Slavernij

Bestaat God? Wat is de waarde van religie? Mag je een dogma in twijfel trekken?
Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 76623
Lid geworden op: wo apr 07, 2004 10:30 pm

Re: Slavernij

Bericht door Ariel »

Rotterdam vernoemt straten naar ’strijders tegen slavernij’

In de wijk Charlois in Rotterdam zijn vijf nieuwe straten vernoemd naar personen die ’streden tegen slavernij en koloniale overheersing’ in de voormalige Nederlandse koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen. De straten worden aangelegd in nieuwbouwproject ’In het Zuiderpark’.

In 2021 nemen de eerste bewoners hun intrek in hun huis aan de Tulastraat. Andere gekozen straatnamen zijn Thicopad, Janey Tetarypad, Virginia Graaipad en Bonipad. De vijf streden tegen koloniale overheersing op Curaçao, Aruba en in Suriname.

Het idee om een straat naar Tula te noemen kwam in november vorig jaar van de Rotterdamse inwoner Simão Miguel. Hij tipte de commissies die erover gaan. Een commissieadvies werd later weer omarmd door wethouder Bert Wijbenga van Integratie en Samenleven.

Miguel is blij met de straatnamen. „Het is goed dat het koloniale verleden zichtbaar is in Rotterdam. Niet alleen de kant van de overwinnaars maar ook de kant van de mensen die streden tegen die overheersers. Dat zijn echte helden die verzet leverden. Een inspiratiebron voor iedereen in de stad.”
Een inspiratiebron voor iedereen in de stad.
:nietverstaan: Kweenie hoor. Hoe de echte Rotterdammers hier op gaan reageren.
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 76623
Lid geworden op: wo apr 07, 2004 10:30 pm

Re: Slavernij

Bericht door Ariel »

Ik ben die helden op internet gaan opzoeken.

Tulastraat.
Op 3 oktober 1795 stierf slavenleider Tula een wrede marteldood. Wie was hij?

Op 3 oktober 1795 werd Tula, de leider van de grote slavenopstand op Curaçao, op gruwelijke wijze geëxecuteerd. Net als de Surinaamse schrijver en verzetsstrijder Anton de Kom (1898-1945) is Tula bij het Nederlandse publiek nauwelijks bekend. Wie was Tula? En wat is zijn historische betekenis?

Over het leven van Tula voor de grote slavenopstand van 17 augustus 1795 is eigenlijk niet heel veel bekend. Waar en wanneer hij geboren was, is nergens overgeleverd gebleven. Wat we wel weten is dat hij en zijn ouders als slaaf te werk waren gesteld op de Curaçaose plantage Kenepa, eigendom van de Nederlander Caspar Lodewijk Van Uytrecht. Met ongeveer vijftig andere mannen en vrouwen moest hij hard werken onder erbarmelijke omstandigheden.
Spoiler! :
Hoewel de gronden op Curaçao plantages werden genoemd, groeiden er geen gewassen zoals suiker en tabak, de gebruikelijke gewassen op de andere Caraïbische eilanden. Vanwege de droogte konden hier alleen voedingsmiddelen zoals Turkse tarwe en vruchten als mango, limoen, en sinaasappel worden geteeld. Daarnaast deden plantages aan veeteelt, voor de zuivel, het vlees en de huiden. Plantages telden maximaal vierhonderd slaven. Zulke grote slavenpopulaties waren nodig om het zout uit de zoutpannen te vergaren en de andere werkzaamheden op de plantage te verrichten. Maar wat maakte de Nederlandse plantages op Curaçao eigenlijk zo beroerd?

In de jaren voor 1795 was de onvrede op de plantages in Curaçao zodanig aangezwollen dat er een opstand in de lucht hing. De leef- en werkomstandigheden voor slaven waren abominabel en straffen zonder aanleiding waren schering en inslag. Bovendien was er voor de slaven maar weinig voedsel en het voedsel dat er was, was van slechte kwaliteit. Slaven op Curaçao moesten sinds kort ook op zondag werken en met het weinige geld dat ze daarmee verdienden moesten ze hun eigen levensmiddelen kopen. Uiteraard bij de eigenaar van de plantage, die daarvoor een hoge prijs rekende.

