Frits Bolkestein en Ahmed Marcouch

In dit forum kunnen we de problematiek met betrekking tot integratie en multiculturele samenleving bespreken.
Gebruikersavatar
Lodewijk Nasser
Berichten: 5886
Lid geworden op: Ma Aug 14, 2006 1:58 am
Contact:

Frits Bolkestein en Ahmed Marcouch

Berichtdoor Lodewijk Nasser » Zo Feb 11, 2007 1:44 am

Frits Bolkestein en Ahmed Marcouch

De Leidse rechtsfilosoof Paul Cliteur presenteert vandaag zijn nieuwe boek, Moreel Esperanto – een pleidooi voor een universele moraal die het zonder fundering in religie kan stellen. Nu Nederland uiteen dreigt te vallen in groepen die elkaar niet meer verstaan, hebben we een taal nodig waarin we met elkaar over goed en kwaad kunnen discussiëren. En dat niet alleen: ook een strikt neutrale staat is een voorwaarde om de spanningen van een multireligieuze samenleving in goede banen te leiden. Een van de sprekers op de boekpresentatie is Frits Bolkestein, die meent dat religie zonder moraal voor gelovigen zó zielloos is dat die religieloze moraal net zo weinig kans maakt als destijds het esperanto. Een andere spreker is Ahmed Marcouch, die in een interview zegt dat we ons niet mogen verschuilen achter de scheiding van kerk en staat als het gaat om een geloof dat zich wél met de staat bemoeit.
Vijftig jaar geleden was ik voorzitter van de Algemene Studenten Vereniging Amsterdam, de ASVA, die toen een normale vakbond voor studenten was en nog niet was bezweken voor de verlokkingen van het communisme. Ik was daarenboven fungerend voorzitter van de Benelux Studenten Raad, een schimmige organisatie waarvan ik de functie nooit helemaal heb begrepen.

Wegens mijn voorzitterschap kwam die Benelux Studenten Raad bijeen in Amsterdam, in het kantoor van de ASVA aan de Roeterstraat. In de mening dat iedereen het Frans machtig was, opende ik de vergadering in die taal. Maar ik had nog geen twee zinnen uitgesproken of ik werd door de Vlaamse collega’s onderbroken. “Ieder spreekt in zijn eigen taal,” was hun onwrikbare standpunt. Aangezien ik niet voor tolken had gezorgd, kwam de vergadering tot een spoedig en vruchteloos einde. ‘A failure to communicate,’ heet dat in het Engels.

Destijds vond ik de Vlaamse studenten bekrompen en onpraktisch. Ik had nog geen oog voor de Vlaamse taalstrijd. Door mijn vijfjarige verblijf in Brussel heb ik dat wel ontwikkeld. De Walen hebben lang hun best gedaan het Nederlands in België te marginaliseren. Geen wonder dat de Vlamingen daartegen in opstand zijn gekomen. Dat er in de honderdjarige taalstrijd nooit doden zijn gevallen, is overigens een groot compliment voor de Belgen. Elders was dat wel anders. “Het is beleefd en verstandig,” schrijft Paul Cliteur in zijn voorwoord, “te bezien of je een taal kunt vinden die voor iedereen verstaanbaar is.” Gold dat ook maar voor het Europese Parlement! De Europese Unie kent nu zo’n twintig officiële talen. Toen ik de Commissie verliet, in november 2004, kende de vertaaldienst een achterstand van ongeveer 70.000 bladzijden.

Iedere Europese volksvertegenwoordiger eist het recht om in zijn eigen taal te spreken. Er is wel voorgesteld als enige taal het Engels te bezigen, maar daartegen heeft woedend protest geklonken – en niet alleen van de kant van de Fransen. Taal is een intiem bezit. Het is onlosmakelijk verbonden met iemands persoonlijkheid. Het is onderdeel van iemands identiteit. Daarom is ook het esperanto – waarnaar de titel van Cliteurs boek verwijst – nooit echt van de grond gekomen. Het is te gevoelsarm.

Esperanto heeft geen ziel. Godsdienst, waar beleden, is ook onderdeel van de identiteit van een persoon of volk. Denk maar aan Polen, door het katholicisme onderscheiden van het orthodoxe Rusland en het protestantse Pruisen. Daarom ook meende Jacques Delors, roemrucht voorzitter van de Europese Commissie, dat de Europese cultuur kon worden gekenschetst met de begrippen rationalisme, humanisme en christendom. Nu meent Paul Cliteur dat ‘religie [moet] worden gevrijwaard van de onterechte poging van sommigen om haar op te zadelen met moraal’. Cliteur wil een godsdienst zonder moraal.

Mij werd eens gevraagd wat de kern is van het christendom. Mijn antwoord was dat God zijn enige zoon op aarde geboren heeft laten worden, zodat hij, de Zoon, de zonden van alle mensen op zich zou kunnen nemen om aan het einde der tijden, gezeten ter rechterzijde van God de Vader, over alle mensen te oordelen. Mijn ondervrager toonde zich verbaasd. Hij dacht dat het christendom over de verhouding tussen mensen ging, over de liefde bijvoorbeeld. Ja, was mijn repliek, dat is de horizontale dimensie van het christendom, en die is ook belangrijk; maar ze bezit toch minder onderscheidend vermogen, want alle godsdiensten hebben een morele component – ook de godsdiensten die niet gebaseerd zijn op een opbaring, zoals hindoeïsme of boeddhisme. Daarom had de door mij genoemde verticale dimensie van het christendom een groter onderscheidend vermogen en kon zij daarom met meer recht tot kern worden bestempeld. Ik zeg dit omdat het mijn mening is dat alle godsdiensten een moraal onderwijzen – als we ze zouden ontdoen van die horizontale dimensie, van de moraal, dan zouden we hen hun ziel ontnemen. Zij zouden net zo zielloos worden als het esperanto. Zij zouden spoedig ophouden te bestaan.

Volgens het liberale Eerste-Kamerlid Heleen Dupuis gaat moraal zelfs vooraf aan godsdienst. Zij meent dat een beroep op Gods wil of Gods woord nooit een voldoende morele rechtvaardiging voor gedrag kan geven. Dat laatste ben ik met haar eens. Nu schrijft Paul Cliteur, alweer in zijn voorwoord, dat zijn boek niet mag worden opgevat als ‘een aanval op religie als zodanig’. Ik respecteer zijn bedoeling, maar zijn boek is wel degelijk een dergelijke aanval, want wie godsdienst wil ontdoen van moraal – als dat al mogelijk zou zijn – draait haar de nek om. Men vergeve mij de beeldspraak. Men moet hier een onderscheid maken tussen dogmatische vormen van godsdienst en andere vormen van religiositeit.

Dat dogma’s grote ellende hebben veroorzaakt – en dat nog steeds doen – kan niemand ontkennen die naar de wereld kijkt. Anders ligt het met de behoefte aan zingeving, die zich uit in ongeorganiseerde en vage maar gezamenlijke vormen van introspectie en inspiratie. Hoeveel stabiliteit die vormen zullen hebben, is niet te voorzien. Paul Cliteur wil een autonome ethiek, dat wil zeggen: een ‘niet religieus gefundeerde ethiek’. Die wil ik ook, want een dergelijke ethiek is de enige mogelijke in een samenleving waarin verschillende godsdiensten naast elkaar voortbestaan. Maar laat hij niet de illusie koesteren dat die openbare en autonome ethiek geen concurrentie zal krijgen van de verschillende dogmatische vormen van op godsdienst gebaseerde ethiek. Dat is in feite het centrale dilemma van de multiculturele samenleving.

Overigens – en dit tot slot – hoe zou die autonome ethiek van Paul Cliteur eruit zien? Zou die niet uit dezelfde waarden van de Verlichting bestaan waaraan hij en ik universaliteit toekennen? In overeenstemming met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens? Ik wil het hopen, net als ik hoop dat velen dit boeiende boek zullen lezen.

Frits Bolkestein (Amsterdam, 1933) werkte jarenlang voor Shell, was minister van Defensie in het kabinet-Lubbers II en politiek leider van de VVD. Tot voor kort was hij Europees Commissaris voor Interne Markt en Belastingen voor de EU. Tegenwoordig is hij bijzonder hoogleraar Intellectuele grondslagen van politieke ontwikkelingen aan de Universiteit Leiden en de Technische Universiteit Delft.
Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.
Willem Elsschot (1882-1960)

Terug naar “Samenleving & Integratie”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten