Het vuur van Souad

Gebruikersavatar
sprot
Berichten: 4147
Lid geworden op: Ma Jan 27, 2003 11:25 pm
Locatie: Hel
Contact:

Het vuur van Souad

Berichtdoor sprot » Za Apr 03, 2004 3:56 pm

Uit 'De Morgen 3/04/04
CATHERINE VUYLSTEKE
Er zijn haast geen mensen zoals Souad.

Een eremoord overleef je doorgaans immers niet, laat staan dat je er een boek over schrijft en Europa afreist om te getuigen. Over een hondenleven, verbranding, 28 operaties, een nieuw bestaan in Europa, dood willen maar dochters hebben. Over 25 jaar na de feiten eindelijk spreken, en daardoor sterk worden. Trots op je littekens.

Het levensverhaal van de 46-jarige Palestijnse Souad is als een ware tranentrekker, mét een happy end. Ze moet achttien zijn geweest toen het ondenkbare gebeurde in haar geboortedorp op de Westelijke Jordaanoever. Ze kon niet trouwen, ze was nog niet aan de beurt, eerst moest haar oudere zus het huis uit. Souad, die nooit naar school was gegaan, die nergens vanaf wist en alleen slaag, werken, eten en slapen kende, was bang. Ze vreesde dat de man die haar vader om haar hand had gevraagd een ander zou nemen als hij moest wachten en zij niet inschikkelijk was.

En aldus schreef ze haar eigen doodvonnis: Souad raakte zwanger van haar toekomstige. Ze werd een charmuta, een verwerpelijke hoer die de eer van haar familie heeft geschonden en die ze alleen met haar dood van de schande kan verlossen.

Eén man had haar en haar ongeboren kind kunnen redden, een moedige man.

Maar dat was haar toekomstige niet: hij verdween prompt met de noorderzon.

De familie ontdekte het toen ze een maand of vijf zwanger was. Er werd familieberaad gehouden en aangezien Souads enige en aanbeden broer er niet was, viel de verantwoordelijkheid op haar schoonbroer.

Zwanger in Bethlehem

Zo kwam het dat Hoessein op die dag dat vader en moeder naar de stad waren, zei dat hij Souad kwam helpen. Ze had in de tuin vuur gestookt en deed er de was. Het enige wat ze zich later nog zou herinneren van wat volgde, is de koele vloeistof die langs haar rug liep en haar haar dat meteen in brand vloog. Ze moet toen over het muurtje zijn gesprongen, Hoessein deed zijn werk niet goed en liet haar ontkomen.

Dorpelingen brachten Souad naar het ziekenhuis van Bethlehem, een plaats waar de eed van Hypocrates niet leek te gelden. De jonge vrouw wier kin aan haar borstbeen was gesmolten en die zware brandwonden had over haar hele bovenlichaam en armen kreeg wekenlang geen hulp. Geen ontsmettingsmiddel en geen verzorging. Daar zou vaders toestemming voor nodig zijn geweest.

Maar die gaf hij niet, en er werd vast ook niet om gevraagd. In Palestijnse ziekenhuizen laten ze charmuta’s creperen. Alleen sturen ze de moeders weg als die met een gifbeker komen om het werk af te maken en de mannen van de familie uit de problemen te houden.

Jacqueline, een Zwitserse die voor een hulporganisatie werkt in het Midden-Oosten, wordt via een Palestijnse vriendin op de hoogte gebracht van de tragedie.

Van een stervend, zwanger meisje in een kamer vol verrotting in Bethlehem. Een ijlend meisje ook, dat gaat gillen als een witte jas opduikt. Om een koude douche te geven of stukken textiel uit de wonde te trekken. Een witte jas zonder mededogen.

Het is in die kamer, in het voorportaal van de dood, dat Souad het leven schenkt aan een jongen. Half comateus, zij, twee maanden te vroeg geboren, hij. Ze geeft hem een duw. Het kind valt op de grond en wordt even later meegenomen door een dokter die nog vraagt hoe hij heet.

Marouan.

Jacqueline wil Souad graag helpen, haar naar een ander ziekenhuis brengen, en dan naar Europa. Om er verzorgd te worden, om geen charmuta meer te zijn.

Souads ouders moeten daar evenwel toestemming voor geven. Niet om te leven, nee, maar om haar elders te laten sterven dan in Bethlehem. Om haar op een andere plek te kunnen begraven dan onder de boom in de tuin in het dorp op de Westelijke Jordaanoever.

Jacqueline bezoekt de ouders verschillende keren met een Palestijnse dokter.

Ze zien er niet als moordenaars uit, vindt ze, noch als de hardvochtige onmensen die ze in de verhalen van Souad zullen worden.

Wat hebben ze ongeluk, gevieren zijn ze het erover eens. Zou het niet beter zijn, suggereren Jacqueline en de dokter, als Souad wat verder werd begraven, als die schande niet zo dagelijks zichtbaar hoefde te zijn? En aldus laat Souads vader haar gaan.

Jacqueline heeft met veel moeite ook Marouan opgespoord. Kinderen van charmuta’s hebben geen vooruitzichten. En zo komt het dat ze eind december 1977 in Lausanne aankomen. Met z’n drieën.

Souad was niet doodgegaan, maar zou ze ooit nog echt leven? Alles moest opnieuw.

Haar gezicht, haar armen, haar buik, 28 operaties lang. De analfabete Palestijnse moest zichzelf heruitvinden, leren Frans spreken, leren leven, leren liefhebben.

En ze slaagt daarin. Of tenminste, zo lijkt het aanvankelijk.

Ze trouwt met Antonio, krijgt twee dochters en gaat uit werken. En toch: op een middag staat ze op het dak van het flatgebouw waar ze wonen. Na een hele doos pillen, en met het duidelijke plan om te springen. Maar dan ziet ze, aan de overkant, het dak van de school van haar meisjes. En dus strompelt ze de trap weer af en wordt ze wakker in het ziekenhuis.

Ze kon het toch niet, leven met de littekens.

Niet met die op haar lichaam, die het zwemmen en dragen van korte mouwen beletten, maar evenmin met die in haar hoofd. Schuldgevoelens, schaamte en Marouan. Niemand weet van hem, met Antonio heeft ze het er één keer over gehad, maar daarna nooit meer. Marouan werd geadopteerd door het gezin dat ook Souad in die eerste jaren heeft opgevangen.

Maar als zijn moeder sterft, zoekt hij contact met haar. Een grote, knappe twintiger is hij onderhand, een jongen die lijkt op zijn vader.

En ondertussen vraagt Jacqueline of ze niet wil getuigen, of ze met de hulp van Marie-Thérèse Cuny een boek wil schrijven.

Over alles. Haar hondenleven, haar toekomstige, het vuur, het kind, het leven in Europa.

Dan ontmoet ik haar in Amsterdam.

Een mooie vrouw wier lippen, neus, ogen en voorhoofd niet door de vlammen werden beroerd. Souad praat alleen in het bijzijn van een Franse dame uit de uitgeverswereld en een bodyguard voor de deur. In een kamer zonder vensters, met boeken tegen de vier muren. Souad wil niet op de foto, interviewers worden aan identiteitscontrole onderworpen. Een kwarteeuw nadat ze brandend over de muur van haar huis sprong, vreest Souad nog altijd dat haar familie haar zal vermoorden. “De oorlog tussen Israëli’s en Palestijnen”, zegt ze glimlachend, “de oorlog die dagelijks op de televisie is, die bestond in mijn leven op de Westelijke Jordaanoever niet. Er was de oorlog in mijn familie, die overstemde alles. Ik weet niet of jullie Europeanen het universum kunnen begrijpen waarin wij in het dorp leefden. Liefde, vriendschap, steun of solidariteit bestonden er niet. Er werden geen meningen gevraagd of gegeven, je had ze ook niet. We werkten als ezels en waren minder waard dan schapen. We voerden geen gesprekken, met onze zussen, noch met onze moeder. Al die dingen heb ik in Europa geleerd. “In ons dorp waren de dingen simpeler.

Als je een meisje baart, huil je en vloekt iedereen; baar je een jongen dan viert het hele dorp feest. Baar je vier meisjes, dan zegt je man dat het welletjes is geweest en dan doe je zoals mijn moeder: ze doodmaken bij de geboorte. “Ik was erbij, ik zag het. Zelfs dat werd niet uitgelegd, er werd helemaal niet over gesproken. Ik begreep het niet, ik was een kind, een kind dat vanaf dat moment met een onbestemde, niet aflatende angst door het leven ging. Ze kunnen je altijd doodmaken, wist ik toen, en niemand die daar wat van zal zeggen. Dus kijk je rond voor je water uit de put haalt, of je vader of moeder niet in de buurt is om je erin te duwen. “En tegelijk vergeet je. Of toch iets dat daarop lijkt. Ik had het met mijn zus, wier naam ik me niet meer herinner. Ik wist dat ze er niet meer was, maar hoe ze was verdwenen, kon ik me niet meer voor de geest halen. Tot ik een foto zag van een eremoord, een beeld van een meisje dat met een telefoonsnoer was gewurgd.

Door haar broer. Ik werd misselijk, letterlijk. Toen ik de volgende ochtend wakker werd, wist ik het weer: mijn zusje, ik was erbij toen onze broer haar met een snoer wurgde. Ik heb nooit geweten waarom; ik wist alleen dat ze een charmuta was geworden. “Waarom? Ach, we stelden geen vragen, we kenden onze plaats. Ik zie nog hoe we allemaal aan tafel zaten, en hoe mijn vader tegen mijn broer zei: kijk naar mijn geiten en schapen, ze geven wol, melk, lammeren en uiteindelijk vlees. Ze zijn meer waard dan dochters. “Ik heb mijn moeder erg lang gehaat.

Wegens de moorden, de gifbeker, het totale gebrek aan liefde. Ze heeft nooit iets vriendelijks tegen me gezegd. Ik haatte haar zozeer dat ik me een paar jaar geleden heb laten opereren, zodat ik niet meer zo hard op haar zou lijken. Zodat ik haar niet meer zou zien telkens als ik in de spiegel keek. “Meer dan twintig jaar heeft het geduurd, tot na de verschijning van mijn boek in het Frans, tot na de talloze ontmoetingen met geïnteresseerde, lieven mensen. Meer dan twintig jaar voor ik begreep dat het niet haar schuld was; ze deed alleen maar wat van haar werd verwacht.

Mijn moeder gehoorzaamde mijn vader en beschermde mijn broer, ze zorgde voor de enigen die telden. Door hun voeten te wassen als ze thuiskwamen, door eten voor hen te bereiden en zelf met de meisjes achteraf de resten te eten, door de pasgeborenen te doden, door mij het gif aan te reiken.

Oude ik, nieuwe ik

“Mijn vader sloeg ons dagelijks en als ze probeerde hem te laten ophouden, sloeg hij ook haar. Of dan bond hij niet alleen mijn zusje en ik in de stal vast omdat we een schaap waren verloren, maar ook haar. “Ik was zoals mijn moeder. Het heeft jaren geduurd voor ik anders ging denken dan zij, en nog meer jaren voor ik de evolutie zelf inzag. Toen ik pas in Europa woonde, vond ik dat het fout was dat ik nog leefde. Ik schaamde me om mijn misdaad, en om mijn littekens die daar altijd weer aan herinnerden. Ik zou gevochten hebben met mensen die mijn ouders of mijn dorp bekritiseerden, mensen die zeiden dat eremoorden moorden waren.

Toen ik een man had, wilde ik zijn voeten wassen als hij thuiskwam en tijdens mijn zwangerschap hoopte ik vurig een jongen te baren. Ik hoorde over een eremoord en zei: dat is normaal, had ze maar niet moeten... “Mijn moeder kon het dus niet helpen.

Mijn vader wel, het was zijn soort die de wetten bepaalde, die het voor het zeggen had. Mijn vader, die kleine, gemene man met zijn rossige haar en blauwe ogen, zal ik haten tot de laatste dag van mijn leven.

Ik wilde dat hij zou lijden zoals ik heb gedaan, fysiek en psychisch. Zozeer dat sterven een troost is. “Mijn oude ik is in het dorp gestorven, mijn nieuwe heeft zich slechts heel langzaam ontwikkeld. Het was erg lang niet zeker dat die het zou halen. Ik wilde niet meer, ik kon niet meer vechten tegen de schuldgevoelens en de nachtmerries, tegen het feit dat ik niet naar het zwembad kon en dat ik mijn meisjes en mijn man daarvan aldus ook verstoken hield. “Toen heb ik Marie-Thérèse leren kennen, die de pen is geweest voor mijn boek. Dat was de allerbeste therapie voor me, veel beter dan de psychiaters die haar voorafgingen. Aanvankelijk was ik vreselijk zenuwachtig. Ik herinnerde me ongeveer niets meer van mijn kindertijd.

Dat we altijd moesten werken, niet naar buiten mochten, nooit nieuwe kleren kregen, dat we geen schoenen hadden.

Marie-Thérèse wilde alles weten, ook dingen die ik me niet wilde herinneren. Alles over Marouan bijvoorbeeld. Hoe ik hem vervloekend op mijn buik sloeg toen ik ontdekte dat ik zwanger was, opdat het bloed zou komen. Ik hoop dat hij me vergeeft als hij het boek leest. Hij zegt het ooit te willen doen, maar niet nu. “Desondanks zijn we erg blij dat we elkaar terug hebben gevonden. Ik dacht dat hij erg boos op me zou zijn omdat ik hem heb afgestaan, maar hij wist helemaal nergens van, en geloofde dat ik hem niet in mijn leven wou. “Toen hij hoorde dat ik in brand was gestoken omdat hij in mijn buik zat, vroeg hij of het zijn schuld was. Ik zei van wel.

Ik, de Souad uit het Palestijnse dorp, heb dat twintig jaar lang gevonden. Diezelfde nacht belde ik hem terug. Nee, mijn zoon, zei de nieuwe Souad die in Europa was geboren, het was jouw schuld níét. “Ze botsen soms, de Palestijnse en de Europese Souad. Ik kan het niet helpen.

Het is ook om die reden dat ik tot dusver geen contact heb gezocht met andere vrouwen die met Jacquelines hulp hun land ontvluchtten uit vrees voor een eremoord.

Ze zouden denken zoals ik toen, en ik zou er slecht tegen zijn opgewassen, ik zou het niet kunnen uitleggen.

Laat de tijd eerst zijn werk doen, laat hen Europeanen worden.

‘Elke keer weer vragen mensen me het: of het nu nog zou kunnen, of er nog charmuta’s zijn. Er zijn er zo’n 5.000 per jaar, zo blijkt uit onderzoek dat Jacqueline met haar organisatie Surgir deed. In India, Pakistan, Palestina, Irak, Iran. En hoe het moet ophouden?

De sleutel voor verandering ligt bij de mannen. Bij die laffe, wrede mannen die vrouwen knechten, gebruiken en mishandelen.

Hen veranderen zal ontzettend veel tijd kosten, dat maken we niet meer mee. “Dat maken zelfs mijn dochters niet mee, die lieve tieners die me nu in staat stellen zelf een adolescent te zijn. Ik ga met ze naar de feestjes die me onthouden werden, ik neem ze in vertrouwen, ik lach en dans en voel me vederlicht.

Sinds dit boek, ja, waarin alle schuld van het verleden is opgeborgen. “Toen Marie-Thérèse met me werkte, had ik elke dag hoofdpijn. Ze zei dat het normaal was, en dat het wel minder werd.

Ze had gelijk. Sindsdien ben ik me almaar beter gaan voelen. Energieker, zelfbewuster, ronduit tevreden en trots op mezelf.

Dat ik het overleefd heb, dat ik het mentaal gehaald heb en dat ik heb durven te spreken. Kijk naar mijn armen, zie wat ze met me deden. En toch hebben ze me niet klein gekregen. Ik ben trots op mijn familie, op mijn leven, op mijn littekens.” Souad, Geschonden, Uitgeverij Arena, 18,50 euro.
Soms denk ik juist,soms denk ik fout,maar ik dénk tenminste
Dubitando ad Veritatem pervenimus (Cicero)
Sapere aude!
In het 'Huis van de Vrede' is het steeds Oorlog.

Terug naar “Boekbesprekingen en recensies”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten