Het duistere ontstaan van de islam (1) Mohammed

Deze afdeling dient niet voor discussies. Het is een databasis van documenten, websites, boeken en andere bronnen teneinde sceptici te voorzien in materiaal om hun artikels op te stellen, zodat ze islam kunnen weerleggen. Plaats uw links in de juiste topic. Indien u een nieuwe topic wil inleiden, gelieve mij dat dan eerst te laten weten, we willen gelijklopende topics vermijden. Geen copy paste. Geef volledige referenties en ga na of uw bron betrouwbaar is. Indien u één van de aangehaalde bronnen wil weerleggen, vragen wij u dat te doen in de andere afdelingen van dit forum.
Navane
Berichten: 577
Lid geworden op: Do Nov 16, 2006 12:25 pm

Het duistere ontstaan van de islam (1) Mohammed

Berichtdoor Navane » Ma Jul 30, 2007 8:37 am

Het duistere ontstaan van de islam (1) Mohammed

Bijna alles wat moslims weten over de persoon Mohammed is gebaseerd op de biografie (sira). Ze doen alsof hiermee alle relevante feiten bekend zijn. De westerse geschiedenisboekjes nemen deze moslimversie meestal grotendeels over en kennen deze daardoor stilzwijgend enig gezag toe. Alleen sommige wetenschappelijke publicaties zetten vraagtekens bij deze werkwijze, maar deze publicaties zijn slechts voor een klein publiek toegankelijk.
De koran is als bron van informatie over zijn schrijver pas na de Hejira van enige betekenis. Bovendien is Mohammed geen naam. Het betekent zoveel als de 'geprezene', vergelijkbaar met bijnamen van Jezus als 'de messias' of 'de verlosser'. Uit niets blijkt waar naar welke persoon of personen deze verwijst. Ali Dashti, een Iraanse moslim, trekt in zijn Twentythree Years (1937) de conclusie: "About Mohammed's life up to 610, when he reached the age of forty, nothing of any importance is recorded."

In dit betoog zal ik aantonen dat de biografie van Mohammed grotendeels achteraf geconstrueerd is; dat de werkelijke geschiedenis desondanks min of meer reconstrueerbaar is; en dat de rol van Mohammed een totaal andere was dan zoals bekend op dit moment.

De eerste biografie van Mohammed is geschreven door Ibn Ishaq (Medina, 704 – Bagdad, 767). Ishaq zou in 733 in Egypte begonnen zijn met het verzamelen van verhalen rond de profeet. In 755 zou hij op verzoek van de Abbasidische kalief hiervan een biografie hebben samengesteld. Dit werk is niet overgeleverd, maar is bewerkt door een leerling (al-Bakkai) en vervolgens verder bewerkt door Ibn Hisham ( ca. 780 - 834). Daarnaast is er een versie van Tabari (838 – 923), die op ondergeschikte punten verschilt van Ibn Hisham's versie. Tabari vermeldt de Satansverzen, Ibn Hisham niet. Het origineel van Hisham is in delen bewaard gebleven. Deze delen worden wederom bewerkt door een leerling. Ook deze vierde versie gaat verloren. De huidige 'sira van Ishaq' is dus een verzameling losse overleveringen van vele personen, die op hun beurt tenminste vier keer bewerkt zijn tot de laatst overgeleverde versie van rond 850. Het is bovendien onbegrijpelijk dat de eerste biografie van de stichter van de islam pas rond 755 (in opdracht van de kalief) werd opgetekend. Waarom zo lang wachten?
Het verloren gaan van teksten is een terugkerend verschijnsel in de islam en staat op gespannen voet met de claim van textuele continuïteit vanaf het eerste begin. Er zijn talloze versies in omloop van de koran, de sira, de hadith, waarvan documentatie bestaat dat deze versies ook daadwerkelijk bestaan hebben en soms ook waaruit de verschillen bestonden. De meeste moslim geleerden en de soennieten in het algemeen ontkennen dat deze versies bestaan hebben of ze proberen deze verschillen als onbeduidend voor te stellen. Er moet een reden zijn geweest om zoveel bewerkingen uit te voeren: het herzien van de tekst.

Het deel van de sira dat de eerste veertig jaar beschrijft zit vol met topoi (terugkerende cliché's) uit heiligenlevens: de nederige afkomst (betekenis: god verkiest de armen), ouders die vroeg sterven (beproeving), wonderlijke gebeurtenissen die wijzen op uitverkoring, een rijke vrouw die zich aangetrokken voelt tot hem (zelfs rijken verkiezen deugdzaamheid als het er op aan komt), succes in de handel (de rechtschapen handelaar), enzovoort. Alle elementen in het verhaal zijn zorgvuldig gekozen om meer de stadsbewoner aan te spreken dan de woestijnbewoner. Het contrast met Jezus als de trouwe herder van zijn kudde is opvallend.

Een tweede opmerkelijk feit is dat de biografie van Mohammed parallel verloopt met belangrijke politieke gebeurtenissen van zijn tijd. In zijn geboortejaar 570 probeerde de Abessijnen Mekka te veroveren. Ze lokten een reactie van de Sassaniden uit (575), die erin slaagden om bijna geheel Arabië onder hun controle te brengen. Als in 610 de openbaringen aan Mohammed beginnen, is dat toevallig ook het jaar waarin de Arabieren een overwinning behalen op de Sassaniden (Dul Thiqar) en Heraclius keizer in Constantinopel wordt. De Hejira (622) tenslotte valt samen met de doeltreffende tegenaanval van Heraclius, die het begin is van de ineenstorting van het Sassanidische Rijk. Ondanks de tekenen die volgens de hagiografie wijzen op een bijzondere bestemming, noemt de sira slechts enkele gebeurtenissen: een tocht naar Syrië (als hij ongeveer15 jaar oud is); een stammenoorlog (20 jaar); huwelijk met Khadija (25 jaar); een tocht naar Syrie (25 jaar); een verborgen schat in de Kaba (35 jaar). De veertig jaar tussen 570 en 610 zijn mogelijk gekozen naar het voorbeeld van de veertig jaar in de woestijn van de joden (er zijn ook versies die Mohammed's geboorte plaatsen in 571, 573 en 580). Maar ook de periode van de openbaringen in Mekka (610-622) levert teleurstellend weinig biografische details op. Er is een aantal confrontaties met stamgenoten, en een kleine emigratie naar Abessinië (614-615), te weinig om 12 jaar mee te vullen.
De mededelingen over deze gebeurtenissen zijn kort, ondanks hun dramatische aard en komen niet uit boven het niveau van algemeenheden of juist bizarre details zoals de vermeende bekering van de negus. Dit verhaal is zeer onbetrouwbaar omdat de negus van Abessinië een monofysiet was en de moslims de goddelijke natuur van Jezus ontkenden. De soera's uit deze periode kort, ongecompliceerd wat betreft de boodschap (voornamelijk oproep tot boetedoening en inkeer) en sterk herhalend van karakter. Ze doen helemaal niet denken aan een profeet. Een profeet doet voorspellingen en heeft een bijzondere uitdrukkingsgave. Mohammed echter uit zich vaag, stereotiep of onbegrijpelijk en doet alleen de meest algemene voorspellingen over beloning en straf in het hiernamaals die iedereen kan doen.

De inhoud en de vorm en de lengte van de openbaringen verandert echter sterk van karakter zo gauw Mohammed zijn intrek neemt in Yatrib, later omgedoopt tot Medina. Wie de koran leest zal echter tevergeefs zoeken naar een blijk van deze overgang. Dit komt omdat de koran op dit moment een andere volgorde van soera's hanteert dan in de tijd van Mohammed. Alle soera's (op twee na, nummer 38 en 82) hebben een ander volgnummer gekregen en de latere (Medina) soera's zijn bijna allemaal in de eerste helft en het midden van de koran geplaatst door de redactie. Wie de koran in chronologische volgorde leest krijgt een volstrekt ander beeld van Mohammed en de gebeurtenissen rond hem.