Dit waren omstandigheden die, zelfs binnen het repressieve, inhumane plantagesysteem, ingingen tegen het slavenreglement. Een plantagehouder had immers altijd nog de plicht om de mensen te voeden die hij gratis voor hem liet werken. De slavenopstanden in de Franse koloniën in het Caraïbische gebied vanaf 1791 hebben het vrijheidsvuur bij Tula en de zijnen aangestoken. Tula kreeg niet voor niets de bijnaam ‘Rigaud’, naar André Rigaud, de leider van de slavenopstand op het door de Fransen bestuurde Haïti.

Als de Franse Revolutie met de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap in de jaren na 1792 over Europa uitwaaiert – en uiteindelijk ook op de punten van Franse bajonetten onze contreien bereikt, wordt De Republiek der Zeven Verenigde Nederland in 1795 omgedoopt tot de Bataafse Republiek. De Bataafse Republiek was een satellietstaat van Frankrijk, dat in 1794 de slavernij had afgeschaft. Tula grijpt dit momentum aan om de al bestaande onvrede te concretiseren en eist dat de slaven worden vrijgelaten.

Samen met een kleine groep vrienden en vertrouwelingen die kwamen van plantages uit de omgeving – Bastiaan Carpata en Pedro Wacao zijn de namen die we nu nog kennen – organiseert Tula bijeenkomsten. Binnen een paar dagen wordt een klein leger gevormd dat bereid is om te vechten voor vrijheid en een menswaardig bestaan.

Het is 17 augustus 1795 wanneer Tula besluit om te stoppen met werken. Met een groep van bijna vijftig man stapt hij af op plantage-eigenaar Caspar Lodewijk Van Uytrecht, om bij hem te pleiten voor hun vrijheid. Van Uytrecht verwijst Tula en de zijnen door naar de gouverneur in Willemstad, die zetelt in Fort Amsterdam.

‘Wij willen niemand kwaad doen, maar wij willen vrijheid’

Op hun tocht daarnaartoe komen de opstandelingen langs verschillende plantages op het eiland: Lagun, Santa Cruz, Porto Marie, San Nicolas, Santa Martha en San Juan. Steeds meer slaven sluiten zich aan bij de protesterende groep mannen. Ook bevrijden Tula en zijn vrienden slaven die gevangen zaten. Uiteindelijk zwelt de groep aan tot ongeveer tweeduizend man.

Ondertussen zit de Koloniale Raad met de handen in het haar. Met het vertrek van Tula uit Kenepa had Van Uytrecht zijn eigen zoon te paard naar gouverneur De Veer in Willemstad gestuurd, met een briefje waarin hij waarschuwde voor een mogelijke slavenopstand.

Diezelfde avond nog houdt de Koloniale Raad een spoedbespreking. Naast het reguliere garnizoen worden alle vrije zwarte militairen en mulatten opgeroepen om de hele nacht te patrouilleren rondom Willemstad, zo bang was het koloniale bewind voor Tula en zijn mannen. Commandant Wierts van het marineschip Medea, dat in de haven aangemeerd ligt, wordt gevraagd om Fort Amsterdam en de stad te verdedigen indien dat nodig was.

De successen van Louis Mercier

Tula stuurt zijn volgeling Louis Mercier terug naar Kenepa om de andere slaven te bevrijden. Onderweg valt Mercier ook de plantage Santa Cruz aan en neemt hij een commandant en tien van zijn mulatten gevangen. Daarnaast bevrijdt Mercier slaven van andere plantages en maakte hij meer wapens buit. Bij de plantage Fontein doodt Mercier de Nederlandse schoolmeester Sabel uit medelijden. Een van de andere opstandelingenleiders, Pedro Wacao, had Sabel namelijk achter een paard gebonden. De schoolmeester werd het eerste echte slachtoffer van de rebellen.

Mercier maakt wapens en een kanon buit op plantage Fontein en treft voorbereidingen om de heuvel Seroe Fontein dichtbij het landhuis te bezetten. Vanaf de heuvel kunnen de opstandelingen de weg van Willemstad naar Bandabou controleren. Tula en zijn kameraden kunnen inmiddels rekenen op de hulp van de meerderheid van de slaven en vrije zwarten op Bandabou. Veel plantage-eigenaars op het platteland hadden hun huizen verlaten en waren naar de stad gevlucht. De opstandelingen hebben hierdoor de beschikking over genoeg voedsel en water.

In de stad besluit de Koloniale Raad om een kleine strijdmacht, bestaande uit twaalf militairen en dertig vrije zwarten onder commando van luitenant R.G. Plegher, naar Bandabou te sturen. Deze groep gaat per boot van Willemstad naar Boca San Michiel en van daar te voet naar Portomari, waar Tula en zijn volgelingen hun kamp hadden opgeslagen. Op 19 augustus lijdt Plegher een gevoelige nederlaag op de plantage Oud St. Marie. De rebellen komen hierdoor in het bezit van tachtig extra geweren. Hun aantal is inmiddels tot twaalfhonderd gegroeid. Tula en zijn opstandelingen zijn een serieuze bedreiging geworden voor de koloniale macht.

Onderhandelingen

De Koloniale Raad stuurt hierop een groter leger naar Bandabou. Dat bestaat uit 93 soldaten, 62 mariniers en 45 burgers te paard. Ze staan onder commando van garnizoenskapitein Baron van Westerholt tot de Leemcule. Hij heeft orders om de rebellen clementie aan te bieden, om zo levens te redden. Met deze groep gaat ook Jacobus Schink mee, een pater van de franciscaner orde.

Schink spreekt met Tula en probeert hem over te halen om zich over te geven. Hij tekent dit gesprek ook op. Tula antwoordt: ‘Zij hebben ons erg slecht behandeld. Wij willen niemand kwaad doen, maar wij willen vrijheid. Is niet iedereen op aarde een afstammeling van Adam en Eva? Deed ik er fout aan om 22 broeders uit de gevangenis te bevrijden, waar ze ten onrechte in zaten? Ai, vader, zelfs een dier krijgt een betere behandeling.’

Tula vertelt Schink ook dat hij weet dat de Franse slaven op Haïti waren vrijgelaten. Omdat Nederland in Franse handen is, beredeneert hij dat de slaven op Curaçao dan ook de vrijheid verdienen. Hij neemt daarom geen enkel aanbod aan.

Schink keert terug naar Baron van Westerholt en licht hem in over de voorwaarden van Tula. Maar Van Westerholt is niet bereid om in te gaan op deze eisen en besluit om versterkingen te halen. Hij gaat in de aanval en geeft orders om te schieten op elke gewapende slaaf. Negen slaven worden gedood, velen raken gewond en twaalf opstandelingen worden gevangengenomen. De overige opstandelingen weten te vluchten.

Verraden en gebroken

Tula en zijn kameraden geven de strijd nog niet op. Zij vergiftigen het drinkwater van hun vijand en veroveren voedselvoorraden. Hun guerrillaoorlog gaat door totdat Tula en Carpata op 19 september 1795 worden gevangengenomen. Ze worden verraden door een slaaf die was gezwicht voor de buitengewoon aanlokkelijke beloning dat was uitgeloofd voor degene die een of meerdere opstandelingenleiders kan uitleveren.

Louis Mercier was al eerder gevangengenomen in de buurt van de plantage Kenepa. Op het moment dat de belangrijkste leiders zijn gearresteerd is de opstand voorbij. Tula wordt gedwongen een valse bekentenis te ondertekenen, waarin staat dat hij het op witte en gekleurde mensen had voorzien.

Op 3 oktober 1795 worden Tula, Bastiaan Carpata en Pedro Wacao publiekelijk ter dood gebracht. Tula wordt als eerste terechtgesteld. Met een ijzeren staaf worden alle botten in zijn lichaam gebroken. Daarna wordt zijn gezicht verbrand en uiteindelijk wordt hij onthoofd. Bastian Carpata moet – vastgebonden op een kruis – toekijken hoe Tula aan zijn einde komt, om uiteindelijk hetzelfde lot te ondergaan. Vervolgens wordt Pedro Wacao met touw om de benen rond het schavot gesleept, waarna zijn handen worden afgehakt. Zijn hoofd wordt met een moker verbrijzeld.

