Vrijzinnige moslims

Gebruikersavatar
Pilgrim
Berichten: 30289
Lid geworden op: Wo Jan 17, 2007 1:00 pm
Locatie: Dhimmistad

Vrijzinnige moslims

Berichtdoor Pilgrim » Zo Okt 08, 2017 11:06 pm

Een flinterdunne rode draad (“vrijzinnig moslim”; wat houdt dat in?)

Geplaatst op 8 oktober 2017

Afbeelding

Polder-islam, Euro-islam, gematigde islam. Het zijn nog steeds begrippen waarvan het links-liberale Westen, links-liberaal Nederland uiteraard inbegrepen, weigert afstand te nemen. Alweer decennialang houdt men in die hoek onverkort vast aan het denkbeeld dat alles op deze wereld maakbaar is, ook de islam, en dat de opvattingen van hen, die deze “religie” beoefenen, zich automatisch wijzigen naarmate zij langer in het verlichte Westen vertoeven. Een denkbeeld dat zó hardnekkig blijkt, dat men het op zijn beurt welhaast een geloof mag noemen: het geloof van Liberaal Links, dat volkomen haaks staat op de visie van enerzijds de westerse Realisten en anderzijds, opmerkelijk genoeg, fundamentele moslims als de Turkse dictator Erdoğan, die onverkort luidt: “Er bestaat geen gematigde islam: islam=islam.”

Geen prettige boodschap, maar feiten moet je onder ogen zien, luidt het standpunt van de Realisten. Een standpunt dat Liberaal links van de weeromstuit des te harder afwijst. Aangezien men echter in hun kringen zó koppig vasthoudt aan het eigen gelijk, dat men het tevens nalaat alle finesses nauwkeurig te bestuderen, haalt men regelmatig als bewijs voorbeelden aan die bij nadere beschouwing niet waterdicht blijken te zijn: men wijst dan bijvoorbeeld personen als Aboutaleb en Marcouch aan als voorbeelden van perfecte integratie, terwijl beide heren er eerder door bepaalde uitspraken en/of voorkeuren blijk van gaven dat er aan die ‘integratie’ deep down wel het één en ander schort. Meestal lost Liberaal Links dit dilemma op door er consequent geen aandacht aan te besteden.

Nu is mijn voorstel: zullen wij hen voor de aardigheid eens tegemoet komen door op onze beurt eens één of meer betere voorbeelden onder de loep te nemen? – want die zijn er metterdaad, al was het maar omdat het nu eenmaal met alles zo is dat de uitzondering de regel bevestigt. Het is misschien interessant om vast te stellen in hoeverre het ideaalbeeld bij een kritische, maar faire benadering de toets doorstaat.

Als zo’n “beter voorbeeld” heb ik al een tijdje Naeeda Aurangzeb (foto) in gedachten. U weet wel, de presentatrice uit het tv-programma “De Halve Maan”, die in 2012 zo theatraal in botsing kwam met studiogast en fundamentalistische ‘sjeik’ Haitham al-Haddad. In haar geval moet men echter, ten behoeve van het totaalbeeld, allereerst aandacht geven aan de ontwikkelingen die zij vóór dat tijdstip doormaakte en die ik op internet bij stukken en brokken wist te achterhalen:

Op driejarige leeftijd kwam zij in ’77 naar Nederland als oudste dochter in een traditioneel-islamitisch Pakistaans gezin. Naeeda, hoewel opstandig van inslag, beschouwde zichzelf al op jonge leeftijd wèl als gelovig, reden waarom zij als adolescente vrijwillig de hoofddoek ging dragen. Tegelijkertijd haalde zij trapsgewijs de benodigde diploma’s op HBO-niveau, maakte carrière, aanvankelijk in het maatschappelijk werk, later in de journalistiek, en was er op dat moment ook nog van overtuigd dat dit alles prima met het dragen van een hoofddoek te combineren viel. In ’97 maakte zij nog deel uit van een groep van vier moslima’s die een discussie over de islam aangingen in het blad “OPZIJ”, twee mèt en twee zónder hoofddoek. Naeeda behoorde op dat moment nog overtuigd tot de eerste categorie.

Toch zou dat nog veranderen en het valt aan te nemen dat, behalve de ervaringen met de Nederlandse samenleving ook die in haar huwelijk daaraan bijdroegen: ze trouwde uit vrije wil met een op het oog verlichte moslim, die naar eigen zeggen pal stond voor ‘de rechten van de vrouw’. In de praktijk bleek dit nogal tegen te vallen, want ze werd door hem gekleineerd en mishandeld. Hoe het ook zij, die werkelijkheid hielp haar kennelijk in meer dan één opzicht over een drempel heen, want in februari 2012, ten tijde van het bezoek van Haitham al-Haddad aan de studio, fungeerde ze reeds met flair als medepresentator van Aad van den Heuvel in “De Halve Maan”: intussen officieel gescheiden, onafhankelijk en zelfbewust in een charmante, westerse outfit en, de meest in het oog lopende verandering: zónder hoofddoek. Niettemin noemde zij zich op dat moment nog steeds met overtuiging ‘moslima’: zij beschouwde zich, zo verklaarde zij, thans als een “vrijzinnige moslima.” Maar tóch...

Dit dus vormde op dat moment haar voornaamste wapen in de ‘struggle’ met studiogast Haitham al-Haddad, die nu eenmaal als voorwaarde voor zijn komst had gesteld níet aan tafel te hoeven zitten met een ongesluierde vrouw. Bepaald frappant was het wel dat Naeeda, die ooit vrijwillig en vol overtuiging met die versluiering begonnen was, hem nu even overtuigd afwees. Aangezien echter na veel wikken en wegen de afspraak was gemaakt om de wens van Haitham in te willigen, gaf zij hier in eerste instantie gehoor aan en ruimde, naar later zou blijken onder onverholen protest, het veld, zodat de ‘sheik’ zijn plaats aan tafel kon innemen. Waarop zij, zoals in de volgende dagen verschillende geshockeerde moslima’s op islamitische fora het opmerkten, “provocatief in het publiek op de eerste rij neerplofte, tussen twee mannen in.” Dat klopte, al hadden die zedelijk-verontwaardigde ‘sisters’ waarschijnlijk niet door dat dit van Naeeda’s kant als niets anders dan als een consequente handeling bedoeld was: zij verruilde eenvoudigweg van plaats, niet meer of minder, met Haitham, die tot op dat moment op díe stoel gezeten had, geflankeerd door een begeleidende islamitische geestelijke, net als hijzelf in witte djellaba, en een baardaap-in-burger, die, zoals tevoren te zien was geweest, als zijn Nederlands-Engelse tolk was opgetreden. Dus weinig aan te doen dat ze nu juist dáár tussen terecht moest komen, zoals ze er maar mee leek te willen zeggen, of met andere woorden: de ‘sjeik’ had het zèlf zo gewild.

Het leek er sterk op dat ze zich had voorgenomen vanaf deze opgedrongen plaats-in-het-publiek toch zoveel mogelijk aan het debat te blijven deelnemen, ten teken dat ze deze schikking hooguit verdroeg, maar geenszins accepteerde, iets wat ze trouwens letterlijk tot uiting bracht. Ze kreeg hierbij de steun van minstens twee panelleden, die zichzelf eveneens officieel tot de categorie ‘vrijzinnige moslims’ rekenden en van wie Fouad el-Hajji, op dat moment PvdA-Raadslid in Rotterdam, zich het meest vrijzinnig, om niet te zeggen seculier, opstelde. Je kon hem bij die gelegenheid zelfs de mannelijke uitvoering van Naeeda noemen: uiterlijk aantrekkelijk (zijn knappe gelaatstrekken NIET verdoezeld door enig gezichtshaar), geïntegreerd, vlot en direct, zoals hij Haitham rechtstreeks aanviel en hem het belang van aanpassing aan de samenleving, die men nu eenmaal had uitverkozen om in te leven, onder de neus wreef; de hele moslimgemeenschap, met name het liberale deel, leed onder het imago dat de fundamentalisten hen bezorgden, benadrukte hij, om vervolgens Naeeda bij te vallen in haar vraag vanuit-het-publiek of volgens Haitham mannen en vrouwen gelijk waren; of de sheik daar duidelijk op wilde antwoorden. Dat antwoord kwam er niet, omdat, zoals el Hajji tenslotte bondig vaststelde, Haitham het gewoon niet wilde geven, waarna de hele discussie vastliep in gesteggel en langs elkaar heenpraten. Het is ook verder niet belangrijk, want wat ik hier ter sprake wil brengen, gaat even niet over de opstelling van de overduidelijke fundamentalist Haitham.

Het gaat over de vraag: Hoe zien zulke mensen zichzelf als zij zich omschrijven als “vrijzinnig moslim?” Hoe vullen zij dat begrip voor zichzelf in? Zeker is in ieder geval dat wij het figuren als Aboutaleb of Marcouch nooit over zichzelf hebben horen zeggen: zij zijn, hoe ‘geïntegreerd’ zij zich ook presenteren, móslims, zonder het toevoegsel “vrijzinnig.” Wat betekent het dus als mensen, die qua afkomst en voorkomen met hen te vergelijken zijn, dit toevoegsel wèl gebruiken, en vaak nog nadrukkelijk op de koop toe?

Misschien had bijvoorbeeld Martien Pennings wel gelijk in zijn artikel van enige jaren geleden, dat was gebaseerd op het actuele geval van een geradicaliseerde Frans-Algerijnse jongedame die met haar radicale echtgenoot en hun baby de wijk had genomen naar Syrië. Haar wanhopige ouders, waar alvast uiterlijk niets islamitisch aan te bespeuren viel, noemden zichzelf “vrijzinnige moslims.” Martien: “Géén moslims dus. Ze noemen zich alleen maar zo, omdat ze bang zijn om daarvoor uit te komen.”

En dat klinkt plausibel: Wij, Realisten, bekijken, in tegenstelling tot Links en Links-Liberaal, de islam tenslotte niet door een roze bril. Wij wéten dat een geboren moslim automatisch moslim voor het leven is en uittreding uit de islam op geen enkele manier geoorloofd; dat daarop in principe de doodstraf staat. Wij weten daarnaast van de verstikkende sociale controle binnen de islamitische gemeenschappen... Het mag geen wonder heten dat een dergelijke druk voor bijna iedereen te machtig is. In de meeste gevallen schikt men zich automatisch en slaagt men er zèlfs wel regelmatig in gelukkig te worden binnen de voor de moslim bij zijn geboorte vastgelegde levensbeschouwing. Een enkele, eigenzinnige natuur blijkt tevens dapper genoeg om er openlijk tegenin te durven gaan. Als hij geluk heeft, slaagt hij daarin en bereikt de onafhankelijkheid; anders breekt vroeg of laat de dag aan waarop hij het niet meer kan navertellen...

Jezelf ervan overtuigen dat alles goed is zoals het is, sterker; dat het voor de hele wereld zou moeten gelden en dat het je plicht is daaraan het jouwe bij te dragen óf er voor jezelf geen vrede mee hebben, zelfs zodanig dat je de moed vindt er met open vizier uit te breken, dat zijn twee uitersten. Uiteráárd zitten daar middenwegen tussen. Aan op het oog geïntegreerde moslims als Aboutaleb en Marcouch hoeft men in dit verband niet te denken, want bij hen is er duidelijk geen sprake van onvrede: hun moderne, “geïntegreerde” vormgeving hebben ze zich willens en wetens aangemeten om het in dienst te stellen van hun missie, de aloude opdracht van de Profeet, en ze kijken er naar en zien dat het goed is. Intussen vervullen ze met overtuiging hun religieuze verplichtingen, voor zover ze die in hun strategische vormgeving hebben weten in te passen, en zijn er gelukkig mee. Dat is de “geïntegreerde” moslim zonder méér.

Dus als men mij vraagt wat daarentegen de “vrijzinnige” moslim is: Hij lijkt op het eerste gezicht sterk op de hierboven beschreven variant. Maar bij hem is er wèl sprake van onvrede. Zijn geïntegreerde, westerse voorkomen is niet tot stand gekomen uit tactische overwegingen, in volkomen harmonie met zijn religieuze achtergrond, maar óndanks die religieuze achtergrond. Het contact met de westerse samenleving heeft hem onwillekeurig geraakt; hij voelt zich op natuurlijke wijze aangetrokken tot de levensstijl, de levensopinies... Hij merkt van zichzelf, soms al op jonge leeftijd, soms – zoals bij Naeeda Aurangzeb – pas gaandeweg dat die hem beter passen dan de islamitische. De liberale, westerse manier van leven, van omgaan met elkaar, bevalt hem, hij vergroeit ermee. Koran en moskee verliezen hun bekoring, hij raakt ervan vervreemd... Langzamerhand doet hij er niets meer aan en voelt ook de behoefte niet, máár... de op het oog zo logische laatste stap, officiéél met dit alles breken, blijkt dan opeens een brug te ver. Hij realiseert zich de druk van de gemeenschap, al leeft hij misschien niet eens meer permanent in hun midden. Hij voelt misschien nog steeds de dreiging waar hij vanaf zijn vroegste jeugd mee is opgezadeld: dat hij, bij een breuk met de islam, hoe dan ook Allah op zijn weg zal vinden... En het valt goed voor te stellen dat dát schrikbeeld, waar hij zich niet van los kan maken, het hem psychisch onmogelijk maakt om de banden met de islam officieel en definitief door te snijden. Daarom noemt hij zich “vrijzinnig moslim.” Vrijzinnig, omdat de westerse vrijzinnigheid hem past als een tweede huid; hij zou haar niet meer kunnen missen en wíl dat ook niet. Moslim, omdat hij niet anders kán/durft te zijn. Dat is de enige reden.

Naeeda Aurangzeb heeft destijds in de bewuste uitzending van “De Halve Maan”, en nadien in diverse interviews, letterlijk verklaard dat ze “gelovig” is en “in God” gelooft. Officieel overstappen naar het christendom heeft zij echter tot nu toe niet gedaan. En zál zij naar alle waarschijnlijkheid niet doen. In dezelfde uitzending voegde Haitham al-Haddad Fouad el-Hajji in bedekte termen toe dat hij hem ervan verdacht de Koran niet eens meer te lézen. El-Hajji reageerde slechts met een flauwe glimlach, maar sprak het, dat viel wel op, in het geheel niet tegen.

Vrijzinnige moslims dus: Géén moslims. Alleen niet in staat om, anders dan door hun westerse manier van leven, daarvoor uit te komen. Is dit een groep die, in geval van burgeroorlog, een gevaar vormt voor onze westerse samenleving? Och, ik denk het eerlijk gezegd niet. Niet echt. In ieder geval minder dan de daadwerkelijke wolven in schaapsvacht, zoals de huidige burgemeesters Aboutaleb en Marcouch: in tegenstelling tot díe categorie hebben degenen die men metterdaad tot de “vrijzinnige moslims” kan rekenen geen concrete plannen om deze of gene vorm van jihad te steunen.

Iets anders is de vraag in hoeverre, als het er op aankomt, de flinterdunne rode draad die hen bijna tegen wil en dank met de islam blijft verbinden hen zal weten te bewegen tot passiviteit, tot terughoudendheid waar het het verdedigen van de westerse samenleving en anderzijds het bestrijden van de radicale islam betreft. Dát is en blijft een open vraag. Maar actueel waar het mensen betreft die zich, ondanks alles, niet anders durven te noemen dan “Vrijzinnig MOSLIM.”

Door: Theresa Geissler

https://ejbron.wordpress.com/2017/10/08 ... dt-dat-in/
De Islam is een groot gevaar!
Jezus leeft maar Mohammed is dood (en in de hel)

Terug naar “Islam in het nieuws”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten