Islamofobie? Een nuchter antwoord

Gebruikersavatar
hans van de mortel
Berichten: 5594
Lid geworden op: Zo Jun 03, 2007 12:41 pm

Islamofobie? Een nuchter antwoord

Berichtdoor hans van de mortel » Za Jan 15, 2011 10:45 am

Afbeelding

Islamofobie? Een Nuchter Antwoord

Frans Groenendijk

Frans Groenendijk heeft in eigen beheer dit  boek uitgegeven nadat hij verschillende uitgevers had benaderd. Deze zagen er vanaf omdat zij bang zijn voor represailles uit de moslim- en linkse hoek.

Titel en ondertitel van het boek geven al heel wat aanwijzingen over wat er in aangetroffen kan worden. Het boek bestaat uit vier delen.
In deel I wordt het begrip ‘islamofobie’ uitgebreid geïntroduceerd en wordt ingegaan op de samenstellende delen er van.

Bij het beschrijven van waar de islamitische ideologie voor staat is niet gezocht naar kwetsende terminologie maar wordt er ook geen respect getoond. Respect is immers (volgens van Dale) “eerbied uit hoogachting of angst” en hoogachting noch angst is in de ogen van de auteur bij de benadering van het mohammedanisme op zijn plaats. Het vraagteken in de titel verwijst nadrukkelijk ook naar deel I van het boek. De Koran is grondig bestudeerd en wordt -tamelijk gedetailleerd- besproken vanuit een volstrekt nuchter-seculiere invalshoek. De conclusie van de “boekbespreking” luidt:
   “Kortom, de eerdere opmerking dat veel meer mensen het boek zouden moeten lezen om zichzelf een oordeel te vormen, is door nauwgezette bestudering ervan stevig onderstreept. Wanneer het mohammedanisme iets vredelievends of beschaafds heeft, is dat ondanks in plaats van dankzij het geschrift dat er de basis voor legde”.

Daarnaast wordt alvast enigszins ingezoomd op de positie van de politieke en religieuze elite in de “islamitische wereld”. In dit deel wordt ook uitgelegd dat het woord ‘islam’ een verwarrend begrip is en men beter het ouderwets lijkende ‘mohammedanisme’ zou gebruiken. Overwegingen bij het tweede deel van het woord, ‘fobie’, leiden naar de verklaring voor de opzet van het meest omvangrijke deel van het boek: Deel II, angsten en afkeer.
Dat gaat als volgt:
   “…Het is volstrekt helder dat het gebruik van de uitgang fobie in het woord islamofobie voor iets anders moet staan dan hier beschreven wordt. De mensen die worden aangeduid als islamofoob zijn zelf echt niet van mening dat ze last hebben van een overdreven of onredelijke angst. Omgekeerd zijn de Organization of the Islamic Conference (OIC) en de elite van de EU ook niet bezorgd om het lijden van mensen die intense angst of spanning ondergaan wanneer ze blootgesteld worden aan uitingen van mohammedanisme: men wil er hard tegen optreden of het zelfs verbieden en alleen volslagen idioten zouden op deze wijze willen optreden tegen angsten of ziekten, laat staan tegen ziekelijke angsten!
Nee, de uitgang fobie in de term islamofobie wordt meer gehanteerd naar analogie van het gebruik in homofobie of xenofobie. Daar staat de uitgang meer voor zoiets als “afkeer van / haat tegen”. In deze beide gevallen is het duidelijk dat de fobie niet staat voor iets dat aanleiding is om aandacht en hulp te organiseren voor “lijders” aan deze aandoening, maar aan iets waarvoor zij zich misschien wel moeten schamen en waar ze in ieder geval mee op moeten houden.

Er is echter een groot verschil tussen homofobie en xenofobie enerzijds en islamofobie anderzijds. Homofobie slaat op afkeer van/haat tegen homofilie: tegen de seksuele geaardheid van mensen dus. Xenofobie slaat op afkeer van/haat tegen buitenlanders. In deze beide gevallen gaat het om afkeer van/haat tegen eigenschappen van mensen. Bij islamofobie echter gaat het niet om een eigenschap van mensen maar om een geheel aan denkbeelden, een ideologie; een cultuur eventueel. Islamofobie zou men dus beter kunnen vergelijken met afkeer van/haat tegen andere ideologieën of culturen: liberalisme, communisme, katholicisme of de cultuur van de koppensnellers bijvoorbeeld. Vanzelfsprekend stellen aanhangers van deze ideologieën of culturen afkeer van of haat tegen hun ideeënwereld ook niet op prijs, maar nergens hoor je over inzet vanuit die stromingen om de afkeer van of haat tegen hun ideeënwereld af te schilderen als “de ergste vorm van terrorisme” zoals de OIC dat wel doet over islamofobie. Dat is vreemd.

Er zou al heel wat gewonnen zijn wanneer de mensen die naar analogie van het begrip “homofobie” het begrip “islamofobie” wensen te hanteren ook in dit opzicht de (sympathisanten van de) homo’s zouden volgen. Dus door onderzoek te verrichten naar de afkeer van het mohammedanisme en op het gedrag dat daaruit voortvloeit in plaats van te pogen de afkeer zelf te verbieden. Een belangrijk deel van zo’n onderzoek zal onontkoombaar gevormd moeten worden door het serieus onder ogen zien van die angst, afkeer, haat. Waar baseren mensen die angstig, afkerig of hatelijk staan tegenover het mohammedanisme die angst, afkeer of haat op?”.

Deel II van dit boek, tevens het belangrijkste deel, vormt een voorzet voor dat onderzoek. Het bevat informatie over en overwegingen bij een aantal van die angsten. Daarbij wordt ook geprobeerd een antwoord te geven op de vraag waar de angst, afkeer, haat op gebaseerd is en bij een deel er van is ook een beoordeling gegeven van de mate waarin die angst, afkeer, haat, begrijpelijk of terecht is
Die angsten komen vervolgens aan de orde in ca 20 hoofdstukken van uiteenlopende lengte. De onderwerpen variëren van de hoofddoek tot gettovorming, van genitale verminking tot adoptie, van slavernij tot de (on)mogelijkheid het mohammedanisme te hervormen. De omvangrijkste van deze hoofdstukken zijn gewijd aan Turkije, Israël en vrouwenrechten. In diverse van deze hoofdstukken komt het thema terug van het lage intellectuele en morele niveau van de islamgeleerden. Bijna allemaal besluiten ze met een of enkele alinea’s waarin teruggekomen wordt op de vraag wat er reëel is aan de angst, wat het meest verontrustende is, in welke mate en op welke wijze de beschreven dreiging ook betrekking heeft op de Nederlandse praktijk.

Het laatste hoofdstuk van deel II heet De andere angst: vàn de mohammedanen en de bezorgden. Daarin worden onder andere de verschrikkelijke gewelddadigheden in de Indiase deelstaat Gujarat van 2002 beschreven waarbij meer dan 1000 doden vielen, merendeels mohammedanen. In aansluiting daarop wordt uiteengezet dat het levensgevaarlijk zou zijn wanneer kritiek op mohammedaanse theorie en praktijk werd overgelaten aan rechts-extremisten en/of christenfundamentalisten.

In deel III wordt vooral ingegaan op de Organization of the Islamic Conference. Het is deze OIC die van het bestrijden van “islamofobie” een speerpunt heeft gemaakt. In Islamofobie? wordt in dit deel voortgebouwd op een boek van de onafhankelijk denkende mohammedaanse utopist Naveed Sheikh. Hij noteert dat er zeer weinig studie verricht is naar het functioneren van de OIC. Overtuigend laat Sheikh zien dat in wezen de OIC zeer ver af staat van een staatsoverstijgende organisatie die zelfs maar in de verste verte het ideaal van herstel van het kalifaat -van de Ottomanen of van de eerste mohammedanen- zou nastreven. Hij wijst er (met instemming) op dat de strijd tegen Israël het bindmiddel vormt.
De strijd tegen islamofobie gaat nu steeds meer de rol vervullen van een tweede bindmiddel voor deze organisatie die eerst en voor alles een netwerk vormt van de politieke en religieuze elites van de lidstaten, waarbinnen men elkaar in de gaten houdt en die tegenover de buitenwereld elkaar de hand boven het hoofd houden. Belangrijkste politieke doel van het boek Islamofobie? is de aandacht vestigen op de mate waarin dit gebeurt.

“De nadruk op buitenlandse inmenging in binnenlandse aangelegenheden van lidstaten staat voor de OIC altijd voorop, ook bij de beoordeling van barbaarse praktijken als steniging. In juni 2004 kwamen in Istanboel de ministers van buitenlandse zaken van de OIC-landen bijeen (Voor sessie 31). In punt 62 van hun verklaring spraken ze zich ook uit over steniging. Geen andere tekst brengt zo pijnlijk aan het licht waar de OIC voor staat:
   “De conferentie sprak haar grote zorg uit over de herhaalde en onjuiste pogingen om islam te associëren met schendingen van mensenrechten en over het gebruik van televisie, radio en de pers om zulke misvattingen te verspreiden. Ze riep op om de ongerechtvaardigde campagnes te stoppen die een aantal niet-gouvernementele organisaties voeren tegen een aantal LidStaten, waarin ze de afschaffing eisen van Sharia-wetten en straffen in de naam van het beschermen van mensenrechten. Ze [de ministers dus] bevestigden het recht van staten om hun religieuze, sociale en culturele eigenheden te handhaven, eigenheden die behoren tot hun erfgoed en die bijdragen aan het verrijken van gemeenschappelijke, universele concepten van mensenrechten. Ze benadrukte dat de universaliteit van de mensenrechten niet gebruikt moet worden als voorwendsel om zich te mengen in de binnenlandse aangelegenheden van Staten en hun nationale soevereiniteit te bespotten. De conferentie veroordeelde ook de beslissing van de Europese Unie om stenigen af te keuren als straf en wat ze inhumane straffen noemen zoals toegepast door een aantal lidstaten in overeenstemming met de islamitische Sharia”
Steniging als verrijking van universele mensenrechten dus.. ..”

De meest schokkende bevinding van het boek staat in de paragraaf Waarom ontbreekt kenmerk 5? in dit deel III. Bij nuchtere beschouwing van wat de OIC schrijft over het begrip islamofobie blijkt onomstotelijk dat die organisatie het mohammedanisme zelf als politieke ideologie ziet. Zij wel!
Naast de OIC komt in dit deel het duivelse samenspel aan de orde tussen ‘gewone’, fundamentalistische en extremistische mohammedanen in het Westen. Een samenspel dat niet georkestreerd is en ook niet als zodanig georganiseerd hóeft te worden om toch in een of andere vorm op te treden in elk land waar meer dan een of twee procent van de bevolking zich moslim noemt. Verder wordt geschreven over zekerheden en onzekerheden met betrekking tot de ontwikkeling in de richting van een Nederlandse of Westerse ‘versie’ van het mohammedanisme.

In deel IV wordt geformuleerd welke politieke stappen in Nederland en de westerse wereld als geheel gezet zouden moeten worden.
In het Nawoord wordt teruggekomen op de noodzaak “de boel uit elkaar te houden”. Daarmee wordt gedoeld op de noodzaak de fundamentalistische predikers en mohammedaanse politici met dubbele agenda, genadeloos inhoudelijk het vuur aan de schenen te leggen om zo hun gezag bij de “culturele mohammedanen” te ondermijnen. Daarmee wordt ook gedoeld op het bestrijden van het wij-zij-denken dat besloten ligt in het oemma-denken. “De boel uit elkaar houden” slaat ook op de noodzaak om die maatschappelijke problemen die hooguit zijdelings verband hebben met de mohammedaanse ideologie aan te pakken, los van de strijd tegen die ideologie. Of het nu gaat om wangedragingen van jongens, de kwestie van de halve nationaliteit, immigratie van analfabeten, het vermoorden en verminken van vrouwen en meisjes: op geen van deze terreinen is het noodzakelijk of wenselijk beleid te ontwikkelen dat specifiek gericht is op mohammedanen. Dat dit beleid in de praktijk wel relatief veel mohammedanen betreft is een andere zaak.

http://www.neerlandsbloed.net

Het is nog maar een kwestie van tijd dat wij voorgoed af zijn van dat historisch kankergezwel uit de zandbak van de analfabeet sadist Mohammed. Tenminste in ONZE kennisbeschaving. In de islamitische wereld kent men geen beschaving, kent men geen kenniseconomie, kent men geen innovatie en verlichting. Het enige dat hen waarde en houvast geeft is het krot waar ze in wonen: het huis van de achterlijkheid van islam. Het electronische speelgoed ter schoffering van het Allah-wezen krijgen ze uit handen van ONZE kennisbeschaving. :drool:
Het is daarom goed om mohammedanen met hun neus op de feiten te drukken. dat zij eenzame achterlijke volgelingen van de analfabeet sadist Mohammed zijn. Derhalve dienen wij in ONZE kennisbeschaving te spreken van het mohammedanisme en mohammedanen.
Religie is de vrijwillige celstraf van het verstand.

Terug naar “Boekbesprekingen en recensies”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 3 gasten