdere punten over de drie of zeven jaren van plagen in 2 Samuël 24:13 en 1 Kronieken 21:11 en andere gelijke verschillen worden allen gerekend als kleine kopiefouten waar schrijvers foutief een cijfer voor een ander cijfer namen. Bijvoorbeeld in Hebreeën wordt een erg klein woord gebruikt voor 2000 in 1 Koningen 7:26 en het is opvallend gelijk aan het nummer 3000 gevonden in 2 Kronieken 4:5 (zie Deedat, Is de Bijbel Gods Woord?, p.42). Aan iedere objectieve onderzoeker is het duidelijk dat een schrijven in het laatste geval 2000 foutief nam voor 3000. In alle gevallen geprobeerd door Deedat hebben we te maken met kleine kopiefouten gemakkelijk als zodanig te identificeren en geen tegenspraken in de normale zin van het woord zoals hij suggereert. Niemand heeft ons ooit laten zien wat de gevolgen van deze verwaarloosbare kleine fouten op de inhoud van de bijbel als geheel zijn.

We kunnen even gemakkelijk veronderstellen dat er een tastbare tegenstrijdigheid in de koran zit, waar één dag met God als duizend jaar naar onze berekening wordt beschreven (Soera 32:5), waar in een eerdere soera een dergelijke dag als duizenden jaren wordt beschreven (Soera 70:4). In plaats van heftig een rede te houden over het feit dat 2 Kronieken 9:25 spreekt over vierduizend hengsten terwijl 1 Koningen spreekt over veertigduizend, wat hij beschrijft als een schrikbarend verschil (zoals vermeld in de bron!) van 36000 (Is de Bijbel Gods Woord?, p.44), zou Deedat er beter aan doen het schrikbarender verschil van 49000 hele jaren uit te leggen die in de koran snel verdwenen uit de berekening van een dag met God.

9. Pornografie in de bijbel?

In zijn volgende hoofdstuk maakt Deedat veel van het verhaal van Juda’s incest met Tamar (Genesis 38) en van gelijke verhalen in de bijbel (zoals Lots incest met zijn dochters) en suggereert dat de bijbel niet het Woord van God kan zijn omdat dergelijke verhalen erin worden gevonden.

We vinden deze redeneerlijn uiterst moeilijk te volgen. Zeker een boek dat beweert het Woord van God te zijn, kan niet worden verworpen als zodanig omdat het mensen – zelfs de beste van hen - op hun slechtst toont. Alle verhalen waar Deedat naar verwijst hebben met de verdorvenheid van de mensheid van doen en hoe de openhartige aan de kaakstelling van de zonden van mensen de bewering van de bijbel om het Woord van God te zijn, kan aantasten, valt niet te begrijpen. Door de bijbe
Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.
Willem Elsschot (1882-1960)
Chaimae
Berichten: 10447
Lid geworden op: ma okt 16, 2006 9:43 pm

Bericht door Chaimae »

Mohammedi, sta open voor dingen. Ikzelf stond eerst niet open voor dingen, maar dat is veranderd.
"Our patience will achieve more than our force."

Elk boek is een gevaar dat de ziel in wil. Wie de ziel in wil, moet door de omgekeerde wereld heen, door de leegte, dor de angst, door het niets.
Gebruikersavatar
Ketter
Berichten: 4218
Lid geworden op: do jun 22, 2006 9:06 am
Locatie: Vlaanderen

Bericht door Ketter »

Chaimae schreef:Mohammedi, sta open voor dingen. Ikzelf stond eerst niet open voor dingen, maar dat is veranderd.
Prachtig, Chaimae.
Dat hoor ik je graag zeggen.
Zonder (ji)haat straat.

Wat is er zo moeilijk te begrijpen aan het feit dat ik niet kan geloven in een God die zo duidelijk kwaadaardig is?
Chaimae
Berichten: 10447
Lid geworden op: ma okt 16, 2006 9:43 pm

Bericht door Chaimae »

Ketter schreef:
Chaimae schreef:Mohammedi, sta open voor dingen. Ikzelf stond eerst niet open voor dingen, maar dat is veranderd.
Prachtig, Chaimae.
Dat hoor ik je graag zeggen.
`



:D ....
"Our patience will achieve more than our force."

Elk boek is een gevaar dat de ziel in wil. Wie de ziel in wil, moet door de omgekeerde wereld heen, door de leegte, dor de angst, door het niets.
Gebruikersavatar
Anneke
Berichten: 1174
Lid geworden op: vr jan 12, 2007 6:59 pm

Bericht door Anneke »

*Gaap*

Mohammedi, ten eerste knip en plak je alles van internet.
Ten tweede haal je alle Bijbelteksten uit hun context.
Ten derde begrijp jij niks van de drie-eenheid. Jezus die boven God staat? Beat it! Verdiep je eerst in zaken voordat je onzin gaat spuien.
Ten vierde is Adam een profeet? Weinig volk waaraan hij kon profeteren vind je niet?
Ten vijfde:
Lucas 14:26 blz. 70…Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja, zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn…
Jij zult vast een geislamitiseerde versie van de Bijbel hebben gevonden, maar mijn Bijbel zegt:
Wie mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn.
Wat al stukken logischer is.. Onthechten van het aardse om het bovennatuurlijke te kunnen volgen.

Nou, zo kan ik uren doorgaan, maar ik begin toch honger te krijgen. Mijn punt was dat het beter is voor jou je in te houden. Je zet jezelf alleen voor schut.
Plaats reactie