Is er inderdaad sprake van een schadelijk populisme?

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 71582
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

Is er inderdaad sprake van een schadelijk populisme?

Berichtdoor Ariel » Wo Aug 31, 2011 11:53 am

Is er inderdaad sprake van een schadelijk populisme?
Sebastien Valkenberg − 30/08/11,


In de Verlichting werd voor het eerst betoogd dat iedereen de vrijheid moest hebben om te denken wat hij wilde. Historicus Jonathan Israel onderzoekt de erfenis van dat idee en laat zien dat een zekere dosis lelijkheid inherent is aan een werkelijk publiek debat.
'Tegenwoordig heeft iedereen overal een mening over.' Zelden zijn deze woorden bedoeld als neutrale constatering, maar meestal als klacht. Tot voor kort verwezen ze meestal naar het publieke debat over de multiculturele samenleving. Dat zou door toedoen van Pim Fortuyn ('Ik zeg wat ik denk!') zijn ontaard in een kakofonie aan meningen.

Anno 2011 zijn het vooral economen die verzuchten dat het volk van alles roept over de eurocrisis ('Geen cent meer naar Griekenland!') zonder verstand van zaken. Hun suggestie: laat het nu maar aan de experts over.

Het staat buiten kijf dat de bijdragen aan het debat in kwaliteit verschillen. Maar is er inderdaad sprake van een schadelijk populisme zoals sommige critici menen?

We moeten op zijn minst terughoudend zijn met deze ferme conclusie, zo blijkt uit het nieuwste boek van de Britse historicus Jonathan Israel, 'Democratic Enlightenment'. Een stevig rumoer is nu eenmaal inherent aan ons maatschappijtype. En de basis voor dat 'stevige rumoer', zo weet Israel, is te vinden in de Verlichting - het werkterrein van deze historicus.

Niet dat Israel expliciet ingaat op het hedendaagse debat - hij blijft per slot van rekening historicus. Wél is het betoog van Israel des te bruikbaarder als je bedenkt hoe vaak en gemakkelijk naar de Verlichting wordt verwezen. En lang niet altijd terecht. De behoefte aan een definitie is groot.

Volgens Israel is de kern van deze intellectuele stroming, waarvan hij het epicentrum in het zeventiende-eeuwse Nederland situeert, de overtuiging dat dingen gerechtvaardigd moeten worden in plaats van op blind gezag aanvaard. De waarheid laat zich niet voorschrijven; ze vereist dat er argumenten worden aangedragen. Dáár zetten rationalistische denkers als Baruch de Spinoza en Pierre Bayle, volgens Israel de belangrijkste aanjagers van de Verlichting, zich voor in.

In het begin opereerden de verlichtingsdenkers nog ondergronds. Het zou duren tot de Franse Revolutie voor hun ideeën aan de oppervlakte kwamen. De politieke en religieuze machthebbers zagen al vroeg in hoe bedreigend het nieuwe gedachtengoed was.

Zowel Spinoza als Bayle ondervonden dat dissidentschap stevige sancties kon hebben. De eerste werd op drieëntwintigjarige leeftijd verbannen uit de sefardische gemeente in Amsterdam en de tweede vluchtte naar de Republiek omdat de situatie voor hem als calvinist in het katholieke Frankrijk steeds penibeler werd. Onvermijdelijk leest het werk van Israel dan ook als een schandaalkroniek.

Overigens had de gevestigde orde, en dan met name de geestelijkheid, alle reden om bezorgd te zijn: hun machtsbasis werd door de rationele verlichtingsdenkers ondermijnd. Haar rationalistische benadering stond op gespannen voet met de overtuiging dat de christelijke God de oorsprong was van de maatschappelijke orde.

De Bijbel als het onfeilbare woord van God, daar dachten Spinoza en Bayle heel anders over. Het was een boek als alle andere, stelden ze, en ook wonderen als tekenen van goddelijke almacht ontkenden ze. Begrijpelijk dus dat zij, en met hen vele anderen, telkens het ergst denkbare verwijt moesten aanhoren: atheïsme. Godloochenaars, zeiden de critici van de Verlichting, zetten de deur open voor revolutie. De geestelijkheid luidde dan ook de alarmklok.

Maar het gedachtegoed van de Verlichting laat zich niet reduceren tot een standpunt in een theologische twist. De reikwijdte hiervan is veel groter. We kunnen ons zelfs afvragen op welk terrein ze géén invloed uitoefende. De Verlichting, laat Israel zien, zorgde voor een nieuwe taal. Voor het eerst in de Westerse geschiedenis werd er betoogd dat mensen - álle mensen wel te verstaan, niet een groepje bevoorrechten - de vrijheid moesten hebben om te denken wat ze wilden, het verdienden om deze gedachten tot uitdrukking te brengen.

Het vergt weinig inlevingsvermogen om in te zien waarom traditionalisten dit met argusogen bezagen. Standpunten lagen niet meer bij voorbaat vast in een goddelijke orde, maar konden in principe altijd ter discussie worden gesteld. Dit had logischerwijs grote gevolgen voor de positie van de machthebbers. Voortaan konden ze zich niet meer zomaar op hun gezag beroepen, maar moesten ze werken voor hun gelijk. Anders gezegd: het publieke debat was niet langer weggelegd voor een kleine adellijke en geestelijke elite, voortaan mochten ook gewone burgers meedoen. In zekere zin kon het debat toen pas echt beginnen.

De veelheid aan meningen die werd toegelaten betekende niet dat elke mening van dezelfde hoge kwaliteit was. Niet alle standpunten hoeven even hoog aangeslagen te worden. Maar dat is, zeggen de verlichters, geen reden om ze uit het debat te weren.

Aan het eind van 'Democratic Enlightenment' maakt Israel de balans op. Volgens hem is er reden tot voorzichtig optimisme. Ondanks twee wereldoorlogen is er in de twintigste eeuw flinke terreinwinst geboekt voor de erfenis van de Verlichting. Op 10 december 1948 werd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen - een mijlpaal waar Spinoza cum suis ongetwijfeld ingenomen mee waren geweest.

Alle reden dus om victorie te kraaien? Dat ook weer niet. De uiterste consequenties van het universele karakter van de Verlichting blijken nog niet altijd eenvoudig te accepteren. Échte pluraliteit betekent dat er ook buitenissige of hysterische meningen te beluisteren zijn. Een zekere dosis lelijkheid is inherent aan een heus publiek debat. Israel maakt dat inzichtelijk aan de hand van de Verlichte zeventiende eeuw. Het zou dan ook een vergissing zijn het maatschappelijke gekrakeel als een typisch hedendaags fenomeen te zien.

Maatgevend historicus op het terrein van de Verlichting

In 2001 brak de historicus Jonathan Israel door bij een niet-academisch publiek met 'Radical Enlightenment', het eerste deel van een drieluik over de Verlichting. Vijf jaar later verscheen 'Enlightenment Contested' en nu is het afsluitende deel van de trilogie dus verschenen. Tezamen tellen de delen bijna drieduizend pagina's. Wie iets wil weten over de Verlichting kan niet om Israel heen. Het Britse weekblad The Economist voorspelt dat de trilogie de komende decennia maatgevend zal zijn.

Israel is meer dan enkel een beschouwend historicus. Zo ook in zijn nieuwste boek. Vooral in de epiloog wordt duidelijk dat de verlichtingswaarden hem ook persoonlijk aan het hart gaan. Het project van de Verlichting, betoogt Israel, speelt ook nu nog een grote rol.

Israel hield zich ook uitputtend bezig met de Republiek der Nederlanden. Deze oriëntatie is ook zichtbaar in zijn werk over de Verlichting. De belangrijkste stelling van deel één luidt namelijk dat de oorsprong van deze intellectuele stroming níet in Frankrijk of Engeland ligt, maar in het zeventiende-eeuwse Nederland. De Amsterdammer Spinoza staat aan de wieg van de radicale (en volgens Israel de enige echte) Verlichting - en niet Voltaire of John Locke zoals vaak wordt aangenomen.

Voor zijn prestaties is Israel uitgebreid gelauwerd. Vorig jaar ontving hij de Benjamin Franklin Medal voor zijn 'uitzonderlijke bijdrage' aan de kennis over de Verlichting. Een bijzondere blijk van erkenning was toen hij in 2004 Ridder werd in de Orde van de Nederlandse Leeuw, een eer die zelden toekomt aan een niet-Nederlander.

http://www.trouw.nl/tr/nl/5116/Filosofi ... isme.dhtml
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Terug naar “Boekbesprekingen en recensies”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten