Inburgeren in de praktijk

Gebruikersavatar
hans van de mortel
Berichten: 5594
Lid geworden op: Zo Jun 03, 2007 12:41 pm

Inburgeren in de praktijk

Berichtdoor hans van de mortel » Za Jan 15, 2011 1:08 pm

Afbeelding

Inburgeren in de praktijk

Roos Friesland

Uitgebracht in november 2010

De directe aanleiding voor mijn schrijfdrift was een uitzending van het tv-programma Rondom 10, waarin gesproken zou worden over de eventuele aanwezigheid van sharia-rechtsspraak in Nederland. Laurens Bakker van de Radboud Universiteit had hier een onderzoek naar gedaan. Ik hoorde en las dat de onderzoeker een kleine niet-representatieve groep moslims had geënquêteerd. Vreemd genoeg kregen degenen die enige kritiek hadden op de manier waarop het onderzoek was gedaan, nauwe­lijks de ruimte om hun zegje te doen. Ik begreep daar niets van. Waarom was kritiek op de manier van onderzoeken ‘not done’? In de reactie van de minister van Justitie op het rapport van de universiteit las ik dat hij wilde laten uitzoeken of docenten inburgering voortaan meer aandacht zouden kunnen geven aan moeilijke onderwerpen als huiselijk geweld en gedwongen huwelijken.
Gebrekkig onderzoek

Ik schreef een brief aan de onderzoeker (in het voorwoord integraal weer­gegeven). Ik vond dat hij niet de juiste mensen had gesproken. Ik kende namelijk vele voorbeelden van moslimvrouwen in mijn klassen die leven onder vervelende tot verschrikkelijke omstandigheden. Die slachtoffer zijn van ‘iets’ waar wij Nederlanders niet duidelijk de vinger op kunnen leggen. Ik was van mening dat de onderzoeker weinig onderschei­dingsvermogen, intelligentie en integriteit had getoond. Omdat ik er geen vertrouwen in had dat hij door de brief van een docent inburgeren beter zou gaan nadenken, besloot ik de brief als open brief aan kranten en omroepen en journalistiek onafhankelijke bloggers te sturen. Een schrijver/journalist was geïnteresseerd in mijn belevenissen en plaatste mijn brief op zijn site. Er kwamen flink wat reacties op. Vervolgens begon ik meer herinneringen op te schrijven en kon daar niet meer mee stoppen.

Een passage: “Parsa was ijverig, hij oefende thuis en maakte vor­deringen. Ik vond hem sympathiek en aandoenlijk. Het was een lange, slungelige man van in de dertig en hij droeg een bril met sterke glazen waardoor zijn treurige ogen extra vergroot werden. Hij leek een beetje op de Britse docu­mentaire­maker Louis Theroux. Hij praatte tijdens de les niet zo veel en als hij wat zei, deed hij dat langzaam. Hij dacht altijd eerst na voor hij wat zei en maakte weinig zinsbouwfouten.

In de periode van drie maanden dat ik hem in de groep had, was het ook weer ramadan. Voor de moslims was het weer een zware tijd en vooral voor de vrouwen, die tijdens deze gedwongen vastenperiode veel moeten koken en bakken. Toen ik in de week voorafgaand aan het Suikerfeest informeerde wie er wel en wie er niet naar school zouden komen op de bewuste dag, verbaasde het me niet dat Parsa aangaf gewoon naar school te komen. Op een ongelooflijk rustige manier zei hij dat hij niks met de islam te maken wilde hebben. Hij vond de jihad verschrikkelijk. Hij had in Iran in de gevangenis gezeten, was mishandeld en na schooltijd liet hij mij een keer zijn littekens zien. Zijn borstkas was ingedeukt.

(…)  Parsa was een vechter en een doorzetter en hoewel ik eigenlijk liever naar huis wilde om te gaan lunchen nadat de les was afgelopen, bleef ik soms langer om hem te helpen. Hij had zelf al meerdere keren gebeld naar zijn huisbaas en gevraagd of die iets met geluidsisolerend materiaal kon doen, maar er gebeurde niks. Eigenlijk wilde Parsa dat de coffeeshop onder zijn huis werd gesloten. In de klas praatten we over coffeeshops. Ik waardeerde Parsa’s vasthoudendheid en zijn lef zeer. Hij ging met een sympathieke, vrolijke Iraanse klasgenoot die goed Nederlands sprak op de fiets naar het woningbureau en kreeg de status ‘urgent’.“


Journalist en schrijver Joost Niemöller, die vanaf de eerste letter die Roos Friesland op papier zette, een stimulans voor haar was om verder te schrijven, omschrijft het boek als volgt: “Een Somaliër riep boos: ‘Ik wil Sinterklaas niet!’ Het was niet grappig bedoeld. De man straalde agressieve ontevredenheid uit.”

Ze moest werken met een Turkse imam die vond dat hij vooral die docent iets te leren had. Zag zichzelf tot haar eigen verbazing ‘s ochtends een bord schapenvlees eten, omdat ze niet uit de toon wilde vallen. Zag ook de psychische en fysieke pijn van moslima’s, onder de plak van hun mannen. Ze ging met haar klas naar een voor de inburgering bedoeld theaterstuk dat de zuinigheid en botheid van Nederlanders etaleerde.
Ze had te maken met aardige, intelligente, bazige, agressieve, zielige, goedwillende, luie en gulle allochtonen, die vaak moeite hadden de taal te leren en daarbij ook nog moesten inburgeren. Roos Friesland vergrootte niets uit. Ze schreef het op zoals zij het meemaakte. Helder. Nuchter. En soms een beetje bitter.

Het is verhelderend om tussen alle radio en tv programma's en alle artikelen in kranten en opinie bladeren nu eens iets te horen van iemand die op de werkvloer er iedere dag weer voor moet zorgen dat de klus geklaard wordt.

U leest het boek in een adem uit.

Aanbeveling door Marja Rang
Religie is de vrijwillige celstraf van het verstand.

Terug naar “Boekbesprekingen en recensies”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 4 gasten