De lichamen van de drie mannen, of wat daarvan over was, worden met stenen verzwaard en in de zee gegooid. 29 andere gevangen genomen slaven wacht een ‘genadiger’ lot en worden ‘slechts’ opgehangen.

Virginia Graaipad
Rebel van Aruba

Virginia Dementricia wordt in 1842 geboren op Aruba. Haar moeder is de slavin Maria Theodora, wie haar vader is weet ze niet. Ze is het vierde kind van de zeven thuis – het is een heel gewoon slavenhuishouden op Aruba in die tijd. Waarschijnlijk gaat geen van de kinderen ooit naar school, ze werken van kinds af aan. Allemaal zijn ze eigendom van Jan van der Biest, een protestantse kolonist en hulpbestuurder op Aruba. Hij heeft een huis in Oranjestad en een bescheiden plantage, genaamd Barbolia (tegenwoordig San Barbola). Virginia woont en werkt op de plantage.
Spoiler! :
Als tiener begint Virginia zich tegen haar meester te verzetten. In maart 1859 steelt ze kleren van hem. Hij geeft haar aan en ze moet voor de rechter komen. Ze krijgt een straf van veertien dagen dwangarbeid aan de openbare weg – een schande om zo te kijk te staan, en dan ook nog met een boei aan je voet. Vier maanden doet ze het weer en krijgt ze opnieuw straf: ‘twee maanden dwangarbeid op de gronden harer meester’ – heel vernederend voor een huisslavin. In november probeert ze weg te lopen, maar dat mislukt. Weer moet ze een maand op de velden van haar meester werken. In juli 1860 wordt ze veroordeeld voor ‘wegloperij en valse beschuldiging, gepaard met oneerbiedigheid’. Acht dagen moet ze in Fort Zoutman de cel in. Maar zodra ze uit de gevangenis komt, wordt ze weer opgepakt: nu wegens ‘straatrumoer en verzet tegen de politie’. Hiervoor krijgt ze haar eerste – en enige – lijfstraf: veertien touwslagen.

Bonipad
Boni (guerrillaleider)

Boni (ongeveer 1730 – 19 februari 1793), was een vrijheidsstrijder en guerrillaleider in Suriname. Volgens de overleveringen zou zijn vader een Nederlander zijn geweest die zijn moeder, een slavin, als minnares had en daarna verstootte. Zwanger vluchtte zij het bos in, naar de Marrons. Daar, bij de Cottica-Marrons, werd Boni geboren. In 1765 volgde hij Asikan Sylvester op als leider van de groep die bekend zou worden onder zijn naam: 'Boni's' (nu: Aluku). Hij trainde zijn mensen tot geduchte vijanden van de kolonisten.
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Maarten
Berichten: 631
Lid geworden op: di mar 21, 2017 3:00 pm
Locatie: Twente

Re: Slavernij

Bericht door Maarten »

GroenLinks en D66 willen herdenkingsjaar slavernij in 2023
https://www.rd.nl/vandaag/politiek/subs ... =1.1676276

Stelletje volksverlakkers

Gebruikersavatar
Pilgrim
Berichten: 48908
Lid geworden op: wo jan 17, 2007 1:00 pm
Locatie: Dhimmistad

Re: Slavernij

Bericht door Pilgrim »

Historicus: “Afrikanen moeten worden veroordeeld voor de slavenhandel”

By Urban Moving Systems - juli 31, 2020

Afbeelding

Professor Abiola Félix Iroko gaf een interview op Benin Web TV waarin hij de noties van de geschiedenis van het kolonialisme zoals die door culturele marxisten worden gepresenteerd, tegensprak. Hij herinnerde er aan dat zwarten zelf zwarte slaven verkochten.

De Beninse historicus Abiola Félix Iroko gaf een interview aan de lokale media Benin Web TV, schrijft Free West Media. Hij herinnerde de kijkers aan de echte geschiedenis in een tijd waarin anti-kolonialisten bezig zijn met standbeelden van hun sokkels te halen en roepen dat het witte privilege moet worden afgeschaft vanwege de slavernij. Hij legde uit hoe de Afrikanen zelf gebruik maakten van de slavenhandel.

Deze professor van de afdeling geschiedenis en archeologie van de Universiteit van Abomey-Calavi (Benin) verklaarde op 25 juli: “Als we het over de slavenhandel hebben, beschuldigen de mensen alleen de blanken. Maar zij kwamen (naar Afrika) als kopers en wij [Afrikanen] waren verkopers.”

Hij verzekerde de kijkers dat de verkoop van slaven niet alleen een geïsoleerd fenomeen was, aangezien “de koning ze zelf verkocht”. Abiola Félix Iroko heeft deze transacties in detail beschreven: “Koning Adandozan verkocht de moeder van zijn consanguine broer (Prins Gakpe) die later Guézo werd.” Zoals de website van Salon Beige aangeeft, was hij tussen 1797 en 1818 de negende koning van Abomey.

Deze historicus – houder van een doctoraat in letters and human sciences van de Universiteit van Parijs Panthéon-Sorbonne – nam geen blad voor de mond: “Er zijn geen kopers zonder verkopers, wij (Afrikanen) waren verkopers.”

Hij ging verder: “Toen de slavenhandel werd afgeschaft, waren de Afrikanen tegen de afschaffing. Koning Kosoko van Lagos (Nigeria) was destijds tegen de afschaffing. Een koning van Dahomey, wiens naam ik niet noem, was ook tegen afschaffing. De vier eeuwen durende slavenhandel is een ongelukkig fenomeen van lange duur dat moet worden gerekend tot de misdaden tegen de menselijkheid waarvoor ook de Afrikanen medeverantwoordelijk zijn.

“Het is een kwestie van medeverantwoordelijkheid. Het is niet de koper die veroordeeld moet worden, maar de verkoper moet ook veroordeeld worden, harder zelfs, want de verkoper heeft banden van verwantschap met degene die verkocht wordt. Van degenen die verkocht zijn en daar nakomelingen hebben gehad, zijn velen na de afschaffing teruggekeerd. Sommigen keerden terug naar huis met Portugees klinkende namen, Da-Silva, D’Oliveira. Helaas werden sommigen van hen die in de 19e eeuw kwamen, op hun beurt slavenhouders en kochten slaven voor hun contactpersonen die in Brazilië bleven. Afrikanen hervatten deze handel na de afschaffing.”

In zijn boek La côte des esclaves et la traite atlantique : les faits et le jugement de l’histoire heeft de eminente historicus “de retoriek van de voorstanders van herstelbetalingen” in niet mis te verstane bewoordingen verworpen. “De Afrikanen hebben bijna een half millennium lang met slavenhandelaren gemarchandeerd over de prijs van hun familie die ze verkochten. Vandaag de dag willen ze nog steeds met de nakomelingen [van de slavenhandelaren] onderhandelen over de marktwaarde van de zwarten die hun voorouders verkochten ten koste van de ontwikkeling van hun eigen regio”, schreef de historicus (pp. 148-149).

Hij legde ook uit dat historische plaats en context belangrijk waren. “Het beeld van Koning Leopold II van België in Brussel heeft bijvoorbeeld niet dezelfde betekenis als hetzelfde beeld in Kinshasa. We moeten dus een vergelijking vermijden. Het standbeeld van Koning Leopold in Brussel lijkt me zeer welkom. Hij is een zeer belangrijk personage voor hen en die stelt iets glorieus uit hun verleden voor. Ze domineerden een kolonie die ze uitbuiten. Het is een goede zaak voor hen en ik ben tegen de daden van vandalisme die bestaan uit het verwijderen van zo’n standbeeld in Brussel (België)”.

Hij zei dat hetzelfde standbeeld geen reden had om in Afrika te bestaan, ongeacht de locatie. “Koning Leopold II is als een belediging voor de Afrikanen, een belediging voor de Zaïrezen [...] Maar als er Congolezen zijn die zich in Brussel bevinden en die zich schamen voor deze standbeelden, laat ze dan rustig naar huis gaan”.

https://amalek.news/2020/07/31/historic ... venhandel/
De Islam is een groot gevaar!
Jezus leeft maar Mohammed is dood (en in de hel)

Gebruikersavatar
Pilgrim
Berichten: 48908
Lid geworden op: wo jan 17, 2007 1:00 pm
Locatie: Dhimmistad

Re: Slavernij

Bericht door Pilgrim »

Zeven kinderen bevrijd uit slavernij op Voltameer in Ghana

Afbeelding

In Noord-Ghana zijn zeven kinderen bevrijd die als slaaf werden uitgebuit op het Voltameer. De reddingsoperatie werd uitgevoerd door de plaatselijke politie in samenwerking met IJM. Deze reddingsoperatie was mogelijk dankzij tips die kinderen gaven die eerder waren bevrijd uit slavernij op het meer.

Op het Voltameer worden duizenden kinderen uitgebuit in de visindustrie. Kinderen inzetten is geliefd omdat zij klein en flexibel zijn. Ze kunnen ‘gemakkelijker’ duiken om verstrikte visnetten los te halen. Veel kinderen verdrinken daarbij echter. Kinderen werken er vaak twaalf uur per dag, vanaf vier uur in de ochtend, en kampen met ziektes als malaria en de wormziekte.

Recent is IJM van start gegaan met een team in het noordelijke deel van het Voltameer. Dit is de eerste reddingsoperatie waaraan dit team heeft meegewerkt. Doordat IJM nu een apart team heeft in Noord-Ghana, is het eenvoudiger om in dat gebied slavernij te bestrijden en te voorzien in opvang voor bevrijde kinderen.

Na de bevrijding kregen de kinderen medische zorg, eten en schone kleren. Ze worden opgevangen in een nazorghuis.
https://www.ijmnl.org/news/zeven-kinder ... r-in-ghana
De Islam is een groot gevaar!
Jezus leeft maar Mohammed is dood (en in de hel)

Gebruikersavatar
Pilgrim
Berichten: 48908
Lid geworden op: wo jan 17, 2007 1:00 pm
Locatie: Dhimmistad

Re: Slavernij

Bericht door Pilgrim »

Het Ashanti Rijk verkocht slaven voor goud en geweren

Door DissidentNL - 2020-11-22

Afbeelding

Aan het eind van de 17e eeuw begon het Akan-volk van het moderne Ghana met het omvormen van hun kleine leengoed tot een rijk dat ze Ashanti (Ashante of Asante) noemden. Ze breidden hun territorium uit door oorlog te voeren met naburige volkeren en namen al snel veel krijgsgevangenen gevangen.

Deze gevangenen werden vervolgens verkocht aan Europese slavenhandelaren die hen naar de plantages in Amerika en West-Indië zouden brengen. Vanaf het begin van de 18e eeuw begon het Ashanti-imperium echter geweren te accepteren in plaats van goud als betaling voor elke slaaf die ze aan Europese handelaren verkochten.

De opkomst van het Ashanti-imperium
In de jaren 1670 ontsnapten groepen AKAN-bevolking uit het noorden van Ghana aan de strijd in hun thuisland en trokken naar het vruchtbare gebied rond Kumasi. Twee van de machtigste clans die naar Kumasi migreerden waren de Bretuo en de Oyoko. In die tijd werden de vluchtelingen echter gedwongen zich te onderwerpen aan de machtige Denkyira-natie. Om de Denkyira van de onderwerping van zijn volk te verzekeren, stuurde de Oyoko-chef Obiri Yeboa zijn neef Osei Tutu om als gijzelaar bij hen te wonen en hen te dienen.

Osei Tutu diende als schilddrager van Boa Amponsem, het opperhoofd van de Denkyira. Hij vluchtte later naar het grondgebied van de Akwamu vanwege de wreedheid van het volk dat hij diende. Hij werkte voor het opperhoofd van de Akwamu en kwam daar al snel in de belangstelling. Hij was ook bevriend met de priester Okomfo Anokye, die al snel zijn vaste bondgenoot werd. Zijn oom, opperhoofd Obiri Yeboa, stierf later in de strijd, zodat Osei Tutu teruggeroepen werd naar zijn vaderland om te regeren. Hij zette de veroveringen van zijn oom voort en onderwierp zelfs andere groepen Aka’s in het gebied.

Osei Tutu bouwde met de hulp van Okomfo Anokye en zijn Akwamu-bondgenoten langzaam het Ashanti-koninkrijk op. In de jaren 1690 verklaarden Osei Tutu en zijn volk zich onafhankelijk van de Denkyira. In 1699 brak een grootschalige oorlog uit tussen de Denkyira en de Ashanti, maar de Ashanti kwamen in 1701 als overwinnaars uit de strijd om Feyiase.

Slaven, goud en geweren
In het midden van de 15e eeuw voeren de eerste slavenschepen vanuit Lissabon naar de kust van Noordwest-Afrika. De bemanning kwam vervolgens aan land en ontvoerde nietsvermoedende inboorlingen die vervolgens als slaven werden verkocht op de markten van Lissabon. De slavenhandel bleek zo winstgevend dat Spaanse, Engelse en Nederlandse schepen al snel het voorbeeld van Portugal volgden.

In de loop der jaren voeren Europese handelsschepen dieper de kust van West-Afrika in om meer slaven en goud te verwerven. De kust van het moderne Ghana werd een van de belangrijkste havens van deze handel en werd al snel verdeeld in de Gold en Slave Coasts. Nederlandse slavenhandelaren namen het over van de Portugezen in de 17de eeuw, maar ze werden vervangen door de Engelsen tegen de tijd dat de Ashanti hun rijk aan het opbouwen waren.

De oude bondgenoot van de Ashanti, de Akwamu, behoorde tot de eersten die profiteerden van de slavenhandel met de Europeanen. Hun gevangenen waren bijna altijd krijgsgevangenen, maar ze verkochten ook Akwamu-mannen die het opperhoofd beledigden of politieke tegenstanders waren. Ze ontvoerden ook gezonde mannen van andere stammen en verkochten ze op de slavenmarkten aan de kust.

De Engelsen (die de Nederlanders hadden verdrongen als leider in de slavenhandel) betaalden drie ons goud voor elke mannelijke slaaf. Het was een goed bedrag, en veel Afrikanen zagen dit als een winstgevende onderneming.

De Ashanti sloten zich al snel aan bij de slavenhandel door reizende mannen te ontvoeren of zelfs degenen die gewoon op hun boerderij werkten. Ze gingen ook oorlog voeren met naburige volkeren (vooral in de Zwarte Volta en savannegebieden), niet alleen om hun territorium uit te breiden, maar ook om meer slaven te verwerven die ze vervolgens verkochten aan Nederlandse en Engelse handelaren. Deze praktijk was zo winstgevend geworden dat tegen 1720 de Slavenkust van Ghana de Goudkust had overschaduwd.

Al snel ontstond uit deze handel een vicieuze cirkel. De Ashanti accepteerden aanvankelijk goud als betaling voor slaven, maar gaven al snel de voorkeur aan musketten en buskruit als betaling. Met deze wapens in de hand zouden Ashanti-krijgers dan een andere groep mensen onderwerpen en de krijgsgevangenen als slaven aan de Europeanen verkopen. Tegen 1730 waren maar liefst 180.000 in Europa gemaakte vuurwapens naar de Slavenkust verscheept en aan de inboorlingen overhandigd.

Bronnen:

Harms, Robert W. The Diligent: A Voyage Through the Worlds of the Slave Trade. New York: Basic Books, 2002.

Rodney, Walter. The Cambridge History of Africa: From c. 1600 to c. 1790. Edited by Richard Gray. Vol. 4. Cambridge: Cambridge University Press, 1975.


https://dissident.one/2020/11/22/het-as ... n-geweren/
De Islam is een groot gevaar!
Jezus leeft maar Mohammed is dood (en in de hel)

Plaats reactie