Moslimcommandant Oric slachtte 1000 Serviërs af

Vrijdenker
Berichten: 1747
Lid geworden op: do jul 15, 2004 10:07 pm
Contacteer:

Moslimcommandant Oric slachtte 1000 Serviërs af

Bericht door Vrijdenker »

Oric beschuldigd van duizend moorden
Bloed in dorpen rond Srebrenica nog steeds niet gestold
Auteur: Cees van Zweeden
Bron: website Nederlands Dagblad, 25 oktober 2004


Deze maand begon voor het Joegoslavië-Tribunaal het proces tegen Naser Oric, commandant van de moslims in Srebrenica in 1995. Oric wordt echter niet aangeklaagd voor de dood van duizend Serviërs in de dorpen rond Srebrenica, die de Serviërs bracht tot hun bloedige wraak.

De aanklaagster zegt dat ze geen bewijzen kon vinden, maar in de betrokken dorpen is twaalf jaar later het bloed nog altijd niet gestold.

Op een verlaten heuveltop in Oost-Bosnië ligt een begraafplaatsje van een volmaakte schoonheid. In alle richtingen strekken zich zwaar beboste valleien uit, die door de herfst rood zijn gekleurd.

Donkere wolkenstrepen liggen onbeweeglijk in een ijle lucht. Onder die lucht heerst een serene stilte. Nergens klinkt uit het landschap het geluid op van spelende kinderen, het gekletter van een gerei, of zelfs maar het geblaat van een schaap.

Er is een reden voor die stilte. Een van de gedenkstenen op deze majestueuze heuveltop heeft aan de achterzijde een luikje van bruin geverfd ijzer. Daarachter liggen de botten en schedels van 99 dorpelingen, gedood in de Tweede Wereldoorlog.

De tweede steen herbergt geen geraamtes, maar heeft een tekst: Dit monument is ter nagedachtenis aan de jonge mensen die in de zomer van 1992 omkwamen. Ze werden als maïskolven neergemaaid.

Zalazija, het nietige dorpje bij de begraafplaats, is vrijwel verlaten. Zestig jaar geleden werd de helft van zijn bevolking vermoord. In de burgeroorlog van de jaren negentig stierven nog eens 36 dorpelingen. Nu zijn er niet veel mensen meer over in deze nederzetting van 23 huizen, die alle werden geplunderd en platgebrand.

Het dorp was Servisch en de moordenaars waren moslims, zowel in 1940-1945 als in 1992-1995. Het had ook andersom kunnen zijn, want in deze streek moordden de Serviërs ook moslimdorpen uit. Voor dit verhaal is het belangrijk dat de slachtoffers Serviërs waren en hun bedreigers moslims, want volgens het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag bestaat Zalazija niet.

Het tribunaal begon deze maand met de berechting van Naser Oric, moslimcommandant van Srebrenica. Oric wordt beschuldigd van de moord op zeven Serviërs, doodgemarteld op het politiebureau van zijn stad. Hij staat ook terecht voor plundering en brandstichting in omliggende dorpen. Over de moord op bijna duizend Serviërs in die dorpen staat in de aanklacht geen woord.

Hoofdaanklaagster Carla Del Ponte ontkent niet dat die moorden wellicht hebben plaatsgevonden, ,,maar er is in Bosnië veel Servische propaganda'', zegt haar woordvoerster schouderophalend. ,,Wij hebben er naar gezocht, en konden geen bewijzen vinden.''

Misschien zocht de aanklaagster, die beschikt over vele onderzoeksteams en een miljoenenbudget, niet hard genoeg. Want voor eenieder met een goede auto volstaat anderhalve dag om het drama in kaart te brengen dat leidde tot de geruchtmakende massamoord. Getuigen schuilen hier achter bijna alle deuren.

Bratunac, buurdorp van Srebrenica, heeft een gedenkplaats voor de doden uit de streek. Het gebouwtje heeft geen enkele pretentie, en er is slechts één onverwarmde kamer in gebruik. Aan de muren hangen eindeloze rijen foto's van gedode Serviërs met hun namen en hun geboortedata. Daaronder die van vrouwen, kleuters en bejaarden.


Tot die bejaarden behoorden Negoslav en Kristina Eric, die op 7 januari 1993 door Naser Oric en zijn mannen werden afgemaakt in het dorp Kravica. Oric had de dag goed gekozen, want 7 januari was het Servisch-Orthodoxe kerstfeest. De waakzaamheid was minder dan normaal toen de eenheid van enkele duizenden manschappen het dorp voor zonsopgang overviel.

,,We hoorden overal schieten'', herinnert Mise Eric zich. ,,Vluchten jullie maar, zei mijn schoonvader. Ik ben te oud. Ik rende het bos in, maar mijn schoonmoeder weigerde mee te komen. 's Avonds, toen de aanval voorbij was, lag mijn schoonvader bij het huis, beide benen aan elkaar gebonden. Hij had een kogel in het hoofd. Mijn schoonmoeder vond ik in de woonkamer. Ze was levend verbrand.''

Bij de aanval op Kravica, waaraan Oric persoonlijk deelnam, vielen 49 doden. Onder hen 28 burgers en 21 militairen die belast waren met de bewaking van het dorp. Niet alle militairen stierven in het harnas; sommigen werden gevangengenomen en in strijd met het oorlogsrecht afgemaakt.

Horror

Zelko is een van de militairen die de slachting overleefden. ,,Vanuit mijn schuttersput boven het dorp zag ik scènes uit een horrorfilm. Uit het jongerencentrum klonk luide muziek, terwijl de mannen van Oric in een kring dansten. Tegelijkertijd werd een jonge soldaat geëxecuteerd.''

Andere soldaten werden meegetroond voor ondervraging in Srebrenica, wat altijd met wreed geweld gepaard ging. Nedeljko Radic, een 41-jarige Serviër, werd tegen het hoofd geslagen met een ijzeren staaf. Daarna werden zijn tanden getrokken met een roestige tang, en urineerde een van de beulen in zijn mond.

Zelko: ,,Een van die foltersessies werd door Oric op een band opgenomen, en uitgezonden op een radiokanaal waar Serviërs in de regio naar luisterden. Zo konden we het gekerm van onze eigen mensen horen.''

De onbeschrijflijke wreedheden verklaarden de wraak van de Serviërs. Zepa, een andere moslimstad die door de Serviërs werd ingenomen, bleef die bespaard omdat de omliggende dorpen daar ongemoeid waren gelaten. Srebrenica was anders.

Meer dan honderd Servische dorpen werden tot april 1993 overvallen, toen de Serviërs er eindelijk in slaagden Oric en zijn mannen naar Srebrenica terug te drijven. De stad werd omsingeld, en daarna door de Verenigde Naties tot veilige plaats verklaard. Een Canadese eenheid en vervolgens Dutchbat moesten toezien op de vrede, maar beide faalden in hun missie om de moslimtroepen in de stad te ontwapenen.


In Bleceva werd Kosana Zekic, een oude vrouw, in haar huis gekeeld. Twee andere bejaarden, Milan Zekic en Gojko Jovanovic, vonden eveneens de dood. In Gniona werden twee ziekelijke en deels invalide mannen, Lazar Simis en Radojko Milosevic, levend verbrand. In Brezani werden 19 mensen omgebracht. Eén van hen, de 55-jarige Vidoje Lazic, werd aan een kruis geslagen en daarna verbrand.

De lijst is eindeloos.

Zwanger

,,Ik kwam aan in Jazestica een half uur nadat ze waren vertrokken'', zegt Jovan Nikolic, destijds ondercommandant van de Bratunac Brigade. ,,Alle huizen brandden en ik telde negen lichamen. Van acht slachtoffers was de keel doorgesneden.''

,,Ik herkende er een; ze was een zwanger meisje van 18, getrouwd met de lokale priester. Het negende slachtoffer was onthoofd. Zijn hoofd ontbrak; ik nam aan dat Oric het had meegenomen als trofee.''

Nikolic, nu schooldirecteur in Bratunac, is bitter teleurgesteld dat het tribunaal Oric niet heeft aangeklaagd voor de slachting. ,,Oric stond onder bevel van Sarajevo, dat hem aan het eind van de oorlog een militaire onderscheiding gaf. Als hij was aangeklaagd voor de moord op duizend mensen had het tribunaal ook zijn uiteindelijke baas moeten aanklagen, wijlen president Izetbegovic van Bosnië.''

Als Nikolic tijdens de oorlog CNN aanzette, hoorde hij mensen als Oric beschreven worden als verdedigers van een multi-etnisch Bosnië. ,,Zij waren de verdedigers, de bevrijders, en wij waren de agressors'', zegt hij, ,,maar in mijn geboortedorp Bacici vermoordden die bevrijders in januari 1993 mijn vader, mijn broer en mijn zwager.''

Het hoofd dat Oric als trofee meenam, was dat van Angelko Mlatenevic. ,,Ik had ons dorp verlaten toen de oorlog uitbrak'', zegt Ivanka, de jonge weduwe. ,,Ik was zwanger, en Angelko vond het beter dat ik in Belgrado was. Hij zou achterblijven om met zijn broer het ouderlijk huis te verdedigen.''

,,Dragan kwam eerst om, door een kogel. Daarna werd Angelko gepakt. De buren hebben me later verteld dat hij voor ons huis werd gemarteld en onthoofd. Daarna hebben ze met het hoofd van mijn man een potje gevoetbald.''


Ebarmelijk

Ljubo Rakic (71) is een van de weinigen die zijn teruggekeerd in Zalazija, het dorp van de twee monumenten. In de Tweede Wereldoorlog verloor hij zijn vader, moeder, broer en beide zusters, alsmede zes verdere familieleden. Op 12 juli 1992 kwamen de moslims opnieuw. ,,Ze vermoordDen twee van mijn zoons, Monchilo en Miodrag. Monchilo werd voor de deur van ons huis neergeschoten, samen met zijn zoon, Mile.''

Rakic leeft onder erbarmelijke omstandigheden. Zijn platgebrande huis is weer een beetje bewoonbaar gemaakt, maar sinds de oorlog heeft het dorp geen elektriciteit meer. Hij heeft geen radio, geen televisie, geen telefoon. De enige warmtebron is een oude houtkachel, maar landmijnen maken de houtkap gevaarlijk. Dan is Rakic nog goed af. Hij werkte 35 jaar voor de zinkmijn in de buurt, en heeft tenminste nog een pensioentje van 45 euro per maand.

Het is niet alleen gemakkelijk om getuigen te vinden, die op Jovan Nikolic na geen van allen ooit door het Joegoslavië-tribunaal werden benaderd. Het is zelfs niet onmogelijk de mannen op te sporen die de wreedheden begingen.

Een van hen is Zulfo Tursanovic, de rechterhand van Oric. Tursanovic is een zwaar gebouwde, besnorde moslim die voor de oorlog al te boek stond als crimineel. Onder Oric zou hij minstens 28 mensen hebben omgebracht. Hij was de man van het vuile werk - de martelingen, de verkrachtingen, de beestachtige moorden.

Vlak voor Srebrenica gaat bij een benzinestation een onverhard weggetje de bergen in. De wielen trekken een spoor in de lemen bodem, die nog nat is van de vorige dag. Na een uur eindigt de weg in een gehucht, Suceska. In het allereerste huis, dat geheel verlaten ligt op een heuvelrug, woont Tursanovic.

Een gehoofddoekte vrouw doet open, en gaat voor naar een vertrek op de eerste verdieping. In een hoek brandt de kachel, achter het raam openbaart zich het majestueuze landschap, aan de muur hangt een mes. Tursanovic zit in een stoel in het midden van de kamer.

Wapen

Hij is extreem achterdochtig, en verlaat na tien minuten de kamer zonder een woord te zeggen. De tolk vreest dat hij terugkomt met een wapen; het huis ligt geïsoleerd van het dorp dat zelf verscholen ligt tussen de bossen, meer dan een uur van het dichtstbijzijnde politiebureau. Na enkele minuten keert Tursanovic terug, kennelijk na zich ervan te hebben vergewist dat er niemand bij de auto rondhangt.

Tursanovic spreekt in primitieve bewoordingen. ,,Wij hebben nooit kinderen vermoord, alleen Servische militairen'', zegt hij, ,,maar in Servië zijn kinderen ook militairen. Ieder Servisch kind wordt in een militair uniform geboren.''

Van het huis van Tursanovic is het maar anderhalf uur naar de immense gedenkplaats bij Srebrenica, die vorig jaar door de Amerikaanse ex-president Bill Clinton werd geopend. Tursanovic voelde zich veilig genoeg om bij die opening aanwezig te zijn. Tenslotte ging het hier om misdaden begaan tegen de moslims.

Het contrast met de benepen herdenkingsruimte in Bratunac kan niet groter zijn. Een airconditioned museumpje toont foto's van massagraven en rond de stijlvolle openluchtmoskee liggen een fontein en bloemperken met geraniums en rozen. De geschoren gazons worden doorsneden met voetpaden, verlicht door designlantaarns.

Er is zelfs een gastenboek, waar Hanneke en Helmuth uit Nederland op 13 oktober in noteerden: ,,Hopelijk leren we hier iets van. Laat de wereld hier maar eens komen kijken.''


Bron:
www.nd.nl/newsite/artikel.asp?id=49582

Plaats reactie