''Altijd positief blijven denken.''

Moderator: M

Gebruikersavatar
fucmoh
Berichten: 858
Lid geworden op: Za Dec 24, 2005 10:48 pm
Locatie: AMSTERDAM

Berichtdoor fucmoh » Ma Mei 28, 2007 11:08 am

Pilgrim schreef:
fucmoh schreef:
Pilgrim schreef:
fucmoh schreef:Matheus 25 heeft betrekking op zijn wederkomst, waarin hij de schapen van de bokken zal scheiden. Die koninkrijksmacht heeft hij op dat moment al, als een hemelse koning. De apostelen verwachten ook niet dat Jezus wederkomst tijdens hun leven zou gebeuren. Wanneer dat zo was zouden zij wel teleurgesteld geweest zijn. Voor hun vormde dat visioen reeds de vervulling van Jezus woorden.


Het lijkt mij toch het meest logisch dat die voorspelling van Matth. 16:28 inderdaad betrekking heeft op die zogenaamde wederkomst. Dan kan je immers ook inderdaad van een 'Komst' spreken. En is het wel zo zeker dat die apostelen pertinent zeker waren dat niemand van hen die wederkomst nog zouden meemaken? Van mijn leerhuis weet ik dat men in de eerste generaties van het vroege Christendom leefde in de verwachting van een spoedige wederkomst. Verder is Matth. 28 geen komst maar juist een afscheid! :?


Nee, hoor. Matheus 25 heeft betrekking op zijn tegenwoordigheid, parousia. Mischien moet je even gaan kijken wat Markus zegt. Daar komt nog duidelijker naar voren dat die visioen een vervulling vormt van Jezus woorden.


Ik snap je niet. In je vorige post zeg je toch zelf dat Matth. 25 betrekking heeft op die wederkomst? Overigens als je het vers voorafgaand aan Matth 16:28 leest (dus nummer 27) kun je duidelijk zien dat het wel degelijk betrekking heeft op die wederkomst:

27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen (dus het scheiden van de schapen en de bokken).

28 Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij den Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.

Geen twijfel mogelijk dus. :?


Dan gaat het er dus om wanneer die heerschappij is begonnen.
Die begon dus na zijn opwekking waarna Jezus na zijn hemelvaart zijn tegenwoordigheid of parousia onzichtbaar zal zijn. Het woord komst als vertaling voor parousia is hier een beetje ongelukkig gekozen.


Het Griekse woord is pa·rou′si·a, samengesteld uit pa′ra (naast, bij) en ou′si·a (een „zijn”; afgeleid van ei′mi, „zijn”). Vandaar dat pa·rou′si·a letterlijk een „zijn naast (bij)” betekent, dat wil zeggen, een „tegenwoordigheid”. Het wordt in de christelijke Griekse Geschriften 24 maal gebruikt, dikwijls met betrekking tot de tegenwoordigheid van Christus in verband met zijn Messiaanse koninkrijk. — Mt 24:3;

In veel vertalingen wordt dit woord op verschillende manieren weergegeven. Hoewel pa·rou′si·a in sommige teksten met „tegenwoordigheid” is vertaald, heeft men het vaker met „komst” weergegeven. Dat heeft aanleiding gegeven tot de uitdrukking „wederkomst van Christus” (in de Latijnse Vulgaat wordt pa·rou′si·a in Mt 24:3 met het Latijnse woord adventus, „advent”, „aankomst” of „komst”, vertaald). Ofschoon Jezus’ tegenwoordigheid noodzakelijkerwijs zijn aankomst op de plaats waar hij tegenwoordig is insluit, legt men door pa·rou′si·a met „komst” te vertalen, alle nadruk op de aankomst en wordt de daarop aansluitende tegenwoordigheid naar de achtergrond geschoven. Hoewel lexicografen aanvoeren dat pa·rou′si·a met zowel „aankomst” als „tegenwoordigheid” vertaald kan worden, erkennen zij in het algemeen dat dit woord in de eerste plaats de gedachte van de tegenwoordigheid van de desbetreffende persoon overdraagt.