Om de chronologische volgorde goed te kunnen begrijpen, moeten we de situatie in Arabië rond het jaar 600 in grote lijnen schetsen.
Politiek hadden de Sassaniden het voor het zeggen. Er hadden een aantal Arabische koninkrijkjes bestaan, zoals Hira, Kindah, Saba, Narjan en Himyaria, maar deze waren door economische achteruitgang of onderlinge twisten rond 600 allemaal al verdwenen of in macht sterk achteruit gegaan. De heerschappij van de Sassaniden was tamelijk oppervlakkig en liet de bestaande verhoudingen intact.
In het noordwesten waren grote groepen joden aanwezig. De Himyarieten (Jemen) waren tot het jodendom bekeerd. Daarnaast had het christendom, en dan vooral de nestoriaanse variant, veel aanhangers getrokken. Hira en Narjan waren nestoriaanse koninkrijkjes. Naast Mohammed waren er gelijktijdig meerdere 'missionarissen' actief onder de woestijnarabieren.
Etnisch was Arabië voortdurend in beweging. In de zesde eeuw trokken Zuidarabieren naar Syrië (de Gassaniden), daarnaast was er voortdurend trek naar het Tweestromenland. Al in de tijd van Mohammed was het Zuidarabisch hoorbaar ontwikkeld van het Noordarabisch. Bovendien waren er aanzienlijke verschillen tussen het meer ontwikkelde Oostarabisch (Hira) en de westelijke dialecten, zoals het Quraish. Het Oostarabisch stond waarschijnlijk dichter bij de bovendialectische dichterstaal die als een verkeerstaal fungeerde tussen de stammen.
Al eerder hadden arabieren pogingen tot staatsvorming gedaan. De Nabateërs, Palmyra, Kindah zijn voorbeelden. Hira (op enkele kilometers van het huidige Kufa) bereikte in de vierde en vijfde eeuw zijn grootste omvang en beheerste heel Arabië tot aan Najran en Nedzd. Dit is tevens het gedeelte waar het Oostarabisch werd gesproken; bovendien wordt Hira de uitvinding van het arabische schrift toegeschreven. Redenen om aan te nemen dat Hira de hoogste culturele status had binnen het arabische taalgebied. De bevolking groeide, terwijl weidegrond en water in Arabië steeds schaarser werden. De Gassanieden trokken van Jemen naar Syrië; de Lachmiden van Oost-arabië naar het Tweestromenland; de Kindah van Oman naar Centraal-Arabië. Deze emigratie is vergelijkbaar met de Volksverhuizing in Europa rond het jaar 400, omdat het stammensysteem de dominante organisatievorm was bij de arabieren. Er waren stammen die naar de Sinaï, Egypte en vervolgens verder naar het westen trokken. De Gassaniden (sinds 523) en de Lachmiden (sinds 2de eeuw) als bufferstaat, vooral om de woestijnarabieren te verhinderen de meer sedentaire gebieden binnen te trekken.

Afstamming was een belangrijk gegeven in Arabië. Familielijnen werden overgeleverd over tientallen generaties. Mohammed claimt een afstamming van Abraham via Hagar, waarbij de gemiddelde generatie ongeveer 60 jaar moet hebben geduurd. Moslims geven toe dat het middendeel van de afstamming niet al te geloofwaardig is. Via Hagar en Ismael stammen alle arabieren af van Abraham en hebben deel aan het verbond met god. Zemzem en de Kaba verbinden Mohammed en de arabieren met de oerreligie.
Als joden na de vernietiging van de Tempel (70) wegtrekken naar onder andere het noordwesten van Arabië, komen de Arabieren in contact met de joodse leer. Na de derde eeuw trekken christelijke missionarissen het gebied binnen. Schrift is praktisch onbekend bij de Arabieren, zodat alles mondeling overgeleverd wordt. Inmiddels heeft de leer van Nicea zijn intrede gedaan. Als Mohammed geboren wordt, zijn er tenminste vier invloedrijke versies van christendom in omloop: het arianisme (verspreid over het hele Romeinse Rijk), het monofysitisme (voornamelijk Egypte, Syrië, Armenië, Abessinië), het nestorianisme (Syrië en het Tweestromenland) en de niceense leer (rest van het Byzantijnse Rijk). Al deze varianten draaien om de aard van de relatie tussen god en de verlosser. De bekeringsarbeid van Mohammed is bijzonder in het opzicht dat ze een terugkeer naar het oergeloof predikt en dat er dus geen verlosser nodig is omdat er nog steeds een verbond tussen god en mens bestaat.

Er is geen enkele bron die aangeeft in welke goederen de koopman Mohammed handelde. In die tijd was vervoer over land veel duurder dan over zee en alleen geschikt voor luxegoederen. Van de karavaan die Mohammed bij Badr wilde overvallen is berekend dat de vrachtwaarde enkele miljoenen in huidige waarde bedroeg. Dit is het soort handel dat in tijden van onrust als eerste stopt.
De eerste gezellen van Mohammed waren koopmannen. Ali, de eerste moslim na Mohammed, was lid van een rijke handelsfamilie. Omar, Aboe Bekr, Uthman waren allemaal koopmannen. Deze mannen behoorden tot de selecte groep van eerste bekeerlingen, tot de tien die tijdens het leven al het paradijs kregen toegezegd. De andere zes waren arm, maar verkregen enorme rijkdommen zogauw de veroveringen op gang kwamen.
Als de Sassaniden vanaf 603 de oostelijke provincies van het Byzantijnse Rijk overvallen en plunderen, heeft dat een nadelig effect op de handel. De Sassaniden vochten voortdurend grensconflicten uit met de Romeinen, maar dan ging het meestal om de zeggenschap over Armenië en het Tweestromenland.
Als Heraclius keizer wordt (610) en tevergeefs vrede aanbiedt, trekken de Sassanidische troepen Anatolië, Syrië en Kanaän binnen en plunderden op een schaal die niet eerder vertoond was. Verovering van deze gebieden zou betekent hebben dat christenen de meerderheid in het Sassanidische Rijk zouden vormen. Chosroes II steunde op het zoroastrisme, hoewel hij met een armeense christelijke (monofysiet) getrouwd was. Bij de verovering van Kanaän (613) werden de joden als hulptroepen ingezet tegen de christenen, die destijds de meerderheid in dat gebied vormden. Naar verluidt werden 60.000 christenen omgebracht. Het werken met hulptroepen was een algemene praktijk in die tijd, ook bij de Romeinen. Het leger was ingedeeld naar regionale herkomst om de loyaliteit en het doorgeven van bevelen te vergemakkelijken. Op het slagveld kon dit leiden tot het plotseling vluchten van hele onderdelen, maar zolang de intensiteit van het vechten zich beperkte tot kleine confrontaties en plundering, waren hulptroepen een eenvoudige manier om de effectiviteit van een leger snel te vergroten. Betaling was geen probleem, de buit voorzag daarin.
Chosroes II had in 602 Hira gereduceerd van een vazalstaat tot een provincie. Het motief was de persoonlijke rancune tegen an-Numan III, maar ook de wens om de opmars van het nestorianisme in het Sassanidische Rijk tegen te gaan. De nieuwe politieke situatie maakte dat de verdreven leiders van Hira steun zochten in Arabië. Dit leidde in 610 tot een overwinning op de Perzen in de slag bij Dul-Thiqar. Hier speelde de Bakr stam een hoofdrol, waarschijnlijk in een poging om heel noordoost Arabië in een koninkrijk te verenigen. In 611 herstelden de Sassaniden hun gezag over Hira.

De achteruitgang van het fysische milieu in Arabië betekende een gestage verarming van de woestijnarabieren. Het leven was een voortdurende strijd om weidegronden, bronnen, vee, bruiden. Een stam die zijn positie ernstig zag aangetast (zoals de Kinda, die in één veldslag 50 prinsen verloren) verkeerde in grote problemen. Om zich te bevrijden van de Sassaniden bedient Hira zich van de vechtkracht van de woestijnarabieren. Dashti geeft een nuchter maar levendig beeld van de strijdvaardigheid van de woestijnarabieren:

The mentality of these tribes was in general still primitive, concerned only with visible and tangible things and unfamiliar with metaphysical ideas. Their only goal was immediate gain. They had no scruples about seizing the property of others and would stop at nothing in the pursuit of power. (Dashti, 16)
Religion in a meaningful sense has never taken firm root among the Bedouin Arabs, who even today show little interest in spiritual and metaphysical matters. Living in an inhospitable land, they were poor and had no stable social institutions apart from a few customs and inhibitions. In temperament they were volatile, being quickly moved, for example, to ecstasy or rage by a verse of poetry; self-centred and vain, being always eager to boast about their idiosyncrasies, including their weak points and even their crimes and cruelties; and so ignorant that they were easy prey to illusion and superstition, being ready to see a demon lurking under every stone or tree. (Dashti, 26)
The social environment was one in which even an aristocratic woman would rip a dead man's stomach, take and chew the liver, and throw it away when it did not taste nice. During the battle [bedoeld wordt Uhud, N.] Hend and several other woman of the Quraisjite aristocracy went into the midst of the Meccan fighters to encourage them with feminine charms and promises. (Dashti, 45)
Bedouin Arabs have never taken much interest in spiritual matters. Even today, nearly fourteen centuries after Muhammad's mission, they tend to view religion as a means of worldly gain. (Dashti, 52)

Karen Armstrong, die uitgesproken positief is over islam en diens profeet, schrijft:

De ghazwa was een algemeen geaccepteerd verschijnsel; er kwamen geen politieke of persoonlijke haatgevoelens bij kijken, maar het was een soort nationale sport die werd beoefend met vaardigheid en zwier [cursivering door mij, N.] en volgens duidelijk omschreven regels. Het was noodzaak, een grove manier om rijkdom te verdelen in een gebied waar gewoon niet genoeg voor iedereen voorhanden was. (K. Armstrong, De profeet, 2006, p. 19).

Voor de financiering konden koopmannen zorgen. Zij betaalden de uitrusting, regelden de indeling van de groepen en de ordelijke aankomst en kregen een deel van de buit als vergoeding (verg. de condottieri, van condotta ofwel contract). Vaak werd naast buit ook grond en vestiging toegezegd na het behalen van de overwinning. Bovendien had de strijd tegen de Sassaniden een godsdienstige lading gekregen. In deze jaren leerden de woestijnarabieren de strijdmethoden van de Romeinen en de Perzen kennen en bovendien de mogelijkheden van de gebieden die ze later zouden veroveren. Samen doorstaan ze heel wat gevaren en leren elkaar goed kennen. De reis van Mekka naar Hira duurt hooguit enkele weken (ca. 1500 kilometer). Ook de Quraisj trokken twee maal per jaar van noord naar zuid door Arabië. Mohammed en zijn trawanten kon dus heel goed meerdere keren per jaar terugkeren naar Mekka om daar andere zaken te behartigen. Het is ook mogelijk dat de huurlingen aanvankelijk fungeerden als bescherming voor de karavanen en later hun activiteiten verlegden.
Mohammed verdiende goed aan deze handel, net als zijn makkers Omar, Utman, Aboe Bekr en anderen. Tijdens hun activiteiten leren ze het politieke vak en doordat ze af en toe betrokken zijn bij schermutselingen, doen ze ook militaire ervaring op. Ze leren leiding geven en bovendien hoe ze anderen het gevaarlijke handwerk moeten laten doen. De 'tien die de hemel beloofd kregen' bereiken allemaal een leeftijd van boven de zestig jaar. Mohammed ging er prat op maar één mens persoonlijk gedood te hebben (Dashti, 46). In de 19 gazwa's (Bukhari, 5, 59,285) die Mohammed persoonlijk leidde, wist hij de echte gevaren kennelijk goed te vermijden.

In de jaren 603-622 leert Mohammed voornamelijk nestorianen en joden kennen, die beide ongeveer dezelfde visie op Jezus delen: een profeet zonder goddelijke aspecten. De woestijnarabieren verdiepten zich niet al te zeer in theologische finesses van de 'naturen' van Jezus, maar beperken zich tot het strijden tegen de veelgodendienaren van Zoroaster.
Dat dit contrast bepalend is voor het beeld dat Mohammed in deze tijd opbouwde van de ware godsdienst, wordt bevestigd door de Mekkaanse verzen. De chronologische koran toont dat in de eerste vijftig soera's de thema's Jezus, Maria, de Injiel niet voorkomen op de manier van de latere soera's. In de strijd tegen niet-christenen hebben deze immers geen waarde als onderscheidend argument. Maar ook de begrippen 'god als enige god' en islam komen nauwelijks voor, terwijl je deze wel zou mogen verwachten indien Mohammed deze verzen in de polytheïstische omgeving van Mekka en zijn stamgenoten zou hebben ontvangen. De verzen hebben een meer bezinnende betekenis en zijn gericht op mensen die al christen of jood zijn. Ze zijn dus bedoeld voor mensen in Hira, bijvoorbeeld woestijnarabieren die nog maar net waren gerecruteerd of die op het punt stonden over te gaan tot het nestorianisme. Mohammed bediende hen op hun wenken door preken te reproduceren die hij kende van joodse dan wel nestoriaanse priesters en de recruten daarmee voor te bereiden op de denkwereld van het Tweestromenland, die geheel anders was dan die van de woestijnarabieren.
Terwijl het christendom zich verder ontwikkelde tot een persoonlijk geloof met een intellectueel uitgewerkte theologie en een sociaal besef gebaseerd op vergeving, keerde de islam terug naar de wortels. De mythe van het uitverkoren volk gaf een nieuwe basis voor de collectiviteit; het armzalige bestaan van de woestijn en de verleidelijke naburige vruchtbare gronden deden een spanningsveld ontstaan dat makkelijk kon ontaarden in geweld.
Vanuit ons moderne individualistische besef lijkt dat moeilijk te begrijpen, maar in die tijd was de godsdienst de morele grondslag voor het hele leven. De strijd om essentiële vraagstukken is een strijd die snel verbonden werd met het overleven van de identiteit van groep en natie. In zo een situatie verkeerden de Arabieren: de emigratie was voor hen een zaak van leven en dood. De kracht van de boodschap lag in de rechtvaardiging van de emigratie in de vorm van het verbond met god, gebaseerd op het voorouderschap van Hagar en Ismaël.

In 619 had Chosroes nog Egypte toegevoegd aan zijn veroveringen, maar in 622 veranderde het strijdtoneel van karakter. Heraclius rukte met een geregeld leger op naar de westelijke gebieden van het Sassanidische Rijk zelf. Dit leidde tot reguliere veldslagen, waarbij discipline en loyaliteit noodzakelijk waren en weinig buit viel te behalen. Hira bleef onder Sassanidisch bestuur, misschien stond Chosroes meer autonomie toe indien Hira weer de rol van bufferzone op zich nam. Hoe dan ook, voor de woestijnarabieren was er geen rol meer weggelegd als hulptroepen of rebellen.

Uit de Mekkaanse verzen blijkt dat Mohammed maar oppervlakkige kennis van de bijbelboeken had. Misschien kwam dit voort uit gebrek aan kennis, misschien uit gebrek aan belangstelling. Zelfs nog in soera 30: 1 (84 volgens de chronologische koran, dus van vlak voor de Hejira) verheugt hij zich in een overwinning van de Romeinen, die de leer van Nicea aanhangen en dus vijanden van joden en nestorianen zijn. Het enige dat hem interesseert, is dat de Romeinen de polytheistische Sassaniden verslaan.
Als de arabische hulptroepen vanaf 622 niet meer nodig zijn, keren Mohammed en zijn trawanten terug naar Mekka om daar het hele jaar te verblijven. Zijn gezelschap bestaat uit de gezellen (sahaba), waarvan de kern gevormd wordt door een dozijn kameraden van het eerste uur, zoals Ali, Omar, Utman, Masud. Ze worden vergezeld door een aantal dienaren, vrienden, bondgenoten, die de kern zullen vormen van wat later de muhajireen (emigranten) zal heten. De term emigranten had dan ook betrekking op de huurlingen die hoopten dat het soldatenbestaan beloond zou worden met definitieve vestiging in het Tweestromenland. De groep emigranten groeide later zo snel, dat kalief Omar in 640 de emigratie verbood (Wim Raven, Ibn Ishaak, 1980).

In Mekka zijn ze niet echt welkom. De sira geeft tegenstrijdige informatie over deze periode. Nu eens wordt Mohammed goedgunstig behandelt als een gewaardeerd persoon (zoals in het geval van de verborgen schat in de bron), maar in de periode 614-620 verliest hij geleidelijk aanzien. De Quraisj probeerden hem te isoleren met een boycot (616-619), maar uit niets blijkt dat ze hem meer dan hinderlijk vonden. Hij had geen kritiek op de Kaba en de idolen die zich daar bevonden.
Dat dit zou komen omdat de Quraisj bang zijn inkomsten uit het heiligdom te moeten missen, is onwaarschijnlijk, omdat Mohammed aan het eind hooguit honderd bekeerlingen had gemaakt, meest uit de arme lagen der bevolking. Als het op een confrontatie lijkt uit te draaien, doen de Quraisj een beroep op hem, door hem eraan te herinneren dat ze behoefte hebben aan land en voedsel en 'een vruchtbaar land zoals Syrië'. Als hij na een bezoek aan Taif terugkeert (620), heet het dat hij niet meer dan enkele arme mensen als medestanders heeft. De omstandigheden doen vermoeden dat de onenigheid voortkwam uit een belangentegenstelling. De Quraisj waren gebonden aan de heilige plaats Mekka en de route van de karavaanweg. Zij hadden relaties met de Sassaniden, Mohammed met Hira dat zich verzette tegen de heerschappij van de Sassaniden. De Quraisj en de Sassaniden waren polytheïsten, Mohammed en zijn trawanten juist niet.
De scheidslijn tussen de Mekkaanse en de Medinese verzen wordt gevormd door de noodzaak voor Mohammed om de heilige oorlog te verleggen van Hira naar het binnenland van Arabië. Medina telde weliswaar meer joden dan Mekka, maar in beide steden waren de polytheïsten in de meerderheid en waren er bovendien christenen. Onder de Quraisj waren christenen en hanifa. De traditionele verklaring voldoet niet omdat de verschillen tussen de twee steden niet zo groot genoeg zijn om de veranderingen te rechtvaardigen.

De overgang wordt in de traditionele versie verklaard door de confrontatie met de joden in Yatrib. Mohammed werd daar binnengehaald als een soort scheidsrechter, maar slaagde erin om de macht over te nemen. Dit is een situatie die zich vaker heeft voorgedaan: de Almoraviden en Almohaden in al-Andalus, de Saksen in Engeland (Vortigern), de Visigoten in Spanje, de Almogavers in Constantinopel, de Turken in het Abbasiden kalifaat, enzovoort.
Maar op basis van de chronologische koran kom je tot een andere conclusie. De omslag in de handelingen en de uitingen van Mohammed slaan niet alleen op joden, maar ook op christenen van alle soorten. De verklaring ligt niet zozeer in de nieuwe situatie, maar vooral in de situatie die Mohammed achter zich had gelaten. En dat was in de eerste plaats een aandeel in de emigratie naar Hira, en niet zozeer Mekka. Laten we de verschillen op een rijtje zetten:

Er is bijna niets bekend over wat Mohammed deed en waar hij dat deed in de Mekkaanse soera's. Na 622 is bijna voortdurend duidelijk waar hij verbleef en met wie hij in contact was.
Voor 622 zou Mohammed geen oorlogshandelingen hebben meegemaakt. Maar in de eerste veldslag, Badr op 17 maart 624 toont hij een ervaring die hij ergens moet hebben opgedaan. Waar kan dat zijn geweest, als hij bijna zijn hele leven in de stadsomgeving van Mekka zou hebben geleefd en altijd als vreedzame handelaar zijn geld zou hebben verdiend?
Voor 622 was Mohammed met nooit meer dan één vrouw tegelijk getrouwd. Daarna bijna voortdurend met meerdere.
Voor 622 roept Mohammed vooral op tot inkeer en godsvrucht, maar na 622 tot actieve strijd tegen de ongelovigen, omdat hij nu beschikt over een klein leger.
Volgens de sira had Mohammed na de dood van Khadija (619) zo weinig aanhangers, dat hij steun zocht in Taif (620) en moest vluchten om zijn leven te redden. Toch heeft hij meteen daarna het commando over een klein leger – waar kwam dat ineens vandaan?
Voor 622 zijn de ongelovigen iedereen die niet het Boek aanhangt, na 622 zijn het joden en trinitariërs. De zoroastristen zijn minder belangrijk geworden. De overgang wordt snel sterker, ingegeven doordat Heraclius na het heroveren van Syrië en Egypte weer gaat ijveren voor de niceense leer, ten koste van nestorianisme en monofysitisme.
Voor 622 komt het woord islam in de koran niet voor, daarna wel.
Voor 622 bekeren alleen vrienden, familie en slaven van Mohammed zich tot het nieuwe geloof. Na 622 komen geleidelijk andere groepen in beeld: joden, reizigers, woestijnarabieren, de zogenaamde Ansar en Badriyun.
Uit de gedetailleerde beschrijving van Bukhari van de ghazwa's van Mohammed (boek 59) blijkt dat dit men dit een belangrijk en respectabel aspect van Mohammed vond. Machtsuitoefening en godsdienst zijn in deze beleving onverbrekelijk met elkaar verbonden.

Mohammed was dus in eerste instantie een opportunistische koopman, die kans zag om goed te verdienen aan een opstand met een godsdienstig element. Hij maakte gebruik van de reeds bestaande emigratie vanuit Arabië naar het noorden, waarbij de emigranten zich geconfronteerd zagen met een groep arabieren met een sterk ontwikkeld christelijk geloof en cultuur. Om te kunnen assimileren, moesten ze daarin mee gaan.
Het voeren van een godsdienstig geïnspireerde oorlog is iets dat ook in Europa is voorgekomen. De Hussietenoorlogen (1419-1436), de Boerenopstand van 1525, de Zweden onder Gustaaf Adolf (ca. 1630), de acties van protestantse kapers zoals Drake en de Burgeroorlog ten tijde van Cromwell hadden allemaal een sterk godsdienstig element. Mohammed zag zich gedwongen om in een nieuwe politieke situatie door te gaan met de rol die hij al jaren speelde. Hij had hierin succes omdat hij politieke en militaire ervaring had opgedaan in Hira, voldoende financiële middelen had en in de vorm van de gezellen een ervaren legertje achter zich had staan. Het feit dat hij alle allianties had verbroken, maakte hem een ideale huurling. Met dit doel werd hij in Yatrib binnengehaald, maar hij slaagde er al snel in om mensen met een tactische mix van geweldsuitoefening en een verbaal godsdienstig rookgordijn voor zich in te nemen. Het hoofddoel van Mohammed in dit stadium was nog steeds het verenigen van de arabische stammen en het stichten van een arabische staat, waarin ook Kanaän en Hira in zouden zijn opgenomen. Belangrijke onderdelen van deze strategie waren de assimilatie van de joden en de verovering van Jeruzalem. Voor hem waren joden en arabieren immers twee takken van dezelfde boom: Abraham. Hoezeer hij zijn optreden modelleerde naar het voorbeeld van de joden blijkt wel uit de parallellie met Mozes:
Joden: God / Izaak > Verbanning > Mozes > Exodus > Tien Geboden, de Wet
Arabieren: God / Ismael> Verstoting > Mohammed> Hejira > Constitutie van Medina, Medinese soera's.

Toen Mohammed de controle over Yatrib had verkregen en allianties kon sluiten met omringende stammen, waren de betrekkingen met Hira niet meer zo belangrijk. Hij kon zich gaan richten op het vergroten van de controle over de handelsroute en Mekka. Islam was niet de inzet, maar de uitkomst van emigratiebeweging, op dezelfde manier dat de joden eerst wegtrokken uit Egypte (Exodus 13-18) en vervolgens de Tien Geboden ontving (Exodus 20:3).

SAMENVATTING
Mohammed was een handelaar die in Mekka tot de onderklasse behoorde. Toen de handel op Syrië verstoord werd door de plunderingen van de Sassaniden, ontdekte hij een andere lucratieve handel: het leveren van huurlingen aan de rebellen van Hira. Om de samenwerking tussen Hira en de huurlingen te vergemakkelijken, motiveerde hij ze met teksten die hij ontleende aan nestorianen en joden. Geleidelijk verbond hij deze met de legende van Zemzem. De preken die 'mekkaans' genoemd worden, heten zo omdat Mohammed deze gebruikte om ook in zijn eigen omgeving huurlingen te werven of om de Quraisj het moeilijker te maken zijn wervingsactiviteiten tegen te werken. De ommekeer in de politieke situatie dwong Mohammed om voor langere tijd terug te keren naar Mekka, deze keer in gezelschap van afgewezen emigranten-huurlingen. Deze laatsten werden niet toegelaten tot de stad omdat ze geen familie waren en veroorzaakten een crisis, die uitmondde in de Hejira.
Als wij onze cultuur niet verdedigen, wie gaat het dan wel doen?

Gebruikersavatar
Freya
Berichten: 1231
Lid geworden op: Wo Apr 25, 2007 2:57 pm

Berichtdoor Freya » Ma Jul 30, 2007 9:26 am

Wat een geweldig betoog, goed onderbouwd.

Peter Louter
Berichten: 934
Lid geworden op: Zo Feb 26, 2006 2:21 pm

Berichtdoor Peter Louter » Ma Jul 30, 2007 11:15 am

Buitengewoon interresant.
Ik lees de koran vanaf Medina als een marsbevel en de regelementen van van allah's leger.
Hoe verhoudt je verhaal zich tot de opvattingen dat het bestaan van mohammed een constructie achteraf is?
Uit naam van de Verlichting: Red moslims van de orthodoxe islam!
"Religion is regarded by the common people as true, by the wise as false, and by the rulers as useful" - Seneca (5 BC - 65 AD)

Polleke
Berichten: 3239
Lid geworden op: Ma Sep 04, 2006 3:07 pm
Locatie: Amsterdam

Berichtdoor Polleke » Ma Jul 30, 2007 11:41 am

Het beste wat ik ooit heb gelezen op dit forum. Ik heb een vraag over de conclusie: is de stijlbreuk van 622 niet te verklaren doordat Mohammed een fictief personage was? Of is dat wellichteen volgende stap?

Hoe verkaar je anders dat:de oppertunistische koopman ineens een ervaren militair bevelhebber werd, zijn sex- en gevoelsleven ineens veranderde, de oplevering van zijn autobiografie meerdere malen werd uitgesteld?

Is dit niet het verlangen van een (nieuwe) religie naar een Messiaanse verlosser in de Joodse en Christelijke traditie? Verklaart dat mogelijkerwijs de aanpassingen van de koran in de achtste eeuw? Waarom de naam Mohammed zo weinig voorkomt in de koran?
Deze theorie zou heel veel verklaren. Simpel, elegant en logisch.

Mvg, Polleke


-

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 68108
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

Berichtdoor Ariel » Ma Jul 30, 2007 11:44 am

Heel goed artikel.
Kunnen we hier wat mee doen Pol, voor op het portal?
Mijn compliment Navane.

Ik neem aan dat er meer komt?
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Joannes
Berichten: 332
Lid geworden op: Do Apr 19, 2007 10:55 am
Locatie: Brabant
Contact:

Berichtdoor Joannes » Ma Jul 30, 2007 12:29 pm

SAMENVATTING
Mohammed was een handelaar die in Mekka tot de onderklasse behoorde. Toen de handel op Syrië verstoord werd door de plunderingen van de Sassaniden, ontdekte hij een andere lucratieve handel: het leveren van huurlingen aan de rebellen van Hira. Om de samenwerking tussen Hira en de huurlingen te vergemakkelijken, motiveerde hij ze met teksten die hij ontleende aan nestorianen en joden. Geleidelijk verbond hij deze met de legende van Zemzem. De preken die 'mekkaans' genoemd worden, heten zo omdat Mohammed deze gebruikte om ook in zijn eigen omgeving huurlingen te werven of om de Quraisj het moeilijker te maken zijn wervingsactiviteiten tegen te werken. De ommekeer in de politieke situatie dwong Mohammed om voor langere tijd terug te keren naar Mekka, deze keer in gezelschap van afgewezen emigranten-huurlingen. Deze laatsten werden niet toegelaten tot de stad omdat ze geen familie waren en veroorzaakten een crisis, die uitmondde in de Hejira.



Geachte Navane,


Met ontzag en grote interesse je essay gelezen.
Hoop een vervolg te mogen zien.
Ik heb buitengewoon veel respect voor je research, waaruit maar weer eens blijkt waar in werkelijkheid het intellect huist.
Niet bij de Moslimbroeders, want zij kennen het begrip, ''zelfkennis of zelfstudie'' niet of nauwelijks.


Vriendelijke groet,

Joannes

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 68108
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

Berichtdoor Ariel » Ma Jul 30, 2007 12:45 pm

Via Hagar en Ismael stammen alle arabieren af van Abraham en hebben deel aan het verbond met god.


Alleen met dit ben ik het niet geheel eens Navana.
Mosims denken dat ze deel uitmaken met het verbond met God, maar de bijbel geeft duidelijk aan dat zijn verbond alleen maar met Isaak is, en niet met Ismael.


15 Nog zeide God tot Abraham: Gij zult den naam van uw huisvrouw Sarai, niet Sarai noemen; maar haar naam zal zijn Sara.
16 Want Ik zal haar zegenen, en u ook uit haar een zoon geven; ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal: koningen der volken zullen uit haar worden!
17 Toen viel Abraham op zijn aangezicht, en hij lachte; en hij zeide in zijn hart: Zal een, die honderd jaren oud is, een kind geboren worden; en zal Sara, die negentig jaren oud is, baren?
18 En Abraham zeide tot God: Och, dat Ismaël mocht leven voor Uw aangezicht!
19 En God zeide: Voorwaar, Sara, uw huisvrouw, zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam noemen Izak; en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten, tot een eeuwig verbond zijn zade na hem.
20 En aangaande Ismaël heb Ik u verhoord; zie, Ik heb hem gezegend, en zal hem vruchtbaar maken, en hem gans zeer vermenigvuldigen; twaalf vorsten zal hij gewinnen, en Ik zal hem tot een groot volk stellen;
21 Maar Mijn verbond zal Ik met Izak oprichten, die u Sara op dezen gezetten tijd in het andere jaar baren zal.
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Gebruikersavatar
Manon
Berichten: 17471
Lid geworden op: Ma Feb 17, 2003 9:58 am

Berichtdoor Manon » Ma Jul 30, 2007 12:47 pm

Knap opzoekingswerk.

Het geeft weer eens een totaal andere kijk op het ontstaan van Islam.

Hopelijk lezen onze moslimlezers dit nu ook eens?
More diversity always means "less white people"
Diversity is a codeword for white genocide.

Navane
Berichten: 577
Lid geworden op: Do Nov 16, 2006 12:25 pm

Berichtdoor Navane » Ma Jul 30, 2007 1:39 pm

Ariel schreef:
Via Hagar en Ismael stammen alle arabieren af van Abraham en hebben deel aan het verbond met god.


Alleen met dit ben ik het niet geheel eens Navana.
zal.


Klopt, volgens de bijbel heeft Ismael geen deel aan het verbond. Maar de moslims handelen volgens hun eigen zienswijze en die heb ik weergegeven in het betoog. Omdat bij hen het eerstgeborenrecht erg belangrijk was, maken ze de denksprong dat het verbond met de eerstgeborene geldig was en laten ze buiten beschouwing of die eerstgeborene afkomstig was uit een formeel huwelijk of een andere relatie, de band met Abraham was kennelijk voldoende.
Als wij onze cultuur niet verdedigen, wie gaat het dan wel doen?

Navane
Berichten: 577
Lid geworden op: Do Nov 16, 2006 12:25 pm

Berichtdoor Navane » Ma Jul 30, 2007 1:42 pm

Peter Louter schreef:Buitengewoon interresant.
Ik lees de koran vanaf Medina als een marsbevel en de regelementen van van allah's leger.
Hoe verhoudt je verhaal zich tot de opvattingen dat het bestaan van mohammed een constructie achteraf is?


Beide zijn in mijn visie aspecten van dezelfde theorie. De belangrijkste stap bij het begrijpen ervan is het loslaten van de moderne interpretaties, zoals ik aangaf in 'De Mohammed in ons hoofd'.
Als wij onze cultuur niet verdedigen, wie gaat het dan wel doen?

Basy Lys
Berichten: 42
Lid geworden op: Zo Feb 23, 2003 12:30 pm
Locatie: Dar al-Harb
Contact:

Berichtdoor Basy Lys » Ma Jul 30, 2007 1:42 pm

(Danke, Manon. Neen, ik ben niet hem/haar ..)

De titel van de inleidende post doet nog een vervolg vermoeden. Die Dunklen Anfänge?

Ik ben niet vertrouwd met Dashti's werk. Zijn boek dateert reeds van 1937 ( "underground" in 1979 gepubliceerd) en zijn theorie lijkt me nooit veel aan bod gekomen te zijn. Zij lijkt wel goed gedocumenteerd.

Het boek is in het Engels beschikbaar op het WWW:

http://ali-dashti-23-years.tripod.com/

228 bladzijden! Veel printwerk!

In elk geval reeds dank aan Navane om ons reeds een idee te geven van de inhoud.

P.S.: in tweede lezing meen ik begrepen te hebben dat Navane niet een samenvatting van Dashti heeft proberen geven, maar een eigen analyse heeft gemaakt. Proficiat. Ik denk dat ik goed gedocumenteerd ben, maar daar ben ik nog steeds niet aan toe!
Veritas odium parit

Polleke
Berichten: 3239
Lid geworden op: Ma Sep 04, 2006 3:07 pm
Locatie: Amsterdam

Berichtdoor Polleke » Za Aug 18, 2007 3:07 pm

Nog een aantal opmerkingen bij dit artikel:

1. Zou de rol van Mekka en Medina in dit betoog niet geschrapt kunnen worden? Volgens Popp zijn er geen munten gevonden die het bestaan van de eerste vier kalieven staven. En dat was juist een handelsmerk in de oudheid van heersers om propaganda te bedrijven.
Een kalifaat heeft handelsroutes, int belastingen, legt wegen aan, bouwt versterkingen etc. Er zijn geen archeologische bewijzen voor de rol van Medina en Mekka.

2. De eerste 'islamitische' teksten zijn gevonden in de Negev woestijn en in de tempel in Jeruzalem. Het is aannemelijk dat "Mohammed" een legeraanvoerder was, wellicht bevelhebber van Arabische troepen die het Byzantijnse leger bijstonden.
Na de slag van 622 zijn de Byzantijnse en Perzische legers uitgeput en Mohammed/De verhevene neemt Damascus in. Het begin van de islamitische jaartelling.
Op deze manier kon hij natuurlijk kennis nemen van het nestorianisme, arianisme en andere christelijke stromingen. Hij vormt zijn eigen ideeën en breidt intussen zijn imperium uit.

Een probleem blijft de verzoening tussen het christelijke gedachtengoed dat hoofdzakelijk in Grieks en Aramees is geformuleerd en het polytheisme van de Arabieren, die de kern van zijn leger vormen.

Op het Arabisch schiereiland waren niet voldoende bronnen voor een veroveringstocht die een groot deel van de bekende wereld zou omvatten. Het islamitsche rijk is waarschijnlijk begonnen als christelijke Arabische staat in het tweestromenland of in Oostelijk Syrië. Damascus wordt het eerste machtscentrum en later verschuift het naar Bagdad.

3. De eerste 'islamitische' inscripties zijn geschreven in verschillende Arabische dialecten. Zou Mohammed, als christelijk heerser, niet als eerste een schriftelijke traditie willen ontwikkelen zoals in de traditie van de buurlanden Perzië en Byzantium? Om onrust te voorkomen in het nieuwe Arabische rijk te voorkomen laat hij een nieuwe taal ontwikkelen, die de verschillende Arabische dialecten overbrugt. Bij gebrek aan een schriftelijke traditie laat hij een 'buslading' Perzische juristen overkomen voor deze klus. Dit verklaart wderom een hoop.

4. In de oudheid had vrijwel elk imperium een staatsgodsdienst. Mogelijkerwijs probeerde Mohammed het nestorianisme tot staatsgodsdienst te verheffen. Nog waarschijnlijker is dat hij zijn juristen opdracht gaf tot de vorming van een eigen staatsgodsdienst. Veronderstel dat nestoriaanse, arianistische en iconoclasmistische commentaren op de bijbel het uitgangspunt vormden voor deze klus; dan verklaart dat ook de schrijfstijl van de koran, de vele verwijzingen naar 'bekend' veronderstelde teksten, en de invloed van het Aramees op de koran.

5. Om de nieuwe staatsgodsdienst toegankelijk te maken voor Arabische stammen van het schiereiland worden symbolen van het Arabisch polytheisme geïntegreerd. Mogelijkerwijs had de Iraaks/Arabische stam/clan van Mohammed/de Verhevene ook een eigen god in de ka'ba te Mekka, misschien de god Allah, die al bestond in het pre-islamitische tijdperk.
Aangezien de andere wereldreligies heilige plaatsen hebben wil Mohammed of de verhevene dit ook voor zijn nieuwe religie. Mekka krijgt deze rol.


Mvg, Polleke

Navane
Berichten: 577
Lid geworden op: Do Nov 16, 2006 12:25 pm

Berichtdoor Navane » Ma Aug 20, 2007 1:26 pm

Polleke schreef:Nog een aantal opmerkingen bij dit artikel:

1. Zou de rol van Mekka en Medina in dit betoog niet geschrapt kunnen worden? Volgens Popp zijn er geen munten gevonden die het bestaan van de eerste vier kalieven staven. En dat was juist een handelsmerk in de oudheid van heersers om propaganda te bedrijven.
Een kalifaat heeft handelsroutes, int belastingen, legt wegen aan, bouwt versterkingen etc. Er zijn geen archeologische bewijzen voor de rol van Medina en Mekka.


Helemaal schrappen is m.i. moeilijk te motiveren omdat er wel erg veel overleveringen zijn die een relatie met deze twee plaatsen leggen. Er moet dus wel iets gebeurd zijn, de vraag is alleen wat precies. Dat de archeologische bewijzen ontbreken is juist, maar dat komt vooral de arabieren erg weinig materiele cultuur hadden, een centraal gezag dat er belang bij had om zijn bestaan kenbaar te maken meestal ontbrak en omdat onderzoek vaak werd tegengegaan door de Saoedische overheid, vanuit de veronderstelling dat de pre islamitische periode niet interessant was en de islamitische periode voldoende bekend (uit de traditionele bronnen uiteraard). Omdat men de laatste twintig jaar ongeveer is gaan inzien dat het gezag van wetenschap het zal gaan winnen van het gezag van de koran, doet men inmiddels allerlei pogingen om de wetenschap voor de kar van de godsdienst te spannen.



2. De eerste 'islamitische' teksten zijn gevonden in de Negev woestijn en in de tempel in Jeruzalem. Het is aannemelijk dat "Mohammed" een legeraanvoerder was, wellicht bevelhebber van Arabische troepen die het Byzantijnse leger bijstonden.
Na de slag van 622 zijn de Byzantijnse en Perzische legers uitgeput en Mohammed/De verhevene neemt Damascus in. Het begin van de islamitische jaartelling.
Op deze manier kon hij natuurlijk kennis nemen van het nestorianisme, arianisme en andere christelijke stromingen. Hij vormt zijn eigen ideeën en breidt intussen zijn imperium uit.


De plaats van de vondsten wijst op de gebieden waar de invloed van de beschaafde wereld het grootst was. Heraclius was zeer godsdienstig en benutte allerlei religieuze elementen in zijn strijd tegen de Perzen. Deze speelde zich voornamelijk in het noorden af. Omdat Heraclius na 628 alle zuidelijke gebieden (Kanaan, Egypte) stuk voor stuk moest heroveren blijkt nergens uit dat hij is geholpen door Arabische hulptroepen. Omdat hij de subsidies aan de Gassanieden had stopgezet, had hij ook aan die groep niet veel. De nestorianen waren al decennia zeer actief in Arabie, zodat M al eerder van hun ideeen op de hoogte kon zijn geweest. Omdat uit de koran niet blijkt dat hij op de hoogte is van de verschillen tussen de stromingen, moeten we concluderen dat hij of niet wist van die verschillen of ze niet interessant vond.


Een probleem blijft de verzoening tussen het christelijke gedachtengoed dat hoofdzakelijk in Grieks en Aramees is geformuleerd en het polytheisme van de Arabieren, die de kern van zijn leger vormen.


Aramees is een semitische taaal, net als het Arabisch. Beide talen waren in die periode al vrij ver van elkaar ontwikkeld. De nestorianen in Hira zullen ongetwijfeld vertalingen hebben geproduceerd, omdat ze geen reden hadden om aan het Grieks vast te houden.

Op het Arabisch schiereiland waren niet voldoende bronnen voor een veroveringstocht die een groot deel van de bekende wereld zou omvatten. Het islamitsche rijk is waarschijnlijk begonnen als christelijke Arabische staat in het tweestromenland of in Oostelijk Syrië. Damascus wordt het eerste machtscentrum en later verschuift het naar Bagdad.


Vergelijk de onderneming van Dzengis Khan of Cortes. In beide gevallen stonden de middelen in geen enkele verhouding tot de resultaten. De legers leefden van de omgeving waar ze zich bevonden.

3. De eerste 'islamitische' inscripties zijn geschreven in verschillende Arabische dialecten. Zou Mohammed, als christelijk heerser, niet als eerste een schriftelijke traditie willen ontwikkelen zoals in de traditie van de buurlanden Perzië en Byzantium? Om onrust te voorkomen in het nieuwe Arabische rijk te voorkomen laat hij een nieuwe taal ontwikkelen, die de verschillende Arabische dialecten overbrugt. Bij gebrek aan een schriftelijke traditie laat hij een 'buslading' Perzische juristen overkomen voor deze klus. Dit verklaart wderom een hoop.


Inscripties hebben een andere functie dan de gangbare geschriften. Het ontwikkelen van een schriftelijke traditie zou bijna onmogelijk zijn geweest zonder mensen met een opleiding die dat mogelijk maken. De snelle 'eenwording' van de stammen maakte dat die nieuwe taal pas ontwikkeld kon worden als er een nieuwe situatie was bereikt, met een sterk centraal gezag in Damascus en later in Baghdad. De arabieren hadden er eigenlijk geen belang bij. Zij hadden de elite, de toegang tot rijkdom en hulpbronnen en ontwierpen een systeem dat andere groepen praktisch geheel buitensloot. De andere groepen moesten dus zelf iets ondernemen om opgenomen te worden. De groep met de meeste organisatie waren de Perzen, hun middelen waren bekering tot de islam en het ontwerpen van een grammatica, die bedoeld was voor hun eigen achterban, die de taal moest leren. VOor de arabieren had de grammatica uiteraard geen belang.


4. In de oudheid had vrijwel elk imperium een staatsgodsdienst. Mogelijkerwijs probeerde Mohammed het nestorianisme tot staatsgodsdienst te verheffen. Nog waarschijnlijker is dat hij zijn juristen opdracht gaf tot de vorming van een eigen staatsgodsdienst. Veronderstel dat nestoriaanse, arianistische en iconoclasmistische commentaren op de bijbel het uitgangspunt vormden voor deze klus; dan verklaart dat ook de schrijfstijl van de koran, de vele verwijzingen naar 'bekend' veronderstelde teksten, en de invloed van het Aramees op de koran.


Je gaat hier voorbij aan het gegeven dat de vorm van teksten sterk bepalend is voor het begrip ervan. Dat is nog steeds zo, maar toen nog meer. Uit allerlei tekstelementen , zoals ik aangaf bij de lezing van soera 2, blijkt ondubbelzinnig dat de tekst een toelichtend en samenvattend karakter heeft en nooit als zelfstandig geheel bedoeld kan zijn. Sterker nog: wie de tekst leest zonder voorkennis, begrijpt er helemaal niets van. Dat neemt niet weg dat er meerdere bedoelingen denkbaar zijn bij dezelfde vorm van een bepaalde tekst.

5. Om de nieuwe staatsgodsdienst toegankelijk te maken voor Arabische stammen van het schiereiland worden symbolen van het Arabisch polytheisme geïntegreerd. Mogelijkerwijs had de Iraaks/Arabische stam/clan van Mohammed/de Verhevene ook een eigen god in de ka'ba te Mekka, misschien de god Allah, die al bestond in het pre-islamitische tijdperk.
Aangezien de andere wereldreligies heilige plaatsen hebben wil Mohammed of de verhevene dit ook voor zijn nieuwe religie. Mekka krijgt deze rol.


Dit is zeker gebeurd. Opnieuw is het de vraag op welke manier en in welk stadium, in ieder geval niet tijdens het leven van Mohammed. Het is in dit licht dan ook opmerkelijk dat Mohammed begraven is in Medina en niet in Mekka, zoals je misschien zou verwachten.
Als wij onze cultuur niet verdedigen, wie gaat het dan wel doen?

Polleke
Berichten: 3239
Lid geworden op: Ma Sep 04, 2006 3:07 pm
Locatie: Amsterdam

Berichtdoor Polleke » Ma Aug 20, 2007 8:30 pm

Helemaal schrappen is m.i. moeilijk te motiveren omdat er wel erg veel overleveringen zijn die een relatie met deze twee plaatsen leggen. Er moet dus wel iets gebeurd zijn, de vraag is alleen wat precies. Dat de archeologische bewijzen ontbreken is juist, maar dat komt vooral de arabieren erg weinig materiele cultuur hadden, een centraal gezag dat er belang bij had om zijn bestaan kenbaar te maken meestal ontbrak en omdat onderzoek vaak werd tegengegaan door de Saoedische overheid, vanuit de veronderstelling dat de pre islamitische periode niet interessant was en de islamitische periode voldoende bekend (uit de traditionele bronnen uiteraard). Omdat men de laatste twintig jaar ongeveer is gaan inzien dat het gezag van wetenschap het zal gaan winnen van het gezag van de koran, doet men inmiddels allerlei pogingen om de wetenschap voor de kar van de godsdienst te spannen.


Dat is een zinnig punt. Maar misschien kunnen deze overleveringen ook veroorzaakt zijn in een uitbarsting van vroomheid. Toen in de 8e eeuw de islam een centrale rol in het Arabische Rijk ging vervullen kwamen werd het natuurlijk niet meer dan normaal om met religieuze uitingen te pronken. Zoals in de Middel-Eeuwen elke stad een relikwie van een heilige had.
Vergelijk de Elvis Presley verering van nu met die van Mohammed in een tijd zonder massamedia en het geschreven woord (alleen de elite was geletterd).

Maar stel dat voor de inname van Damascus een kalifaat ontstond dat het gehele Arabische schiereiland omvatte, dan zou het niet meer dan logisch zijn dat Byzantium, Perzie en de Griekse dynastie in Egypte ambassadeurs, militaire- en handelsverdragen zouden sluiten.
Het is uiterst merkwaardig dat, zover ik weet, hier geen bronnen van zijn.

Dan is de meest voor de hand liggende verklaring dat de eerste 4 kalifaten nooit hebben bestaan. Stel dat een Mekkaanse clan grip kreeg op het bestuurlijk en geestelijk apparaat in Damascus na 635: zou het dan niet meer dan logisch zijn om het eigen gezag met religieuze waarden te mystificeren? Zoals zovele heersers in de loop van de geschiedenis hebben gedaan?

De plaats van de vondsten wijst op de gebieden waar de invloed van de beschaafde wereld het grootst was. Heraclius was zeer godsdienstig en benutte allerlei religieuze elementen in zijn strijd tegen de Perzen. Deze speelde zich voornamelijk in het noorden af. Omdat Heraclius na 628 alle zuidelijke gebieden (Kanaan, Egypte) stuk voor stuk moest heroveren blijkt nergens uit dat hij is geholpen door Arabische hulptroepen. Omdat hij de subsidies aan de Gassanieden had stopgezet, had hij ook aan die groep niet veel. De nestorianen waren al decennia zeer actief in Arabie, zodat M al eerder van hun ideeen op de hoogte kon zijn geweest. Omdat uit de koran niet blijkt dat hij op de hoogte is van de verschillen tussen de stromingen, moeten we concluderen dat hij of niet wist van die verschillen of ze niet interessant vond.


De Israelische archeologen Nevo en Koren hebben in 2003 een boek gepubliceerd waarin de ontwikkeling van islamitische scripties wordt beschreven. Deze inscripties zijn in de loop van de 7e eeuw door, waarschijnlijk Arabische stammen, in de Negev woestijn in de rotsen gehakt.
Het polytheisme, zoals beschreven in de biografiën van Mohammed of de verhevene, kwam wel voor in de Negev woestijn maar niet in de Hidjaaz, het gebied waarin Mekka en Medina liggen. Hier schijnt wel uitgebreid onderzoek naar gedaan te zijn.
Het boek 'Crossroads to Islam' levert bewijs dat polytheisten en monotheisten in de Negev-woestijn woonden. De ontwikkeling van deze islamitische inscripties gaat door tot 750, op het moment dat de biografie van Mohammed wordt samengesteld.

Eén ding is zeker: het Arabische rijk bestond al 150 jaar voordat de islam werd geboren. De vraag wordt dan waarom de kaliefen de islam tot staatsgodsdienst hebben verheven.
Het Midden-Oosten was een lappendeken van religies en volkereren. Was het niet de moeite waard om een profetische traditie uit te kiezen die Arabische veroveringsdrift een religieuze mythe gaf?

Die rol vervult de profeet Mohammed, de religieuze legitimatie van het gezag van de kalief.

Mahalingam
Berichten: 37101
Lid geworden op: Za Feb 24, 2007 8:39 pm

Berichtdoor Mahalingam » Zo Jul 20, 2008 11:05 pm

De Uitvinding van de Islam
door Robert Spencer
Te vinden bij (Nederlandse vertaling, voorjaar 2008, pdf)
http://www.speakersacademy.nl/magazine/2008/voorjaar/1024/download/magazine.pdf
op blz 134 begint het.
Wie in de Islam zijn hersens gebruikt, zal zijn hoofd moeten missen.

Basy Lys
Berichten: 42
Lid geworden op: Zo Feb 23, 2003 12:30 pm
Locatie: Dar al-Harb
Contact:

Berichtdoor Basy Lys » Do Aug 21, 2008 6:52 pm

Een interessant boek over dit onderwerp is:
Karl-Heinz OHLIG / Gerd-Rüdiger PUIN (Hg.), Die dunklen Anfänge. Neue Forschungen zur frühen Geschichte des Islam, 408 bladzijden, Verlag H. Schiler, 2005, ISBN 3-89930-128-5

Ik heb het gekocht op www.amazon.de
http://www.amazon.de/Die-dunklen-Anf%C3 ... 3899301285
Het is ook te vinden op de site van de uitgever:
http://www.tell-online.de/vlg-schiler.html

Dit boek over de duistere ontstaansgeschiedenis van het mohammedanisme bevat artikelen van autoriteiten zoals
- Karl-Heinz Ohlig: "Wieso dunkle Anfaenge des Islam"
- Volker Popp: "Die fruehe Islamgeschichte nach inschriftlichen und numismatischen Zeugnissen"
- Christoph Luxenberg: "Neudeutung der arabischen Inschrift im Felsendom zu Jerusalem"
- Claude Gilliot: "Zur Herkunft der Gewaehrsmaener des Propheten"
- Alfred-Louis de Prémare: "Abd al-Malik b. Marwan et le Processus de Constitution du Coran"
- Ibn Warraq: A Personal Look at Some Aspects of the History of Koranic Criticism in 19th and 20th Centuries"
- Pierre Larcher: "Arabe Préislamique -- Arabe Coranique -- Arabe Classique: Un Continuum?"
- Sergio Noja Noseda: "From Syriac to Pahlavi: The Contribution of the Sassanian Iraq to the Beginning of the Arabic Writing"
- Alba Fedeli: "Early Evidences of Variant Reading in Qu'ranic Manuscripts
- Gerd-R. Puin: "Leuke Kome / Layka, die Arser / Ashad al-Rass und andere vorislamische Namen im Koran: Ein Weg aus dem 'Dickicht'?"
- Mondher Sfar: "Raisons d'espérer
- Karl-Heinz Ohlig: "Das syrische und arabische Christentum und der Koran"

Enkele citaten (met mijn excuses dat ze hier in de oorspronkelijke taal gebracht worden -- een Engelse of Nederlandse vertaling is mij alsnog onbekend):

p. 9

Es wird nachgewiesen, dass es sich bei Münzfunden aus dieser Zeit und auch bei den Inschriften im Felsendom zu Jerusalem in Wirklichkeit um christliche Texte und Symbole handelt, in denen eine syrisch-arabische Theologie dokumentiert ist: Gott ist ein einziger, und gepriesen (Muhammad) sei sein Gesandter (Jesus).


Volker Popp: Inschriftliche und numismatische Zeugnisse

p. 64

Die Münzprägung mit der muhammad-Formel in Syrien und Palestina

Die Kupferprägung mit dem Motto muhammad wurde 1947 von Sir Alec Kirkbridge publiziert. 99 Es handelt sich um eine Emission von unregelmäßigen, meist rechteckigen, schlecht geprägten Kupfermünzen. Sie zeigen auf der Vorderseite eine stehende Herrscherfigur, mit dem Kreuz bekrönt, welche ein Langkreuz in der Hand hält. Von l. oben nach unten befindet sich eine Inschrift, welche bisher als Münzstättenangabe für ‘Amman gelesen wurde. Auf der Rückseite findet sich die Wertangabe, ein kursives, kapitales M (= 40 Nummia). Die Wertangabe trägt ebenfalls ein Kreuz. Auf der Rückseite findet sich unter der Wertangabe M das Motto muhammad. 100 Tatsächlich handelt sich aber um einen Zusatz zu dem muhammad[\i]-Motto, nämlich [i]na’m, welches in diesem Zusammenhang verstanden werden kann als „selig“. Somit wäre die gesamte Inschrift zu lesen als „Selig ist der Gepriesene,“ oder dem archaischen Sinn des Ausdrucks nach: „Selig ist der Erwählte.“ Dies bezieht sich auf Jesus und sein Verständnis in der alten syrischen Theologie. Das Motto steht sowohl in Opposition zur Vorstellung von einer Gottessohnschaft wie auch zu den zeitgenössenischen Tendenzen in Byzanz, die in Jesus den Pantokrator sehen.

...
P. 75

...

Muhammadun rasulu ‚llah – gepriesen / erwählt is der Apostel Gottes

Diese erweiterte Definition der Vorstellung von Jesus als dem muhammad findet sich erstmals auf arabo-sassanidischen Münzen im Iran. Die derzeit früheste bekannte Prägung datiert auf das Jahr 66 der Arabischen Ära und stammt aus Bischapur in der Persis.

...
p. 77

Der Gepriesene / Erwählte als Träger des Logos

... Vollständig übersetzt lautet die Inschrift: „Gepriesen sei (erwählt ist) der, Träger der Botschaft von Gott“. Auch ein Verständnis des Begriffs Paygambar als „Träger des Worts (logos) wäre denkbar. Damit wird der Träger als ein „Gefäß“ angesehen, in welches Gott „sein Wort und von seinem Geist hineingeworfen hat“, wie es über Maria in der Inschrift im Felsendom heißt. Hier zeigt sich die antike Vorstellung vom Menschen und Propheten als Gefäß des Göttlichen. Auch hier bewegen wir uns im Bereich der alten syrischen Theologie.

p. 118

Zusammenfassung

Bauinschriften

p. 119

...

Titulaturen

...

Datierung

...

p. 120

...
Religöse Formeln

...

Gottesknecht

‘Abd al-Maliks Inschrift im Felsendom in Jerusalem vom Jahr 72 der arabischen ära (694) vermittelt die ersten datierbaren Hinweise auf einer religiösen Umbruch. Im inneren des Oktogons befindet sich der Teil der Inschrift, welcher im Stil einer Ekthesis zur Debatte über eine Einigung bezüglich des Verständnisses der Schrift aufruft (Pflicht zum Islam). Dieser Aufruf ist ans die gesamte Christenheit gerichtet: „Ya ahla ‘l-kitab / Ihr Völker der Schrift!“. Zur Christologie wird festgestellt, dass der Apostel Gottes ein ‘abd Alla ist, ein Gottesknecht. Der Gottesknecht ist muhammadun, „erwählt / gepriesen“. Der „erwählte / gepriesene Gottesknecht“ ist der masih ‘Isa bn Maryam, „der Messias, Jesus, Sohn der Maria, ist der Apostel Allahs“.
Auch die Inschrift des unbekantten Herrschers an der Gebetsstätte von Medina, datiert auf das Jahr 135 der Arabischen Ära (757), spricht noch von dem „gepriesenen Gottesknecht“ als Apostel.

Die Vorstellung von Jesus als einem „Gottesknecht“ und „Erwählten / Gepriesenen“ wird zuerst in Münzinschriften im iranischen Raum zwischen dem Jahr 38 (660) und dem Jahr 60 (682) der arabischen Ära dokumentiert.



99 A.S. Kirkbridge, Coins of the Byzantine-Arab Period. Quarterly of the Dept. Of Antiquities in Palestine, Jerusalem 1947, No. 62; die gleiche Münze nochmals beschrieben in Walker, Catalogue II., p. 52, ASK. 6

100 The Qedar coin shows that the obv. figure bore a cross on its crown and that another cross appeared above the M of the rev. It and the present example both reveal the rev. legend clearly. Mr Qedar plausibly reads this mintmark, bi-‘Amman (C. Foss, Anomalous Arab-Byzantine coins – Some Problems and Suggestions. O.N.S. Newsletter 166, London 2001, p. 7, No. 9). Die erwähnte Münze befindet sich jetzt im Israel Museum, Jerusalem. Inzwischen sind weitere Exemplare bekannt geworden. Islamic Coin Auction in London, Baldwin’s Auction Ltd., 12 October 2004, nos. 3117, 3118 mit Kommentierung: „The issue was probably issued by a minor chief named Muhammad rather than in the name of the prophet.” Hier wird nicht beachtet, dass der Personenname Muhammad erst im Umfeld der Mission für die Religionspolitik ‘Abd al-Maliks erscheint. Die früheste Datierung findet sich in einer Münzlegende für das Jahr 67 der arabischen Ära (689). Walker, Catalogue I., p. 85 (Ox(ford) 5 (Muhammad ibn ‘Abd Allah, Dirham von Herat). Auch hier findet sich der Vatername, wie dies bei einem Personenamen üblich war.

101 Siehe Bank Leu AG, Zürich, Auktion 29, 1981, S. 6, No. 6
Veritas odium parit

Links666
Berichten: 1058
Lid geworden op: Di Mei 20, 2008 1:36 pm
Locatie: Flanders Fashion Institute

Berichtdoor Links666 » Vr Aug 22, 2008 3:31 pm

Hallo Basy Lys,

Op een ander forum las ik dat u een imam was (??) - bent u nog steeds Moslim??

mvg,
- Links
Very few of us lie awake at night, worrying about the Amish. This is not an accident. They are not likely to hijack aircraft and fly them into buildings. That all religions have these extremists is bullshit. Some religions have never had these extremists.

Basy Lys
Berichten: 42
Lid geworden op: Zo Feb 23, 2003 12:30 pm
Locatie: Dar al-Harb
Contact:

Berichtdoor Basy Lys » Zo Aug 24, 2008 10:56 pm

Links666 schreef:Hallo Basy Lys,

Op een ander forum las ik dat u een imam was (??) - bent u nog steeds Moslim??

mvg,
- Links

Dat, Links666, is een beestige bewering!

"Moslims" bestaan niet. De sukkelaars zijn onwetende onderworpenen van de mohammedaanse ideologie.
Veritas odium parit

Links666
Berichten: 1058
Lid geworden op: Di Mei 20, 2008 1:36 pm
Locatie: Flanders Fashion Institute

Berichtdoor Links666 » Ma Aug 25, 2008 7:06 pm

Basy Lys schreef:
Links666 schreef:Op een ander forum las ik dat u een imam was (??)

Dat, Links666, is een beestige bewering!

Dan zal het een grap zijn, wat ik daar las :)
Ex-Moslim dus?
Very few of us lie awake at night, worrying about the Amish. This is not an accident. They are not likely to hijack aircraft and fly them into buildings. That all religions have these extremists is bullshit. Some religions have never had these extremists.

Gebruikersavatar
sjun
Berichten: 4009
Lid geworden op: Zo Mei 11, 2014 8:29 pm
Locatie: Visoko

Re:

Berichtdoor sjun » Di Aug 26, 2014 1:03 am

Basy Lys schreef:
Links666 schreef:Hallo Basy Lys,

Op een ander forum las ik dat u een imam was (??) - bent u nog steeds Moslim??

mvg,
- Links

Dat, Links666, is een beestige bewering!

"Moslims" bestaan niet. De sukkelaars zijn onwetende onderworpenen van de mohammedaanse ideologie.

Sommigen zijn domweg gelukkig omdat een ander voor hen denkt en het voldoen aan een serie verordonneringen, rituelen en voorschiften hen het idee geeft bijzonder goed bezig te zijn. Zolang deze mensen zelf maar niet in de gaten hebben dat ze klein en dom gehouden worden kunnen ze zich jaren betrekkelijk gelukkig in hun lot schikken.

In onze contreien kennen we een soortgelijke onderworpenheid aan de voorschriften en dogma's van het neo-Marxisme. Niet al te nozele idealisten doen grif mee met het nemen van de eigen maat aan een ander. Zij waken ervoor dat de juiste denkrichting wordt ingeslagen en schromen niet de euvelen te verketteren die menen dat er iets mis is met de partij en haar idealen. Weliswaar kent deze ideologie geen onaanraakbare voorman zoals de ideologien van islam en Nationaal-Socialisme, maar verder verschilt het toch niet zoveel in begeestering van de niet al te nozele massa voor de bewaking van de eigen voorschriften en enige juist geachte denkrichting.
Het recht op vrije meningsuiting wordt algemeen geaccepteerd, totdat iemand er daadwerkelijk gebruik van wil maken.

Gebruikersavatar
Pilgrim
Berichten: 35996
Lid geworden op: Wo Jan 17, 2007 1:00 pm
Locatie: Dhimmistad

Re: Het duistere ontstaan van de islam (1) Mohammed

Berichtdoor Pilgrim » Za Jan 03, 2015 4:02 pm

De Islam is een groot gevaar!
Jezus leeft maar Mohammed is dood (en in de hel)

Gebruikersavatar
sjun
Berichten: 4009
Lid geworden op: Zo Mei 11, 2014 8:29 pm
Locatie: Visoko

Re: Het duistere ontstaan van de islam (1) Mohammed

Berichtdoor sjun » Vr Jan 06, 2017 10:09 am

Ook interessant: De andere Mohammed.
:greeting2:
Het recht op vrije meningsuiting wordt algemeen geaccepteerd, totdat iemand er daadwerkelijk gebruik van wil maken.


Terug naar “Bronnen Centrum”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 4 gasten