Het einde van Europa?

Deze afdeling dient niet voor discussies. Het is een databasis van documenten, websites, boeken en andere bronnen teneinde sceptici te voorzien in materiaal om hun artikels op te stellen, zodat ze islam kunnen weerleggen. Plaats uw links in de juiste topic. Indien u een nieuwe topic wil inleiden, gelieve mij dat dan eerst te laten weten, we willen gelijklopende topics vermijden. Geen copy paste. Geef volledige referenties en ga na of uw bron betrouwbaar is. Indien u één van de aangehaalde bronnen wil weerleggen, vragen wij u dat te doen in de andere afdelingen van dit forum.
Mahalingam
Berichten: 38222
Lid geworden op: Za Feb 24, 2007 8:39 pm

Het einde van Europa?

Berichtdoor Mahalingam » Do Apr 08, 2010 12:31 pm

Das Ende Europas?
Ansichten zur Integration der Muslime
Von Siegfried Kohlhammer


Deze tekst is te vinden bij http://www.online-merkur.de/seiten/lp201004ab.htm
Een vertaling door E.J. Bron is gepubliceerd door Ayaan Hirsi Ali weblog:
http://ayaanhirsiali.web-log.nl/ayaanhirsiali/2010/04/het-einde-van-e.html
Spoiler! :
Het einde van Europa?


Opvattingen over de integratie van de moslims

Toen de Franse theaterregisseuse Rayhana begin dit jaar ternauwernood ontsnapte aan een terreuraanslag, vroeg de Internationale Liga voor Vrouwenrechten: ”Wie zou zich dat hebben kunnen voorstellen, dat in het Frankrijk van het jaar 2010 een vrouw alleen daarom zou worden aangevallen, omdat ze een theaterstuk heeft gemaakt dat islamisten niet bevalt?” Ja, wie zou zich dat hebben kunnen voorstellen? Ik bijvoorbeeld, en eigenlijk waarschijnlijk ook de rest van de mensheid, voor zover deze al niet meer dan dertig jaar in coma ligt of zich op een andere manier net zo onbenullig, wereldvreemd voor de realiteit toont, als de Internationale Liga voor Vrouwenrechten. Ter verbetering van het voorstellingsvermogen zouden hier enkele boeken zijn aan te bevelen.

Wie ’s werelds loop – ook de turbulente en bedreigende – met koele afstand en gelatenheid omschreven en geanalyseerd wil zien, zal de titels van de bedoelde werken eerder afstotelijk vinden. Maar het zou een vergissing zijn ze daarom niet ter kennis te nemen, omdat ze een grote hoeveelheid meestal goed onderbouwde feiten en analyses bevatten, die wijzen op een zorgwekkende ontwikkeling.

De Amerikaanse journalist Christopher Caldwell schrijft het boek Reflections on the Revolution in Europe. ”Can Europe be the same with different people in it?”, luidt de vraag op de omslag en het antwoord van Caldwell is een duidelijk nee. De titel is uiteraard een toespeling op het werk van Edmund Burke, waarmee hij zichzelf een beetje overschat. Dat zich een met de Franse Revolutie vergelijkbare verandering in Europa aftekent, kan Caldwell niet hard maken; en afgezien daarvan was de Franse Revolutie, ondanks alle bloed en terreur, een grote stap op de weg naar de vrijheid – dat zou een islamisering van Europa niet zijn.

Bruce Bawer, een in Noorwegen wonende Amerikaanse schrijver, schreef in 2006 While Europe slept en in 2009 Surrender. Bawer weet polemische verve te verbinden met aanschouwelijke omschrijving en grondig journalistiek onderzoek – de door hem omschreven gevallen zijn af en toe bijna onvoorstelbaar. Dat geldt ook voor Melanie Phillips’ Londonistan, dat de ontwikkeling van delen van Groot-Brittannië tot hoofdkwartier van de militante Jihad beschrijft en het door de meerderheid van de politieke, maatschappelijke en culturele elites gewilde intense negeren van dit feit.

Niet uitsluitend, maar toch overwegend houdt ook Walter Laquer in The Last Days of Europe zich bezig met het probleem van de islamitische immigratie en ziet daarin een van de belangrijkste redenen voor het einde van het oude Europa. Bat Ye’or, schrijfster van informatieve boeken over de situatie van de minderheden in de islamitische landen, ziet zelfs een Eurabia ontstaan, waarin de volkeren van Europa onder Arabischislamitische heerschappij in de status van de dhimmitude zullen leven. Dat is weinig overtuigend, hoewel de door haar voorgelegde documenten, zeker wat betreft de onverantwoordelijkheid en het gebrek aan afleggen van rekenschap van de EU in de kwestie van de migratie en de betrekkingen tot de Arabische landen, bedenkelijk zijn.

Veelmeer sociaal-antropologisch onderzoekt The Suicide of Reason van Lou Harris de islamitische wereld en die van het moderne Westen en legt het dilemma van een confrontatie tussen beide bloot, waarbij het Westen alleen maar kan verliezen, wanneer het aan zijn principes vasthoudt. De vlotte slagzin ”Wij zullen ze door onze tolerantie verslaan!” onderkent niet, dat er bewegingen bestaan die zich niet door tolerantie laten verslaan. Daarvoor heeft juist ook de nieuwere geschiedenis rijkelijk aanschouwelijk materiaal geboden. Wat is er dus in dit dilemma te doen, opdat ze ons niet door onze tolerantie verslaan?

Jytte Klausen deelt in The Islamic Challenge de bezorgdheid van de hierboven genoemde schrijvers niet, integendeel, er bestaat geen ”Islamic Challenge”, en op een kleine minderheid van militante islamisten na zijn de plaatsten allemaal bereid tot integratie. Integratie betekent voor Klausen een debetschuld van het gastland: ”Toen de moslims hun integratie verlangden, werd duidelijk, hoezeer de Europeanen en hun regeringen zich zouden moeten veranderen om hen tegemoet te komen.” De bereidheid tot integratie groeit zeker, wanneer de aanpassingen door de andere zijde moeten worden opgebracht. Klausen schijnt echter de bereidheid tot integratie van de Yale University Press niet echt te kunnen waarderen, waar haar onderzoek naar de Deense Mohammed-karikaturen en hun wereldwijde gevolgen is verschenen en de uitgeverij in een daad van vooruitsnellende gehoorzaamheid weigerde om de omstreden karikaturen en andere beelden van Mohammed af te beelden.

Klausen geraakt tot haar positieve beeld van de islamitische bereidheid tot integratie op grond van solide sociaalwetenschappelijk onderzoek, waarbij echter het grootste deel van de door haar geïnterviewde moslims deze bereidheid tot integratie al door woord en daad hadden bewezen. Vooral het lidmaatschap van en de activiteiten in politieke partijen en burgerorganisaties waren het criterium. Dat is zoiets, alsof men voor een onderzoek naar armoede in Duitsland interviews op Sylt en in Starnberg zou afnemen om daarna te verklaren dat er van armoede geen sprake kan zijn, integendeel. Desondanks is het de moeite waard om het boek als correctief tot de hierboven aangehaalde boeken te lezen, temeer omdat Klausen een centrale problematiek blootlegt, waar tot nu toe niet genoeg aandacht aan werd besteed: hoe weinig de meeste Europese staten in de engste zin seculier zijn, hoezeer ze historisch in de scheiding van kerk en staat bij de vorming van moderne nationale staten compromissen sloten of moesten sluiten met de kerken, die nu met het oog op de juridische gelijkheid van de religies, dus ook de islamitische, tot een probleem worden.

Ik wil het Bremer proefschrift Staat und Migration van Werner Luft speciaal accentueren, een voortreffelijke raadgever over alle vragen betreffende de migratie naar Duitsland. Luft is ook interessant, omdat ook bij hem de integratieproblematiek en in Duitsland een centraal thema vormen, maar dat hij in ruime mate afziet van categorieën als islam, moslims etc. en vooral vertrouwt op sociologische, sociaal-culturele, economische en andere ”verklaringsmodellen”. Staat und Migration onderscheidt zich van de meeste andere werken over migratieonderzoek door zijn afwijzing van migratieonderzoek als een lijdensgeschiedenis, met de migranten als de enige slachtoffers van de meerderheidscultuur – dit standpunt is in zoverre ook foutief, omdat hierdoor de winst, economisch en liberaal, van de meeste migranten op de achtergrond raakt.

Nog nooit tevoren in de geschiedenis van migratie is er zo’n hoge graad aan materiële, juridische en ideologische ondersteuning van privézijde en van de kant van de staat geweest als in het huidige Europa, en Duitsland neemt daarbij een toppositie in. Al decennia lang worden hier aanzienlijke sommen uitgegeven aan integratie, alleen al in de taalprogramma’s werden miljarden geïnvesteerd. In de jaren-60 waren de gastarbeiders al vanaf het begin arbeids- en sociaaljuridisch gelijkgesteld, ontvingen dus een tariefloon, werklozengeld en werklozenuitkering, kinderbijslag en huursubsidies, geneeskundige verzorging – het hele programma. Dat had dan ook tot gevolg, dat het (in 1973 stopgezette) gastarbeidersprogramma weliswaar voor de privé-economie, op wiens druk het was ingevoerd, een succes vormde, maar niet voor de economie in zijn totaliteit, omdat de vervolgkosten de winst uiteindelijk overtroffen. Over het algemeen geldt in Europa, dat de migranten in totaal de welvaartsstaat meer kosten dan dat zij ertoe bijdragen. Een oplossing van de problemen van Europa door meer migranten, zoals de EU wil, is echter onwaarschijnlijk.

Terwijl vroeger de last van de immigratie op de immigranten zelf werd gelegd – en deze functioneerde in de regel, ook zonder sociale bijstand en welvaartsstaat en antidiscriminatiewetgeving – geldt tegenwoordig integratie steeds meer als vallend onder de verantwoordelijkheid van de staat. En toch zijn de resultaten in totaal steeds schameler. ”Nooit tevoren in de historie van de migratie bestond er zoveel consideratie en planning. Maar de resultaten waren pover”(Laqueur). Dat had o.a. tot gevolg dat het aantal werkenden onder de migranten gestaag afnam en er een levensplanning op basis van sociale bijstand mogelijk werd. Zo maken bijvoorbeeld de moslims in Denemarken 5 % van de bevolking uit, ze nemen echter 40 % van de sociale uitkeringen in ontvangst – en in andere landen bestaan eenzelfde soort misstanden. ”De moslims in Europa kregen meer sociale uitkeringen dan welke andere groep waar en wanneer dan ook” (Bawer). Omar Bakri Mohammed, de leider van de islamitische Hizb ut-Tahrir in Engeland, leefde met zijn familie van sociale uitkeringen ter hoogte van 2000 Britse pond in de maand. ”De islam staat mij toe om aanspraak te maken op de uitkeringen van het systeem. Ik kan hierop zonder enige beperking aanspraak maken. Sowieso leeft immers het grootste gedeelte van de leiders van de islamitische beweging van een sociale uitkering.”

Overal in Europa, waar zich een noemenswaardig aantal moslims heeft gevestigd, stuit men op dezelfde problemen – en het schijnt daarbij geen rol te spelen of de moslims uit Pakistan of Turkije komen, uit Algerije of uit Bangladesh. Deze problemen schijnen allemaal hun oorzaak te hebben in de toenemende falende integratie, waarbij juist ook de tweede en de derde generatie, die het traditioneel lukte om te integreren, niet beter geïntegreerd zijn. dit is duidelijk te zien aan de etnische koloniën in de veel steden.

Het districtsbureau Neukölln van Berlijn schrijft in 2004: ”Omdat de migranten een groot gedeelte van de bevolking van Neukölln uitmaken en de integratie in de Duitse samenleving over een breed front is mislukt, vormt zich steeds sterker een parallelsamenleving” en het bureau constateert een ”toenemende islamisering van de oude stad van Neukölln”. Zulke wijken laten een buitenproportioneel hoog aantal werkelozen en ontvangers van uitkeringen, van armoede en voortijdige schoolverlaters zien met buitenproportioneel hoge misdaadcijfers en geweldsdelicten. Het gebrek aan ontwikkeling van het ouderlijk huis, dat vaak samengaat met een desinteresse voor school, draagt o.a. aan bij aan een geringe school- en beroepsopleiding van de jongeren en tot spijbelen en voortijdig de school verlaten. Men kent de taal van het gastland te weinig, waarmee een van de belangrijkste middelen van het opleidings- en paticipatieproces evenals de integratie wegvalt.

Deze etnische koloniën en het verblijf erin houden aan, in plaats van zoals in de klassieke immigratielanden een doorgangsstation voor de opname in de nieuwe samenleving te zijn. Ze verlangen isolering en segregatie van het land van opname, wat nog wordt versterkt door de islamiseringgolf van de afgelopen jaren. Het kunnen gebieden met eigen regels en recht worden, ”islamitische gebieden”, waar de politie alleen nog met veel personeel tegelijk durft in te gaan en waarin een grote aanpassingsdruk heerst. Ze worden ”geregeerd” door imams en gemeenteleiders, ”identiteitsbewakers”, die door psychische druk en ook met dwang en geweld de cultuur van het land van herkomst in haar meest traditionele en de islam in zijn meest radicale vorm doordrukken. Hier worden wantrouwen, afkeer en verachting tegenover de opnemende samenleving onderwezen, onderhouden en gestimuleerd.

Hoezeer de opnemende samenleving wordt afgewezen, laat ook de huwelijksplanning zien: in overgrote meerderheid worden de huwelijkspartners uit het land van herkomst gehaald en aan hen wordt zelfs de voorkeur gegeven boven potentiële huwelijkspartners van het eigen volk in het land van opname, om maar helemaal te zwijgen over autochtone huwelijkspartners. Zo valt een van de meest probate integratiemiddelen af. Een onderzoek over jeugdige immigranten uit het jaar 2003 vat Luft als volgt samen: ”Statistisch gezien bestaat er verband tussen duidelijke islamitische oriëntering, sociale declassering en een gebrekkige integratie.” Terwijl echter ”bij autochtone jongeren een hoge religiositeit samengaat met gunstige sociaaleconomische randvoorwaarden, is dit bij de migranten omgekeerd… duidelijk is echter bij de islamitische jongeren, dat het opleidingsniveau het laagst is in vergelijking met andere migrantengroepen wanneer hun religiositeit sterk ontwikkeld is.”

Het aantal islamitische immigranten is in vergelijking met de totale bevolking nog gering en komt meestal niet in de dubbele cijfers, 12 % in Frankrijk; problematisch is hun concentratie in bepaalde steden, waar hun aandeel op de totale bevolking vaak 30 % of meer bedraagt, bij kinderen en jongeren af en toe al meer dan de helft, nauwkeuriger: in bepaalde stadswijken. Deze laten de hoogste geboortecijfers zien, wat voor veel steden het tijdstip zichtbaar maakt waarop de cultuur en de religie van deze etnische koloniën in de meerderheid zullen zijn en de steden in een door de meeste autochtonen en vele – ook islamitische – immigranten niet gewenste vorm zullen beïnvloeden.

Het idee van een islamitische verovering van Europa is geenszins een uitvinding van hysterische islamofoben – zij wordt de Europeanen steeds opnieuw door moslims onder de neus gewreven. De imam Abu Baseer verklaart: ”Een van de doelen van de immigratie is het tot nieuw leven wekken van de Jihad en het tot gelding brengen van de macht over de ongelovigen. Immigratie en Jihad horen bij elkaar. Het ene is het gevolg van het andere en hangt ervan af.” Een van de leiders van de Deense moslims heeft een droom: ”Wij zullen uiteindelijk in de meerderheid zijn.” Een bij jonge moslims in Stockholm populair T-shirt droeg het opschrift: ”2030 – dan nemen wij het over”. Tijdens het proces tegen de groepering Islam4UK in Engeland droeg een demonstrant voor de rechtbank een affiche met het opschrift: ”Islam will dominate the World. Freedom can go to Hell”.

Al in 1974, met het begin van de re-islamiseringsgolf, had de Algerijnse president Boumedienne voor de algemene vergadering van de VN verklaard: ”Het lichaam van onze vrouwen zal ons de zege bezorgen”. In 1978 riep een door de Islamic Council in Europe georganiseerde conferentie de moslims ertoe op hun eigen religieuze gemeenschappen door de autoriteiten als gelijkgerechtigd te laten erkennen – tot zover geen probleem. Daarna wordt er gezegd: ”Tenslotte kan de gemeenschap proberen politieke rechten als een de natie vormende gemeenschap te verkrijgen. Zodra zij deze rechten heeft verkregen, moet de gemeenschap proberen haar specifieke kenmerken op de hele natie uit te breiden.”

Vaak worden racisme, vreemdelingenhaat en discriminatie verantwoordelijk gemaakt voor het gebrekkige economische en integratiesucces. Die bestaan inderdaad en ze zouden niet moeten bestaan. Daarvan hebben echter niet alleen de moslims last, en niet meer dan anderen. Op geen enkel moment werden racisme, xenofobie en discriminatie maatschappelijk zo veroordeeld en nog nooit te voren waren immigranten juridisch zo veelomvattend beschermd. Onder in dit opzicht veel ongunstiger omstandigheden lukte het vroeger door grote delen van de autochtone bevolking afgewezen en vijandig behandelde groepen als de joden of de Chinezen om te integreren en om – boven het niveau van de autochtone bevolking uitstijgend – economisch succes te behalen. En dit bereiken ook nu nog in Europa andere migrantengroepen zoals de Vietnamezen, de Indische Hindoes en anderen. Waarom slagen in de regel de orthodoxe Cyprioten wel, maar niet de islamitische Turken? Bovendien bestaan er immers talrijke moslims, die in de Europese samenlevingen geïntegreerd en economisch succesvol zijn, en wel in zo’n mate, dat er geen sprake kan zijn van een algemene verhindering van integratie en beroepssucces door de genoemde factoren.

Dat geldt ook voor het door de moslims aangehaalde rechtvaardigende argument van een specifieke westerse vijandigheid tegenover hen, wat in het begin als ”vijandbeeld islam”, daarna als ”islamofobie” en nu in zijn nieuwste variant als ”Verlichtingsfundamentalisme” naar voren wordt gebracht. Maar dat is noch historisch nog op het heden van toepassing: geen enkele andere religie kan zich verheugen in zo’n verstrekkende en hartstochtelijke verdediging van de kant van de staat als de islam, de boeken van Bawer en Phillips bewijzen dat overtuigend.

Moslims in de hele wereld zien zichzelf als slachtoffers van een samenzwering van het Westen (en van de Joden, en naar keuze ook van de Vrijmetselaars) tegen de islam. Minister-president Mahathir van Maleisië verklaarde in zijn openingsrede op de Islamic Summit Conference in oktober 2003: ”Wij zijn allemaal moslims. Wij worden allemaal onderdrukt. Wij worden allemaal vernederd.” De moslims zouden worden geconfronteerd met ”de vernietiging van hun religie en van de oemma”. Zulke paranoia moet het idee van een islamofobie van het westen heel vanzelfsprekend voorkomen. Het zou echter de moeite van het uitleggen waard zijn, waarom het idee in het Westen zelf zo’n weerklank vindt en onvermoeibaar en zonder tastbaar bewijsmateriaal wordt rondgedeeld.

Kemal Malik heeft navraag gedaan naar de islamofobie in Engeland en stelde uitgeput vast: de bewering van een wijdverbreide islamofobie zou over het algemeen zo klakkeloos worden aangenomen, ”dat niemand ook maar de moeite neemt om haar te controleren” (Guardian,

7 januari 2005). Volgens Malik is de voorstelling van een wijdverbreide islamofobie in Engeland fout. In het jaar na 9/11, toen er een golf van aanvallen van islamofobie te verwachten zou zijn geweest, stelde de Islamic Human Rights Commission 344 voorvallen vast: ”de meeste daarvan relatief geringe voorvallen zoals aanstoten en bespugen”. Dat zou zeer zeker erg voor de slachtoffers zijn, ”maar bij elkaar genomen vormen ze geen reden om te spreken van een sfeer van ongecontroleerde vijandigheid tegenover moslims.” Bawer heeft de overeenkomstige aantallen voor de VS onderzocht. De Council for American Islamic Relations klaagde over een dramatische stijging van ”hate crimes” tegen moslims in de VS sinds 9/11: van 42 gevallen in 2002 naar 141 in het jaar 2004.

De concentratie op islamofobie als het belangrijkste probleem is des te moeilijker te begrijpen, wanneer de slachtoffers van etnisch gemotiveerde aanvallen en gewelddaden meestal Joden, andere autochtonen en leden van andere nationaliteiten zijn, waarbij moslims de belangrijkste groep daders vormen. ”Gezien het aantal arrestaties en veroordelingen werden er aanzienlijk meer – etnische en criminele – misdaden door jonge moslims gepleegd dan door ’islamofoben’ ”, schrijft Laqueur. De laatste jaren vonden er over het algemeen veel vaker gewelddaden van moslims tegen niet-moslims plaats dan omgekeerd. In het jaar 2001 verzesvoudigde het aantal geweldsdelicten tegen Joden en joods eigendom in Europa. Alleen al in Frankrijk werden tussen september 2002 en maart 2003 meer dan 1300 desbetreffende ”hate crimes” geteld.

Het lot van een EU-bericht over deze golf van antisemitisme verraadt het nodige over de EU en de heersende islamofilie in Europa. Het bericht leverde niet het gewenste resultaat op – blanke autochtone jongeren als belangrijkste daders –, maar verwees naar islamitische jongeren. EU-secretaris-generaal Solana verbood midden 2003 de publicatie. Het bericht zou niet voldoen aan de kwaliteitscriteria. Toen het bericht een jaar later toch verscheen, werd het begeleid door een persmededeling: ”de grootste groep daders bij antisemitische activiteiten schijnen jonge, ontevreden blanke Europeanen te zijn”. Een andere bron van antisemitisme ”in enkele landen” zouden jonge moslims zijn. Maar uit de gegevens van het bericht bleek dat het tegendeel het geval was.

Geen enkele andere migrantengroep klaagt zo vaak over discriminatie en een gebrek aan respect en stelt zulke exorbitante eisen, waarvan de afwijzing dan als nog een bewijs voor islamofobie wordt gebruikt. Toen de voormalige Engelse minister van binnenlandse zaken Charles Clark in 2005 verklaarde, dat er niet onderhandeld zou kunnen worden over de invoering van het kalifaat en de sharia, de opheffing van de gelijkheid van de seksen en de vrijheid van meningsuiting, zag een vertegenwoordiger van Hizb ut-Tahrir Britain daarin ”een aanval op de islam”. Een Deense moslimleider klaagde in 2004 over het secularisme van de Deense samenleving als ”een weerzinwekkende vorm van onderdrukking”.

En geen enkele andere groep migranten dreigt zo ongegeneerd en ongestraft – en met succes – met geweld, zodra hij zich beledigd of uitgedaagd voelt. Desalniettemin geldt voor hem de tot zelfopgave reikende consideratie van de kant van de regeringen en de media. Om bij de EU te blijven: samen met de EU-regeringen moet er een ”gezamenlijk woordenboek” worden opgesteld, waardoor er een stokje wordt gestoken tegen ”de verdraaiingen van het islamitische geloof en de vervreemding van de islamitische gelovigen”.

Dat ook de media deze merkwaardige zelfcensuur tegenover de moslims toepassen, bewijst in ieder geval het geval van de Amerikaanse Society of Professional Journalism, wiens onbetwiste doel de verdediging van de vrijheid van meningsuiting en de veelheid van meningen is. Op haar congres in het jaar 2007 nam zij een aantal richtlijnen voor de verslaggeving over Arabieren en moslims aan: ”Als u over terrorisme schrijft, vergeet dan niet om blanke racisten, radicale abortustegenstanders en andere groeperingen met vergelijkbare activiteiten hierbij te betrekken.” Woordverbindingen zoals ”islamitische terrorist” of ”moslim extremist” dienen te worden vermeden.

Voordat er onderzocht wordt in hoeverre de islam als religie en cultureel systeem voor de integratiemoeilijkheden en het verzet tegen integratie bij de moslims verantwoordelijk zou kunnen zijn, dienen kort de niet-religieuze factoren te worden voorgesteld, die het sociaal onderzoek en het onderzoek naar integratie over het algemeen als belemmeringen voor de integratie heeft bestempeld.

Als algemene, onafhankelijk van de cultuur en de religie van herkomst geldende integratiebelemmeringen worden aannemelijk de volgende factoren genoemd: als het klopt, dat werk en baan een belangrijke integratiefactor zijn, dan kan het wegvallen van de traditioneel voor onopgeleide migranten geschikte industriële arbeidsplaatsen de laatste decennia een belangrijke reden voor het falen van de integratie zijn.

Als het klopt, dat schoolse en beroepsmatige opleiding evenals een goede kennis van de taal van het land van opname belangrijke voorwaarden voor een arbeidsplaats en beroepssucces zijn, dan is de missende kwalificatie van de meeste islamitische immigranten een integratiehindernis. Anders gezegd: een immigratiepolitiek die geen acht slaat op de kwalificatie van de immigranten, is fout. En als het ontwikkelingsniveau van de ouders van bijzondere betekenis voor het schoolsucces van de kinderen, dan is het lage ontwikkelingsniveau van de meeste islamitische ouders ook een integratiehindernis voor de kinderen.

Als het klopt, dat de herkomst uit een traditioneel plattelands milieu of uit de onderklasse van de steden een integratiehindernis vormt, dan hebben veel islamitische migranten problemen met de integratie.

Een eveneens voor alle migranten geldende, traditionele integratiehindernis zijn paradoxaal genoeg de gevolgen van de hen ter beschikking staande technische vooruitgang, die het toestaat een bijna ononderbroken contact met het land van herkomst te bewaren, of door de persoonlijke communicatie met familieleden en vrienden via telefoon en internet of algemene informatie en amusement via de media (kranten, internet en voor satelliet-TV). Goedkope vluchten zorgen voor jaarlijkse langere verblijven in het voormalige thuisland. Des te intensiever het contact met het land van herkomst, des te geringer is in de regel de bereidheid tot integratie.

Daarbij komen in het geval van de islamitische immigranten de interventies van de landen van herkomst, die aanzienlijke financiële en cultureel-politieke inspanningen ondernemen om de integratie van de migranten te verhinderen – van Koranscholen en andere culturele instellingen tot het sturen van leraren, imams etc. Dat vindt bij andere groepen in veel geringere mate plaats, als het überhaupt al plaatsvindt.

Steeds opnieuw wordt verrassend genoeg de sociale welvaartsstaat als integratiehindernis opgevoerd. Naïef genoeg zou men aannemen, dat de zorg van het land van opname erkenning zou krijgen en de integratie zou bevorderen. Vaak was immers juist deze sociale dienstverlening het motief voor de migratie. Traditioneel fungeerden werk en arbeidsplaats als een belangrijke substantie tot integratie. De sociale staat ondermijnt dit principe, doordat werkeloosheid materieel gezien dusdanig is beveiligd, dat een veel hoger bestaansniveau mogelijk is dan die door werk verkregen in het land van herkomst. Een bericht van het districtsbureau Neukölln omschrijft het dilemma: ”Kinderen en jongeren groeien op in een sociaal milieu, waarin het niet deelnemen aan het beroepsleven en de afhankelijkheid van steun door de staat normaal zijn. Dit heeft consequenties voor de bereidheid tot integratie en voor de bereidheid om te presteren.” Ghadban formuleert het als volgt: ”Een onverwacht effect van de welvaart bestaat erin het inkapselen van de groep te stimuleren en de integratie te verhinderen, eigenlijk de zin en het doel van de sociale bijstand voorbij te schieten.”

Wanneer echter deze integratiehindernissen voor alle migranten gelden, waarom hebben dan in de regel de moslims beduidend meer integratiemoeilijkheden dan andere migrantengroepen? Waarom is de segregatie van de oorspronkelijk uit Turkije afkomstige bevolking in Duitsland vooral zo sterk? Waarom woont en leeft deze groep lokaal veel dichter op elkaar, terwijl de andere groepen veelmeer verspreid over de stad leven? Waarom is zijn werklozencijfer zoveel hoger – in Engeland is de werkloosheid onder de moslims driemaal zo groot als bij de andere groepen? Waarom is alleen bij de moslims massaal het fenomeen van huwelijksmigratie (”importbruiden”) te vinden? Waarom verschillen de Turken het duidelijkst van de Duitsers wat betreft opleidingsniveau, beroepskwalificatie, ontwikkelingsachterstand? Waarom is juist onder de moslims de vrijwillige afsluiting en verachting van de cultuur van het opnameland zoveel meer verbreid dan bij de anderen?

Naast de hierboven aangehaalde algemene integratiehindernissen wordt steeds opnieuw in het geval van de moslims het islamitische fundamentalisme als reden aangevoerd. Maar waarom zou het islamitische fundamentalisme een integratiehindernis zijn? Andere religieuze fundamentalistische stromingen waren dit niet. De historie van de migratie is vol met fundamentalistische bewegingen en sektes, die emigreerden naar landen die hen vrijheid van godsdienst toestonden en zich daar vroeger of later integreerden.

Het verplichte absolute onderscheid tussen islam en islamisme zou een hindernis voor nauwkeuriger navragen geweest kunnen zijn. In het algemeen geldt: de islam is tot aan islamisme gekomen zoals de maagd aan het kind. Maar er bestaat theologisch en politiek-ideologisch niets wezenlijks aan het islamisme dat niet te vinden zou zijn in de historie van de islam. Het islamisme breidt zich niet wereldwijd onder moslims uit, omdat het een nieuwe fascinerende vorm van de islam zou zijn, maar omdat het de sinds meer dan duizend jaar vertrouwde geboden en verboden van de islam tegenover een zich globaliserende moderne tijd plaatst. Het islamisme laat zich begrijpen als een re-islamisering en als een van de – al door Ibn Khaldun omschreven – periodiek in de geschiedenis van de islam optredende vernieuwings-, reinigings- en opwekkingsbewegingen.

”De islam heerst, hij wordt niet beheerst”, zo luidt een Hadith. De islam streeft niet naar een gelijkgerechtigd naast elkaar leven met andere religies en culturele systemen, maar naar de heerschappij van de islam over de anderen, die in een relatie van inferioriteit en dulden staan tot een superieur systeem – de beste gemeenschap die ooit op aarde ontstond. Het respect, dat door de moslims onvermoeibaar wordt opgeëist, bedoelt niet de erkenning als gelijkgerechtigde, maar als superieur en daarmee het betuigen van de inferioriteit van de anderen. Superioriteit betekent eer, inferioriteit vernedering en onderwerping. Beide moeten zichtbaar worden gemaakt door gebaren en woorden. ”Overal daar, waar moslims leven, maakt de islam aanspraak om tot onvoorwaardelijke gelding van zichzelf te komen”, wordt door Bassam Tibi gezegd. In de islamitische landen was en is het traditie dat de ongelovigen enkel en alleen maar geduld worden in de rol van onderworpen beschermelingen, niet als gelijken.

De gepaste verhouding van de niet-moslims tot de moslims is die van het dienen. Een moslim mag dienovereenkomstig niet in de relatie van bevelsontvanger tot een niet-moslim staan: men kan zich gemakkelijk voorstellen welke consequenties dit gebod, als het serieus wordt genomen, voor de integratie op het gebied van ontwikkeling en op de werkplek heeft. In het geval van een isolering van de Duitse samenleving en een buitensporige oriëntering op de cultuur van herkomst, aldus Ghadban, zou ”de Duitse samenleving niet als de eigene worden beschouwd, maar als buit, die ten gunste van de eigen samenleving zou moeten worden uitgebuit”. Wanneer Omar Bakri verklaart, dat de islam het ontvangen van sociale uitkeringen van een niet-islamitische staat zou billijken, bedoelt hij daarmee de tribuutbetaling, die de gedulde niet-moslims schuldig zijn aan de moslims. Zo’n islamitische herinterpretatie van sociale uitkeringen zou tot haar acceptatie als normaliteit evenals tot haar misbruik door vele moslims kunnen bijdragen.

Principieel staat de wereld van de islam in een vijandige relatie tot de niet-islamitische landen: ze gelden, zoals bekend, als het gebied van oorlog, waartegen tot aan zijn islamisering oorlog moet worden gevoerd; een voortdurende vrede mag niet bestaan, alleen een tijdelijke wapenstilstand. Deze vijandigheid geldt ook voor de relatie van de moslims tot de – gedulde – niet-moslims binnen een islamitische samenleving. Zo is het bijvoorbeeld verboden voor de islamitische vrouw om te trouwen met een niet-moslim. De bekering van een moslim wordt zelfs met de dood bestraft.

Een consequentie van zo’n vijandige houding kan het streven naar het creëren van islamitische ruimtes binnen de niet-islamitische samenleving zijn. Luft citeert een studie van het Centrum voor democratische cultuur uit 2004: ”Met hun veelzijdige activiteiten proberen islamitische organisaties ’geïslamiseerde ruimtes’ te creëren, milieus, waarin het complete leven van de gemeenschap overeenkomstig de religieuze voorschriften wordt gevormd, inclusief de rechtsorde”. Volgens Ghadban versterkt en legitimeert de voortschrijdende islamisering de structuren van de parallelsamenleving: ”Het wordt in alle antwoorden duidelijk, dat de personen zich geen sociale integratie in de Duitse samenleving kunnen voorstellen en ze hun eigen sociale milieu graag zouden willen behouden.”

Deze vijandigheid kan worden versterkt door een vooral onder sjiieten verbreide tot aan afschuw gaande afkeer tegenover de rituele onreinheid van de onbesneden, varkensvlees etende, alcohol drinkende, seksueel losbandige, in het ergste geval zelfs homoseksuele ongelovigen. Hier kan het contact zelfs leiden tot een verontreiniging van de gelovigen. Op de met Khomeini in de hele islamitische gemeenschap weer in zwang geraakte traditionele lijst met onreine zaken staan naast de hond, het varken, urine, fecaliën enz. ook de niet-moslims.

De islam botst met de seculiere staat en het recht, met de democratie en met het idee van de volkssoevereiniteit en de gelijkheid voor de wet van alle burgers. Dat geldt ook voor het westerse principe van het individualisme: de alleen door algemene wetten te beperken zelfbeschikking van het autonome individu. Het islamitische recht staat in het centrum van de islam. Dit ”goddelijke" recht beperkt zich niet tot de orde van de uiterlijke dingen van het leven; het geldt zonder beperking voor alle levensterreinen”, schrijft Bassam Tibi. Daardoor wordt ook ”de overeenstemming van het sacrale en het politieke in de islam” bepaald, religieuze en politieke functies gaan in elkaar over: ”Tot op de dag van vandaag is er geen geseculariseerd sociaal systeem in de islamitische Oriënt te vinden”.

De islam als cultureel systeem sanctioneert het religieuze totalitarisme en verhindert de realisering van de mensenrechten. Islam betekent afwezigheid van godsdienstvrijheid en van tolerantie in de betekenis van de nieuwe tijd, onderdrukking van minderheden en vrouwen. ”Weg met alle democratieën en democraten!”, riep de Berlijnse ”haatprediker” in 2004 – een college in Kopenhagen sloot zich bij hem aan: ”Geen moslim kan secularisme, vrijheid en democratie accepteren. Allah alleen staat het toe om wetten uit te vaardigen hoe een samenleving moet zijn ingericht. De moslims wensen en verlangen dat de wet van Allah de wet van de mens vervangt.”

Een van de belangrijkste integratiehindernissen voor moslims is de angst dat de vrouwen – echtgenotes, dochters, zussen – verwestelijken en vooral door overtredingen op het gebied van de seksuele moraal de eer van de familie schaden. Het is de vraag in hoeverre dit noodzakelijkerwijs uit de islam voortkomt, een feit is echter, dat het in de eerste plaats moslims zijn die deze angsten koesteren, die vrouwen in huis en onder mannelijke bewaking houden en die geweld tegen vrouwen en moorden uit eerwraak begaan. ”Men zou verwacht hebben, dat de mensen in het contact met de moderne tijd in Duitsland tot een meer geëmancipeerd begrip van de positie van de vrouw zouden komen, onderzoek laat echter het tegendeel zien”, bericht Ghadban over de door hem onderzochte groep Libanese moslims. De bewaking en controle van de vrouwen als dragers van de eer van de man en van de familie, de inferieure positie van de vrouw in de islam verschillen aanzienlijk van de in Duitsland nagestreefde rol van de vrouw.

Een ander, voor de integratie indirect relevant oogpunt is de religieuze legitimering van geweld in de islam. Waarschijnlijk niet toevallig weigerden in april 2005 de islamitische landen in de VN Human Rights Commission om akkoord te gaan met de geplande veroordeling van religieus geweld. Na de terreuraanslagen in Londen datzelfde jaar werd in de VN Subcommission on Human Rights opnieuw een poging ondernomen om in naam van een religie gepleegde moorden te veroordelen, maar de rede van de aanvrager werd door vertegenwoordigers van de islamitische landen zo vaak onderbroken, dat hij deze niet eens kon beëindigen.

”Geïmmigreerde jongeren – vooral uit het islamitische gebied – vallen met betrekking tot gewelddadigheid duidelijk sterker op dan andere groepen”, schrijft Stefan Luft. Volgens een door hem geciteerd onderzoek komen islamitische jongeren ”wezenlijk vaker in aanraking met geweld binnen de familie”. ”Anders dan in alle andere religieuze gemeenschappen” zou een verhoogde religiositeit ”niet verbonden zijn met ”een sterkere afkeer van jeugdige gewelddadigheid door de ouders”. ”In zijn totaliteit levert dit daarmee een consistent beeld op, dat islamitische jongeren – zowel wat betreft instelling als gedrag – een duidelijk sterkere neiging tot geweld laten zien.” Dat valt niet, zoals een ander onderzoek laat zien, terug te voeren op de gebruikelijke verdachten: ”De hogere geweldsspiraal is reëel. Noch de vaak slechte sociale situatie, het lage opleidingsniveau, noch een selectieve bereidheid tot aangifte of mechanismen van vervolgingsautoriteiten kunnen dus de hogere geweldsbelasting van vooral jongeren van Turkse herkomst verklaren.”

Opvallend is ook, dat het de islamitische geweldplegers het normaal gesproken vaak niet om aan een bepaald geweldsdelict verbonden doel gaat: ”De daders demonstreren met deze gewelddaden ook macht. De slachtoffers beleven dit als traumatiserend”, komt er uit een ander onderzoek naar voren. De schrijver van een langlopende studie over een Turkse jeugdbende stond perplex van ”de gruwelijkheid en meedogenloosheid”: ”Karakteristiek lijkt mij voor vele escalaties van geweld, dat…geweld een kenmerkende betekenis vanuit de vernedering van de slachtoffers kreeg.”

Dat geldt waarschijnlijk ook bij het geweld tegen vrouwen, dat in het geval van seksueel geweld tegelijk de vernedering en ontering van de hele familie naar zich toetrekt (het helpt echter wanneer men de verkrachte vrouw vermoord). Laqueur zegt: ”Alle deskundigen zijn het erover eens, dat het percentage jonge moslims in Europese gevangenissen hun aandeel in de bevolking ver overstijgt. Dat geldt ook voor de gevallen van verkrachting, die in vele bendes ”een gewoonte” geworden zijn, vooral in Frankrijk en in geringere mate in Scandinavië en Australië”. In 2001 werd bericht, dat in Noorwegen 65 % van de verkrachtingen door ”niet-westerse immigranten” (2 tot 3 % van de bevolking) werden begaan (de statistiek van 2007 gaf geen daling aan). Een moefti in Denemarken verklaarde volgens Bawer, ”dat vrouwen en meisjes, die geen hoofddoek dragen (inclusief de niet-moslims) geen respect zouden verdienen en er zelf voor verantwoordelijk zouden zijn als ze verkracht worden.”

Antisemitisme: De islamitische vijandigheid tegenover Joden staat voorgeschreven in de Koran en de Hadith en werd intussen, o.a. ook door de vaders van het islamisme, op de stand van het nazistische antisemitisme gebracht – Mein Kampf is naast De protocollen van de wijzen van Sion een vaak aangeboden boek in veel islamitische landen. Nergens heerst tegenwoordig zo’n brutaal, moordlustig antisemitisme als onder de moslims in de en buiten de islamitische wereld. Wie zou zich hebben kunnen voorstellen, dat De protocollen van de wijzen van Sion als een geactualiseerde, uit 41 afleveringen bestaande, op de beste zendtijd in 2003 in Egypte uitgezonden televisieserie aan meer dan twintig andere Arabische zenders zou worden verkocht? Waar anders zou nog de mare van met het bloed van niet-joodse kinderen gebakken matsebrood worden verspreid? Waar anders wordt de Holocaust luid en duidelijk zelfs door de toppen van de staat ontkend? Al in 1992 schreef Daniel Easterman, dat zich in de Arabische wereld ”een vorm van antisemitisme zou verspreiden, die volgens mij alleen met de gebeurtenissen in het Derde Rijk zijn te vergelijken. Politiek antizionisme wordt in toenemende mate verdrongen door de meest primitieve vorm van anti-joodse polemiek.”

Dat verhindert de islamitische propaganda geenszins om de afschuw en de schuldgevoelens over de Holocaust in het Westen voor zich te instrumentaliseren en de moslims als de ”nieuwe Joden” voor te stellen, als de vermoedelijke slachtoffers van de aanstaande volgende Holocaust in Europa. Er bestaan kennelijk mensen, die zoiets serieus nemen. Wanneer, om een naam te noemen, een antisemitismeonderzoeker zoals Wolfgang Benz islamcritici affiniteit met het antisemitisme toedicht (en alleen het antisemitisme in de wereld van de islam zou al reden genoeg zijn om dit te bekritiseren) i.p.v. zich bezig te houden met de meest kwaadaardige vorm van antisemitisme in de huidige wereld, komt het woord ”realiteitsgestoord” naar voren. Zo wil men met de moslims goedmaken, wat destijds de Joden werd misdaan.

Maar voor het vermoeden, dat de islam zelf een belangrijke factor is bij de op een breed front mislukte integratie van de moslims in de westerse samenleving, valt inderdaad veel te zeggen.
Wie in de Islam zijn hersens gebruikt, zal zijn hoofd moeten missen.

Terug naar “Bronnen Centrum”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 4 gasten