In Vine’s Expository Dictionary of Old and New Testament Words (1981, Deel 1, blz. 208, 209) staat: „PAROUSIA . . . duidt op zowel een aankomst als een daaruit voortvloeiende tegenwoordigheid. Zo spreekt een voorname vrouw in een [in het Grieks geschreven] papyrusbrief over de noodzaak van haar parousia op een bepaalde plaats om aangelegenheden in verband met bezittingen die zij daar heeft, te behartigen. . . . Wanneer het [woord] gebruikt wordt in verband met de wederkomst van Christus, bij de Opname van de Kerk, duidt het niet louter op het moment van Zijn komst voor Zijn heiligen, maar op Zijn tegenwoordigheid bij hen vanaf dat moment tot aan Zijn openbaring en manifestatie aan de wereld.” Volgens Liddell en Scotts Greek-English Lexicon (herzien door H. Jones, Oxford, 1968, blz. 1343) wordt pa·rou′si·a soms in de Griekse profane literatuur voor het „bezoek van een koning of een hoge functionaris” gebruikt.

Gebruikersavatar
Pilgrim
Berichten: 41275
Lid geworden op: Wo Jan 17, 2007 1:00 pm
Locatie: Dhimmistad

Berichtdoor Pilgrim » Ma Mei 28, 2007 3:06 pm

fucmoh schreef:
Pilgrim schreef:
fucmoh schreef:
Pilgrim schreef:
fucmoh schreef:Matheus 25 heeft betrekking op zijn wederkomst, waarin hij de schapen van de bokken zal scheiden. Die koninkrijksmacht heeft hij op dat moment al, als een hemelse koning. De apostelen verwachten ook niet dat Jezus wederkomst tijdens hun leven zou gebeuren. Wanneer dat zo was zouden zij wel teleurgesteld geweest zijn. Voor hun vormde dat visioen reeds de vervulling van Jezus woorden.


Het lijkt mij toch het meest logisch dat die voorspelling van Matth. 16:28 inderdaad betrekking heeft op die zogenaamde wederkomst. Dan kan je immers ook inderdaad van een 'Komst' spreken. En is het wel zo zeker dat die apostelen pertinent zeker waren dat niemand van hen die wederkomst nog zouden meemaken? Van mijn leerhuis weet ik dat men in de eerste generaties van het vroege Christendom leefde in de verwachting van een spoedige wederkomst. Verder is Matth. 28 geen komst maar juist een afscheid! :?


Nee, hoor. Matheus 25 heeft betrekking op zijn tegenwoordigheid, parousia. Mischien moet je even gaan kijken wat Markus zegt. Daar komt nog duidelijker naar voren dat die visioen een vervulling vormt van Jezus woorden.


Ik snap je niet. In je vorige post zeg je toch zelf dat Matth. 25 betrekking heeft op die wederkomst? Overigens als je het vers voorafgaand aan Matth 16:28 leest (dus nummer 27) kun je duidelijk zien dat het wel degelijk betrekking heeft op die wederkomst:

27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen (dus het scheiden van de schapen en de bokken).

28 Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij den Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.

Geen twijfel mogelijk dus. :?


Dan gaat het er dus om wanneer die heerschappij is begonnen.
Die begon dus na zijn opwekking waarna Jezus na zijn hemelvaart zijn tegenwoordigheid of parousia onzichtbaar zal zijn. Het woord komst als vertaling voor parousia is hier een beetje ongelukkig gekozen.


Het Griekse woord is pa·rou′si·a, samengesteld uit pa′ra (naast, bij) en ou′si·a (een „zijn”; afgeleid van ei′mi, „zijn”). Vandaar dat pa·rou′si·a letterlijk een „zijn naast (bij)” betekent, dat wil zeggen, een „tegenwoordigheid”. Het wordt in de christelijke Griekse Geschriften 24 maal gebruikt, dikwijls met betrekking tot de tegenwoordigheid van Christus in verband met zijn Messiaanse koninkrijk. — Mt 24:3;

In veel vertalingen wordt dit woord op verschillende manieren weergegeven. Hoewel pa·rou′si·a in sommige teksten met „tegenwoordigheid” is vertaald, heeft men het vaker met „komst” weergegeven. Dat heeft aanleiding gegeven tot de uitdrukking „wederkomst van Christus” (in de Latijnse Vulgaat wordt pa·rou′si·a in Mt 24:3 met het Latijnse woord adventus, „advent”, „aankomst” of „komst”, vertaald). Ofschoon Jezus’ tegenwoordigheid noodzakelijkerwijs zijn aankomst op de plaats waar hij tegenwoordig is insluit, legt men door pa·rou′si·a met „komst” te vertalen, alle nadruk op de aankomst en wordt de daarop aansluitende tegenwoordigheid naar de achtergrond geschoven. Hoewel lexicografen aanvoeren dat pa·rou′si·a met zowel „aankomst” als „tegenwoordigheid” vertaald kan worden, erkennen zij in het algemeen dat dit woord in de eerste plaats de gedachte van de tegenwoordigheid van de desbetreffende persoon overdraagt.

In Vine’s Expository Dictionary of Old and New Testament Words (1981, Deel 1, blz. 208, 209) staat: „PAROUSIA . . . duidt op zowel een aankomst als een daaruit voortvloeiende tegenwoordigheid. Zo spreekt een voorname vrouw in een [in het Grieks geschreven] papyrusbrief over de noodzaak van haar parousia op een bepaalde plaats om aangelegenheden in verband met bezittingen die zij daar heeft, te behartigen. . . . Wanneer het [woord] gebruikt wordt in verband met de wederkomst van Christus, bij de Opname van de Kerk, duidt het niet louter op het moment van Zijn komst voor Zijn heiligen, maar op Zijn tegenwoordigheid bij hen vanaf dat moment tot aan Zijn openbaring en manifestatie aan de wereld.” Volgens Liddell en Scotts Greek-English Lexicon (herzien door H. Jones, Oxford, 1968, blz. 1343) wordt pa·rou′si·a soms in de Griekse profane literatuur voor het „bezoek van een koning of een hoge functionaris” gebruikt.


Allemaal leuk en aardig, maar uit de context van de door ons besproken verzen blijkt dat het toch vooral moet gaan om een 'komst' (aan het Einde der tijden) en niet op een geestelijke 'tegenwoordigheid' die er al die tijd al is, tenzij het een gevolg is van die komst.

Gebruikersavatar
fucmoh
Berichten: 858
Lid geworden op: Za Dec 24, 2005 10:48 pm
Locatie: AMSTERDAM

Berichtdoor fucmoh » Di Mei 29, 2007 9:07 pm

Pilgrim schreef:
fucmoh schreef:
Pilgrim schreef:
fucmoh schreef:
Pilgrim schreef:
fucmoh schreef:Matheus 25 heeft betrekking op zijn wederkomst, waarin hij de schapen van de bokken zal scheiden. Die koninkrijksmacht heeft hij op dat moment al, als een hemelse koning. De apostelen verwachten ook niet dat Jezus wederkomst tijdens hun leven zou gebeuren. Wanneer dat zo was zouden zij wel teleurgesteld geweest zijn. Voor hun vormde dat visioen reeds de vervulling van Jezus woorden.


Het lijkt mij toch het meest logisch dat die voorspelling van Matth. 16:28 inderdaad betrekking heeft op die zogenaamde wederkomst. Dan kan je immers ook inderdaad van een 'Komst' spreken. En is het wel zo zeker dat die apostelen pertinent zeker waren dat niemand van hen die wederkomst nog zouden meemaken? Van mijn leerhuis weet ik dat men in de eerste generaties van het vroege Christendom leefde in de verwachting van een spoedige wederkomst. Verder is Matth. 28 geen komst maar juist een afscheid! :?


Nee, hoor. Matheus 25 heeft betrekking op zijn tegenwoordigheid, parousia. Mischien moet je even gaan kijken wat Markus zegt. Daar komt nog duidelijker naar voren dat die visioen een vervulling vormt van Jezus woorden.


Ik snap je niet. In je vorige post zeg je toch zelf dat Matth. 25 betrekking heeft op die wederkomst? Overigens als je het vers voorafgaand aan Matth 16:28 leest (dus nummer 27) kun je duidelijk zien dat het wel degelijk betrekking heeft op die wederkomst:

27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen (dus het scheiden van de schapen en de bokken).

28 Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij den Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.

Geen twijfel mogelijk dus. :?


Dan gaat het er dus om wanneer die heerschappij is begonnen.
Die begon dus na zijn opwekking waarna Jezus na zijn hemelvaart zijn tegenwoordigheid of parousia onzichtbaar zal zijn. Het woord komst als vertaling voor parousia is hier een beetje ongelukkig gekozen.


Het Griekse woord is pa·rou′si·a, samengesteld uit pa′ra (naast, bij) en ou′si·a (een „zijn”; afgeleid van ei′mi, „zijn”). Vandaar dat pa·rou′si·a letterlijk een „zijn naast (bij)” betekent, dat wil zeggen, een „tegenwoordigheid”. Het wordt in de christelijke Griekse Geschriften 24 maal gebruikt, dikwijls met betrekking tot de tegenwoordigheid van Christus in verband met zijn Messiaanse koninkrijk. — Mt 24:3;

In veel vertalingen wordt dit woord op verschillende manieren weergegeven. Hoewel pa·rou′si·a in sommige teksten met „tegenwoordigheid” is vertaald, heeft men het vaker met „komst” weergegeven. Dat heeft aanleiding gegeven tot de uitdrukking „wederkomst van Christus” (in de Latijnse Vulgaat wordt pa·rou′si·a in Mt 24:3 met het Latijnse woord adventus, „advent”, „aankomst” of „komst”, vertaald). Ofschoon Jezus’ tegenwoordigheid noodzakelijkerwijs zijn aankomst op de plaats waar hij tegenwoordig is insluit, legt men door pa·rou′si·a met „komst” te vertalen, alle nadruk op de aankomst en wordt de daarop aansluitende tegenwoordigheid naar de achtergrond geschoven. Hoewel lexicografen aanvoeren dat pa·rou′si·a met zowel „aankomst” als „tegenwoordigheid” vertaald kan worden, erkennen zij in het algemeen dat dit woord in de eerste plaats de gedachte van de tegenwoordigheid van de desbetreffende persoon overdraagt.

In Vine’s Expository Dictionary of Old and New Testament Words (1981, Deel 1, blz. 208, 209) staat: „PAROUSIA . . . duidt op zowel een aankomst als een daaruit voortvloeiende tegenwoordigheid. Zo spreekt een voorname vrouw in een [in het Grieks geschreven] papyrusbrief over de noodzaak van haar parousia op een bepaalde plaats om aangelegenheden in verband met bezittingen die zij daar heeft, te behartigen. . . . Wanneer het [woord] gebruikt wordt in verband met de wederkomst van Christus, bij de Opname van de Kerk, duidt het niet louter op het moment van Zijn komst voor Zijn heiligen, maar op Zijn tegenwoordigheid bij hen vanaf dat moment tot aan Zijn openbaring en manifestatie aan de wereld.” Volgens Liddell en Scotts Greek-English Lexicon (herzien door H. Jones, Oxford, 1968, blz. 1343) wordt pa·rou′si·a soms in de Griekse profane literatuur voor het „bezoek van een koning of een hoge functionaris” gebruikt.


Allemaal leuk en aardig, maar uit de context van de door ons besproken verzen blijkt dat het toch vooral moet gaan om een 'komst' (aan het Einde der tijden) en niet op een geestelijke 'tegenwoordigheid' die er al die tijd al is, tenzij het een gevolg is van die komst.


Volgens Matheus 25 wel ja. De illustraties tonen dat ook aan.

De komst als hemelse koning gebeurde nadat hij opgewekt was. Wat is glorieuzer dan opgewekt te worden uit de dood en dan bekroond te worden als koning. Jezus ging weer terug naar de hemel en daar gaat matheus 25 over. Hij gaf voordat hij ten hemel voer zijn discipelen de opdracht mee dit goede nieuws over de gehele bewoonde aarde te prediken. Jezus eindigt dan met de woorden...: En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’

Hoe moet je dit opvatten? De apostelen zijn allang dood en de voltooing van deze wereld is nog steeds niet volbracht.

Ik bedoel maar. Jezus opstanding was al luisterrijk en zoals Matheus 25 illustreert zal Jezus een poosje weggaan en daarna weer terugkomen.

Matheus 16 had zijn vervulling in dat visioen en zo bezagen de apostelen dat ook. Lees de brieven maar, en vooral 2 Petrus. Zij verwachtten Jezus niet terug na zijn hemelvaart ten tijde van hun leven.


Maar goed, ik wil het eigenlijk hierbij laten. Voor mij is het duidelijk en ik hou me liever met de moslims bezig, toch? En ik kan me best voorstellen dat je er zo over denkt, maar ikzelf pin me niet vast op die woorden. Dat deden de apostelen ook niet.


Terug naar “Commentaar van Lezers”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten