In memoriam. Arabist Hans Jansen. Artikelen

Is de islamitische openbaring uniform? Wordt deze door alle gelovigen op dezelfde manier geïnterpreteerd? Hoe denken anderen zoals de Arabist HANS JANSEN over de islam?
M
Berichten: 98
Lid geworden op: Zo Apr 08, 2007 8:37 pm

In memoriam. Arabist Hans Jansen. Artikelen

Berichtdoor M » Vr Okt 26, 2007 8:45 pm

Afbeelding


Er zijn moslims die boos zijn op de rest van de wereld. Het is niet makkelijk te begrijpen waarom. De rest van de wereld koopt en betaalt braaf de olie die de islamitische wereld kwijt wil, geeft moslims in het Westen ruimte om moskeeën te bouwen, en heeft er evenmin moeite mee dat het opperwezen aanbeden wordt zoals dat volgens de islam dient te geschieden. Arabische of islamitische leiders wordt geen strobreed in de weg gelegd. Integendeel, woordvoerders als Mohammed Ceppih en Diyab Abou Jaja worden beleefd aangehoord. El-Moumni is vrijgesproken na zijn opzienbarende uitspraken over de ziekte die homoseksualiteit heet. De twaalf van Rotterdam, die naar eigen zeggen tot het uiterste wilden gaan om voor de islam te strijden, zijn niet veroordeeld.

Internationaal is het niet veel anders. Er is in binnen- en buitenland wel eens iets met hoofddoekjes, maar er zijn ook islamitische landen waar hoofddoekjes in bepaalde situaties (aan een staatsuniversiteit of achter een overheidsloket) niet zijn toegestaan. In het algemeen steunt de internationale gemeenschap de moslims wanneer daar aanleiding toe is.

Het vermoorden van de moslims in Bosnië is door het Westen belet, niet altijd met succes, maar over de keren dat het mis ging wordt nog steeds kritisch gediscussieerd. Arafat en de Palestijnen zijn keer op keer door Amerika gered van de Israëli’s. Egypte is twee keer, in 1956 en 1967, niet onder de voet gelopen alleen maar omdat Amerika dat geen goed idee vond.

Vorig jaar nog heeft Amerika de Arabische wereld verlost van een gruwelijke dictator, die zijn buurlanden Koeweit en Iran probeerde te veroveren, die tienduizenden van zijn landgenoten en honderden islamitische godsdienstige leiders over de kling heeft gejaagd. Het duurt nog jaren voordat (in het huidige tempo) het Amerikaans-Britse bezettingsleger van Irak in de buurt komt van wat Saddam Hoessein aangericht heeft. Maar moslims (met uiteraard uitzonderingen) zijn boos op Amerika, en halen hun schouders op over Saddam Hoessein.

Wie de geschiedenisboekjes rustig doorbladert, vindt voorbeelden te over van Westerse hulp aan de landen van de islam. Maar het helpt allemaal niets. Hoe vaak het Westen de Arabische en de islamitische wereld ook te hulp schiet, bijvoorbeeld met voedsel, de boosheid blijft -- of wordt zelfs erger. Europeanen en Japanners zijn redelijk in hun sas met de politieke omwentelingen die de Amerikanen in 1945 met geweld in Europa en Japan bewerkstelligd hebben. De Arabieren, en de moslims, zijn en blijven daarentegen boos op Amerika en Europa, juist vanwege de politieke omwentelingen die Amerika in de islamitische wereld veroorzaakt.

Westerse niet-moslimse academici doen, tot in hun wetenschappelijk werk, regelmatig hard mee aan die boosheid. De kwaliteitscouranten waaraan deze denkers zo nu en dan hun bespiegelende bijdragen leveren, doen er daardoor ook aan mee. Dientengevolge is het verlichte en geletterde publiek in het Westen echt gaan denken dat "de islam" alle reden heeft om Amerika te haten. Want Amerika is slecht. Het Westen is slecht. Amerika en het Westen zijn tegen de islam en de moslims. Ze geven de moslims niet wat hen toekomt.

Het is moeilijk helder te zien wat er hier aan de hand is. Het speelt natuurlijk een grote rol dat moslims en Arabieren een eigen visie op de geschiedenis hebben, die sterk afwijkt van wat het Westen over het verleden denkt te weten. Zo schrijft onze eigen Al-Moumni:

In 1923 is het Kalifaat afgeschaft, maar al jaren had het aan zwakheid en ziekte geleden, en het was beoorloogd en belegerd door de vijanden van de islamitische natie, namelijk de Zionisten en de Kruisvaarders. De joden hebben zich tientallen om niet te zeggen honderden jaren ingespannen om het islamitische kalifaat ten val te brengen. Ze hebben hun doel niet kunnen bereiken dan via het Westers imperialisme en de loopjongens daarvan: de koningen en leiders van de Arabische wereld. Degene die de staatsmacht van het Kalifaat de laatste en dodelijke genadeslag heeft gegeven was een jodenzoon, Ataturk, de vloek van God en alle mensen zij over hem. De laatste Kalief was Abd el-Hamid. Hoewel hij als 'de zieke sultan' werd beschreven, heeft hij positieve kanten. Zo weigerde hij Palestina aan de Zionistische misdadigers te overhandigen. Ongetwijfeld heeft dit aan zijn val bijgedragen. (Khalil al-Moumni, Fatawa Badriyya, Casablanca 1998, p. 121).

Kijk, dat lezen wij niet in onze geschiedenisboekjes. Kennelijk had Al-Moumni toen hij dit schreef geen bronnen bij de hand waar hij via voetnoten naar kon verwijzen, anders had hij bij voorbeeld wel geweten dat Abd al-Hamid al in 1909 werd afgezet, en in 1918 aan longontsteking is overleden. Ataturk heeft het sultanaat in 1922 afgeschaft, en het kalifaat in 1924. De laatste kalief heette Abdulmecit. In historische studies is niets bekend over joodse eeuwenlang durende acties tegen het kalifaat, of het moest zijn dat joden door zich niet tot de islam te bekeren impliciet te kennen gaven dat zij van mening waren dat de Kalief in een dwaalleer geloofde, net als alle andere moslims.

Maar, afgezien van de jaartallen, dergelijke praat wordt in talloze preken en verhandelingen aan het moslimse publiek vanaf de kansel voorgehouden. De kerngedachte die er achter schuilgaat, is niet verkeerd. Die kerngedachte is dat de islam de beste godsdienst is. Het is te hopen dat alle moslims het daar mee eens zijn, want wie niet de beste godsdienst heeft, kan maar het beste zo snel mogelijk over stappen op de godsdienst die wel de beste is. Iedere gelovige, katholiek of moslim, hoort te vinden dat zijn godsdienst de beste is, anders heeft hij geen leven.

Maar uit die sympathieke kerngedachte wordt een onwenselijke conclusie getrokken: de aanhangers van de beste godsdienst hebben in deze wereld een streepje voor op de rest, zijn superieur aan de rest, en hebben ook meer rechten dan de rest. In de bloeiperiode van de islam, van de zevende eeuw tot de achttiende eeuw, was dat ook zo. Het klopte met de realiteit. Dat is in het islamitische onderbewustzijn vanaf de kansel eeuwenlang ingeslepen. Maar na meer dan duizend jaar is daar verandering ingekomen. De planeet wordt niet meer door de moslims gedomineerd, er is een einde gekomen aan de suprematie van de islam.

Het is niet zinvol om daar een jaartal aan vast te knopen, maar wie dat wil kan kiezen voor 1683, de Turken voor Wenen teruggeslagen. Ergens in de zeventiende/achttiende eeuw hebben de moslims hun culturele, wetenschappelijke en militaire voorsprong op de rest van de wereld verloren. Ze hebben niet alleen nederlagen tegen de niet-moslims moeten incasseren, ze hebben zelfs hulp moeten ontvangen van de "kruisvaarders en de zionistische misdadigers". Moslims zijn bovendien met honderdduizenden tegelijk naar het Westen gemigreerd, want in de landen van de islam had je geen leven. Daarvoor moest je naar een niet-islamitisch land. Uiteraard doet dat pijn en maakt het boos.

Volgens de boze moslims, maar ook wel volgens veel gewone moslims, is de jihad een godsdienstige plicht, door de Koran aan alle moslims voorgeschreven. Het doel van de jihad is volgens de islamitische handboeken over dat onderwerp niet om de kruisvaarders en de zionistische misdadigers met geweld tot de islam te bekeren: de Koran zegt immers duidelijk dat er in geloofszaken geen dwang mogelijk is.

Op zich is dat natuurlijk wel mooi, maar het gaat om iets anders: het gaat bij de jihad niet om geloof en bekering, maar het gaat er om dat "het woord van God het hoogste weze", met andere woorden, dat kruisvaarders en zionistische misdadigers de islamitische superioriteit zullen erkennen. Onder een islamitisch bewind mogen ze blijven geloven wat ze willen, als ze die superioriteit van de islam maar publiekelijk erkennen. De bloei van het Turkse, Ottomaanse rijk, dat bestaan heeft van omstreeks 1300 tot aan de Eerste Wereldoorlog, laat zien dat je heel goed een succesvol wereldrijk eeuwen lang in stand kan houden op grond van deze opvattingen.
Maar de realiteit van de twintigste eeuw heeft deze opvattingen ingehaald. In laboratoria, in fabrieken en op het slagveld is de islamitische superioriteit weerlegd. Dat is vervelend, want talloze moslims zijn die superioriteit als een verworven recht gaan beschouwen. En aantasting van verworven rechten maakt de bezitters van die rechten boos, of ze nu ambtenaar, uitkeringsgerechtigde, rentenier of moslim zijn. Maar er is weinig aan te doen. In de moderne wereld is het (zeker in theorie) uitgesloten dat de ene groep om religieuze redenen voorrechten heeft boven de andere. Maar dat nu is precies wat de islamitische wet, de sharia, voorschrijft. De sharia geeft meer rechten aan moslims dan aan niet-moslims (en meer rechten aan mannen dan aan vrouwen).

De boosheid in de "Soennitische driehoek" ten Noorden van Bagdad is haast een parodie op de algemenere moslimse boosheid. De Arabische Soennieten vormen een klein deel van de bevolking van Irak, maar ze domineren de regio al meer dan duizend jaar. Ze zijn van oordeel dat de rijkdommen van Irak aan uitsluitend hen toebehoren, dat is in hun ogen een verkregen recht. Wanneer de Amerikanen hen willen dwingen om de koek eerlijk te delen met de Koerden en de Shi'ieten, dan blazen ze de boel maar liever op. Het is niet waarschijnlijk dat bestudering van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, of psychotherapie, hen op andere gedachten zal brengen.

Het probleem wordt verergerd door de manier waarop de islam religieuze leiders selecteert. De katholieke kerk selecteert zijn religieuze leiders op de bereidheid celibatair te gaan leven. Dat is een criterium dat er toe leidt dat je te veel rare jongens aantrekt. De islam eist van religieuze leiders dat ze specialist zijn in de sharia. Het is niet doenlijk of menselijk tien jaar of langer de hoogten en diepten van de sharia te bestuderen (wat nodig is als je imam wilt worden) en vervolgens, als je eenmaal imam bent, die sharia dan aan de kant te schuiven als een religieus randverschijnsel.

Dat betekent dat alle islamitische religieuze leiders, anders dan veel gewone islamitische gelovigen, de sharia in welke vorm dan ook een warm hart toedragen. Om islamitisch religieus leider te worden, heb je een ongewone belangstelling voor de sharia nodig. Maar die sharia is een monument voor de superioriteit van de islam, en die superioriteit is inmiddels een fossiel geworden. Een godsdienst kan alleen veranderen als de bevoegde religieuze leiders van die godsdienst dat willen. En dat sharia-specialisten er naar zouden verlangen af te doen aan het belang van hun specialisme, valt niet te verwachten.

Moslimse religieuze leiders zijn het er over eens, al was het alleen maar door hun studie van de sharia, dat de islam superieur hoort te zijn, en moet triomferen. De oude glorie van de islam dient in al zijn luister hersteld te worden. Dat is een mooi plan, een verfrissende gedachte in deze verworden tijden, maar Amerika en Europa staan die triomf in de weg. Dat kan niet in overeenstemming zijn met Gods wil. Daar zitten de kruisvaarders en de zionistische misdadigers achter. Daar horen we boos over te zijn.

M
Berichten: 98
Lid geworden op: Zo Apr 08, 2007 8:37 pm

De Koran als jachtacte

Berichtdoor M » Vr Okt 26, 2007 8:47 pm

Al jaren ligt er in elke bibliotheek en in haast elke boekwinkel in Nederland een boek waarin de joden drie keer voor apen worden uitgemaakt, en één keer voor zwijnen. Dat boek is de Koran. Het gaat om de verzen 2:65, 5:60 en 7:166. Ook over de ongelovigen, meer dan de helft van de Nederlanders, staan er in de Koran erg onaardige uitspraken.

In elke vrome moslimse bibliotheek zijn bovendien boeken aan te treffen die betogen dat de meerderheid van de inwoners van de hel vrouw zijn. Dat een natie die door een vrouw wordt geleid, niet gelukkig kan zijn. Dergelijke wijsheden zijn in grote hoeveelheden te vinden in de officiële canonieke verzamelingen van gezegdes die aan de profeet Mohammed toegeschreven worden.

In de handboeken van het moslims recht, ook overal te vinden en in tientallen talen vertaald, staat nog veel meer waar Nederlanders, blijkens hun stemgedrag bij verkiezingen, meestal ernstige bezwaren tegen koesteren: een vrouw die bekent buitenechtelijke geslachtsgemeenschap te hebben gehad, moet gestenigd worden. Al wie zich schuldig maakt aan het bedrijven van homoseksuele handelingen moet gedood worden. Wie wijn drinkt, moet stokslagen krijgen.

Verder schrijft de Koran aan de gelovigen voor om “te strijden ook al is het met tegenzin” (2:216). In dit boek, dat volgens de moslims Gods eigen letterlijke woord is, lezen we ook: "Doodt hen [de ongelovigen] waar ge hen maar aantreft" (2:191). Het is geen drukfout, het wordt nog twee keer herhaald, in Koran 4:89 en 4:91.

Als een modern land bepaalde islamitische boeken vanwege hun opruiende karakter wil gaan verbieden, moet er eigenlijk tegelijkertijd een aparte politiedienst worden opgericht om dat verbod te controleren, de boeken in kwestie te verbranden, de eigenaren van de verboden lectuur ernstig te ondervragen, en bij uitgevers en grenskantoren er systematisch op toe te zien dat die boeken verder het land niet inkomen en niet verspreid worden. De meeste Arabische en islamitische landen hebben ook inderdaad zulke gespecialiseerde politiediensten.

Ook als die efficiënt hun werk hebben gedaan, dan rijst toch nog de vraag: mogen universiteitsbibliotheken en academici ter wille van het onderzoek naar de islam zulke boeken wel in huis hebben? Wie bepaalt welke academici welke boeken ondanks het verbod toch mogen aanschaffen? Zo’n verbod roept zo veel problemen op dat het er maar niet moet komen.
Het zijn dan ook niet de boeken zelf die gevaarlijk zijn zoals bijvoorbeeld buskruit of cyaankali gevaarlijk is. Het zijn de gebruikers van die boeken die gevaarlijk zijn. Uitlegkundig is het namelijk geen enkel probleem voor een moderne of traditionele theologische acrobaat om de teksten in deze boeken zo te interpreteren dat de dreiging die er bij eerste lezing van uit gaat, enigszins of, desgewenst, geheel verdampt.

Het daarvoor meest gebruikte uitlegkundige argument is steeds dat het geen 'algemene' teksten zijn, die handelen over (bijvoorbeeld) alle joden, waar en wanneer ook, maar dat het gaat om een 'specifieke' opmerking over de joden in de stad Medina, tijdgenoten en vijanden van de profeet Mohammed (570-632). Het is zelfs mogelijk te betogen dat de tekst alleen maar gaat over enkele joden in die stad, over een paar individuen die in die tijd die een ruzie met de profeet Mohammed hadden lopen.

Het is natuurlijk de vraag of dat historisch klopt, maar wie zal het zeggen, het goede doel (vrede op aarde) is ook wat waard. Anderzijds, wanneer in het verhaal van Mozes en de Farao, God tegen Mozes zegt “Ga naar Farao” (Koran 20:24), dan is dat toch ook niet een algemeen goddelijk gebod waar iedereen zich aan te houden heeft? Er staan dus inderdaad opdrachten in de Koran die direct door God zelf zijn gegeven en die niet voor u en mij bestemd zijn.

Veel Engelstalige moslimse boeken over de islam zijn voor een kritisch buitenstaander vervelend om te lezen, omdat de auteur zijn best doet om oude teksten recht te praten, terwijl de teksten duidelijk zichtbaar krom zijn -- wat van een tekst die meer dan duizend jaar oud is niet verbazingwekkend is, in de bijbel staat er ook wel eens iets. In het Oude Testament bijvoorbeeld, Deuteronomium 7:2 en de volgende verzen, wordt keurig uitgelegd dat gij niet zult doodslaan -- behalve uiteraard als het om heidenen gaat die God noch gebod erkennen. Dan is doodslag juist heel prima.

Moderne buitenstaanders ergeren zich wel aan het eigentijdse recht praten van wat krom is omdat ze niet goed beseffen dat dit recht praten eigenlijk een wat besmuikte manier is om afstand te nemen van het moorden waar de oorspronkelijke tekst op het eerste gezicht toe oproept. Een moderne moslim kan moeilijk zeggen: “Ja, de Koran roept wel op tot het beroven en vermoorden van niet-moslims, maar ik ben een fatsoenlijk man, en hoewel ik moslim ben leg ik die gewelddadige gedeelten van de Koran gewoon naast mij neer”.

Wie zich zo opstelt, krijgt ruzie met veel (maar niet alle) islamitische wet- en schriftgeleerden, en de vaak fanate aanhang van deze baardige beroepsmoslims. Veel beter is het om de militante oproepen die je in de Koran aantreft, uit te leggen als ‘eigenlijk’ niet gewelddadig. ‘Eigenlijk’ roept de Koran niet op tot oorlog en moord maar alleen maar tot, zeg, zelfverdediging. ‘Eigenlijk’ is jihad niet “oorlog tegen de ongelovigen”, maar “oorlog tegen het ongeloof” -- ook als dat zich in mijn eigen hartje bevindt. Ook vanuit die positie kan je nog wel gedonder met de militante preekstoeltijgers krijgen, maar dan heb je ten minste een goed verhaal.

Er is desalniettemin een groot verschil tussen de Koran en de bijbel, althans in de manier waarop die beide boeken door de gelovigen gebruikt worden. De Koran wordt door groepjes moslims als een soort jachtacte gezien die hen door God zelf is uitgereikt en die hen het recht geeft om niet-moslims te vermoorden. Dat heeft geleid tot een reeks van aanslagen waarvan de aanval op Amerika van 11 september 2001 tot op heden de beroemdste en de grootschaligste is geweest. Onder de kleinere aanslagen tellen we bijvoorbeeld de moord op Sadat, 1981, of die op de columnist Farag Foda in Cairo, juni 1992. Natuurlijk zijn er ook talloze moslims die de Koran niet als een jachtacte beschouwen, maar van het kleine of grote aantal moslims dat de Koran, en de rest van de islamitische heilige boeken, wel zo beschouwt, heeft de rest van de planeet veel last.

Binnen de kerken lopen al heel lang geen serieuze predikanten meer rond die de bijbel als een jachtacte beschouwen die het vermoorden van andersdenkenden niet alleen toestaat maar zelfs opdraagt. Wat de islam aangaat is dat minder duidelijk. Er is in ieder geval een richting binnen de islam, die van de Wahhabieten, die uit geldgebrek vanaf het monent van de stichting van de beweging, rond 1750, tot aan de vondst van aardolie, een mooie hobby heeft gemaakt van het beroven en zo nodig vermoorden van andersdenkende moslims (want niet-moslims waren er binnen hun werkterrein, het Arabische schiereiland, al heel lang niet meer te vinden).

De Turken hebben deze Wahhabieten af en toe weten te verslaan, en in de negentiende eeuw zijn heel wat Wahhabietische leiders op het schavot geëindigd, geëxecuteerd in opdracht van de Sultan-Khalief in Constantinopel/Istanboel. Ook het Egyptische leger heeft de Wahhabieten een keer verslagen. Desondanks heeft de Wahhabietische beweging zich steeds wel weer enigszins weten te herstellen. De Wahhabieten treden steeds op samen met de Saoedische dynastie.

Door de olie zijn die Wahhabieten/Saoediërs in de jaren vijftig van de twintigste eeuw rijk geworden, en hoefden ze geen oude vrouwtjes meer te beroven. Hun geld zijn ze gaan gebruiken om propaganda voor hun leer te maken. Dat mag natuurlijk. Alleen, ze lieten hun leer over de toonbank gaan als ‘de enige ware zuivere en oorspronkelijke islam’ -- niet als een provinciale excentrieke gewelddadige vorm van islam, uitgevonden rond 1750, die haat jegens andersdenkenden preekt. In grote gebieden, in Pakistan, Afghanistan en elders is Wahhabietisch onderwijs het enige beschikbare onderwijs. Een ouder die zijn zoon niet als taalib (“leerling”) naar zo een Wahhabietische madrasa (“school”) stuurt, doet hem tekort.

Ook voor moslimse jongeren in Nederland is Wahhabietische instructie over de islam vaak het enige islamonderwijs dat ze krijgen. Het is te vergelijken met een situatie waarin het geven van christelijk godsdienstonderwijs maar aan de Ku Klux Klan wordt overgelaten, want er is nu eenmaal godsdienstvrijheid en vrijheid van onderwijs, en de Klan heeft er het geld voor over. Omdat “Wahhabietisch” niet zo prettig meer klinkt na de beoorloging van deze beweging door de Turken, is de naam aangepast: De benaming “Salafietisch”, oorspronkelijk de naam van een moderne richting in de islam in Egypte rond 1900, was in de loop van de twintigste eeuw vrij gekomen en is dankbaar gerecycled door de Wahhabieten.

Moslimse jongeren hebben vaak niet veel meer dan een vage culturele loyaliteit jegens de islam, waar weinig precieze invulling aan gegeven wordt. Ze dromen van een toekomst waarin de islam zal triomferen op zijn vijanden. Wanneer nu zulke jongeren in kontakt komen met competente predikanten en recruteerders, hoeft het niet lang meer te duren of zulke jongeren gaan de Koran zien als een jachtvergunning, ja, als een license to kill.

Verbieden van bloederige opvattingen over de Koran en de islam klinkt stoer en daadkrachtig, maar werkt haast zeker averechts. Proberen te zorgen dat de militanten hun liberalere kritische moderne geloofsgenoten niet van de markt drukken is waarschijnlijk minstens zo effectief, en al moeilijk genoeg. Want, laten we niet vergeten, niemand heeft ooit de hervormde kerk verboden, en toch bestaat dit kerkgenootschap niet meer. Nadat de wat liberalere protestanten in de jaren twintig waren begonnen de debatteren over de vraag of de slang in het scheppingsverhaal van Genesis 3 nu wel of niet zintuiglijk waarneembaar had gesproken, heeft het geen eeuw meer geduurd of de vrijzinnig-protestanten waren bijna uitgestorven, en de rechtzinnig protestanten gemarginaliseerd.

Het is de vraag of de Nederlandse overheid ten aanzien van de islam wel veel moet doen en een ‘taak heeft’. Anders dan vaak gedacht wordt, betekent de moderne scheiding van kerk en staat niet dat de overheid zich niet met de godsdiensten van haar onderdanen mag bemoeien, maar dat de overheid er voor moet zorgen dat de toegang tot de religieuze markt voor alle aanbieders gelijkelijk openblijft. In het Midden-Oosten zorgt zoals bekend een monsterverbond van overheid en religieuze leiders er voor dat die markt voor andere aanbieders dan de islam gesloten blijft.

Een Nederlands islambeleid zou er dan ook op moeten letten dat de aanhangers van de jihad-ideologie de niet-militante vormen van islam niet van de markt dreigen te drukken. Tegelijkertijd moeten de aanhangers van godsdienstige bewegingen die geweld willen gebruiken om hun eigen opvattingen te laten triomferen, niet kunnen profiteren van de moderne Westerse godsdienstvrijheid zoals die sinds ongeveer 1700 bestaat. Die godsdienstvrijheid is alleen bedoeld voor wie afziet van het gebruik van wapengeweld dat tot doel heeft de eigen godsdienst te laten overwinnen. Wie zich niet bij die opvatting aansluit en zijn heilige boeken als jachtacte of license to kill wil beschouwen, is onze vijand.

M
Berichten: 98
Lid geworden op: Zo Apr 08, 2007 8:37 pm

Het visioen van de islam

Berichtdoor M » Vr Okt 26, 2007 8:51 pm

Het visioen van de islam

Het christendom kent een visioen over de terugkomst van Jezus. De details zijn niet helder uitgewerkt, en er zijn weinig christenen die in hun agenda een dag vrij hebben gehouden voor die terugkomst. Toch, hoe het ook zij, de kerken geloven van oudsher in de terugkeer van Jezus, hetzij aan het einde van een periode vol tekenen, troebelen en verschrikkingen, hetzij aan het begin van een duizendjarig rijk van vrede en rechtvaardigheid, maar komen zal hij. Er is bovendien een bijbelplaats die belooft dat wanneer het evangelie van Jezus Christus aan alle volkeren verkondigd zal zijn, dat dan het Einde komt (Mattheus 24:14).

Ook de islam kent dergelijke toekomstvisioenen. In allerlei opzichten lijken die op die van het christendom. Zo speelt Jezus ook in de eindtijdverwachtingen van de moslims een belangrijke rol, zowel in het volksgeloof als in de officiële handboeken van de officiële godsdienstige leiders. Maar de islam kent ook een toekomstvisioen dat minder verafgelegen gesitueerd wordt. Talloze (maar zoals altijd: niet alle) moslims geloven dat de islam in de toekomst in de strijd met zijn vijanden de ene grote overwinning na de andere zal halen, totdat uiteindelijk 'Gods woord het hoogste is', zoals de islamitische formule luidt.

De triomf van de islam is op handen, zo valt van de preekstoel en op internet te horen, wanneer ten minste de moslims maar krachtig genoeg voor die triomf de strijd willen aanbinden. Ook de Koran laat zich niet onbetuigd: Bijvoorbeeld Koran 5:56 belooft de overwinning aan de partij van God. (De bekende Libanese Hizbollah-beweging heeft aan dit vers zijn naam ontleend. Hizbollah is oorspronkelijk Arabisch voor 'partij van Allah').

Mohammed, de stichter van de islam, is in 632 overleden. In de daaropvolgende periode hebben de islamitische legers inderdaad triomfen behaald die haast onbegrijpelijk zijn. Van het huidige Portugal tot aan het huidige Pakistan hebben, binnen het verloop van ongeveer een eeuw, de soldaten van de vroege islam overwinning op overwinning geboekt. Er is niemand die denkt dat de NATO in staat is zo'n zelfde veroveringsoorlog tot een goed einde te brengen. Dat het de moslims destijds wel gelukt is, vormt voor veel moslims tot op de dag van vandaag een bewijs voor de waarheid en de juistheid van de islam. Zulke spectaculaire overwinningen gunt God immers alleen aan de aanhangers van zijn eigen godsdienst.

Het is daarom alles behalve onschuldig wanneer moslimse predikanten er toe oproepen de islam zoals die in de eerste eeuwen van zijn bestaan geweest is, te laten herleven. De eerste christenen lieten zich psalmen zingend in de Romeinse arena's door wilde dieren opeten. Maar de eerste generaties moslims waren geen pacifisten of vredesapostelen, het waren veroveraars, zoals ook de middeleeuwse Mongolen dat waren, of de Spanjaarden in Zuid-Amerika. Het ging die vroege moslimse veroveraars niet om individuele bekeringen tot de islam. Het ging hun om erkenning, door hun slachtoffers, van de suprematie van de islam. Geloofsleer en liturgie van de onderworpenen waren verder van geen belang. Die werden vrijgelaten. De onderworpenen gingen hun gang maar. Zolang de heerschappij van de islam maar erkend werd.

Dat desalniettemin het Midden-Oosten vervolgens geleidelijk aan geïslamiseerd is, is daar niet mee in strijd. Ook de kerstening van Europa verliep grotendeels via de politieke machthebbers. Wanneer missionarissen er eenmaal in geslaagd waren de heersende politieke elite voor het christendom te winnen, volgde op den duur de bevolking ook wel. Hetzelfde zien we in de landstreken die tegenwoordig islamitisch zijn maar die voorheen christelijk zijn geweest, zoals Groot-Syrië en Egypte. Eenmaal onderworpen door een islamitische militaire heersende elite, zijn de inwoners van deze landen in groten getale geleidelijk aan moslim geworden. Wellicht was rond het jaar duizend van onze jaartelling het aantal moslims al even groot als het aantal christenen. Sindsdien zijn de christenen in de islamitische wereld een steeds verder slinkende minderheid.

Na de eerste eeuwen van de islam werd het hier en daar wat rustiger. Vanaf de christelijke kant werden pogingen ondernomen Spanje te heroveren, wat bijvoorbeeld al in 1085 leidde tot de herinname van Toledo. Deze zogenoemde 'Reconquista' eindigde, zoals bekend, in 1492 succesvol, met de herovering van Granada. Een handvol pogingen tot herovering van Palestina, bekend als 'de kruistochten', zijn daarentegen mislukt. Maar nadat de Turken in 1683 bij Wenen teruggeslagen zijn, is het idee dat moslims door jihad de wereld voor de islam konden onderwerpen, een zachte dood gestorven. De moderne militaire superioriteit van Europa was een onbetwistbaar feit geworden, en Europa werd dus door de Turken verder min of meer met rust gelaten.

De christelijke droom over de wederkomst van Jezus is na tweeduizend jaar nog steeds niet uitgedoofd. Elke zondag zingen of lezen miljoenen christenen in hun kerken de geloofsbelijdenis van Nicea, die spreekt over de wederkomst van Jezus die zal komen 'om te oordelen over de levenenden en de doden'. Wat christenen daar onder verstaan is soms onduidelijk, niemand die dat niet toegeeft, en er is ook geen overeenstemming over de mate waarin die wederkomst acuut is, maar de droom leeft nog. Misschien maar onder een gering percentage van de gelovigen, maar er zijn zo veel christenen dat ook een gering percentage daarvan veel mensen oplevert. Op dezelfde manier leeft ook in de islamitische wereld de droom dat de islam overwinningen zal behalen, en de erkenning van de suprematie van de islam zal weten af te dwingen.

Het is dan ook niet zo leuk dat de beweging die nog het meest in verband wordt gebracht met de aanslagen in Madrid van maart 2004 de Salafiyya wordt genoemd. Salaf is een Arabisch woord dat 'voorgeslacht' betekent, en dat verwijst naar het 'voorgeslacht' van de islam, dat wil zeggen de eerste generaties moslims, die zoals bekend niet alleen ongewoon vroom zijn geweest, maar ook ongewoon succesvolle vechtjassen. Moderne mensen hebben niet veel achting meer voor missionarissen die zieltjes komen winnen, maar het is desalniettemin wel waarschijnlijk dat moderne mensen liever Paulus en Barnabas, met een lange preek, langs de deur zouden krijgen dan de ongewoon kundige militairen van het vroeg-moslimse veroveringsleger.

Onder bepaalde groepen hedendaagse moslims heeft de droom van een op handen zijnde triomf van de islam zorgelijke vormen aangenomen. De droom is voor een aantal moslims verworden tot een haast hysterisch verlangen naar een bloedige grote strijd, een Armageddon, waarin Amerika en Europa het onderspit moeten gaan delven. Het moderne Westen staat immers de triomf van de islam hardnekkig in de weg. Met een aan de Amerikaanse filosoof Lee Harris ontleend beeld (zie zijn Civilization and its Enemies, 2004) zou het mogelijk zijn te stellen dat Amerika en Europa, in de fantasie van veel radicale moslims, gereduceerd zijn tot figuranten in een heilshistorisch drama, een islamitisch-godsdienstige fantasie die moet worden uitgespeeld en opgevoerd, wat de figuranten er ook van vinden, en wat de figuranten ook doen.

Wie dat niet wil geloven, kan een eenvoudig gedachtenexperiment uitvoeren. Stel dat Nederland met zijn oude tradities van neutraliteit aan Osama ben Laden zou laten weten, via de bekwame Nederlandse ambassadeur in Islamabad, dat Nederland in het conflict tussen 'de islam' en Amerika neutraal wenst te blijven. Dat Nederland de triomf van de islam echt niet in de weg wil staan. En dat Nederland er dan ook op rekent vanwege die neutraliteit van terrorisme verschoond te zullen blijven. Dat zou niets uitmaken. Er zou dan nog steeds rekening gehouden moeten worden met de mogelijkheid dat er terroristen 'namens de islam' de boel hier omver zouden willen lopen.

De situatie rond Israël en Palestina is uiteraard anders, maar ook daar geldt dat een vrede die een oplossing voor de Palestijns-Israëlische conflicten betekenen zou, niets uitmaakt. Er zullen altijd (waarschijnlijk aan beide kanten van het front) groepen overblijven die een oplossing, hoe die ook uitvalt, onrechtvaardig zullen vinden, en die bereid zijn met alle middelen door te gaan met de strijd voor een 'betere', rechtvaardiger oplossing. Het gaat namelijk niet om strijd om te komen tot een rationele oplossing van een belangenconflict, maar om het naspelen van het drama van de overwinning op de krachten van de anti-islam.

Israël, Amerika en Europa kunnen en mogen in het overwinningsvisioen maar één rol spelen: die van boze machten waar de kracht van het goede, de islam, over getriomfeerd heeft. In alle theatrale opwinding ziet iedereen over het hoofd dat het voortbestaan van de Palestijnen zo goed als uitsluitend te danken is aan de Amerikaanse bescherming. Zonder Amerika en de wereldopinie zou niets de radicaalste Israeli's immers in de weg staan om het Palestijnse probleem op te lossen. Dat de Palestijnen wier leven door Israël overhoop gegooid is wel degelijk een grief hebben, is voor de visionaire strijders voor de triomf van de islam haast irrelevant. Toen de Palestijnse hoofdredacteur van de in Londen verschijnende Arabische kwaliteitskrant Al-Quds Al-Arabi een paar jaar geleden een onderhoud had weten te krijgen met Osama ben Laden, viel het hem op dat Osama de Palestijnen niet eens noemde.

De manier waarop de Osama-achtigen naar Europa, Israël en Amerika kijken, doet een beetje denken aan een vader die er van droomt dat zijn zoon Wimbledon gaat winnen, en die de arme jongen dus de hele dag laat tennissen, terwijl het ventje eigenlijk zijn huiswerk voor Grieks en natuurkunde wil gaan maken. Voor de droom van die vader maakt het niets uit wat die jongen zelf zegt of wil: hij moet tennissen. Lee Harris vergelijkt de radicaal-islamitische visie op het Westen ook met Ethiopië en Mussolini. Mussolini droomde een droom over een groot wereldrijk met Rome als het centrum. Voor de verwezenlijking van die droom waren de Ethiopiërs als figurant noodzakelijk. Wat voor politiek Ethiopië ook voerde, hoe pro-Italiaans het zich ook opstelde, het moest en zou door Italië veroverd worden. Dat was nu eenmaal onderdeel van de droom van Mussolini. Die droom moest met zo veel mogelijk theater en drama op het wereldtoneel worden uitgespeeld. Op dezelfde manier willen de Osama-achtigen met zo veel mogelijk theater en drama het visioen van de islamitische zegepraal naspelen. De aanval van 11 september 2001 was nog maar het begin, vanuit theater-technisch standpunt gezien trouwens nauwelijks nog te overtreffen.

De ervaring heeft geleerd dat terroristische bewegingen op den duur geïsoleerd raken en het contact met hun natuurlijke thuisbasis kwijt raken. Als het helemaal mee zit, worden ze in hun milieu van oorsprong zelfs als contraproductief ervaren omdat ze door het geweld dat ze gebruiken juist versnellen wat ze hadden willen tegenhouden, bijvoorbeeld de verwestersing van het Midden-Oosten. Net zoals de Amerikaanse aanwezigheid in Irak Al-Qaeda aanhangers naar Irak toelokt, zo lokt het geweld van Al-Qaeda steeds meer Westerse interventie in het Midden-Oosten uit. Als dat mechanisme ook nu actief is, en als Osama en zijn beweging in hun eigen milieu eerder als een magneet voor Westerse interventies worden gezien dan als een effectieve verdediger tegen die Westerse invloed, dan kan Osama wel langdurig lastig zijn, maar hij kan het niet winnen.

Wanneer we evenwel Al-Qaeda vergelijken met andere terreur-organisaties zoals de ETA in Spanje, de IRA in Noord-Ierland of de RAF in het vroegere West-Duitsland, zien we een opvallend verschil. De dromen van ETA, IRA en RAF werden en worden door weinigen gedeeld, en door velen als een nachtmerrie beschouwd. Er was in Spanje, Duitsland of (Noord)-Ierland nauwelijks een context aanwezig die als actieve intellectuele en ideologische steun voor de daden en opvattingen van de terroristen begrepen kon worden. Met de islamitische overwinningsdroom van Al-Qaeda en de Salafiyya-bewegingen staat het er daarentegen beter voor. Die droom wordt in een bepaalde vorm eigenlijk gedeeld door de predikanten in de moskee. Zelfs al steunen die predikanten persoonlijk de politieke en gewelddadige aspiraties van Al-Qaeda in het geheel niet, ze kunnen moeilijk vanaf de preekstoel de gelovigen toeroepen dat die overwinningen van de islam er heus nooit zullen komen, net zo min als dominee's vanaf de preekstoel de gelovigen zullen willen meedelen dat Jezus heus niet terugkomt.

De predikanten in de moskee maken dus, of ze dat nu willen of niet, de geesten rijp voor de ideologie van de radicale jihad-activisten. Zelfs wanneer maar een minuscuul deel van het gehoor in de moskee gevoelig is voor de eindtijd- en overwinningsfantasieën van Al-Qaeda en de Salafisten, beschikken Al-Qaeda en de Salafiyya-bewegingen toch nog over een omgeving waarin zij hun ledental betrekkelijk gemakkelijk kunnen aanvullen, en eigenlijk zelfs een ruime keuze aan gegadigden hebben. Zo gemakkelijk hebben de IRA, de ETA en de RAF het nooit gehad. Er is dan ook weinig reden voor het optimisme dat Al-Qaeda dezelfde weg zal gaan als de vroegere West-Duitse RAF. Dat het "islamitisch" terrorisme qua aanhang en structuur te vergelijken was met de RAF, en derhalve binnen afzienbare tijd verwelken zou, werd trouwens in de zeventiger en tachtiger jaren in artikelen in het Hollands Maandblad al betoogd door Jan Brugman, destijds hoogleraar Arabisch in Leiden, naar aanleiding van de toenmalige islamitisch-fundamentalistische terreur. Overigens was die terreur, naar onze huidige normen, heel bescheiden. We zijn inmiddels een kwart eeuw verder, en het is duidelijk dat Jan Brugman in deze kwestie geen gelijk heeft gekregen.

De kerken zijn altijd met grote behoedzaamheid omgegaan met hooggespannen verwachtingen over de wederkomst des Heren, de terugkeer van Jezus op aarde. Vermoedelijk zijn ze door ervaring wijs geworden. Het geloof in de naderende triomf van de islam is door moslimse religieuze leiders wat minder behoedzaam aangepakt, wat gezien de politieke en sociale misère in de islamitische wereld niet dan menselijk is. Immers, zo rond 1900 was nagenoeg de hele islamitische wereld bezet door Westerse militairen, en na de verjaging of terugtocht van die buitenlandse militairen is daar weinig goeds voor in de plaats gekomen. Nagenoeg de hele Arabisch-islamitische wereld wordt door Ceausescu's geregeerd. Anders dan bijvoorbeeld het vroeger eveneens doodarme Korea heeft de islamitische wereld zich niet economisch weten te ontwikkelen. Nobelprijzen en Olympische medailles zijn er in de Arabisch-islamitische regio nauwelijks of helemaal niet gevallen. De Arabisch-islamitische wereld is technisch en wetenschappelijk ook nog niet erg ver: Zowel de gebouwen als de vliegtuigen van 11 september waren in het Westen ontworpen en gemaakt.

Tegelijkertijd is de vrije, creatieve, rijke en niet-islamitische wereld wel erg dichtbij, vaak minder dan een uur vliegen, soms zelfs slechts een bootreis van maar enkele uren. En al was de wereld van de on-islam niet zo dichtbij, maar ver weg, dan nog zou via televisie, krant en internet goed waarneembaar zijn hoe slecht, in vele opzichten, het in de islamitische wereld gaat. Je moet wel een hart van steen hebben om in die situatie moslims te verbieden te dromen over een grote triomf te behalen op de rijke en vrije wereld.

Het kan tegelijkertijd niet anders of deze situatie roept vragen op over de godsdienstvrijheid. Is het wel een goed idee als er in een moskee hardop gedroomd wordt over de overwinning op de niet-islamitische wereld? Moeten we dat respecteren? Zou het misschien niet een raar maar goed idee zijn om, bijvoorbeeld, te decreteren dat in moskeeën in Nederland alleen nog maar in het Nederlands gepreekt mag worden? Op zich is dromen over de wederkomst des Heren een even onschuldige bezigheid als het dromen over de overwinningen van de islam, maar de ervaring van de laatste jaren heeft uitgewezen dat die islamitische droom niet altijd zo onschuldig blijft. Misschien dat de plicht deze dromen in het Nederlands te dromen op twee manieren helpt: het wordt voor iedereen zichtbaar wat er nu precies in de moskee gedroomd wordt, en een oproep tot strijd tegen de ongelovigen die wordt gedaan in het Nederlands verliest door die Nederlandstaligheid toch iets van zijn overtuigingskracht. Als het Nederlands al een idioom heeft waarin je zulke oproepen kunt doen zonder jezelf belachelijk te maken.

Godsdienstvrijheid is niet iets dat op een middag of ochtend door beoefenaren der politieke wetenschappen in hun studeerkamers ontdekt is, en dat vervolgens in ingevoerd vanwege de te verwachten heilzame gevolgen van die vers-ontdekte nieuwigheid. Godsdienstvrijheid werd in de praktijk langzaam mogelijk doordat de onderscheidene godsdienstige (protestantse) bewegingen in staat en bereid bleken elkaars bestaan te tolereren. Die wederzijds verdraagzaamheid is een absolute voorwaarde voor godsdienstvrijheid. John Locke (de auteur van An Essay concerning Toleration, 1667) was oorspronkelijk van oordeel dat godsdienstvrijheid alleen voor de verschillende protestantse bewegingen kon gelden, en hij sloot de katholieke kerk uit, omdat die de principes van tolerantie zelf niet respecteerde. (Zie weer, bijvoorbeeld, Lee Harris, Civilization and its Enemies)

Dankzij de intolerantie van deze uitsluiting werd op den duur de katholieke kerk gedwongen de principes van godsdienstige tolerantie te gaan aanvaarden en respecteren. Zo niet in theorie, dan toch in ieder geval in de praktijk. Door goed volgehouden intolerantie ten opzichte van de oude katholieke stellingname ten opzichte van tolerantie, hebben de katholieken op dit punt een tournure gemaakt, en is de wereld dus toleranter geworden. Het is niet goed in te zien waarom een zelfde volhardendheid ten opzichte van de islam niet even heilzaam zou kunnen werken. Wanneer de islam een Europese godsdienst wil zijn, zal de islam, net als alle andere Europese godsdiensten, het bestaan en de praktizering van andere godsdiensten dienen te accepteren, en moeten afzien van de droom van een geweldadige overwinning op de niet-moslims. Het kan inderdaad niet zo zijn dat er één Europese godsdienst is die gewapenderhand erkenning van zijn eigen superioriteit wenst af te dwingen. Een godsdienst die volhardt in de droom van een gewapende overwinning op de rest, kan geen aanspraak maken op de traditionele Europese godsdienstvrijheid en tolerantie.

Vrienden en vriendinnen van de islam worden uiteraard woedend als ze zulke ketterijen over de islamitische intolerantie horen. Ook zullen er wel moslims zijn die er boos om worden, want de islam wordt door zijn aanhangers en vrienden als een tolerante godsdienst beschouwd, toleranter dan het christendom of het jodendom. Misschien zijn er in de middeleeuwen wel perioden geweest waarin de islam (voor zo ver de historische bronnen het toelaten dat te beoordelen) in feite tolerant is geweest jegens niet-moslims. Overigens zijn er moderne geleerden als Bat Ye'or die met grote overtuigingskracht het tegendeel beweren: volgens Bat Ye'or was de islam, in de middeleeuwen en daarna, helemaal niet tolerant, in tegendeel.

Maar wat moslimse theologen, toen en nu, als de islamitische tolerantie beschouwen, is heel expliciet niet tolerantie op basis van maatschappelijke gelijkberechtigdheid, maar tolerantie op basis van erkenning door de niet-moslims dat de islam superieur is. De voorrechten die de islam in die situatie vervolgens aan de moslims geeft, zijn naar moderne opvattingen absurd, zie de handboeken van het islamitisch recht die het bijvoorbeeld niet toestaan dat een niet-moslim getuige à charge is in een zaak tegen een moslim. Niet-moslims die niet in hun achterstelling wensten te berusten, werden trouwens bedreigd met de doodstraf, en met het als slaaf verkocht worden. De "klassieke" islamitische tolerantie is in feite voortzetting van de jihad, maar nu met andere middelen.

Voor een slachtoffer van geweld maakt het niet veel uit of hij door de politie, door een bende rovers, door het leger of door geëxalteerde vrome radicalen wordt neergeschoten. In alle vier deze gevallen belandt hij in het ziekenhuis of in het mortuarium. Maar voor de politieke beoordeling maakt het wel degelijk uit. Geweld dat wordt uitgeoefend door staten die, in principe, tot stand zijn gekomen op basis van vrijheid en gelijkheid, en dat dient ter bescherming van de vrijheid van de burgers van die staat, is precies even bloederig als ander geweld. Toch is er vanuit humanitair oogpunt een verschil tussen zulk geweld en het geweld uitgeoefend door de leden van een roversbende als die van Saddam Hoesein of de hysterische vromen van Osama ben Laden. Uiteraard liggen er hier twistpunten. Is het geweld van Hamas fout omdat het niet door een staat wordt uitgeoefend, en dat van Israël, dat wel door een staat wordt uitgeoefend, daarom toelaatbaar?

Maar dat neemt het principe niet weg. Het geweld van een bende vrome mannen, zelfs al is het godsdienstig geïnspireerd, dient met de dreiging van tegengeweld namens de bedreigde gemeenschap beantwoord te worden, en zo nodig dient de daad bij het woord te worden gevoegd. Zodra er een bende vrome militanten met geweld dreigt, of daadwerkelijk geweld gebruikt, dient er vanaf de kansel, vanuit de kazerne en vanuit het politiebureau tegenactie te komen. Wanneer zulke tegenactie uitblijft, hebben de militanten het eigenlijk al gewonnen. Wanneer bij de rechtvaardiging van dat geweld de godsdienst een zware rol speelt, krijgt de kansel automatisch ook een zware rol. De blote verklaring dat de kanselredenaars zichzelf niet als betrokkenen beschouwen ("Waarom moeten juist wij ons altijd maar weer verdedigen?") is niet voldoende. De kansel is bij uitstek een plek om dingen eens goed uit te leggen.

Net zoals alle andere gelovigen eisen moslims respect voor hun geloofsopvattingen. Er is geen enkele reden om dat respect niet op te brengen -- behalve waar het geloofsopvattingen over de verplichte gewelddadige strijd tegen de niet-moslims betreft, omdat zulke opvattingen het voorportaal van oorlog en terrorisme kunnen vormen. Respect kan nu eenmaal niet met wapens worden afgedwongen. Het is niet mogelijk vrijwillig respect op te brengen voor dat deel van de geloofsopvattingen dat niet veel meer behelst dan de droom van een gewelddadige overwinning op de anderen. Het overwinningsvisioen van (sommige) moslims is immers de nachtmerrie van het Westen.

M
Berichten: 98
Lid geworden op: Zo Apr 08, 2007 8:37 pm

Apen en zwijnen

Berichtdoor M » Vr Okt 26, 2007 8:53 pm

Apen en zwijnen

Ongelovigen zijn onberekenbaar. Zij zijn tot alles in staat want zij erkennen God noch gebod. Er is geen enkele norm die hun gedrag inperkt.
Moslimextremisten zijn onberekenbaar. Met een beroep op Gods wil zijn ze tot letterlijk alles in staat.

Dat zijn de twee standpunten die moslims en niet-moslims ten opzichte van elkaar zijn gaan innemen. Het zijn twee precies symmetrische standpunten die maar beter niet verder kunnen escaleren.

Niemand weet precies wat “de moslims” denken over hun niet-moslimse buren. Het is zelfs de vraag of “de moslims” wel iets over hen denken. De meeste moslims hebben het waarschijnlijk te druk met hun dagelijkse beslommeringen. Toch is het voor wie geen moslim is, goed om te weten wat de koran over niet-moslims zegt. Want elke goede moslim meent dat in de koran God zelf aan het woord is, en God vergist zich niet.

De islam en de koran kennen drie soorten niet-moslims. Allereerst de joden. De meeste moslims menen dat God in het eerste hoofdstuk van de Koran (1:6) heeft gezegd dat hij kwaad is op de joden. Dat eerste hoofdstuk hoort een moslim in principe vijf keer per dag, bij elk gebed, op te zeggen. Ook worden de joden voor ‘apen en zwijnen’ uitgemaakt (5:60, 2:65, 7:166). Samen met het traditionele Westerse antisemitisme dat in de loop van de 20ste eeuw als een virus naar de islam is overgeslagen, hebben we hier een akelige anti-joodse cocktail.

De tweede groep niet-moslims zijn de christenen. Veel moslims geloven dat God in dat zelfde eerste hoofdstuk van de koran heeft gezegd dat de christenen dwalen. Verder stelt de koran de christenen voor als huilerig (5:83) en zwak. Vriendschap en omgang met christenen of joden wordt door God afgeraden (3:118, 5:51, 58:14).

De derde groep zijn de heidenen, de absolute ongelovigen. Zij zijn de slechtsten van alle schepselen, ze zijn doof, stom en blind. Ze worden bij herhaling ‘beesten’ genoemd. Hun eindlot is het Hellevuur.

Het is een wonder dat met zo’n heilige tekst de omgang tussen moslims en niet-moslims vaak normaal verloopt. De meeste gelovigen nemen hun heilige tekst dan ook met een korreltje zout, zoals ook veel katholieken pauselijke vermaningen, bijvoorbeeld ten aanzien van seksualiteit, niet voor honderd procent serieus nemen.

Maar er zijn uitzonderingen. Dan gaat er iets mis. Waar en wanneer het mis zal gaan, is niet te voorspellen. Overheden van islamitische landen treden in gevallen waar het mis gaat, meedogenloos op.

Een groep die doorslaat en de goddelijke vervloekingen van niet-moslims zoals die in de Koran voorkomen letterlijk gaat nemen, bestaat meestal uit jongemannen die je doen verlangen naar de onnozelheid van voetbalhooligans en skinheads. Meestal heeft zo’n groep een goeroe van tegen de vijftig jaren oud.

Zo’n goeroe leert zijn mannen dat de islam om strijd vraagt. Koranverzen te over die daartoe oproepen. Maar die strijd kan tegenwoordig niet meer via staten en legers gevoerd worden. Gewone legers van moslimse landen zijn al eeuwenlang zwakker dan de legers van Westerse landen. Dus zijn er andere wapenen nodig.
De extremo’s beschouwen migratie als een nuttig wapen ter verspreiding van de islam. Ze vinden het prachtig als de ongelovigen het leven zuur wordt gemaakt (zeg maar de methode Diamantplein) met kinderachtige streken en pesterijen. De voorbeelden van dergelijke plagerijen uit het Midden-Oosten zijn te gênant voor woorden; ze variëren van urineren tegen kerken tot mensen ervan beschuldigen dat ze de koran als toiletpapier hebben gebruikt.

Hun tweede wapen is individuele terreur en intimidatie. In het bijzonder opiniemakers hebben daarvan te vrezen. Mohammed (570?-632) stond al op gespannen voet met de opiniemakers van zijn tijd, de dichters. Niet alle dichters in zijn tijd hebben de triomf van de islam overleefd: Asmaa bint Marwan, Aboe Afak en Ka’b ibn al-Ashraf gingen, in opdracht van de Profeet, Theo van Gogh voor.
Sayyid Qutb (1906-1966), de vader van de moderne fundamentalistische islamitische theologie, heeft al laten weten dat ook de kunsten zich zullen moeten onderwerpen aan de triomf van de islam. In de afgelopen vijftig jaar hebben aanhangers van de jihad-ideologie het dan ook regelmatig voorzien gehad op journalisten en schrijvers. Niet alle plannen zijn door God met succes bekroond. De romanschrijver en Nobel-prijswinnaar Naguib Mahfouz overleefde ternauwernood een aanslag op zijn leven, maar columnist Farag Foda heeft het niet gered.
De ideologie van deze moordenaars wordt meestal de takfier-ideologie genoemd. Ook voor de clubjes van extremistisch radicale moslimjongeren in Nederland wordt die term gebruikt. Takfier wil zeggen ‘tot kaafir (heiden) bestempelen’. Dat stempel treft dan gewone, niet-moorddadige moslims die vanwege hun vreedzame burgerlijke opvattingen als zo laks worden beschouwd dat ze eigenlijk geen moslim meer zijn, maar kaafir, ‘ongelovige’, zijn geworden. De gedachten gaan hier uit naar iemand als Ahmad Aboutaleb.
Iedereen die wel eens twijfelt aan een de vele details van de leerstellingen van de islam kan door takfier getroffen worden. En twijfel is uiteraard heel algemeen, maar wordt verstandig genoeg meestal verzwegen. De takfier is een gevaar voor elke moslim, want een moslim die publiekelijk tot kaafir wordt benoemd, heeft impliciet uittreding uit de islam gepleegd, en afvalligen (zie Ayaan en Salman Rushdie) moeten nu eenmaal met de dood bedreigd worden.
Moslims lopen eigenlijk nog meer gevaar dan niet-moslims wanneer de aanhangers van de takfier hun gang kunnen gaan. Daarom was Theo van Gogh ook niet zo bang voor deze losers. Hij heeft zich vergist. Hij dacht dat hun prioriteiten elders lagen. Hij stelde te veel vertrouwen in de officiële theologie van de islam.
Moslims en niet-moslims in Nederland voelen zich sinds de moord op Theo van Gogh terecht bedreigd en geïntimideerd door de knapen van de takfier-beweging. Het is bovendien volkomen terecht dat moslims bang zijn voor de reacties van niet-moslims, die weinig oog hebben voor de subtiliteiten van de islamitische takfier-theologie en daarom alle moslims als mogelijke vijanden zijn gaan zien die hen mogelijkerwijs naar het leven zullen gaan staan.
Maar er gloort enig licht. Het is goed mogelijk dat met het circus in de Anteunisstraat, en elders in het land, voorlopig alle takfier-cellen in Nederland zijn uitgeschakeld. Zou Mohammed B. zijn vriendjes verraden hebben? Zou Mohammed B. conform de islamitische standaardtheologie zijn gaan geloven dat God zijn zelfopoffering niet heeft willen aanvaarden?
Als God B.’s daad had goedgekeurd zou B. immers direct na de moord op Theo wel in het Paradijs zijn toegelaten. Dat God Mohammed B. door de Amsterdamse politie in zijn grote teen heeft laten schieten, kan niet anders betekenen dan dat God het martelaarschap van Mohammed B. niet heeft willen aanvaarden. Voor hem geen maagden, nooit meer.
Toch kunnen we niet overgaan tot de orde van de dag. De kans dat er spontaan weer nieuwe takfier-cellen opduiken blijft bestaan. Het is vooral aan de moslims in Nederland om daar op te letten.

M
Berichten: 98
Lid geworden op: Zo Apr 08, 2007 8:37 pm

“Dhimmitude”

Berichtdoor M » Vr Okt 26, 2007 8:55 pm

“Dhimmitude”

Toen ik nog jong en naïef was, en een jaar in Egypte studeerde, ben ik ooit eens bij een lokale Koptische bisschop in Cairo op audiëntie gegaan om hem te vragen naar boeken over de islam die door theologen van de Koptische kerk geschreven waren. De Koptische kerk is de inheemse, eeuwenoude christelijke volkskerk in Egypte. De Koptische taal is de laatste vorm van de taal van de hiëroglyfen van de Farao’s. Liturgie en preek in de Koptische kerk zijn al eeuwenlang in het Arabisch. De Koptische kerk is sinds de verovering van Egypte door de islam in 636 geleidelijk aan gekrompen, van oorspronkelijk bijna 100% van de bevolking, tot misschien 5% tegenwoordig.

Het leek me ondenkbaar dat Koptische theologen niet over de islam hadden nagedacht, en dat er geen boeken of artikelen over de islam uit deze hoek beschikbaar zouden zijn. Een leuk scriptieonderwerp, dacht ik eigenlijk. Maar de bisschop hielp me in drie seconden uit de droom. Nee, zulke boeken waren er niet. Vervolgens wees hij me er op dat er naast elke kerk in Egypte een moskee stond, met een iets hogere minaret dan de hoogste naburige kerktoren. En dat in het bijzonder wanneer de Kopten met een kerkdienst bezig waren, de versterkers op deze minaret op topsterkte de boodschap van de islam verkondigden, wat binnen in de kerk gewoonlijk goed hoorbaar was. Dit alles, sprak hij, hing samen met het respect voor de islam waar de christenen in Egypte toe verplicht waren.

De ernst van deze situatie was me niet meteen duidelijk. Maar hier zat geen leuk scriptieonderwerp in, dat begreep ik nog wel, en dus ging ik maar op zoek naar graziger weiden. Pas na jaren is de betekenis van een en ander tot me doorgedrongen. De eis van respect klinkt ons normaal en goed in de oren, maar hoe ver kan een groep gaan in het eisen van respect? Wanneer varkensvlees door een godsdienstige groep verboden wordt, mogen kinderen die op school zitten met leden van die groep dan nog wel ham op hun lunchboterham leggen? Wanneer blote armen van de juf door een godsdienstige groep verboden worden, moet de juf dan ook in de zomer met lange mouwen voor de klas?

Het duurt meestal niet lang of de groep die respect eist, dwingt de andersdenkenden zich in de details van hun gerespecteerde heilsleer te verdiepen. Uit voorzorg doen de andersdenkenden dat dan ook. De kranten van de laatste weken staan vol met voorbeelden: Mag je shampoo gebruiken bij de rituele wassingen? Hoor je als Nederlands politicus niet te weten welke imams weigeren een vrouw de hand te schudden en waarom ze dat niet doen? In zulke kwesties mogelijk een foutje maken, leidt tot een hoop gezeur en barse commentaren. Al snel maakt er zich een voorzorgzucht van iedereen meester waardoor iedereen letterlijk op kousenvoeten gaat lopen. Kritisch over de islam schrijven zoals er ook over andere godsdiensten en ideologieën wordt geschrevenen, is er al snel niet meer bij, zeker niet als je nog kleine kinderen hebt.

Er hoeft maar een kleine voorhoede met types als Mohammed B. rond te lopen, of iedereen doet er het zwijgen toe. Zo’n voorhoede claimt het alleenvertoningsrecht op islamitische gevoeligheid, en gijzelt daarmee meteen ook alle geloofsgenoten. Die zullen wel uitkijken de leden van de voorhoede voor de voeten te lopen. Mensen als Mohammed B. noemen zichzelf trouwens expliciet een voorhoede, onder verwijzing naar Koran 110:2, een passage die de extremo’s opvatten als een uitspraak van God zelf, waarbij God de gelovigen uitlegt dat wanneer de islam maar eenmaal overwinningen boekt en triomfen viert, dat dan ‘de mensen Gods godsdienst in massa’s zullen binnengaan’.

Maar het gevolg van permanent expliciet respect dat door een voorhoede wordt afgedwongen is wel dat de overgrote meerderheid van de moslims nooit en te nimmer een nuchtere beschouwing over de islam te zien krijgt, niet van de kant van de niet-moslims, niet van de kant van ex-moslims die zich om veiligheidsredenen verstopt hebben, of verstopt worden door een regering die rust boven alles stelt, en al helemaal niet van ‘gewone’ moslims, die geconditioneerd worden om het nadenken over de islam in hun eigen belang maar over te laten aan de voorhoede en aan de imams.

De eis van respect klinkt ongehoord redelijk, maar de gevolgen van met geweld afgedwongen respect breiden zich als een olievlek uit. Wanneer niet-moslims zoals bisschoppen, burgemeesters, ministers, leden van het koninklijk huis, steeds maar weer hun respect voor de islam naar buiten brengen, zal een moslimse twijfelaar (en daar zijn er natuurlijk tienduizenden van) al snel denken dat waneer zelfs zulke vooraanstaande personages geheel vrijwillig en tegen hun eigen belangen in, respect en nog eens respect gaan lopen tonen, dat de islam dan inderdaad wel iets heel bijzonders zal wezen, waar hij maar beter geen afstand van kan nemen – hoewel hij/zij wel degelijk overwogen heeft dat te doen.

Het respect voor de islam heeft in allerlei landen tot wonderlijke maatregelen geleid, die met een expliciet beroep op het respect voor de islam gerechtvaardigd worden. Verkoop van wijn in een gewone supermarkt kan niet, want de islam verbiedt wijn. Reclame voor hypotheken en andere leningen die rente veronderstellen, terwijl de islam de rente verbiedt, kan dat wel worden getolereerd? Op straat eten tijdens de vastenmaand Ramadan? Kunnen restaurants wel open blijven tijdens Ramadan? Pils op een terrasje aan een plein waar ook een moskee staat? Getuigt het wel van respect voor de islam om een moslim door een niet-moslimse rechter te laten veroordelen? Of een vrouwelijke niet-moslimse ‘bewindspersoon’ over hem te laten wikken en beschikken?

De godslasteringskwestie is hier een gevaarlijke fuik. Wat staat een rechter te wachten die een anti-islamitische godslasteraar tot een te lichte straf veroordeelt, of misschien zelfs vrijspreekt? Zo’n rechter toont, in de ogen van de islamitische voorhoede van extremo’s, toch wel heel duidelijk zijn gebrek aan respect voor de islam. Zo’n rechter loopt grote risiko’s omdat hij door het te lichte vonnis dat hij geveld heeft, hij misschien zelfs wel medeplichtig is geworden aan de godslastering die hij te berechten had. Het is wel zeker dat de voorhoede van types als Mohammed B. een ernstige bedreiging zullen gaan vormen voor rechters in godslasteringszaken.

Respect en voorzorgzucht hebben sinds de moord op Theo van Gogh voor allerlei rare tonelen gezorgd, en dat terwijl de moslims in Nederland een minderheid zijn. Het is wel duidelijk dat er nog veel meer respect en voorzorgzucht getoond zal worden wanneer de islam de meerderheid is, zoals in het Midden-Oosten. Het kon niet uitblijven of er is door een geleerde die oorspronkelijk in het Frans schrijft een aparte technische term hiervoor bedacht: dhimmitude, ongeveer uit te spreken als zimmietuude. De bedenkster van die term schrijft onder een pseudoniem, Bat Ye’or, wat Hebreeuws is voor ‘Dochter van de Nijl’. Het gaat dan ook om een uit Egypte afkomstige joodse onderzoekster van de geschiedenis van de joden en de christenen onder de reële islam in de afgelopen veertien eeuwen. Het beeld dat zij op grond van archieven en memoires schildert, stemt somber.

Dhimmitude is afgeleid van het Arabische woord dhimmi. Een dhimmi is een jood of christen die het oppergezag en de superioriteit van de islam erkent. Wanneer hij dat niet doet, schrijft de islamitische wet zware straffen voor. Een opstandige dhimmi kan worden gedood of als slaaf verkocht. Veel dhimmi’s hebben het afgedwongen respect voor hun moslimse meesters geïnternaliseerd, en zeggen en denken uitsluitend nog positieve gedachten waar het de islam betreft. Hun leven wordt op een pathetische manier door voorzorgzucht jegens de islam in beslag genomen. Bat Ye’or geeft in haar boeken honderden bladzijden voorbeelden. Die boeken zijn in het Engels vertaald, en Nederland nog nergens besproken. Het gaat onder andere om: The Dhimmi (1985), The Decline of Eastern Christianity under Islam: From Jihad to Dhimmitude (1996), en Islam and Dhimmitude: Where Civilizations Collide (2002).

Het wonderlijkste aan het verschijnsel dhimmitude is dat het ook voorkomt waar de islam zich niet heeft meester gemaakt van de staatsmacht. Een recent Nederlands voorbeeld uit Uden. Na de brand spreekt Balkenende met een klein jongetje die zegt dat zijn afgebrande school maar niet weer een bordje “islamitische school’ moet ophangen na de herbouwing. Balkenende zou toen heel goed hebben kunnen zeggen: “Ja, als er meer moorden plaats zullen vinden als die op Theo van Gogh, dan krijgen de islam en de moslims een erg slechte naam in Nederland. Laten jij en ik er voor zorgen dat moorden in de naam van de islam nooit meer voorkomen, dan kan jouw school later gerust weer islamitisch gaan heten”. Maar Balkenende zei zoiets niet, hij had het alleen vagelijk over dit-nooit-meer, en zei iets onduidelijks over garanties. Kortom: Balkenende toonde diep respect voor de islam en raakte haast verlamd van voorzorgzucht.

Tweede voorbeeld: Mevrouw Florax, de voorlichtster van de Amsterdamse politie, had het uren en uren na de moord op Theo van Gogh nog steeds over een moordenaar die mogelijk als moslim verkleed was, of woorden van gelijke strekking. In de eerste directe TV-uitzendingen hield ze duidelijk urenlang de mogelijkheid open dat deze moord niet door iemand gepleegd was die geloofde uit naam van de islam te handelen, maar door iemand die had gedaan alsof. Hoe anders ging het na de brandstichting in Uden. Behalve Matt Herben hield geen enkele prominent of nieuwspresentator rekening met de mogelijkheid dat moslims zelf, volgens de methode Jules Croiset, deze schokkende misdaden tegen zichzelf hadden gepleegd met het doel de zieligheidsgraad van de eigen groep te verhogen. Het is wel erg voorzorgzuchtig om niet eens rekening met deze mogelijkheid te willen houden. Overigens zijn er inmiddels veronderstelde brandstichters gepakt. Het gaat om autochtone kinderen.

Derde voorbeeld: In het Brabants Dagblad van 12 november suggereert bisschop Muskens van Breda om wereldwijd God met Allah aan te spreken. Hier is een beroepsmatige vertegenwoordiger van het christendom werkelijk ver van de rails gelopen. Jezus heeft geleerd dat God als ‘Vader’ moet worden aangesproken, denk aan het beroemde gebed dat bekend staat als het “Onze Vader”, waarvan Jezus de auteur is. Allah is een Arabisch woord. Er is maar een motief om God in het Arabisch -- of in het Fins -- aan te gaan spreken: het willen halen van een wit voetje bij de Finnen of de Arabieren. De Volkskrant van 27 november 2004 weet dat de bisschop zich niet populair heeft gemaakt met dit voorstel.
Dat kon wel eens kloppen, katholieken worden er door verbijsterd en moslims lachen zich de tranen in de ogen. Het is een kinderlijke, tot mislukken gedoemde, laffe poging om een wit voetje bij de moslims te halen. Maar waarom zouden we na de moord op Theo van Gogh een wit voetje bij de Arabieren, de moslims of de Finnen willen gaan halen? We zijn toch niet geïntimideerd of zo? Bovendien is het in een islamitisch land als Maleisië de lokale christenen daar streng verboden om ‘God’ als ‘Allah’ aan te spreken, wat lastig is omdat in Maleisië ‘Allah’ het gewone woord voor ‘God’ is. Zou de bisschop God desnoods ook wel als Wodan, Zeus, Jupiter of Sinterklaas willen gaan aanspreken? Deze bisschop is een dwaas, die uit voorzorgzucht als een pias over zichzelf heenbuitelt. Zijn gedrag is alleen het vermelden waard omdat het een schoolvoorbeeld is van wat Bat Ye’or dhimmitude heeft gedoopt.

Nederland heeft een traditie van vier eeuwen van het pacificeren van verschillende bevolkingsgroepen. De Nederlandse elite gaat er vanuit dat het uiteindelijk heus ook ooit zal lukken de moslims te pacificeren. Maar de islam heeft een traditie van zo’n veertien eeuwen van zich niet laten pacificeren. Het Romeinse rijk wist als weinig andere rijken nieuwe groepen op te nemen en te pacificeren. De Gothen en de Hunnen, de Germanen en de Galliërs, ze wisten niet hoe vlug ze Romein moesten worden als ze eenmaal in de buurt van Rome waren aangekomen. Maar de Arabische moslims hebben zich niet door de Romeinen laten pacificeren. Het Algerije van kerkvader Augustinus was geheel Romeins. Nu is het geheel islamitisch. Het Oost-Romeinse rijk is door de Arabieren ontdaan van Egypte en Syrië, en ten slotte door de Turken veroverd, en bekend komen te staan als het Ottomaanse rijk. Zou de Nederlandse politieke elite het er beter afbrengen dan de oude Romeinen?
De eerste helft van november 2004 heeft de regering de acute dreiging van moslims geweld in Nederland waarschijnlijk groter voorgesteld dan deze in werkelijkheid was, om zodoende Ayaan's onderduik te forceren en haar tot op zekere hoogte het zwijgen op te leggen, want dat zou de moslims bevredigen en de boel bijelkaar houden. Deze taktiek had helaas een bijeffect: opiniemakers zijn banger geworden dan nodig is. Hun voorzorgzucht neemt zienderogen toe.
Dat Ayaan nu al zo lang zwijgt, geeft het verkeerde signaal af aan de moslims in Nederland. De bedreigingen jegens Job Cohen en Ahmed Aboutaleb laten zien wat er in feite aan het gebeuren is. De film Submission en Theo's term geitenneukers worden er in elke discussie bijgesleept om het wat makkelijker te maken voor degenen die de eerste moord 'in de naam van de islam' in Nederland het liefst zouden willen vergoelijken en bagatelliseren. Dat er iets te zeggen valt over Theo en Ayaan is zeker waar, maar wat zijn in godsnaam de zonden van Job Cohen en Ahmed Aboutaleb? Waarom hebben juist ook deze twee laatstgenoemden de woede van de extremo's gewekt? Het gaat dan ook niet om Submission, het gaat niet om de typeringen waar Theo van Gogh in grossierde, het gaat er om ons 'respect' voor de islam aan te leren, door een mooie doorsnee van de Nederlandse elite door een meedogenloze voorhoede van extremo’s te laten intimideren ‘in de naam van de islam’.
De voorzorgzucht van Balkenende en Donner is het laatste wat we op dit moment als antwoord nodig hebben.

M
Berichten: 98
Lid geworden op: Zo Apr 08, 2007 8:37 pm

Geert Mak in de war

Berichtdoor M » Vr Okt 26, 2007 9:01 pm

Geert Mak in de war

Gedoemd tot kwetsbaarheid is een fout boekje. Maar Geert Mak heeft vroeger honderden prachtbladzijden geschreven, alles bij elkaar niet minder dan zeven prachtboeken die terecht goed verkocht zijn, en na zo’n prestatie mag iemand ook wel eens een fout maken.

Het deze week verschenen Gedoemd reageert op de gebeurtenissen en de discussies die hebben plaats gehad in de laatste maanden van 2004. Het boekje noemt al op de eerste bladzij “de intense kou die plotseling ons huis binnen drong, op die 2de november 2004”. De nasleep van de moord op Theo van Gogh, wiens naam een alinea later ook inderdaad valt, is dan ook eigenlijk het hoofdonderwerp.
Geert Mak meent dat ‘de uitsluiting en het racisme in Nederland (p. 24)’ en ‘de vernedering van de niet-westerse wereld (p. 93)’ de bron zijn van de woede die tot de moord op Theo van Gogh geleid heeft.

Of dat waar is of niet, is nauwelijks vast te stellen, omdat de gebruikte terminologie daarvoor te vaag is. Wie heeft wie eigenlijk uitgesloten of vernederd? Waar, waardoor en wanneer? Welk racisme, waar en wanneer? Waar begint en eindigt de niet-westerse wereld? Is iedereen in die niet-westerse wereld even boos als Mohammed B.? Enzovoort.
Maar er is iets dat eigenlijk veel erger is. Geert Mak negeert de uitgebreide verklaring die Mohammed B. in een brief bij het lijk van Theo van Gogh heeft achtergelaten. In een strafproces heeft de verdachte altijd het laatste woord. Hij mag, als laatste, zeggen wat hij maar zeggen wil. Iedere Nederlandse rechter zal geduldig, of met gespeeld geduld, zo’n laatste woord aanhoren. Ook de ergste misdadiger heeft dit recht, maar zelfs al was het niet een wettelijk gegarandeerd recht, dan is het toch eigenlijk nog gewoon een kwestie van beleefdheid om eens rustig aan te horen wat andere mensen over zichzelf en hun daden te zeggen hebben.
Maar zelfs al was het niet de gewone beleefdheid die het zou voorschrijven om toch vooral goed naar de eigen verklaringen over het eigen gedrag van wie dan ook te luisteren, dan is er toch altijd nog de intellectuele nieuwsgierigheid naar de buitenwereld en naar ‘de Ander’, die ons moet dwingen dat te doen. Wanneer iemand als Mohammed B. er in slaagt iets te doen dat zulke ophef in het land heeft veroorzaakt, zou enige nieuwsgierigheid naar Mohammed B.’s eigen verhaal dan niet op zijn plaats zijn?

Geert Mak nu reageert met geen woord op wat de verdachte over zijn daad heeft geschreven. Gaat hij er soms van uit dat het allemaal toch maar apekool is, wat Mohammed B. te melden heeft? Als dat zo is, is het is moeilijk om een ander woord dan ‘discriminatie’ te bedenken voor deze houding van Geert Mak.

Mak noemt ‘het briefje’ (in werkelijkheid niet minder dan vijf A-viertjes) precies één keer (p. 40), maar de inhoud beschrijft hij niet. Goed, niet er op ingaan, dat kan honorabele redenen hebben. Maar waarom zelfs geen samenvatting? Vindt Mak het zeurderig om te moeten melden dat de brief half-verzonnen verminkte Talmoed-citaten bevat?
Maar over Joseph Goebbels, die voor de moord op Van Gogh veel minder relevant is, vertelt Mak ons wel uitgebreid dat deze ‘ook nog gefingeerde citaten uit de talmoed (p. 69)’ gebruikt heeft, iets dat toch waarachtig geen nieuws was in de laatste maanden van 2004. Of daarna. Sterker nog, daar zijn al tienduizenden bladzijden over geschreven. Had Mak niet vast een halve bladzijde kunnen gaan schrijven over hetzelfde verschijnsel bij Mohammed B.? Wie had er nou een moord gepleegd in november 2004? Goebbels of Mohammed B.?

In het boekje wordt de Tweede Wereldoorlog trouwens vele malen genoemd. Het is natuurlijk altijd goed om het over ‘het taaie verzet (p. 49)’ te hebben, of over ‘De taal van het Derde Rijk (p. 59)’, en ga zo maar door. Besef van het verleden is een groot goed, zo veel is zeker. Het is bovendien boven alle twijfel verheven dat Geert Mak veel van de Tweede Wereldoorlog afweet, maar we zouden het nu toch over de verwarring hebben die gevolgd was op de moord op Theo van Gogh? Waarom dan naar verhouding zo weinig over de moordenaar en zijn slachtoffer?

De brief van Mohammed B. bevat doodsbedreigingen aan het adres van Ayaan Hirsi Ali, de VVD, de ‘Islamitische Umma die haar roes ligt uit te slapen’, Jozias van Aartsen, Job Cohen, alle ongelovigen, Amerika, Europa en Nederland. Wat hebben al die bedreigden met elkaar gemeen? Dat zou toch de eerste vraag moeten zijn, veel belangrijker dan bv. de kwestie-Dreyfuss die op p. 67 behandeld wordt.

Om het debat over de moord niveau te geven, hadden we Marokkaanse intellectuelen uit Parijs moeten halen, schrijft Mak (p. 41) en niet eindeloos ‘autochtone mannen, handelaren in angst (pp. 43 en 71)’ aan het woord moeten laten. Het is goed dat dat niet gebeurd is. De meningen van Marokkaanse intellectuelen uit Parijs zijn veel te hartig voor de Nederlandse luisteraar en kijker. Dan was het land pas echt in brand gevlogen. Lees bijvoorbeeld maar eens wat Abdelwahab Meddeb en de inmiddels overleden Rachid Mimouni te zeggen hebben. De kritiek die deze beiden op de islam hebben, gaat heel wat verder dan wat Nederlandse ‘autochtone mannen, handelaren in angst’ de afgelopen maanden voor hun rekening hebben durven nemen.

Leuke uitdrukking trouwens, ‘handelaren in angst’. Waar komt die eigenlijk vandaan? In Arabische versies van de zogenoemde Protocollen van de Wijzen van Zion, een berucht anti-semitisch vervalst document uit de 19de eeuw, worden de joden zo genoemd. Het zal toch niet zo zijn dat Geert Mak die aardige uitdrukking aan de Protocollen heeft ontleend? Anderzijds, als een retorische truc die de vijand bedacht heeft, effectief is, kan er toch eigenlijk geen bezwaar tegen zijn om die truc nu ook eens voor de goede zaak in te zetten.

“Alsof er in de koran een recept zou staan voor het afslachten van godsdienstige tegenstanders”, roept Mak getergd uit op p. 59. Tsja. ‘Hakt dan in op de nekken van de ongelovigen, en op elk vingerkootje’, Koran 8:12, klinkt toch verdacht als receptuur, en zo heeft Mohammed B. het ook opgevat.

Met grote instemming meldt Mak dat er in Friesland een dominee teksten uit de Koran las, en dat Winterswijkers ‘een boerenkoolmaaltijd -- zonder spekjes -- voor leden van alle geloofsgemeenschappen’ georganiseerd hebben. Wat is daar nu toch zo mooi aan? Boerenkool zonder spekjes is toch gewoon karig? Friese dominees krijgen in hun studie toch standaard met de Koran te maken? (Anders dan imams die in hun opleiding niet aan bijbelstudie doen).

Geert Mak moet zich ten tijde van het schrijven van dit boek verward hebben gevoeld. Dat was, voor de periode waar we het over hebben, normaal. Iedereen in die periode was overrompeld door de gebeurtenissen. Maar voor de geestesgesteldheid van Geert Mak bestaat een preciezere term. Kijk eens naar de laatste zin van zijn vierde hoofdstuk, p. 56. Daar concludeert Geert Mak uit een aantal wonderlijke feiten: ‘Je zou bijna moslim worden’.

Dat nu is haast een schoolvoorbeeld van het Stockholm-syndroom. Gegijzelden en andere slachtoffers van terrorisme hebben de neiging de mensen waar zij door bedreigd worden naar de mond te gaan praten. Gegijzelden hebben in veel gevallen in een hoog tempo sympathie voor hun belagers ontwikkeld, en dan vervolgens vaak per boek of artikel kond van gedaan van hun nieuwe sympathieën. Terreurbestrijders noemen dat het Stockholm-syndroom, naar een gijzeling van een bank in Stockholm waar dit verschijnsel voor het eerst, en niet voor het laatst, werd waargenomen.

De ogen gesloten willen houden voor de inhoud van het vijf kantjes tellende ‘briefje’ van Mohammed B., boerenkool zonder spekjes beter vinden dan boerenkool met, zelf haast moslim willen worden – er zijn blanke mannen om minder met ‘Stockholm’ gediagnosticeerd.


Geert Mak, Gedoemd tot kwetsbaarheid, Amsterdam: Atlas, 2005

M
Berichten: 98
Lid geworden op: Zo Apr 08, 2007 8:37 pm

Kunnen de moslims zichzelf genezen?

Berichtdoor M » Vr Okt 26, 2007 9:04 pm

Kunnen de moslims zichzelf genezen?

Wie leest wat intellectuelen uit de islamitische wereld over de huidige toestand van de islam schrijven, krijgt een heel ander verhaal te horen dan ons in Nederland door onze principieel multiculturele voorhoede verteld wordt. Intellectuelen in de islamitische wereld hebben er weinig moeite mee om toe te geven dat er iets mis is gegaan binnen de islam. De boeken van de meeste schrijvers die dat betogen, zoals de Egyptische rechter Said al-Ashmawi of de Egyptische diplomaat Hoessein Ahmad Amin, zijn niet in Europese talen verschenen, maar bijvoorbeeld een boek van de hand van een zekere Abdelwahhab Meddeb is dat wel. Zijn boek The Malady of Islam, de ziekte van de islam, is in 2003 in het Engels verschenen in New York, en het jaar daarvoor in het Frans in Parijs. Meddeb is van huis uit een Tunesiër, en hij is hoogleraar literatuurwetenschap in Parijs.

Volgens Meddeb is de ziekte van de islam de drang tot steeds verdere geïsoleerdheid – niet alleen van de open en intellectueel vrije cultuur van het Westen, maar ook van de eigen vroegere veelvormigheid. Hij noemt de islamitische wereld ‘ontroostbaar in haar nooddruft’, inconsolable in its destitution. Dat is andere koek dan de optimistische multiculturele bespiegelingen van bijvoorbeeld het lid van de Eerste Kamer, Mevrouw Anja Meulenbelt die met name op haar weblog van alles te vertellen heeft over integratie en islam.
Er is, helaas, met Mevrouws vertellingen iets heel akeligs aan de hand. Ze gaan steeds over Nederlandse verhoudingen, Nederlandse wetten, Nederlandse maatregelen en Nederlandse gedragingen, en nergens raken ze aan de rauwe werkelijkheid van de moslims of van de islamitische wereld. Als de islam niet bestond en als er geen moslims in Nederland aanwezig of woonachtig waren, hadden de vertellingen van Mevrouw er niet anders uit hoeven zien. Haar vertellingen zijn intern-Nederlands, provinciaal haast, en hadden niet anders hoeven luiden wanneer we in Nederland Eskimo-immigranten gehad hadden in plaats van moslims.

Het hoge abstractieniveau dat Mevrouw weet vol te houden is natuurlijk prijzenswaardig, en misschien wel heel Haags, maar het gaat voorbij aan de werkelijkheid van alle dag. Kern van haar betoog luidt dat het gelijk behandelen van mensen die in ongelijke omstandigheden verkeren ‘passieve discriminatie’ is. En discriminatie is, uiteraard, streng verboden. Moslims, zo betoogt zij, verkeren in een achterstandssituatie, en om hen dus gelijk aan anderen te behandelen is derhalve discriminatie.

Deze hoogst interessante opvatting bestaat ook aan de Leidse universiteit, en heeft er daar toe geleid dat hoogleraar dr. P.Sj. van Koningsveld heeft betoogd dat historisch-kritische bestudering van de vroege islam en de koran, zoals bijvoorbeeld beoefend door de Deense geleerde Patricia Crone, voorlopig beter achterwege kon blijven. Ten aanzien van de bijbel en het vroege christendom bestonden er in dit opzicht aan deze faculteit gelukkig geen belemmeringen, want ja, de positie van moslims en christenen in de Nederlandse maatschappij was nu eenmaal verschillend.

Kamerlid Meulenbelt en hoogleraar Van Koningsveld hebben hun tijd niet mee, en ze zijn beiden door de gebeurtenissen en ontwikkelingen van de afgelopen jaren eigenlijk tot zonderlinge randfiguren met een raar verhaal geworden. Toch moeten opvattingen als die van deze beiden nog steeds bestreden worden, want moslims die Nederland nog niet zo goed kennen zullen zich door verhalen als die van Van Koningsveld (hoogleraar voor de islamstudie) en van Meulenbelt laten stijven in hun verkeerde opvattingen.

Verreweg de verkeerdste opvatting die we onder moslims kunnen aantreffen, is het idee dat moslims meer rechten hebben dan anderen. Dit is weliswaar in overeenstemming met de islamitische sharia (de islamitische wet), maar het is een opvatting waarvoor in een moderne maatschappij geen plaats mag zijn. Niet voor niets verbieden de bijbel en de koran het meten met twee maten nadrukkelijk, want de maatschappelijke consequenties van het wegen met tweeërlei weegsteen zijn verwoestend.

De moeilijkheden met radicale moslims ontspringen direct aan de gedachte dat wat anderen alleen via de stembus, het parlement en het strafrecht kunnen bereiken, door hen ook door het inzetten van geweld nagestreefd mag worden. Christenen die zich gekwetst voelen doordat hun godsdienstige opvattingen voor gek worden gezet, moeten genoegen nemen met een wet die smalende godslastering met ten hoogste drie maanden gevangenisstraf bedreigt. Wanneer Mohammed B. zich daarentegen ‘als moslim’ door Theo van Gogh gekwetst voelt, dan is de doodstraf op zijn plaats.

Het blijft dwaas en licht onsmakelijk om een bepaald soort moslims systematisch als geitenhoeders aan te duiden zoals Theo van Gogh gedaan heeft, maar het wordt niet erger of strafbaarder omdat het over moslims gaat. Als dat uit het oog wordt verloren, of zelfs wordt tegengesproken, dan zijn we in Nederland niet meer voor de wet gelijk.

Het is pijnlijk om vast te moeten stellen dat ook de huidige regering Balkenende zo nu en dan eigenlijk meedoet aan het ongelijk behandelen van moslims en niet-moslims. Ook kabinet Balkenende sterkt moslims in een aantal gevallen in hun opvatting dat ze boven de wet staan. Het is immers algemeen bekend dat er door en namens de regering bij columnisten en andere opinievormers voortdurend op wordt aangedrongen niet te hard tegen de islam te keer te gaan. De scherpte van dit debat, wordt van regeringszijde gesteld, brengt jongeren er toe zich te laten rekruteren voor de jihad.

De Nederlandse regering heeft er nog nooit op aangedrongen een beetje voorzichtig te zijn in de discussie over enige andere godsdienstige beweging. Waarom nu dan wel? Als de islam zich in het publieke debat in Nederland mengt, hoort de islam het toch even hard voor de kiezen te krijgen als de andere deelnemers aan dit debat? En bovendien, in dictaturen waarin geen enkele sprake is van een publiek debat, bestaan eveneens radicale moslims die aanslagen plegen en tegenstanders vermoorden. Een zo scherp mogelijk publiek debat is, anders dan de regering denkt, de enige kans om de gevaren die dreigen te bezweren.

Het zou allemaal zo erg niet zijn als het gevoel boven de wetten des lands te staan, nu niet juist de oorzaak is van alle moeilijkheden met de radicale moslims. Elke suggestie dat er situaties zijn waarin moslims anders behandeld moeten worden dan niet-moslims, draagt direct en regelrecht bij aan de vergroting van de problemen.

Moslimse auteurs als Meddeb, Hussein Ahamd Amin en Al-Ashmawi weten natuurlijk heel goed waar de schoen wringt, en maken van hun inzichten geen geheim. Kern van het probleem is dat radicale moslims van oordeel zijn dat zij er recht op hebben dat hun idealen ook met geweld mogen worden nagestreefd. De anderen moeten maar via gebed hun zin zien te krijgen. Gebed kan heel effectief zijn, maar een doorgeladen machinegeweer werkt meestal sneller.

Zo wijst Hussein Ahmad Amin er op dat nog steeds vele moslims de militaire overwinningen in de jihad in de eeuw na de dood van Mohammed (632) beschouwen als ‘het grootste bewijs voor de waarheid van de islam’. Wat H.A. Amin gelukkig niet weet, is dat de meeste christenen nog al beteuterd staan te kijken wanneer ze er op worden gewezen dat de islam ‘met de hulp van Allah’ er in is geslaagd de wereld te veroveren van Portugal tot Pakistan, en dat in slechts ongeveer honderd jaar.

Want in plaats van zich te laten intimideren, zou een christen juist in een schaterlach moeten uitbarsten bij het horen van deze (historisch geheel juiste) mededeling. Als de prestaties van de moslims op militair terrein een bewijs vormen voor goddelijke steun aan de islam, wat moeten we dan denken van de christelijk expansie in de eerste eeuwen van het christendom? Zonder geweld te gebruiken heeft het christendom in iets meer dan een paar eeuwen de inwoners van het tot op de tanden bewapende Romeinse rijk weten te kerstenen. Het is wel duidelijk wat een groter prestatie is. Dat de islam alleen met wapenen kon bereiken wat het christendom zonder wapenen heeft weten te bereiken, zou elke moslim en christen te denken moeten geven.

Daar komt nog iets bij. De islam heeft die militaire triomfen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten in de zevende eeuw geboekt zonder de Conventie van Genève in acht te namen. Het ging om wrede en bloedige veroveringsoorlogen. Naar moderne opvattingen is dat niet iets om trots op te zijn. Wrede en bloedige veroveringsoorlogen worden niet alleen door de imperialisten, de Amerikanen of de Zionisten gevoerd, zo veel is wel duidelijk. Ook de moslims hebben daar enthousiast aan meegedaan, en doen dat hier en daar nog steeds, denk aan Darfoer of kijk eens wat rond op http://www.thereligionofpeace.com.

Kan de islam zichzelf genezen? Natuurlijk wel. Ook de katholieken hebben zichzelf genezen van de anti-democratische anti-verkiezingsideologie van de pausen uit het midden van de negentiende eeuw. Ook de mormonen hebben hun strijd tegen de Verenigde Staten opgegeven, en zijn nu zelfs modelburgers van het land dat rond 1860 nog als hun aartsvijand gold. Er zijn genoeg islamitische denkers die, als ze vrij gelezen en verspreid mochten worden, aan die genezing zouden kunnen bijdragen. Zo lastig is het niet om te begrijpen dat je alleen aan een moderne open maatschappij kunt (en mag) meedoen als je uitgaat van de gelijkgerechtigdheid van alle deelnemers aan die maatschappij, ongeacht hun godsdienst.

De vrije discussie die voor genezing noodzakelijk is, wordt zoals iedereen zo langzamerhand wel weet in de wereld van de islam zelf belemmerd door drie groepen. De eerste groep zijn de politieke elites van de dictaturen die de islamitische wereld in hun greep hebben. De tweede groep zijn de islamitische religieuze leiders, die zich niet kunnen voorstellen dat het rechtvaardig zou zijn als vertegenwoordigers van andere religies en ideologieën ook vrijheid van spreken en schrijven zouden krijgen. De derde groep zijn de vrijgevestigde jihad-activisten zoals Mohammed B. en hun sympathisanten, zowel hier als in de islamitische wereld zelf.

Het is eigenlijk niet zo dat jihad door moslimse leiders te allen tijde toegejuicht wordt. Jihad is volgens de juristen van de islam een collectieve plicht, die in de islamitische wereld zelf vervuld wordt door het vervullen van de dienstplicht. Vrijgevestigde individuele jihad-activisten worden in de islamitische wereld bijzonder hard en meedogenloos aangepakt.

Buiten de islamitische wereld wordt in hoofdzaak het strafrecht tegen de individuele jihad-activisten ingezet, maar dat is niet zo’n effectief middel. Elke straf is immers onbetekenend in de ogen van een jihad-activist die voor de kroon van het martelaarschap gekozen heeft. Toch, we zouden deelname (in welke vorm ook) aan jihad strafrechtelijk wel een beetje zwaarder mogen inschatten dan we het nu doen. Jihad tegen een land waarvan je de nationaliteit en het paspoort bezit, met de bedoeling dat land ‘ten onder te laten gaan’, zoals Mohamed B. het uitdrukte, hoort thuis in dezelfde categorie als zware en ernstige misdrijven als landverraad en hoogverraad. Het hoort niet bij kleine knoeierijen als winkeldiefstal en het vervalsen van een identiteitsbewijs (wat overigens beide ook niet geringe en onaangename misdragingen zijn).

We staan sinds de eeuwwisseling aan het begin van een harde strijd die nog voor veel leed zal zorgen, maar waarvan de einduitslag zeker is. Onze Westerse cultuur is dankzij het christendom geconditioneerd om de eigen fouten te kunnen en mogen erkennen, daar spijt over te hebben en vervolgens naar herstel te zoeken. Het voorgaande is een haast ontoelaatbare seculiere herformulering van vertrouwde christelijke begrippen. Maar die houding geeft ons op nagenoeg elk gebied (zeker op technisch en militair gebied) een voorsprong, en door die voorsprong staan wij sterker dan een cultuur waar, in elke levenssfeer, het toegeven van een fout zo goed als onmogelijk is.

Het is zonneklaar dat de terreur die de jihad-activisten uitoefenen niet effectief is. Het Westen wordt door die terreur niet op de knieën gebracht, en door die terreur zal geen knie zich voor de islam buigen. Het getuigt van een haast onvoorstelbare zwakheid dat er tegenwoordig moslims zijn die de orkanen die Amerika geteisterd hebben in de zomer van 2005 als ‘soldaten in de jihad’ toejuichen. Het getuigt daarentegen van grote kracht dat het Westen desalniettemin hulp heeft geboden bij de reddingswerkzaamheden die nodig werden door de aardbevingen die kort daarna de islamitische wereld hebben getroffen,.
Wanneer de moslims de verhoudingen binnen de wereld van de islam zelf willen genezen, zullen ze onbekommerd de feiten in de ogen moeten willen zien. Alleen vanuit de werkelijkheid zoals die is, is het mogelijk een herstelproces op gang te brengen. Dromen van geweld en bloedvergieten, zoals de jihad-activisten doen, en dan zo nu en dan de daad bij het woord voegen, is wel heel lastig en onaangenaam voor de slachtoffers, maar niet van enige betekenis voor het wereldgebeuren. Niet iedere zieke geneest, maar een zieke die niet, al is het maar tijdelijk, wil toegeven dat hij ziek is, die is pas echt kansloos.

M
Berichten: 98
Lid geworden op: Zo Apr 08, 2007 8:37 pm

Nieuw behang voor de immigranten

Berichtdoor M » Vr Okt 26, 2007 9:07 pm

Nieuw behang voor de immigranten

Een speciale minister voor integratie en wijkverbetering, vermoedelijk de PvdA’er Ahmed Aboutaleb, gaat zich vanuit het ministerie van VROM over de inburgering van allochtonen buigen. Want die inburgering is ‘een taaie kwestie’. Werden de allochtonen onder minister Verdonk nog vooral als ordeprobleem gezien, nu concentreert het kabinet zich op ‘de sociale oorzaken van achterstand en ontsporing.’ Aldus de Volkskrant van maandag 5 februari.

Dat reduceert de problemen rond de migratie tot een sociaal-economisch probleem, waar een redelijke oplossing voor te vinden moet zijn. Dat is een sympathiek standpunt, en omdat van vorige golven van migratie weinig of niets is overgebleven (want iedereen heeft zich geïntegreerd) lijkt het alsof het klopt.

Maar helaas, in deze tijd klopt het niet meer. De redenen daarvoor zijn niet helemaal duidelijk, maar een aantal factoren speelt zeker een rol. Het klopt niet meer omdat de landen van oorsprong tegenwoordig op niet meer dan een dagreis van ons verwijderd zijn. Het klopt ook niet meer doordat migratie geen persoonlijk zwaar besluit meer is, maar omdat hele dorpen en wijken collectief op pad kunnen gaan, zonder de oude cultuur te hoeven afzweren. Anders dan vroeger, arriveren berichten uit het herkomstland binnen minuten, niet pas na weken. Migratie is hoe dan ook grondig van karakter veranderd.

Onder het vorige kabinet was nu net juist een begin gemaakt met de erkenning dat cultuur en religie bij de problemen met huidige migratiegolf een hoofdrol spelen. Dat was winst, het gaf alle partijen de lucht om zich te uiten. Het droeg bij aan normalisatie. Gaat het oude ontkennen weer beginnen? Dat zou toch wel erg jammer zijn.

Cultuur en religie hebben een grote invloed op de manier waarop mensen zich willen gedragen. Er zijn gedragingen die in de ene cultuur wel kunnen, en in de andere niet. Drie serieuze voorbeelden. Tegenspraak is in veel culturen hoogst ongebruikelijk, maar is in de westerse cultuur een noodzaak alleen al om de wetenschappelijke vooruitgang in stand te houden. Niet in alle culturen is het vanzelfsprekend dat de overheid het monopolie op geweld heeft. Niet in alle culturen zijn geloof en godsdienst privé-zaken.

In Nederland is tegenwoordig een grote groep migranten aanwezig die tegenspraak als onbehoorlijk beschouwt (‘respect, makker!’), en die qua geweld het liefst de eigen boontjes wil doppen en geen vertrouwen heeft in de ‘slappe overheid’. Als ongelovige uit de kast komen beschouwen veel nieuwkomers als een misdaad, als een vorm van verraad aan de eigen groep waar de doodstraf op moest staan, herinner u de commotie rond Ayaan Hirsi Ali.

Nederlanders zijn daarentegen zo overtuigd van de universele geldigheid van hun eigen cultuur dat ze niet eens weten dat de grondregels van hun cultuur afwijken van wat elders gebruikelijk is. Nederlandse politici kunnen en willen meestal niet erkennen dat de regels elders wel eens anders zouden kunnen zijn. En als er dan tóch verschillen in gedrag opduiken die niet te ontkennen zijn, dan moeten die per definitie sociaal-economisch zijn, niet cultureel of religieus. Want dat staat onze eigen ideologie ons niet toe.

M
Berichten: 98
Lid geworden op: Zo Apr 08, 2007 8:37 pm

Renteloos leven: het halal-bankieren

Berichtdoor M » Vr Okt 26, 2007 9:10 pm

Renteloos leven: het halal-bankieren
Gepubliceerd in OPINIO, 1, 28 (27 juli 2007)

Nederland is arm aan mythen. De christelijke mythen over heropstanding en de vergeving van fouten hebben voor velen hun aantrekkingskracht verloren. Zelfs het geloof in de goede gaven van Sinterklaas is op zijn retour. Daar moeten natuurlijk nieuwe mythen voor in de plaats komen. Een hele mooie mythe, van islamitische afkomst, is het geloof in de renteloze maatschappij. De parel in de kroon van de renteloze maatschappij is de halal-hypotheek die desondanks recht geeft op renteaftrek bij de inkomstenbelasting.

Mythen hebben vooral grote aantrekkingskracht op ingenieurs en economen. Dat is een misschien trieste bevinding van de godsdienstsociologie, maar we zien het weer overvloedig geïllustreerd. De econoom Wouter Bos, voorheen Shell, voorheen tovenaarsleerling bij Zalm, gelooft graag in de mythe van de renteloze islamitische hypotheek. Een gewoon mens die wel eens iets over de islamitische renteloosheid gelezen heeft, kan hem alleen maar benijden. Het moet heerlijk zijn in zulke dingen te kunnen geloven, er nog van afgezien van dat de partij van Bos, de PvdA, denkt hiermee een kluif aan de moslims in Nederland te hebben toegeworpen.

Dat is niet het geval. Gewone moslims hebben geen moeite met gewone rente. Ene ‘Abdoellah’ verzekerde dat laatst nog aan een verslaggever van de NRC, maar smeekte tegelijkertijd om anoniem te mogen blijven. Dat was een redelijk verzoek, want er is een elite van luidruchtige beroepsmoslims en subsidieallochtonen die er héél anders over denkt. Die beroepen zich op de Koran en de Sharia, en stellen dat elke vorm van rente een doodzonde is, zowel voor wie het betaalt als voor wie het ontvangt. Wie een huis met een gewone hypotheek bezit, en rente over zijn hypothecaire lening betaalt, zal branden in de hel, luidt de algemene opinie van de hedendaagse moslimse theoretici.

Het dogmatische standpunt van de theoretici is niet uit de lucht komen vallen. De Koran verbiedt riba, en tegenwoordig geloven de meeste islamitische wetgeleerden in de mythe dat riba ‘rente’ betekent. Er zijn uitzonderingen, zoals de gezaghebbende Rijksmoefti van Egypte, Mohammed Abduh (1850-1905), of de inmiddels gepensioneerde jurist Mohammed Sa’ied al-Ashmawi, ooit lid van de Egyptische Hoge Raad. De opmars van allerlei ‘fundamentalistische’ organisaties en recruteerders is er debet aan dat het wat mildere standpunt zo goed als verdwenen is. Dat mildere standpunt luidde dat de koran woeker verbood, maar redelijke rente toestond.

Dat riba toch gewoon ‘rente’ betekent is een oude mythe die al eeuwenlang door veel maar niet alle moslims gretig geloofd wordt. Het Arabië waar de Koran geopenbaard is, kende geen banken. Alleen banken brengen zakelijke rente in rekening. Wat Arabië wel kende, waren woekeraars. De Koran verbood stellig niet iets dat niet bestond: een redelijke rente bij een redelijke bank. Het verbod op riba kan dus niet anders dan woekerrente betreffen. Daar zijn dan ook berichten over. Tijdens hongersnoden vroegen woekeraars 100% rente per maand. Daarover gaat het bij riba. Maar het is zonde zulke dingen in hun historische context te plaatsen, een tijdloze mythe is toch veel mooier?

Veel hedendaagse moslims koesteren een bijzonder prettig gevoel over hun geloof in nog weer een andere mythe, die luidt dat het verdwijnen van rente tot gevolg zal hebben dat de lonen zullen stijgen en de prijzen omlaag gaan. Dat zou natuurlijk mooi zijn, als het waar was. Maar het is niet waar. Een fabrikant die geld duur heeft geleend, zal meer op zijn tenen lopen dan een fabrikant die het geld gratis van zijn grootmoeder ter beschikking gesteld heeft gekregen.

Rente, en zeker hoge rente, kan dus de stijging van de efficiëntie en de productiviteit bevorderen. Er wordt wel gedacht dat, naast overheidswillekeur, het renteverbod, zoals dat door een meerderheid van islamtheologen begrepen werd, een van de grootste belemmeringen is geweest voor de islamitische wereld om tot economische groei te komen.
Niet dat het renteverbod altijd strikt werd nageleefd. De islamitische wetgeleerden hebben, om handelaren in de gelegenheid te stellen een lening af te sluiten, al heel vroeg een methode bedacht die er toe dient het renteverbod te omzeilen. Dat hebben ze gedaan door een lening met rente juridisch te herconstrueren, als was het geen lening maar twee losse koopovereenkomsten.

Het klassieke voorbeeld luidt dat de heer C die geld wil uitlenen, een slaaf koopt voor honderd zilverlingen. De verkoper, de heer D, wil het geld lenen. Hij is de eigenaar van de slaaf, en neemt nu deze honderd zilverlingen in ontvangst. Hij heeft dus daadwerkelijk honderd zilverlingen geleend. Zijn slaaf is nu een jaar lang officieel eigendom van de heer C. Het vruchtgebruik van de slaaf blijft bij D. Tegelijkertijd wordt er een tweede koopovereenkomst gesloten waarbij de slaaf een jaar later voor honderdentien zilverlingen wordt teruggekocht. De nominale rente bedraagt dan tien zilverlingen per jaar, en de slaaf is het onderpand van de lening.

Dit systeem van twee van elkaar losstaande koopovereenkomsten is omslachtig, maar erger is dat het woekerrente niet helemaal uitsluit. Door honger gedreven zou iemand immers toch kunnen beloven zijn onderpand een maand later tegen honderd procent meer te zullen terugkopen. Anderzijds kan in dit systeem alleen iemand die een onderpand bezit, een lening krijgen.
Deze reconstructie van een lening tot twee koopovereenkomsten leidt tot huichelarij en dubbeltongigheid, iets waaraan in deze wereld toch al geen gebrek bestaat, zeker niet waar het de positie van de mediterrane migranten in de Nederlandse maatschappij betreft. Wat zullen we minister Bos straks dankbaar zijn als er weer een geheel nieuw veld van leugen en bedrog ontgonnen kan gaan worden. Want dat islamitisch renteloos bankieren en de halal-hypotheek fraude- en leugengevoelig zijn, is in het verleden al uitbundig gebleken.

Er zijn hele jaargangen van willekeurig welk opinieblad te vullen met niets anders dan de smeuïge verhalen daarover, maar het is toch allereerst de taak van een minister dit door zijn ambtenaren te laten uitzoeken. Raar overigens dat de geheugens van de beleidsambtenaren zo gebrekkig blijken te werken, en dat zij hun minister niet gewaarschuwd hebben. Er moeten bovendien bij het ministerie van Buitenlandse Zaken stapels rapporten over het islamitisch renteloos bankieren liggen. Het is ondenkbaar dat de bekwame ambtenaren van bijvoorbeeld de Nederlandse Ambassade in Cairo hier niet over gerapporteerd hebben in de jaren dat dit de centrale kwestie was in de binnenlandse politiek van Egypte.

Maar OK, laten we voor de vergeetachtigen vast een kleine aanzet geven. Het eerste grote schandaal rond islamitisch bankieren kwam naar buiten bij het faillissement van de Bank of Commerce and Credit International, de BCCI, in 1991.
Bij de afwikkeling van het faillissement bleek dat de bank ook terrorisme financierde. De plicht tot strijd tegen het Westen stond dan ook gewoon in de statuten van de bank. De CIA, plichtsgetrouw als altijd, was na enige tijd dankbaar (maar wel heimelijk) gebruik gaan maken van de mogelijkheden tot informatieverwerving die het verloop van de geldstromen binnen de BCCI bood. Het werd er niet doorzichtiger van.

Er bleek bij dit faillissement $13 biljoen (13 met negen nullen) zoek te zijn geraakt, Amerikaanse dure dollars van de vroege jaren negentig. Dat is ongeveer duizend van zulke dollars per inwoner van Nederland. Er is dus heel wat ingelegd door de goedgelovigen. Ook in Turkije hebben zich vergelijkbare (maar waarschijnlijk kleinere) schandalen voorgedaan. Eén daarvan speelde voor een deel in het milieu van Milli Görüş en de Westermoskee in Amsterdam, waar gelovige Turken hun geld, op aanraden van de Imam, aan Turkse islamitische fondsen hebben toevertrouwd. Eerder dit jaar moesten ze merken dat ze dat geld kwijt zijn. Jammer.

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig heeft de Egyptische regering geprobeerd tegen het islamitisch renteloos bankieren op te treden, omdat het inmiddels zonneklaar was geworden dat het om een vorm van het bekende piramidespel ging. Elke oplichter kent dit spel. De eerste inleggers krijgen hoge opbrengsten uitgekeerd, die betaald worden uit de later ingelegde gelden. Dit trekt massa’s nieuwe inleggers aan. Die laatste inleggers zijn hun geld kwijt.

De theorie van het islamitisch bankieren is simpel. Alle transacties waar in de vrije wereld rente een rol zou spelen, worden gereconstrueerd tot investering of handel. Deponeer u geld maar bij de ‘bank’, die gaat daar dan mee investeren of handel drijven. De ‘bank’ en de klant delen de winst, of het verlies. Een aantal ondoorzichtige middeleeuwse vormen van vennootschap en maatschap waar de Sharia het over heeft, is daartoe heropgepoetst. Maar de klant heeft normaliter niet voldoende kennis in huis om te controleren hoe ‘zijn’ maatschap reilt of zeilt, en is feitelijk aan de willekeur van de bank overgeleverd. Ook een slimme hoogopgeleide klant is in zulke kwesties geen partij voor de ‘bank’ die ook nog eens alle archieven beheert en alle transacties administreert.

De ervaring heeft geleerd dat vooral mensen die broers, ooms en neven hadden die bij zo’n islamitische investeringsmaatschappij werkzaam waren, goed geboerd hebben. Anderen hebben vaak een teleurstelling moeten verwerken. Maar dat kan wel toeval zijn. Uiteindelijk zijn familieleden van directieleden van de ABN-AMRO bank ongetwijfeld ook rijker dan de gemiddelde Nederlander, en daar zoekt niemand iets achter.

De theorie van de halal-hypotheek is op zijn beurt gebaseerd op de list van de twee losse koopovereenkomsten, zoals in het voorafgaande voorbeeld van de slaaf. Alleen, in die constructie is het zo helder als glas dat er, onder een andere benaming, wel degelijk rente betaald is. Dus wil de bedenker dan ook voor zijn klanten hypotheekrente-aftrek. Daar zijn vier oplossingen voor.

De eerste is het oprichten van een coöperatie die de woningen bouwt of koopt, en die aan de leden die een aandeel in de coöperatie gekocht hebben, verhuurt. Het bestaande recht van Nederland kent deze oplossing al heel lang. Nadelen zijn géén renteaftrek, en de noodzaak tot ordelijke en geregelde samenwerking tussen de leden van de coöperatie. Na verloop van een tot twee generaties is deze oplossing voordeliger dan renteaftrek.

De tweede oplossing is rigoureus: de algehele afschaffing van de renteaftrek bij hypothecaire leningen. Daar gaat het toch een keer van komen, dus vooruit dan maar.

De derde oplossing is elk hypotheekcontract goed te bekijken en uit te vissen welk bedrag er nu in feite de rente is. Dat bedrag mag dan worden afgetrokken, al zal er een andere naam dan ‘rente’ voor bedacht moeten worden. In het Arabisch is die term er al, namelijk faa’ida. De hele operatie beperkt zich dan tot een nieuw hoofdstukje dubbelspeak, en een klein brokje verdere zelfislamisering. Moet kunnen, is ruimte voor.

De vierde oplossing is luid en duidelijk zeggen dat dit allemaal onzin is, en dat wie geen rente wil betalen omdat hij dan in het Hellevuur belandt, ook geen rente kan aftrekken. Een minister met gevoel voor humor kan daar nog aan toevoegen dat de renteloze maar toch aftrekbare halal-hypotheek qua ingewikkeldheid en innerlijke tegenstrijdigheid weinig onderdoet voor het door moslims zo veel bespotte christelijke leerstuk van de Drie-Eenheid.

Toch is het helemaal niet grappig, al is er troost. Het initiatief tot het gaan aanbieden van een halal-hypotheek komt niet van de moslims zelf. Het initiatief komt van de heer Piet Bloemink (1944), te Noordwijk. De heer Bloemink is ook de bedenker geweest van Legio-Lease, een leuk plan waarbij de consument met geleend geld aandelen moest kopen. Wanneer de aandelen fors zouden stijgen, werd de consument uiteraard een rijk man, maar wanneer de aandelen zouden zakken was hij het haasje. Er wordt nog steeds met grote bitterheid over geruzied wie er voor de schade en de gezinsdrama’s die hier uit zijn voortgevloeid aansprakelijk te stellen is.
En een extra onsje bitterheid in de betrekkingen tussen Nederland en de mediterrane migranten in Nederland, dat hebben we er op termijn toch graag bij?

M
Berichten: 98
Lid geworden op: Zo Apr 08, 2007 8:37 pm

De koran moest juist goed en veel gelezen worden

Berichtdoor M » Vr Okt 26, 2007 9:12 pm

De koran moest juist goed en veel gelezen worden
Gepubliceerd in OPINIO, 1, 31 (17 augustus 2007)


De juristen van de islam beschouwen uittreding uit de islam en de belediging van Mohammed (570-632), de profeet van de islam, als ongeveer hetzelfde delict. Dat is lastig te begrijpen. Waarom is beschimping van Mohammed in de ogen van moslims zo’n ongewoon ernstig feit dat nauw verbonden is met uittreding uit de islam? Mohammed was volgens de theologie van de islam toch niet meer dan een gewoon mens, en waarom zou een gewoon mens niet bekritiseerd of beoordeeld mogen worden?

Het is ook daarom zo vreemd dat Mohammed boven alle kritiek verheven is omdat de islam de christenen nadrukkelijk verwijt dat zij Jezus van Nazaret als de zoon van God beschouwen. Volgens de islam wil dat zeggen dat de christenen een gewoon mens hebben vergoddelijkt. Het vergoddelijken van een gewoon mens, of enig ander schepsel, is dwaasheid, daar hoeft nauwelijks over gediscussieerd te worden. Maar Mohammed buiten alle kritiek en beoordeling willen houden, verschilt toch ternauwernood van hem vergoddelijken?

De plaats van Mohammed is binnen het systeem van de islam haast nog beschermder en hoger dan die van Jezus in het christendom. En dat terwijl Mohammed volgens de theorie van de islam een gewone menselijke profeet was, en Jezus volgens het christendom de zoon van God.

Er hier inderdaad sprake van een paradox. De verklaring zit hem in het systeem van de islamitische theologie. De islam heeft de onschendbaarheid en de onfeilbaarheid van Mohammed nodig omdat Mohammed degene is die de moslims het woord van God, de koran, heeft doorgegeven. Wanneer hij daarbij gelogen heeft, valt het hele systeem van de islam in elkaar omdat het dan niet meer zeker is of de koran wel het woord van God is. Wanneer Mohammed wel eens heeft gelogen, wordt het onzeker of hij de openbaringen die nu bekend staan als de koran, inderdaad wel – zoals Mohammed zelf heeft gezegd – van God heeft ontvangen, en ze niet, bijvoorbeeld, zelf bedacht of overgeschreven heeft.

De islam dekt deze mogelijkheden af, ten eerste door te leren dat Mohammed niet kon lezen of schrijven. Daarmee is de mogelijkheid dat hij de koran heeft overgeschreven, uitgesloten. De tweede mogelijkheid, dat Mohammed door hem zelf verzonnen teksten leugenachtig als openbaringen heeft gepresenteerd, wordt uitgesloten door grote nadruk te leggen op de betrouwbaarheid van Mohammed. Hij heeft nooit gelogen, dus in wat hij heeft doorgegeven, te weten de koran, is inderdaad God zelf aan het woord, en niet de mens Mohammed. In dit perspectief is uittreden uit de islam een belediging van de profeet.

Uittreding wordt in de wereld van de islam anders beoordeeld dan in het Westen, of binnen de grachtengordel. Het wordt niet beschouwd als het resultaat van onverschilligheid, als gebrek aan interesse voor God en zijn gebod, als uiting van verveling, of als een gevolg van de slijtage van de opwinding die een echte godsdienst nu eenmaal met zich meebrengt.

In de visie van moslims impliceert uittreding uit de islam de beschuldiging dat Mohammed gelogen heeft toen hij de verzen van de koran aan zijn stadgenoten in Mekka en Medina als openbaringen van God aanbood. Ook telt uittreding als een belediging voor de intelligentie van wie moslim blijft, want zo iemand gelooft dan kennelijk in de praatjes van een leugenaar en is niet in staat te doorzien dat de verzen van de koran gewoon door Mohammed zelf bedacht zijn.

Wouter Bos zou graag willen dat ex-moslims die willen uittreden dat zouden doen zonder de moslims, de islam en Mohammed te beledigen. Maar dat is binnen het systeem van de islam een onmogelijke eis. Elke uittreding impliceert niet alleen dat Mohammed voor leugenaar wordt gezet maar ook dat wie in zijn profeetschap blijft geloven een onnozele hals is. Die implicaties zijn een diepe belediging, maar ze gaan, althans volgens moslims, onvermijdelijk samen met een uittreding.


Het tweede verwarrende punt zijn de wreedheden waar antieke heilige boeken nu eenmaal niet zuinig mee lijken te zijn. Ook in de bijbel worden wreedheden aangetroffen. Dat betekent nog niet dat de koran in de handen van bepaalde types geen kwaad kan. Het betekent op zijn hoogst dat we niet alleen met de koran moeten oppassen, maar ook met de bijbel. Dat doen de kerken en synagogen dan ook heel nauwgezet. Wie herinnert zich het verhaal niet dat katholieken thuis de bijbel niet mochten lezen?

Het gaat in deze discussie niet alleen om het verschil tussen enerzijds jodendom/christendom en anderzijds de islam, maar ook om het verschil tussen de koran en de bijbel als literair document. (De bijbel is natuurlijk niet identiek met het christendom. Wie alles over de bijbel weet, weet nog lang niet alles over het christendom, over kerkenraden en celibaat, erfzonde en berijmde psalmen, transsubstantiatie en kloosters. Hetzelfde geldt voor de koran en de islam: wie alles over de koran weet, weet nog lang niet alles over het islamitisch recht, het soefisme, de jihad en het kalifaat, het volksgeloof en halal-voedsel).

Het centrale thema in de bijbel, van de eerste tot de laatste bladzij, is het keren van de kansen, the reversal of fortune. Vrouwen die onvruchtbaar zijn baren toch een kind (Sara, Hanna, Elizabeth), de verdrukten leven op als de machtigen van hun troon worden gestoten, weduwen en wezen wordt gehuisvest, de waarheid komt uit de mond van onnozele kinderen, slaven rijden te paard en koningen gaan te voet, geen stenen voor brood en geen slang voor een vis, de eersten zullen de laatsten zijn, niet altijd wint de snelste de wedloop, de kleine David verslaat de grote Goliath, slaven worden uitgeleid uit hun slavenhuis en krijgen hun vrijheid, een dode staat op uit de dood – het kan allemaal niet op.

In de bijbel reageren de verdrukten vrolijk op het aanschouwen van het keren van hun kansen, en de omwenteling die de machtigen van hun troon zal stoten. Ze zingen vol goede moed dat God de leiders der aarde gewaarschuwd heeft: God zal hen verbrijzelen met een ijzeren vuist, en ze stukslaan als aardewerk (Psalm 2:9). De conclusie is duidelijk: Dient de Heer (Psalm 2:10).

Wie de wrede verhalen in de bijbel leest, kan zich maar al te vaak niet aan de indruk onttrekken dat het vaak gaat om wensdromen van verliezers. Plus dat er een belangrijk verschil is met de koran: het gaat bijna zonder uitzondering om specifieke als historisch beschouwde verhalen die gebonden zijn aan een plaats en een tijd. Het zijn geen algemene oproepen tot actie. Kerk en synagoge hebben de gelovigen ook eeuwenlang gewaarschuwd met woorden die alleen te vertalen zijn als Do not try this at home. Maar dat is nu precies wat radicale moslims wel doen.

De vele oproepen om oorlog te voeren tegen de ongelovigen die de koran bevat, worden nagenoeg eenstemmig opgevat als algemene, letterlijke oproepen om metterdaad oorlog tegen de ongelovigen te gaan voeren, waar die zich maar bevinden, in elke eeuw opnieuw, en niet als specifieke oproepen gedaan in een specifieke situatie in het antieke Arabië waar Mohammed als profeet en staatsman optrad.

Een niet helemaal complete lijst met de oorlogspassages in de koran is te vinden op http://www.yoel.info/koranwarpassages.htm. Die lijst bevat 164 passages. Het hoofdthema van de koran is dan ook niet het keren van de kansen, maar de plicht tot strijd (in alle betekenissen van dat woord) tegen het kwaad, dat wil zeggen tegen de ongelovigen en het ongeloof. Radicale moslims voelen zich individueel aangesproken om het verbrijzelen en stukslaan ter hand te nemen, op grond van koranverzen als ‘doodt hen waar ge ze ook maar kunt vinden’, koran 2:191, 4:89 en 4:91.

In het traditionele islamitische systeem was het voeren van jihad exclusief een staatszaak. Een jihad die door een staat gevoerd wordt, is natuurlijk ook geen bron van vreugde voor de slachtoffers. Toch is staats-jihad grijpbaarder dan de individuele privé-jihad waarbij de ene burger, als was hij God zelf, beschikt over leven en dood van de andere burger zoals Mohammed B. beschikte over het leven van Theo van Gogh.

De huidige Nederlandse discussie over deze zaken gaat gebukt onder grote verwarring, gebrek aan feitenkennis en leugenachtigheid. Zo verklaarde Umar Mirza, een jongeman van Pakistaanse afkomst, op de tv dat de koran met groot respect over de goden van andersgelovigen spreekt. Ja zeker, de koran deelt mee dat de vloer van de hel met de stenen beelden van deze afgoden geplaveid zal worden, en dat ze evenals hun dienaren brandstof voor het hellevuur zullen zijn. Respectvoller kunnen we het niet maken.

Maar de prijs voor het grootste gebrek aan feitenkennis gaat toch misschien wel naar Professor dr. Anne van der Meiden, theoloog en communicatiewetenschapper, in 1972 gepromoveerd op propaganda. Toen de professor nog student was en voor dominee leerde moet hij op college af en toe even niet hebben opgelet, want hij stelt in het PCM-dagblad Dag van 9 augustus (p. 5): ‘Je kunt niet zeggen dat de koran een fascistisch boek is, want het nazidom is iets van de 20ste eeuw en de Koran van het jaar 500 voor Christus.’ De PCM is ‘een toonaangevende uitgever van media op een breed terrein van nieuws, achtergrond, kunst, cultuur, economie’, zie de PCM-website.

Geen enkele kwaliteitsjournalist bij deze ‘toonaangevende’ krantenuitgever die de professor heeft willen of kunnen verbeteren. De koran dateert, althans volgens de islamitische traditie, uit de jaren 610-632. Professor wordt fout geciteerd (maar zelfs dan, wat doet het jaar 500 daar?) of hij zit er meer dan duizend jaar naast.

Een interessant verschil tussen de koran en het nazisme is aan de aandacht van de professor ontsnapt. Een jood kon destijds geen Nazi worden en dan gespaard blijven, maar moslim worden en dan behouden blijven is goed mogelijk. Vestdijk heeft daar in de jaren veertig al op gewezen. Misschien was het vanuit professor gezien, in zijn multiculturele verdwazing, beter geweest als hij daar eens op gewezen had. Ook hij zal immers, als hij moslim wordt, behouden blijven.

De beschikbaarheid van de bijbeltekst in de islamitische wereld is ook nog niet in de discussie betrokken. In het prachtland Saoedi-Arabië is de bijbel verboden. In de meeste islamitische landen is het moeilijk zo niet onmogelijk om in een boekwinkel een bijbel te vinden. In de Turkse stad Malatya zijn 20 april van dit jaar drie christenen gemarteld voordat hen, ongetwijfeld uit barmhartigheid, de keel werd doorgesneden, en dit alles omdat ze de bijbel aan het drukken waren. Ze hebben deze daden van barmhartigheid niet overleefd, en vertoeven nu ergens waar het beter toeven is dan in een staat die kandidaat-lid is van de Europese Unie.

Het is sterk de vraag of Wilders zelf inderdaad wel wil dat de koran inderdaad een verboden boek wordt. In ieder geval wil hij al tenminste één uitzondering maken. Het boek moet niet verboden worden voor ‘studie’. Maar wat is studie? De lectuur van de oorlogsverzen uit de koran verplicht stellen zou misschien nuttiger zijn dan een algemeen verbod op de koran. Maar de oproep van Geert Wilders tot een verbod van de koran heeft weer eens blootgelegd hoe boodschaploos de andere partijen zijn, en hoe weinig Nederland raad weet met de islam. Ook de vertegenwoordigers van de kerken in Nederland zouden er trouwens goed aan doen niet langer te grossieren in multiculturele stenen, maar eens zich te gaan bezinnen op wat nu eigenlijk brood is.

M
Berichten: 98
Lid geworden op: Zo Apr 08, 2007 8:37 pm

De oproep van Geert Wilders de koran te verbieden

Berichtdoor M » Vr Okt 26, 2007 9:20 pm

De oproep van Geert Wilders de koran te verbieden
HP/deTijd, week 33, 27 augustus 2007,

De oproep van Wilders om in Nederland de koran te verbieden heeft veel inkt laten vloeien, maar gelukkig nog geen bloed. Ook Theo van Gogh was voor een verbod op de koran. Hij gaf daar een simpel argument voor. Als hij, Theo van Gogh, voor eigen rekening en risico zou zeggen dat joden ‘apen en zwijnen’ zijn, dan kon hij een hoop problemen verwachten. De koran noemt joden apen en zwijnen (2:65, 5:60, 7:166) maar is overal te koop.

De koran zegt meerdere keren dat de niet-moslims bestreden moeten worden. Nu denken wij in het Westen bij ‘bestrijden’ vooral aan pamfletjes en debatavonden, maar de woorden die de koran gebruikt, wijzen echt op strijd in de betekenis van ‘dood maken’: fa-qtoelóehoem.

In het Westen vindt zo goed als iedereen het verbieden van een oude heilige tekst die in de geschiedenis zo’n belangrijke rol heeft gespeeld, een barbaars idee. Misschien Wilders zelf ook wel. Het ligt voor de hand dat hij via dit voorstel vooral aandacht heeft proberen te krijgen, voor zijn persoon, zijn programma en zijn partij.

De andere partijen zijn zo goed als sprakeloos, en proberen voornamelijk op hun wetenschappelijke bureau’s iemand te vinden die zou kunnen uitzoeken op welke passages in de koran Wilders in godsnaam doelt.

De Volkskrant had namelijk voor de zekerheid de verwijzingen naar de koran die de brief van Wilders bevatte (2:191, 4:89 en 4:91), maar geschrapt. Bij een brief die zo veel ophef zou kunnen veroorzaken, had natuurlijk iets dat zo wezenlijk was nooit geschrapt mogen worden. Wie wil natrekken wat de koran verder nog over de bestrijding van de ongelovigen zegt: de website http://www.yoel.info/koranwarpassages.htm geeft nog zo’n 150 andere oorlogsverzen.

Het verbod op de koran zou betekenen dat moslims niet langer in Nederland kunnen wonen, omdat een moslim bij de vijf officiële dagelijkse gebeden verplicht is een stukje koran op te zeggen. Het is voor niet-moslims een onprettig idee dat daarbij natuurlijk soms ook die moord-passages gebruikt worden. ‘Doodt hen waar ge ze maar kunt vinden’ is natuurlijk een oproep die toch enigszins de aandacht van de potentiële slachtoffers zou moeten kunnen vasthouden.

Het is een zwaktebod van de critici van Wilders, dat ze niet op de inhoud van de koran in willen gaan. In de ogen van het publiek bevestigt dat alleen maar dat er met die inhoud iets grondig mis is.

Maar er is alleen iets mis wanneer radicale moslims de inhoud van de strijd-verzen als jachtacte of als een license to kill willen beschouwen. Sommigen doen dat inderdaad, en het ongemakkelijke van de situatie is dat het onvoorspelbaar is wie dat zullen zijn. Niemand heeft van te voren verdenkingen gekoesterd tegen de artsen die in Engeland in naam van de islam, zoals zij die zagen, aan het moorden sloegen.

Heeft de bijbel even erge passages de koran? Wat sommige geflipte dominees ook beweren, dat is niet zo. De bijbel bevat preken in verhaalvorm waarbij van het begin tot het eind het thema van het keren van de kansen van de verdrukten centraal staat: de eersten zullen de laatsten zijn, enzovoort. Die verdrukten leven op als de machtigen van hun troon worden gestoten.

Alle nog bestaande varianten van jodendom en christendom plaatsen ‘wrede’ passages bovendien in een historische context. Het gaat om (waarschijnlijk ook nog gefantaseerde) wreedheden die lang geleden en ver weg hebben plaats gehad. Het zijn niet, zoals in de koran, algemene oproepen tot moord en oorlog tegen nog steeds bestaande groepen. Maar al had de bijbel zulke passages wel, dan nog is er een groot verschil tussen het jodendom en het christendom enerzijds en de islam anderzijds.

In het jodendom en het christendom heeft de regel ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’ heel geleidelijk allerlei andere regels en straffen verdrongen. Zo goed als alle vormen van gebruik van geweld hebben deswegen aan populariteit ingeboet.

Dat proces is al heel vroeg begonnen. Als ook binnen het jodendom van rond het begin van onze jaartelling de regel dat overspeligen gestenigd moeten worden, nog van kracht zou zijn geweest, zou het heel anders zijn afgelopen met bijvoorbeeld Maria, de moeder van Jezus, die ongehuwd zwanger was.

Om de ontwikkeling van de regels in detail te laten zien, moet de hele joodse en christelijke geschiedenis overhoop worden gehaald. Dat kan nu even niet. Iedereen is op de hoogte van een van de laatste stappen in die reeks veranderingen. De slavernij, waar de bijbel en de koran nog onbekommerd over spreken, is pas in de 19de eeuw afgeschaft, vooral door toedoen van het hardnekkige activisme van de Quakers, een vrome christelijke groep uit Amerika.

Binnen de islam is de koranische plicht tot strijd tegen de ongelovigen eeuwenlang een staatszaak geweest. Een individuele moslim liet het wel uit zijn hoofd om op privé-jihad te gaan, net zo goed als hij privé geen geld ging drukken. Privé-personen horen nu eenmaal geen overheidstaken te vervullen. De overheid heeft een monopolie op het uitvoeren van overheidstaken, en beschermt dat monopolie met barse middelen.

De laatste statelijke jihad is gevoerd in Oostenrijk, in 1683. Wenen is 11 september 1683 ontzet, door toedoen van het Poolse leger dat de Turken voor Wenen heeft weten te verjagen. Sinds 11 september 2001 is de jihad spectaculair hervat, maar nu door privé-personen – niet door staten.

Die geprivatiseerde jihad-strijders hebben opvattingen die afwijken van wat moslims van oudsher doen en denken. De moderne jihadisten zien de islam ook eigenlijk niet als alternatief op het christendom, maar als alternatief op de democratie. Toch doen ze een beroep op de godsdienstvrijheid, dus daar zijn we nog niet klaar mee.

Het gevaar van de islam schuilt niet in de korantekst. Wel zou het goed zijn als beleidsmakers en journalisten even nalezen wat de koran nu werkelijk zegt over het lot van de niet-moslims. Het gevaar van de islam schuilt hem in de mensen die zich, op grond van wat de koran zegt, het recht aanmeten om, als God zelf, te beschikken over dood en leven van hun medeburgers.

M
Berichten: 98
Lid geworden op: Zo Apr 08, 2007 8:37 pm

Nederlanders weten niet wat oorlog is

Berichtdoor M » Vr Okt 26, 2007 9:22 pm

OPINIO, 1, 40, 19-25 oktober 2007

Nederlanders weten niet wat oorlog is. Toch maken ze in het politieke debat de ene vergelijking met de Tweede Wereldoorlog na de andere. Dat doet pijn aan de oren.

Het ongeluk van het huidige Nederland is dat tijdens de Duitse bezetting de bezetters van Nederland zich betrekkelijk fatsoenlijk gedragen hebben. De bezetters hebben nooit de volledige consequenties van hun overwinning getrokken. Er gebeurden schandalige dingen, dat wel. De bezetting werd gekenmerkt door executies van gijzelaars, en deportatie van de enige minderheid die Nederland kende: de joden, die vervolgens vermoord werden.
Het had gezien de machtsverhoudingen allemaal duizend maal erger gekund. De Duitse bezetters waren immers almachtig en konden doen wat ze wilden. Er werd kunst geroofd. Maar we horen niets over groepsverkrachtingen, het systematisch uitroeien van de bevolking van dorpen of steden, het verjagen van de complete bevolking van een provincie, of het stichten van Duitse enclaves. Kortom, er wordt niets overgeleverd over het soort geweld waar we de laatste maanden dagelijks verslag van krijgen uit Darfour, Afghanistan en Irak.
Ook doen er nauwelijks verhalen de ronde over, bijvoorbeeld, soldaten die woningen binnenstapten om te bezien of zich daar wellicht iets van hun gading bevond. Ja, ik wil mijn fiets terug. Maar die kreet zelf geeft al aan dat het verder kennelijk meeviel.

In Oost-Europa hebben de Duitsers het anders aangepakt. Daar hebben zich wel bloedige gruwelen voorgedaan. In Nederland daarentegen is het Duitse regime betrekkelijk mild geweest, waarschijnlijk ook omdat de Nederlanders als potentiële bondgenoten gezien werden, en veel Nederlanders niet zo afwijzend tegenover dat idee stonden.

In Afrika en de Arabische wereld gaat het tegenwoordig heftiger toe dan in Nederland in de jaren 1940-1945 het geval is geweest. Zoiets is moeilijk te meten, maar in de meeste Arabische en Afrikaanse landen gedragen de machthebbers zich tegenover hun onderdanen ‘erger’ dan de Duitse bezetters destijds in Nederland.

Het is daarom te betreuren dat in het allochtonendebat de beperkte ervaringen met oorlog die Nederland tijdens Tweede Wereldoorlog heeft opgedaan, er voortdurend bijgehaald worden. Eén voorbeeld: De koran roept op tot handelingen die in Nederland verboden zijn zoals het doden van ongelovigen en het slaan van vrouwen. Wie daar op wijst wordt vervolgens door Geert Mak voor een leugenaar van het formaat van de Duitse propagandakoning Goebbels uitgemaakt, want leugens over de inhoud van de joodse religieuze geschriften maakten deel uit van het Duitse propagandageweld.

De Duitsers beweerden van alles over de joodse religieuze geschriften, dus het doen van beweringen over religieuze geschriften is een fascistische oorlogshandeling. De Duitsers pleegden geen groepsverkrachtingen (althans niet in Nederland), dus het plegen van groepsverkrachtingen is geen oorlogshandeling.
Amerikanen herinneren zich uit hun eigen Burgeroorlog nog wel enigszins wat voor nare dingen er in een echte oorlog gebeuren. Nederlanders, in hun verwarring en verwatenheid, hebben geen idee, maar beschouwen zichzelf vanwege de Tweede Wereldoorlog als bij uitstek deskundig. Laten we hopen dat die nationale onwetendheid nog lang voortduurt.

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 71215
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

Berichtdoor Ariel » Ma Okt 13, 2008 2:06 pm

Het einde van de Samenwerking
Een kort science fiction verhaal

Door: Hans Jansen

We hadden de Wijkcommissaris voor Culturele Diversiteit nooit zo veel macht en bevoegdheden moeten geven, overwoog de voorzitter. Zijn schoenen sopten. Hij was op weg naar wat nog een paar maanden zijn huis zou zijn. Het was een wonderlijke bijeenkomst geweest. De Wijkcommissaris had zich onverbiddelijk opgesteld. Bij nationaal referendum hadden hij en zijn collega’s nu eenmaal inderdaad de bevoegdheid gekregen aan een gebouw een multiculturele functie toe te kennen. Er wonen nog wel weinig, misschien zelfs geen gelovigen in de omgeving van het ‘bezit’ van de Samenwerking, had hij destijds al uitgelegd, maar juist daarom getuigt het van respect om wat nu de bibliotheek is te sluiten en in dat gebouw een gebedshuis te vestigen. Het ging bovendien toch om een bibliotheek met voornamelijk vermaaksboeken. Ach, wat was het lang geleden en wat leek het tegelijkertijd dichtbij.

De toenmalige voorzitter, een ex-communist, had die aanwijzing tot gebedshuis verdedigd en gesteund. Hij had op de internationale verantwoordelijkheden van de gegoede leden van de Samenwerking gewezen die te goedkoop woonden en er bovendien warmpjes bijzaten, terwijl er elders in de wereld mensen op straat moesten bidden. Hij had van een dwarse ledenraad zijn zin gekregen, maar herkozen was hij niet. En nu dan vanavond de laatste consequenties van de besluiten die toen genomen waren.

Toen dat gebedshuis er eenmaal was, bleek meteen bij de opening al dat er iets niet klopte. De voorganger van het gebedshuis moest voor het theedrinken met de Burgemeester uitwijken naar Wildschut. Het had enorme moeite gekost Wildschut goed alcoholvrij te krijgen. Dat had wel wat gekost, maar de Gemeente had het zwaar gesubsidieerd. Bierpompen waren sierlijk weggewerkt, flessen met sterke drank en likeur waren goed afgedekt. Maar die subsidie was geen weggegooid geld voor een eenmalige gebeurtenis geweest. In het gesprek met de Burgemeester wees de voorganger hem er op dat een etablissement waar alcohol geschonken wordt aan hetzelfde plein waar ook een gebedshuis staat bijzonder ongebruikelijk is, en ook door de godsdienstige wetten verboden wordt. De Burgemeester handelde meteen. Hij wist in een kort maar goed gesprek de eigenaar van Wildschut zo ver te krijgen dat er tegenover het nieuwe gebedshuis van af de eerste dag geen alcohol meer geschonken zou worden.

Later was er een keuken aan het gebedshuis vastgebouwd, wat jammer was van de tuin achter het gebouw. Maar het verdwijnen van die tuin was onvermijdelijk. De waardigheid van een voorganger belet het hem om tussen de dagelijkse gebeden steeds met zijn gevolg de straat te moeten oversteken voor spijs en drank. Toen die keuken aan het gebedshuis er eenmaal was, werd het beleid van Wildschut om aan bezoekers geen verboden dranken meer te serveren, toch maar voortgezet. Die maatregel paste immers in de toen nog recente wetgeving over het respect dat aan godsdiensten verschuldigd is. Er waren bovendien immers uitwijkmogelijkheden genoeg. Ja, toen nog wel.

Wie herinnert zich de volgende stap niet. Het Eigen Huis, boven en naast het gebedshuis, werd ambtswoning van de voorganger en zijn staf. Er werden een sportzaal en een dojo ingericht waar de jongemannen die de voorganger omringden konden trainen. De Samenwerking heeft de verbouwing nog betaald, op voorwaarde dat het einde nu bereikt was, en het bezit van de Samenwerking verder onaangetast zou blijven. De Wijkcommissaris voor Culturele Diversiteit wilde dat wel toezeggen, maar voor een periode van ten hoogste tien jaar. De voorganger meende dat hij niet bevoegd was zulke toezeggingen te doen. Heel de aarde behoort aan God, legde hij uit.

Er was niet veel keus: zulke toezeggingen werden goed genoeg bevonden. Bovendien beschikte de Wijkcommissaris over een verklaring van de kerken in Oud-Zuid, die het diversiteitsbeleid van de Wijkcommissaris volledig steunden. Het was erg jammer dat de Ledenraad van de Samenwerking geen toestemming had weten te krijgen van de Wijkcommissaris van Openbare Orde om deze kwestie op haar agenda te zetten. Maar Openbare Orde had het sterk afgeraden deze kwestie te agenderen, ‘om erger te voorkomen’. Zoals gebruikelijk was dat advies vrijwillig opgevolgd.

Maar nu. Ook de voorzitter zijn eigen huis uit. Nu ja, er werd voor opvang gezorgd. Net als de andere leden van de Samenwerking die hun huis ter beschikking van de culturele diversiteit hadden moeten stellen, mocht hij met zijn vrouw en drie kinderen in een van de kamertjes van Huize Lydia verblijven. Hij zou niet verplicht worden daar nog logé’s ingekwartierd te krijgen. De noodzaak af en toe iemand in te kwartieren was goed verklaarbaar, want Lydia telde nu eenmaal minder kamers dan er huizen geweest waren binnen het bezit van de Samenwerking. Toch werd dat inkwartieren meestal wel als overlast ervaren. Hij was in ieder geval blij dat het hem niet overkwam.

Kijk, dat gebedshuis was meteen bij de opening al een groot succes gebleken. Van heinde en verre stroomden gelovigen toe, en al snel werden er, behalve de dagelijkse gebedsdiensten, ook lessen en colleges godgeleerdheid en recht gegeven, eerst nog in het gebedshuis zelf maar al spoedig in de voormalige school aan de andere kant van de straat. Die ‘Beatrix Madrassa’ werd destijds nog geopend door een kleinzoon van Beatrix, die tot het ware geloof was overgegaan. De Madrassa was, zoals iedereen die de buurt kent begrijpen zal, gevestigd in de oude Beatrixschool. Van MULO naar Madrassa. De vooruitgang is niet te stuiten. Zeker niet als zij geleidelijk voortschrijdt. Toch werden de problemen nu ineens veel groter. De docenten van de Madrassa konden natuurlijk wel in de bejaardenwoningen in de voormalige Beatrixschool gehuisvest worden, dat was het probleem niet, maar de studenten? Waar moesten die heen?

Heel lang was het zo geweest dat de helft van de vrijkomende huizen toch nog voor de leden van de Samenwerking ter beschikking kwam. Die moesten dan wel in een gesprek met een ambtenaar van Culturele Diversiteit en een ambtenaar van Openbare Orde gescreend worden, en misschien ook wel door verder geheime Veiligheidsdiensten, want ze kwamen natuurlijk wel midden tussen studenten en docenten van de madrassa te wonen. Wat kleding betreft, schiep dat natuurlijk verplichtingen maar die waren duidelijk. Ook mochten er geen affiches met ongepaste afbeeldingen aan de ramen bevestigd worden, of schilderijen in huis worden opgehangen waar te veel bloot op stond wanneer dat van buiten zichtbaar was. Het was wel toegestaan kranten te lezen waar cartoons in stonden, maar het was niet toegestaan een abonnement op zo’n krant te nemen. De vrijheid van meningsuiting werd immers geheel onverkort gegarandeerd. Maar het zou niet goed zijn wanneer er per ongeluk zo’n krant op een verkeerd adres bezorgd werd, en de cartoons plotseling bij de madrassa-studenten terecht zouden komen: een vanwege de leeftijd licht ontvlambaar volkje!

De regeling waarbij de helft van de huizen studentenwoningen moesten worden voor de madrassa-leerlingen had tot veel protest geleid onder de jongere leden. Jarenlang hadden die de (bescheiden) contributie betaald, en, belangrijker nog, hoop gekoesterd, en nu werden hun kansen ineens gehalveerd, terwijl de druk op de huizenmarkt toch al zo groot was. Dat het plantsoen van de Harmoniehof geasfalteerd werd, om er een parkeerplaats van te maken voor de bezoekers van het gebedshuis, was natuurlijk ook een teleurstelling geweest, maar niemand was verplicht de hele dag naar buiten naar het asfalt te kijken. Daar was over heen te komen. Spijtiger was dat de kans om in een van de huizen van de Samenwerking gehuisvest te worden, drastisch was afgenomen, maar qua smartelijkheid werd dat volgens het bestuur gecompenseerd doordat de aantrekkelijkheid van die mogelijkheid even sterk was verminderd.

En ja, er was op een gegeven moment ook nog een maatregel afgekondigd dat wie als student zijn studie aan de Beatrix Madrassa wist af te ronden, zijn studentenwoning niet hoefde te verlaten. Sterker nog, de woning werd dan op kosten van de eigenaar opgeknapt en weer geschikt gemaakt voor gezinsbewoning. Daar had de ledenraad wel lang over moeten discussiëren, maar de vertegenwoordiger van de Wijkcommissaris voor Diversiteit, die bij uitzondering de vergadering had mogen bijwonen had de meerderheid van de leden toch weten te overtuigen. Het effect dat de buurt op die manier langzaam volliep met afgestudeerde voorgangers en je er steeds minder gewone mensen tegen kwam, werd lang niet door iedereen gewaardeerd, maar er was natuurlijk weinig aan te doen. En ja, bent u wel eens een gewoon mens tegengekomen? En hoe beviel dat?

Toen kwam de Grote Ommekeer, een reeks van wetswijzigingen die Nederland fundamenteel hebben veranderd. De eerste wetswijziging betrof politieke partijen die respectloos jegens religie waren, of rassistisch. Die werden verboden door een speciaal daartoe ingesteld Hof van Ommekeer. Wie iets met zo’n partij te maken had, verloor uiteraard zijn stemrecht. De tweede stap, en die was voor de Samenwerking relevant, was de nieuwe wet op verenigingen. Vrijheid van vereniging werd als vanouds gegarandeerd, maar om als rechtspersoon te mogen optreden, diende een vereniging voldoende divers te zijn. Het aanhouden van een bankrekening of het bezitten van onroerend goed kon niet worden toegestaan aan verenigingen die niet voldeden aan de wettelijke diversiteitseisen.

Eigenlijk vond iedereen dat wel redelijk, maar niemand had voorzien hoe de rechter deze wet uit zou leggen. De diversiteit werd getoetst over het gehele ledenbestand sinds het begin van de 21ste eeuw, dus eigenlijk deels met terugwerkende kracht. Beroep op bijzondere omstandigheden werd als rassistisch en respectloos gezien, en was dan ook niet mogelijk. Iedereen begreep dat dit redelijk was, anders zou een vereniging door het haastig inschrijven van een handjevol papieren leden zichzelf divers kunnen proberen te verklaren zonder dat werkelijk te zijn. Nee, de historische reële werkelijkheid diende bij de diversiteitsverklaringen betrokken te worden.

Daar kwam nog een probleem bij. De gehele Mozartkade, tegenover de Reinier Vinkeleskade, was afgebrand. Het was haast wel zeker brandstichting, maar niemand wist er het fijne van. Er zou een rabbijn gewoond hebben. De madrassa-studenten hadden zich al vaker afgevraagd of het zo dicht op elkaar wonen van aanhangers van verschillende godsdiensten wel te rijmen was met het respect dat iedere godsdienst verdient, zeker daar waar het rabbijnen betreft. Maar goed, dat probleem was nu opgelost, en wat nu te doen met de vrijgekomen grond? Het Bestuur van de Samenwerking wilde die wel kopen, en er Samenwerkingswoningen neerzetten, ook wanneer die deels of grotendeels naar de Madrassa-studenten zouden gaan, want dit zou het Bestuur de gelegenheid geven om op een constructieve wijze haar respect voor religies te laten zien.

Het Madrassa-bestuur had daarentegen andere plannen: er moest daar een tweede gebedshuis komen, want de groenstrook van de Apollolaan kon dan heel goed door de bezoekers als parkeerplaats gebruikt worden. Ook was het Madrassa-bestuur van oordeel dat de gelegenheid aangegrepen moest worden om de straatnamen in die omgeving aan te passen aan de nieuwe diversiteitsregels. De wat strengere voorgangers zijn zoals bekend van mening dat wie naar muziek luistert, op de Laatste Dag vloeibaar lood in zijn oren gegoten zal krijgen. Daarom kon eerbetoon aan een musicus als Mozart door een kade naar hem te vernoemen waar een gebedshuis gevestigd zou worden, toch eigenlijk niet onbeperkt getolereerd worden. Ook een heidense afgod, Apollo, was als naamgever aan een straat waar een gebedshuis zou komen te staan toch bepaald een ongelukkige keuze.

Hoe het ook zij, Bestuur en Ledenraad van de Samenwerking hadden op advies van de Wijkcommissaris voor Diversiteit de aanwijzing de coöperatie wegens onvoldoende diversiteit op te heffen uiteindelijk geaccepteerd. Eigenlijk was het natuurlijk geen aanwijzing geweest de organisatie op te heffen, want de vrijheid van vereniging mocht niet worden aangetast, die werd door de grondwet gegarandeerd. Het ging in feite alleen om een aanwijzing om vanaf dit moment zonder bezit van onroerend goed of een bankrekening verder te gaan. Er waren leden die een kelder aan de Amstel gehuurd hadden, en van daaruit de Vereniging hadden willen voortzetten, maar dat was wettelijk niet mogelijk, de nieuwe club was immers niet voldoende divers. De laatste woningen werden nu maar ontruimd en aan het madrassa-bestuur ter beschikking gesteld. Doorgaan was in theorie natuurlijk heel goed mogelijk geweest, de vrijheid van vereniging was immers niet opgeheven. Maar in de praktijk zou het waarschijnlijk gewoon niet lukken. Het deed de voorzitter pijn. Het einde van zijn voorzitterschap. Het einde van een trotse organisatie die meer dan honderd jaar bestaan had.
Met lood in de schoenen was de voorzitter de werkkamer van de notaris binnengestapt. De voorzitter van het madrassabestuur was er al. Het was een korte plechtigheid. De meeste tijd was nog heengegaan met het controleren van de diversiteitsverklaring van het notariskantoor zelf. Daarna in de motregen alleen naar huis. De rest van het Bestuur was al afgetreden. Gelukkig was het niet ver. Vanaf de toren op het Roelof Hartplein klonk de oproep tot het nachtgebed. Wie was die Roelof Hart in godsnaam ook weer geweest? Kon die naam nog wel? Ach, het was gelukkig niet meer aan hem om daar over te vergaderen.

Hans Jansen


http://arabistjansen.nl/
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 71215
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

Berichtdoor Ariel » Vr Okt 31, 2008 6:01 pm

Het is niet de leugen die regeert maar de duistere dreiging

Opinio.nu) Hans Jansen - Bij een tentoonstelling over Istanboel worden catalogusteksten preventief geschrapt om Turkije niet voor het hoofd te stoten. Zegslieden van de As-Soenna-moskee vinden dat uitingen die moslims liever niet zien of horen, bestraft moeten worden met slaag en – als dat niet helpt – met de dood. We kiezen er in Nederland voor om ons niet te veel op te winden over bedreigingen, omdat dat de zaak maar op de spits zou drijven. Maar langzamerhand werkt deze houding contraproductief. We zijn collectief vergeten dat een vreedzame staat ook een aantal gedisciplineerde rotzakken nodig heeft, die zo nodig in het verborgene vuile handen maken bij het vechten voor vrede en vrijheid.

De mediastilte die er in Nederland rond bedreigingen hangt, is in principe een goede gewoonte. Bedreigen is immers wel heel gemakkelijk, en ook nog gratis. Iedereen die een computer, een broodmes, een telefoon of een doosje waspoeder in huis heeft, kan zonder veel kosten of risico aan het bedreigen slaan.
Slecht voorbeeld doet slecht volgen: het is bekend dat berichten over bedreigingen steevast tot nog meer bedreigingen leiden. Laat de bedreiger ook nog even naar Theo van Gogh verwijzen, en succes is verzekerd. De bedreigde slaapt net iets minder goed, en de dreiger geniet van zijn macht.

De mediastilte rond bedreigingen heeft ook een groot aantal nadelen. Die doen zich vooral voelen in het privéleven van de bedreigde. Deze denkt nu vaak dat hij een van de heel weinigen is die bedreigd worden, misschien zelfs wel de enige. Hoe je het ook wendt of keert, bedreigd worden leidt tot psychische spanningen en twijfel over de vraag of de bedreiging niet ook een beetje ‘de eigen schuld’ is. Anderen worden toch ook niet bedreigd?

Bij buitenstaanders treedt een ander mechanisme in werking, dat een nogal onaangenaam effect heeft. Een normaal mens kan zich nauwelijks voorstellen dat ‘iemand die niks gedaan heeft’ met de dood wordt bedreigd. Wie bedreigd wordt, vervreemdt dan ook van zijn vrienden en familie. Eén bedreigde riep laatst getergd over de radio dat zelfs zijn moeder denkt dat hij wel iets zal hebben uitgehaald waaraan hij de bedreigingen dankt.

Wie al dan niet bij toeval hoort over bedreigingen aan het adres van iemand die hij nauwelijks kent, gaat er zonder nadenken van uit dat er ergens een misstap is begaan die de bedreiging verklaart of misschien zelfs wel rechtvaardigt. Dat hoeft natuurlijk helemaal niet zo te zijn. Ook denken veel landgenoten tot op de huidige dag dat het bij het bedreigen maar om enkelingen gaat, om individuele gevallen, om uitzonderingen. ‘Net als Theo van Gogh,’ wordt er al snel geconcludeerd, zal de bedreigde het er bovendien ‘zelf wel naar gemaakt hebben.’

Zo langzamerhand begin ik de indruk te krijgen dat we met de politiek van zwijgzaamheid over bedreigingen op de verkeerde weg zijn. Het aantal inwoners van Nederland dat vanuit het duister bedreigd wordt, is simpelweg te groot geworden. Wat er in Nederland gedacht, geschreven, tentoongesteld of opgevoerd wordt, komt voor een groot deel zonder dat dit zichtbaar wordt niet meer in vrijheid tot stand. Het is niet de leugen die regeert, maar de duistere dreiging.

Marokkaanse schrijfsters, columnisten, tv-persoonlijkheden, politici van allerlei allure en rang, uitgevers, journalisten, hele redacties (niet alleen van kranten maar ook van uitgeverijen), cabaretiers, moslimse meisjesstudenten, vertalers, ghostwriters, docenten aan hbo en universiteit, boekwinkels – en meer – staan op de lijst van lieden die bedreigd zijn en worden.

Naast de duistere dreiging blijkt op de meest onverwachte momenten ook hoe effectief het uitoefenen van een beetje druk al kan zijn. Dat kwam via een omweg naar buiten bij de tentoonstelling over Istanboel in de Amsterdamse Nieuwe Kerk. De artikelen van de catalogus werden nog vóór publicatie ter inzage aangeboden aan het Turkse ministerie van Cultuur en Toerisme. Volgens de woordvoerder van de Nieuwe Kerk, Frans van der Avert, is dat zelfs ‘een normale gang van zaken’. Dit ministerie maakte bezwaar tegen passages over fenomenen die in Turkije ontkend worden, zoals homoseks in badhuizen – volgens Bas Heijne in het NRC Handelsblad is dit ontkennen net zoiets als ontkennen dat er gegokt wordt in Las Vegas. Uiteindelijk werden vier artikelen geheel geschrapt, omdat de auteurs weigerden akkoord te gaan met de geëiste wijzigingen. Naast de passages over homoseksualiteit onder de Osmanen sneuvelden ook het artikel over de genocide op Armeniërs, passages over het feit dat in Istanboel ook Koerden woonden, en passages over de stichting van de stad door de Grieken (terwijl zelfs de naam Istanboel van Griekse herkomst is, eis ten polin, ‘naar de stad’). De tekst van de catalogus is dus ingrijpend aangepast, en in de tentoonstelling was bijna niets te zien over de Grieken, joden en Armeniërs die hele wijken van Istanboel bewoonden.

Waarom ging de Nieuwe Kerk akkoord met de wijzigingen en met het schofferen van de academici die de artikelen geschreven hadden? De organisatoren vreesden dat Turkije zijn medewerking zou opzeggen en de beloofde voorwerpen niet in bruikleen zou geven. Zelfs zonder dat er sprake was van dreiging met geweld krijgt het publiek een door de koningin geopende tentoonstelling te zien die door Turkije gecensureerd is. Dat belooft wat voor het Nieuwe Europa met Turkije als zo’n beetje het grootste en meest volkrijke land.

Typerend is ook dat de medewerkers van de Nieuwe Kerk niet zelf aandacht vroegen voor deze inbreuk op hun onafhankelijkheid, maar dat de kwestie pas door toedoen van het tijdschrift ZemZem in de media is verschenen. In een interview in de Volkskrant van 26 februari zei Nieuwe Kerk-directeur Ernst Veen over dergelijke intimidaties: “Nu wordt gedaan alsof wij de enigen zijn, maar dat is zeker niet zo. Collega’s hoor ik er vaker over.” Wij zouden het ook graag horen.
Toch kan het in moreel opzicht altijd nog erger. De deelnemers aan ‘De Avond van het Boek’, een literaire quiz van de NPS en het NRC Handelsblad, werd beleefd en vriendelijk verzocht geen woord te wijden aan de bedreigingen waarvan de schrijfster Naima El Bezaz de laatste tijd het slachtoffer is. Als Elsbeth Etty dat niet in het NRC van 13 maart gerapporteerd had, zou niemand van dat immorele verzoek geweten hebben.

‘De Avond van het Boek’ is gewoon doorgegaan. De tv-kijkers hebben, weer zonder dat te beseffen, op een publieke zender een gecensureerd programma bekeken. De deelnemende schrijvers en andere helden van het vrije woord hebben zich door terreur laten kortwieken. Eigenlijk had het hele programma natuurlijk moeten worden afgelast, en het Boekenbal niet door moeten gaan uit protest. Maar ja, de hapjes en de versieringen stonden al klaar. Literair Nederland heeft de kans van een maart-staking voorbij laten gaan.

En wees eerlijk: eigenlijk kan iedereen weten hoe erg het is en hoe ver het al is gekomen. Een aantal heren bij de As-Soenna-moskee in Amsterdam heeft het ook rustig uitgelegd op een filmpje dat op internet is terug te vinden, op de website www.ewoutenetienne.nl. Kijk, zeggen ze, er zijn dingen die wij moslims liever niet horen of zien. Iemand die zulke dingen toch zegt of vertoont, moet ‘gewaarschuwd’ en daarna ‘geslagen’ worden. Als hij volhardt, moet hij ‘ten slotte gedood worden’. Wie denkt er bij zulke woorden niet aan Theo van Gogh?

Het gebroken Nederlands van de sprekers draagt niet weinig bij aan het angstaanjagende karakter van het betoog. Een van de heren was overigens lid van het contactorgaan Moslims en Overheid, en hij stelde zich ook als zodanig voor. De verbaasde interviewer van het universiteitsblad Folia vroeg hem vervolgens voorzichtig of de aanwezige heren het zelf ook als hun taak zagen te waarschuwen, een pak slaag uit te delen of iemand te doden.

Er ging nog wat extra suiker in de thee, er werd zorgvuldig omgeroerd en het glimlachend gegeven antwoord luidde dat ‘we daar de radicalen voor hebben’. Dat is weer eens een heel nieuwe benadering van het probleem van het islamitisch radicalisme. Het is een benadering die nogal verschilt van de gesuikerde prietpraat over de islam van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, die waarschijnlijk voor haar diepgravende studies nog nooit enige vraag in enige moskee gesteld heeft.

Wat vooral zo griezelig is, is dat we hier liever over zwijgen, en laat please de krant er ook maar niet te veel over schrijven. Doe alsof alles nog bij het oude is, als was Nederland nog Het Dorp van Wim Sonneveld.

Maar nu iets heel anders. Laten we ondanks de druk die er wordt uitgeoefend eens proberen nuchter te blijven en aan het rekenen slaan. Hoe veel moordenaars als Mohammed B. heb je nodig om al die bedreigingen van de laatste tijd kracht bij te zetten? Wordt er zo langzamerhand niet zó veel gedreigd dat er per bedreigde eigenlijk niet genoeg reële dreiging voorhanden is? Is het risico om het slachtoffer van een moordaanslag à la Theo van Gogh te worden zo langzamerhand niet even groot als door de bliksem getroffen te worden? Is angst en gedragsaanpassing wel nodig?

Goede kritische vragen, maar jammer genoeg weten we de antwoorden niet. Het is immers het beleid van ‘onze’ media om bedreigingen zo veel mogelijk te verzwijgen, omdat dat navolging door andere bedreigers voorkomt. Dat is natuurlijk mooi, maar tegelijkertijd maakt het bij de individuele bedreigde en zijn onmiddellijke omgeving de angst vanwege bedreigingen groter dan nodig is.

We moeten dus op zijn minst naar een centraal meldpunt voor bedreigingen van welke aard ook, zeker voor religieuze bedreigingen en doodsbedreigingen (al weet ik nu al dat de meeste bedreigden zich niet zullen willen melden). Dat meldpunt moet regelmatig openbaar maken hoe veel bedreigden er in Nederland rondlopen, zodat elke bedreigde zelf een beetje kan uitrekenen hoeveel concurrentie hij als doelwit heeft van de andere bedreigden. Ook zal de partner van wie bedreigd wordt, de zaak wat laconieker opvatten wanneer hij/zij weet dat er honderden bedreigden méér zijn dan alleen de eigen geliefde en huisgenoot. Hoe veel mooie relaties zijn er de laatste jaren gestrand omdat de partner niet tegen de bedreigingen van zijn/haar geliefde bestand was?

Bedreigd worden was tot voor kort het voorrecht van koninklijke families en regenten. Het hoorde een beetje bij het baantje, en er was als vanouds gestaald personeel bij de hand om de bedreigden tegen die bedreigingen te beschermen. Lastig allemaal, maar het wordt door de leden van de families die het betreft van kindsbeen af met opgeheven hoofd en vorstelijk gedragen.

Politici scoren wat dit betreft wat minder goed. Ook politici, hoe zwaar dat ook is, moeten zich meer en meer aanpassen aan de gewelddadigheid die links en rechts gewoon is geworden. Het gebrek aan solidariteit dat de politici daarbij laten zien, is geen goed voorbeeld voor de kiezer en de belastingbetaler. Politici vragen de kiezer en de belastingbetaler voortdurend om solidariteit met Jan en alleman op te brengen. Hoe hebben ze het hart dat te doen als de honderdvijftig Kamerleden niet eens solidair met elkaar kunnen zijn wanneer enkelen hunner serieus met sluipmoord bedreigd worden?

Het probleem hier is toch ook weer dat het publiek eigenlijk niet op een zuivere manier op de hoogte wordt gehouden van de bedreigingen aan het adres van politici. Een gewezen fractievoorzitter, de politiek geheel correcte N.N. te A., vertrouwde mij toe, op een zaterdag in de supermarkt, dat hij enige tijd zeer specifiek en zeer ernstig bedreigd is geweest. Heeft niets over in de krant gestaan.

Dat is erg jammer, want het zou de specifieke en ernstige bedreigingen aan het adres van die andere fractievoorzitter, Geert Wilders, mogelijk in een nieuw daglicht stellen. Hoe is het trouwens mogelijk dat diens collega’s en kiezers het gewoon zijn gaan vinden dat hij kennelijk zo intensief en al zo langdurig wordt bedreigd dat hij zijn werk nauwelijks op de normale manier kan verrichten? Waarom wil niemand zien dat dit ieder Kamerlid kan overkomen? En dat de bedreigingen aan het adres van Wilders ook nu al indirect effect hebben op de geloofwaardigheid van de andere Kamerleden? Passen zij misschien hun opvattingen aan om maar niet ook bedreigd te worden?

Hebben de bedreigingen van Wilders inderdaad wel met zijn politiek incorrecte standpunten te maken? Twijfel daarover is bij de huidige schaarse berichtgeving gerechtvaardigd. Heeft Geert Wilders al die bedreigingen niet gewoon aan zichzelf te danken? Die vraag zou bij niemand meer opkomen als de pers zakelijk en helder verslag zou hebben gedaan over de bedreigingen aan de kampioen van de politieke correctheid, ex-fractievoorzitter N.N.te A.

Het bedreigd worden is sinds het begin van deze eeuw gedemocratiseerd, zullen we maar zeggen. Maar deze vorm van democratisering heeft een akelige schaduwzijde. Door bedreigingen hebben velen in Nederland tot hun verbazing van de ene op de andere dag een deel van hun vrijheid verloren. Ze hebben thuis niet geleerd hoe ze daarmee om moeten gaan, en ze krijgen weinig begrip en steun van hun omgeving.

Een maatschappij waarin honderden beschermde en onbeschermde bedreigden dagelijks voor hun leven moeten vrezen, is niet vrij meer. Beseffen we in Nederland wel hoe onvrij we al zijn geworden? Zal die ontwikkeling zich voortzetten? Gaat het erger worden? Wordt het trouwens geen tijd het bedreigen van bijvoorbeeld opiniemakers en politici – vooruitlopend op effectievere maatregelen – extra zwaar strafbaar te stellen?

Van de overheid is wat dit betreft voorlopig weinig of niets te verwachten. Dat hangt samen met de ideologie van waaruit de meeste bedreigers handelen. Een bedreiger, voor zover niet afkomstig van extreem-rechts, denkt dat hij na zijn dood in het paradijs vies mag gaan doen met kleine meisjes (‘maagden’). Hij laat zich daarom niet stoppen door het risico dat hij wordt doodgeschoten door een politieagent – denk weer aan Mohammed B. En een paar jaar gevangenisstraf of een taakstraf heeft op een bedreiger/moordenaar ook al helemaal geen afschrikkende werking.

Om af te komen van de haast onzichtbare beïnvloeding van ons dagelijks leven door bedreigingen, zullen we zowel in theorie als in praktijk anders met geweld om moeten leren gaan. Een vreedzame samenleving die wil blijven bestaan en die vreedzaam wil blijven, zal wegen moeten vinden om zichzelf met niet-vreedzame middelen te verdedigen tegen mensen die niet vreedzaam zijn.

Dat zal Nederland niet gemakkelijk vallen. Zelfs verbaal kunnen wij niet goed met geweld omgaan, dus ga maar na hoe we zullen reageren als er bloed vloeit en het ernst wordt. We hebben ter vergroting van onze gemoedsrust de politie al omgedoopt tot ‘buurtwerk’, het leger doet vooral aan opbouwwerk en het lijkt wel alsof de legerleiding daar nog trots op is ook. En de AIVD moet zich beperken tot analyseren en signaleren. Een AIVD-rapport is haast niet te onderscheiden van een scriptie of een proefschrift. Onderzoek en analyse zijn inderdaad van levensbelang, maar wie doet er, zonder dat wij dat willen weten, het vuile werk?

We zijn collectief vergeten dat een vreedzame enclave als Nederland ter verdediging niet genoeg heeft aan de eigen vreedzaamheid, maar dat er ook een aantal gedisciplineerde rotzakken nodig heeft die zo nodig in het verborgene vuile handen maken bij het vechten voor vrede en vrijheid. Het zal niet meevallen om dat overtuigend uit te leggen aan al die brave en aardige mensen van het CDA en de ChristenUnie. En aan de rest.

We beseffen niet dat dreiging met geweld, en geweld zelf, alleen door gecontroleerde en sluwe toepassing van geweld gestopt kan worden. De onwaarachtige manier waarop bedreigingen half of geheel verzwegen worden, heeft verkeerde effecten op het openbare leven en is niet langer houdbaar. Dat dwingt ons te gaan zoeken naar methoden die kunnen bewerken dat Nederland op de lange duur, om het maar eens hardop te zeggen, zijn vrede en vrijheid terugkrijgt.

Bron: Opinio
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 71215
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

De overbrugbaarheid van de kloof tussen de Islam en het West

Berichtdoor Ariel » Zo Nov 23, 2008 10:48 pm

De overbrugbaarheid van de kloof tussen de Islam en het Westen
UTRECHT LEZING 2008. Hans Jansen.

‘Islam’ is de naam van een godsdienst, en ‘het Westen’ is de naam van een gebied. Op het eerste gezicht is het daarom raar, zo niet onmogelijk, om te spreken over het overbruggen van de tegenstellingen tussen de islam en het Westen. Je zou de islam niet met het Westen maar met het christendom moeten vergelijken, dat zijn tenminste allebei godsdiensten. Het Westen moet dan maar met het Midden-Oosten vergeleken worden, want dat zijn allebei regio’s. Alleen, wie dat doet, gaat pas echt in de fout. De islam heeft zich over een veel breder gebied verspreid dan het Midden-Oosten, de islam strekt zich tegenwoordig uit van Pakistan tot het Kanaleneiland. En het Westen is niet echt christelijk meer, het wordt grotendeels door moderne ongelovigen bewoond. Toch is het tegenover elkaar stellen van de islam en het westen een vorm van steno die begrepen wordt door een ieder die van goede wil is.

Het gaat bij de tegenstelling ‘islam versus het westen’ om twee culturen, de een gedomineerd door de islam, en vroeger allereerst gelokaliseerd in het Midden-Oosten, de ander vooral aanwezig in Europa en Amerika, en vroeger gedomineerd door het christendom. Die Europees-Amerikaanse cultuur is uiteraard niet uniform. Je kunt beslist niet alle westerlingen over één kam scheren. Maar die veelvormige Westerse cultuur is het voorlopige eindproduct van de ontwikkeling van Amerika, Europa, de kerken en het christendom.

Het is een cultuur die dan ook op ontelbare manieren verbonden is met de expliciete en impliciete opvattingen van het christendom over mens, maatschappij en wereld. De vele moderne ongelovigen binnen dit cultuurgebied geloven bijvoorbeeld niet zo maar niet in God, nee, ze geloven niet in de God van het christendom. Hun idee over wat God, als hij wél bestond, wel niet allemaal zou moeten zijn en doen, is gedicteerd door de opvattingen van het christendom. De moslims hebben uiteraard op precies dezelfde manier evenmin een uniforme cultuur, maar binnen het islamitische cultuurgebied is iedereen er, bijvoorbeeld, wel vast van overtuigd dat geen cultuur dichter bij de ware islam staat dan de zijne. Ook wil elke moslim er graag aan bijdragen dat zijn lokale islamitische cultuur zich zo ontwikkelt dat de afstand tot de ware islam kleiner wordt.

Schrijven en praten is fouten maken, daarom wordt er in sommige faculteiten zo vreselijk weinig gepubliceerd. Maar na deze inleiding tot de stenografie van de vergelijkingskunde durf ik ‘de Islam’ en ‘het Westen’ wel tegenover elkaar te zetten. Het gaat hier om een tweetal dat nogal eens met elkaar in oorlog verwikkeld is geweest. In ieders geheugen is blijven hangen dat in 1683 Wenen ontzet wordt. Ook de slag bij Poitiers, in midden Frankrijk, in 732, waar Karel Martel een Arabisch invasieleger heeft verslagen, is niet vergeten. Maar er is natuurlijk nog veel meer. Er was toch ook iets met Kruistochten, de Reconquista van Spanje, en de islamitische Jihad? Eigenlijk zouden al die onderwerpen in detail aan de orde moeten komen, maar dan zitten we hier enkele jaren in plaats van een paar uur. We moeten ons tot een paar centrale kernpunten beperken. Wel, een van de kernpunten is dat het Westen geen goede gezaghebbende algemeen gedeelde theorie over de islam heeft. Omgekeerd is het anders. De islam heeft wel een vrij algemeen gedeelde theorie over het westen en het christendom. Laten we die islamitische theorie eens bekijken.

De klassieke islamitische theorie verdeelt de wereld in twee zones. De ene zone heet ‘het Huis van de Islam’, de andere zone ‘het Huis van de Oorlog’. Dit basisidee is diep geworteld in de geschiedenis van de islam en de islamitische expansie. Het is trouwens niet de koran zelf die deze onderscheiding al maakt. Wel stelt de koran, zoals u weet volgens de islam het letterlijke woord van God, dat moslims het aan de islam verschuldigd zijn om aan de oorlog deel te nemen#. In Soera 9, vers 39 lezen we bijvoorbeeld: ‘Indien gij niet uitrukt – zal Hij u straffen met pijnlijke bestraffing’, illaa tanfiruu, yu<adhdhibukum <adhaaban aliiman.

De islamitische teksten die na de Koran komen, de zogenoemde Tradities over Mohammed, vertellen dat Mohammed kort voor zijn dood in 632 brieven gezonden heeft aan de heersers van de rijken die aan het staatloze Arabische schiereiland grensden, te weten de Keizer van het Romeinse rijk, de Koning van Perzië, de Negus van Ethiopië en de Gouverneur van Egypte. De oudste versie van die brieven die bewaard is gebleven, is pas opgeschreven rond het jaar 750, en telt drie regels. We vinden de brief ook terug in de canonieke verzameling van Tradities van de hand van Al-Bukhari, die van ongeveer een eeuw later dateert. Maar dan telt de brief inmiddels acht regels. Een moderne onderzoeker kan daar alleen maar uit concluderen dat de verhalen over deze brief geleidelijk aan ontstaan zijn#. Hoe het ook zij, in deze brief bedreigt Mohammed zijn buren. De brief bevat de onvergetelijke maar dubbelzinnige regel aslim taslam, ‘als je je overgeeft, word je niet gedood’, maar ook te vertalen als ‘indien je moslim wordt, blijf je behouden’.

Dat is natuurlijk oude koek, die brieven, maar het Iraanse staatshoofd Ahmedinajad heeft in mei 2006 een dergelijke brief aan President Bush geschreven#, en Osama ben Laden heeft een handvol van zulke brieven verstuurd, zowel naar Amerika als naar Europa#. Hoe het ook zij, als de oude verhalen over die brieven van Mohammed een historische basis hebben, dan blijkt uit de tekst van die brieven dat ook Mohammed zelf de wereld al in tweeën gedeeld heeft, een Huis van Oorlog en een huis van de Islam.

Het feit dat de islam de wereld in tweeën deelt, een huis van oorlog en een huis van de Islam, heeft een eigenaardige algemene bekendheid gekregen. Het idee bezit kennelijk een macabere charme. Eigenlijk iedereen in Oost of West heeft er wel eens van gehoord. Bovendien is het overduidelijk dat het bij deze verdeling niet gaat om een excentrieke leerstelling van de islamitische fundamentalisten. Het is de algemene islamitische visie. In wat later tijd hebben de theologen van de Islam deze tweedeling verfijnd, en een derde ‘huis’ ontworpen: het huis van het verdrag, een term die de juristen gingen gebruiken voor gebieden die tegen schatting of op grond van een overeenkomst voor een beperkte periode, meestal ten hoogste tien jaar, niet beoorloogd hoefden te worden.

Moderne ongelovigen in het Westen kennen deze theorie maar ze maken zich er geen zorgen over. Dit heeft minstens twee oorzaken. De publieke opinie in het Westen is al weer een beetje vergeten wat oorlog ook weer was. Oorlog, mag ik u er aan herinneren, is beroven, doden, verkrachten en tot dwangarbeider of slaaf maken. Ten tweede, moderne Westerse ongelovigen beschouwen alle religieuze opvattingen, dus ook deze, als onschadelijke waanideeën. Ook de westerse academische wereld is er van overtuigd dat de islam een vreedzame godsdienst is, en dat deze tweedeling in Huis van oorlog en Huis van islam niets te betekenen heeft. Wie die tweedeling serieus neemt, hoort aan de universiteit niet thuis. Zelfs dat de islam het nadrukkelijk heeft verboden om tegenover ongelovigen de antieke, uit het Midden-Oosten afkomstige begroetingsformule ‘Vrede zij met u’ te gebruiken, heeft de academische geleerdheid niet op andere gedachten kunnen brengen.

Het is daarom helemaal niet zo raar dat de meeste westerlingen vergeten hebben wat zo’n tweedeling met zich mee zou kunnen brengen. Als we op tijd aan die tweedeling gedacht hadden, zouden we wellicht ingezien hebben dat de islamitische daden van agressie tegen het Westen die de afgelopen decennia hebben plaats gehad, geen geïsoleerde incidenten geweest zijn, maar het resultaat van een consistente theorie die even oud is als de islam zelf. Er is niets radicaals aan de aanvallen op het Westen van de laatste tijd. Het is simpelweg de toepassing van een oude theorie, zij het onder veranderde, nieuwe omstandigheden.

Vanuit politiek correct oogpunt moeten er nu drie bezwaren worden gemaakt. De eerste is dat slechts een gering percentage van alle moslims heeft deelgenomen aan deze aanvallen op het Westen. ‘De meerderheid van de moslims heeft er niets mee te maken, en kan niets verweten worden’. Letterlijk genomen is dat natuurlijk waar. Maar mag ik u herinneren aan de Duitse inval in Nederland van 1940? We zeggen meestal dat op 10 mei ‘de Duitsers’ Nederland binnen vielen, maar dat was natuurlijk niet zo. De meeste Duitsers zaten op die ochtend gewoon thuis aan het ontbijt, of mogelijk ook deden ze de afwas. Het promillage Duitsers dat aan deze inval meedeed was miniem. Op dezelfde manier heeft ook maar een promillage van alle Moslims meegedaan aan de aanvallen van 11 september, van 7 juli, of die in Bali, of die op mijn vriend Theo van Gogh. Hoewel, volgens sommige internetbronnen gaat het om meer dan 12000 grote en kleine terror attacks sinds 9/11#.

Maar dat er slechts een gering percentage van alle Duitsers, of van alle Moslims, aan die oorlogshandelingen hebben deelgenomen betekent niet dat Duitsland, of de Islam, geen verantwoordelijkheid draagt voor deze oorlogshandelingen. Er kan geen vrede of normalisatie tot stand komen als deze verantwoordelijkheid niet erkend, of zelfs ontkend, wordt. Iedereen weet hoe vaak Duitsland na 1945 zijn verantwoordelijkheid voor de Duitse oorlogshandelingen erkend en genomen heeft. U weet ook hoe vaak de islam zijn verantwoordelijkheid voor wat dan ook erkend heeft. Wel, ik heb slecht nieuws voor u. Het ontkennen van de geschiedenis en doen alsof er niets gebeurd is, leidt op termijn tot rampen.

De tweede tegenwerping klinkt ongewoon modern. ‘In deze wereld van globalisering kunnen we toch niet aan zo’n tweedeling vasthouden. Alles en iedereen is met elkaar verbonden. In zijn klassieke vorm is die oude islamitische tweedeling in een Huis van Oorlog en een huis van de Islam toch echt verleden tijd. Die tweedeling is gewoon niet meer geldig.’ De meeste westerlingen en veel Moslims zullen het daar mee eens zijn. Maar er zijn uitzonderingen. De prominente moslimse denker Sayyid Qutb is geëxecuteerd in Cairo in 1966. Zijn boeken zijn in elke moslimse boekhandel aanwezig. Hij heeft betoogd dat in de moderne tijd islam en niet-islam inderdaad met elkaar verknoopt zijn geraakt. Vroeger waren islam en niet-islam zowel in plaats als in tijd door duidelijke grenzen van elkaar gescheiden. Maar vandaag de dag bestaan ze naast elkaar en door elkaar heen. Islam en wat Sayyid Qutb de Jaahiliyya noemt zijn gedwongen te coëxisteren. Maar, stelt Sayyid Qutb, dat kan nooit om een vreedzame coëxistentie gaan.

Moslims zijn normaal gesproken vertrouwd met de term Jaahiliyya. In het geloofssysteem van de Islam is Jaahiliyya het woord voor de periode van heidendom en ongereguleerde gewelddadigheid die aan de islam voorafging. Mohammed, de profeet van de islam, heeft de strijd aangebonden met de Jaahiliyya, en hij heeft getriomfeerd. Sayyid Qutb nu wil dat alle moslims het voorbeeld van Mohammed volgen, en ook de strijd met de Jaahiliyya aanbinden door strijd te leveren tegen de onislamitische wereld die tegenwoordig hen omringt, en die hun steden en dorpen, soms zelfs hun huizen en families is binnengedrongen. Mohammed is in 632 gestorven. Sayyid Qutb noemt de periode vanaf Mohammed tot aan de 17de/18de eeuw ‘de eerste ronde’ van de islamitische strijd tegen de Jaahiliyya. Die eerste ronde, al-gawla al-uulaa#, kwam ten einde bij het ontzet van Wenen in 1683, toen het Poolse leger het Turkse leger tot een smadelijke aftocht wist te dwingen.

Sayyid Qutb en zijn vele volgelingen# zijn er van overtuigd dat de moderne wereld de Islam een nieuwe kans geeft om het Westen te verslaan. Jihad wordt nu niet meer door moslimse staten tegen westerse staten gevoerd, dat zou voor islamitische staten te gevaarlijk zijn, denk aan het lot van Afghanistan of Iraq, of de resultaten van de oorlogen die Israël met Arabische landen gevoerd heeft. Voor de staten in de plaats zijn sinds de jaren negentig particulieren als Osama ben Laden en NGO’s als Al-Qaeda, Hizbollah en Hamas gekomen, die de strijd tegen het Westen op vele fronten en met alle denkbare methoden hebben hervat. Dit maal ziet het er in veler ogen naar uit dat de Moslims een goede kans hebben te winnen en er geen derde ronde meer nodig is.

De derde tegenwerping tegen de tweedeling van de wereld die de Islam van huis uit maakt, klinkt een beetje kinderachtig, maar hij wordt desalniettemin vaak naar voren gebracht. De tegenwerping luidt ongeveer als volgt: ‘OK, de Islam verdeelt de wereld in een oorlogszone en een islamitische zone. De islam heeft zelfs een speciaal woord voor de strijd tussen die twee zones: Jihad. Maar hebben de christenen niet de kruistochten? Islam en christendom zijn beide even bloeddorstig en oorlogszuchtig’. De morele en religieuze gelijkstelling van de Jihad met de kruistochten is, zoals u weet, een essentieel leerstuk van de multiculturele ideologie.

Desalniettemin, hoe vaak het ook herhaald wordt, het is en blijft onzin. Waarom? Jihad bestond al bijna vijf eeuwen voor de christenen voor het eerst op het idee kwamen om zelf eens een kruistocht te houden#. Verder waren de kruistochten gericht op een beperkt stukje van de wereld, nl. het Heilige Land. Jihad daarentegen richt zich op heel Europa, Azië en Afrika, en sinds enige eeuwen ook op Amerika. Dat zijn grote verschillen. De kruistochten als het equivalent van de Jihad voor te stellen, zoals de multiculturalisten doen, is een valse voorstelling van zaken, een absurde verdraaiing van de geschiedenis. Het is als de gelijkstelling van verkoudheid met aids. Beide virusziekten waar geen goede geneesmiddelen voor zijn.

Daar komt nog iets bij. Wanneer de kruistochten verkeerd waren, en wanneer er steeds weer voor de kruistochten excuus moet worden aangeboden, dan wel vergeving gevraagd, hoeveel verkeerder is dan niet de vele malen omvangrijker islamitische Jihad, waar ik nog nooit enige verontschuldiging voor gehoord heb?

Maar het is niet alleen de geschiedenis die door de multiculturalisten en hun islamitische vrienden vals wordt voorgesteld. Ook de tekst van de bijbel en de koran zijn het slachtoffer geworden van grove multiculturele verdraaiingen. De multiculturalisten en hun bondgenoten vertellen u dat bijbel en koran beide bloeddorstig zijn en verhalen vol wreedheden bevatten. Dat klopt. Dat is een overeenkomst. Maar de verschillen zijn groter. De bijbel beschrijft specifieke wreedheden, verheugt zich daar soms ook over, en hoopt dat God de vijanden van Israël flink op hun donder zal willen blijven slaan. Maar dat is iets heel anders dan de Koran.

De Koran bevat niet zoals de bijbel verhaal op verhaal, maar de koran bevat naast enkele verhalen (die vaak aan de bijbel ontleend zijn) tientallen oproepen, vaak zeer algemeen van aard, om dodelijk geweld te gebruiken. De bekendste is wel ‘Doodt hen waar ge ze maar vinden kunt’.# Dit wordt binnen de korantekst drie maal herhaald: het is duidelijk geen verspreking. Is het nu unfair dit te vergelijken met Ezechiel 33:11, waar de profeet zich voorstelt dat God zegt ‘Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, nolo mortem impii, maar veeleer daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg, en leeft’. Het verschil met de profeet van de Islam die zich voorstelt dat God kill them, kill them roept, kon niet groter zijn.

Anders dan de bijbel, bevat de koran een groot aantal algemeen gestelde oproepen tot moord en doodslag. Er zijn moslims die zulke passages als een license to kill beschouwen, ik hoef u het lot van Theo van Gogh niet in herinnering te brengen. Op het Internet circuleert er een lijst met 164 oorlogspassages in de koran. Voor zo’n kort boek is 164 ongelooflijk veel. Er bestaat geen dergelijke lijst met bijbelpassages. Geloof me, als het mogelijk was zo’n lijst samen te stellen, zou het allang gebeurd zijn. En dan is de Internetlijst nog niet eens compleet. Koran 9:30 wordt bijvoorbeeld weggelaten. Aan het einde van dat vers wordt een ieder vervloekt die gelooft dat Christus de zoon van God is. De vloek spreekt de wens uit dat dezulken door God in de strijd gedood zullen worden, qaatalahumullaah. Ik hoef u er niet op te wijzen hoeveel miljoenen mensen, voor het merendeel nette godvrezende lieden die zich van niets bewust zijn, door dit koranvers met moord en doodslag bedreigd worden.

Op dit punt aangekomen, wil de beschuldiging wel eens klinken dat ik haat zaai. Het spijt me wanneer iemand dat mocht denken. Ik wijs u er op dat in de koran de haat van de bladzijden afspat. Ik breng u slecht nieuws. Maar te stellen dat ik de haatzaaier ben, dat is de dingen omdraaien. Lag het probleem maar bij mij, dan was het snel op te lossen.

Een goede discussieleider moet nu eigenlijk het debat verbreden en er op wijzen dat we het steeds over de koran hebben gehad, en dat moslims toch geen automaten zijn die als robots uitvoeren wat de koran opdraagt. Dat is een geldig punt. De protestantse slogan sola scriptura, ‘bij de Schrift alleen’, heeft buiten het protestantisme geen of weinig betekenis. Het gezag van de bijbel tegenover christenen functioneert anders dan het gezag van de koran tegenover moslims. We moeten inderdaad niet naar de koran kijken, maar naar de handboeken van de sharia, waarin het ideale gedrag van een goede moslim beschreven wordt. Wat hebben die handboeken te zeggen? Wat is, volgens die wijdverspreide handboeken, het ideale gedrag van een goede moslim in zijn contacten met niet-moslims?

Het is vervelend, maar het nieuws is weer niet goed. De gezaghebbende handboeken mogen op kleine details van elkaar verschillen, maar over een hoofdpunt zijn ze het volslagen eens. Het is de plicht van een goede moslim om te strijden voor wat Moslims als de waarheid zien, dat wil zeggen: de Islam. De experts en de handboeken suggereren en schrijven dat iemand die in welk detail ook de regels van de sharia zoals die in de handboeken zijn vastgesteld, afwijst, door dat te doen de halsmisdaad van afval van de Islam gepleegd heeft. Dit heeft twee vreselijke gevolgen. Elke moslimse heerser die de sharia niet volledig toepast maar ook zijn eigen wetten uitvaardigt, levert daarmee impliciete kritiek op de sharia, en heeft daarom volgens de experts de halsmisdaad van afval van de islam gepleegd. Het is deze eenvoudige redenering die de achtergrond heeft gevormd van de moord op President Sadat in oktober 1982.

Maar er is nog een implicatie. Iemand die een debat aangaat over welk punt van de sharia ook, loopt grote kans beschuldigd te worden van afval van de islam, met weer alle gevolgen van dien. Mannen of vrouwen die door die beschuldiging getroffen zijn, zijn vaak vreselijk achtervolgd. Dit draagt allemaal bij aan een atmosfeer van intellectuele stagnatie. Religieuze hervormingen zijn onder zo’n regime zo goed als onmogelijk.

Tegelijkertijd zijn de regels van de sharia vernederend voor niet-moslims en voor vrouwen. Geen enkele Westerse regering zou het in zijn hoofd halen moslimse minderheden te behandelen volgens de regels die de sharia geeft voor de behandeling van niet-moslims. En terecht. De sharia is een voortzetting van de Jihad, maar met andere middelen.
Wie geen moslim is, denkt misschien dat het toch duidelijk moet zijn dat de sharia mensenwerk is, het resultaat van eeuwenlange onderlinge discussies van de islamitische wet- en schriftgeleerden. Inderdaad zijn er islamitische denkers geweest die dit naar voren hebben gebracht, bijvoorbeeld Shukri Mustafa, die in 1978 in Cairo is opgehangen. Maar de algemene heersende opvatting onder moslims is anders.

De islam schrijft aan Mohammed de uitspraak toe dat zijn gemeente niet overeen zal stemmen in een dwaling. Het zou immers van wreedheid getuigen wanneer God het toeliet dat zijn uitverkorenen eenstemmig de verkeerde weg in zouden slaan. Deze redenering leidt er toe dat een regel of een voorschrift waar overeenstemming over tot stand is gekomen, algemeen wordt beschouwd als van God gegeven. Hiermee is de sharia meer geworden dan mensenwerk. Hierdoor is de sharia zo goed als sacrosanct, heilig en onaantastbaar geworden. Door mensen gemaakte wetten kunnen in de ogen van het brede moslimse publiek nooit concurreren met zoiets geweldigs als de sharia.

Het is precies hier op dit punt dat er een belangrijke kloof tussen de westerse en de islamitische ideologie zichtbaar wordt. In een westerse maatschappij worden via allerlei democratische processen de wetten gemaakt en min of meer constant aangepast aan veranderende omstandigheden. Wetten komen, in het westen, van beneden. In het islamitische systeem waar de sharia uit voortkomt, komen wetten niet van beneden maar van boven, en eenmaal door de bevoegde religieuze experts geaccepteerd zijn ze onveranderlijk. Deze twee visies op de wet zijn niet te harmoniseren. De wetten zijn door mensen gemaakt, en dus veranderbaar en bekritiseerbaar, of ze zijn dat niet. Na meer dan twee millennia van door mensen gemaakte wetten zou het geen goed idee zijn als het Westen zelfs maar gedeeltelijk zich zou onderwerpen aan een islamitisch systeem van wetten die verondersteld worden van goddelijke oorsprong te zijn.

Er is nog een onoverbrugbaar verschil in opvatting tussen de Islam en het Westen. Het christendom kijkt naar de wereld met een zekere metafysische naïviteit. De wereld bestaat gewoon, de waarneembare wereld is bijvoorbeeld niet een sluier waarachter de ware werkelijkheid zich verbergt zoals in veel Aziatische godsdiensten. Het westen beschouwt de wereld als door de mens veranderbaar. Mensen kunnen de wereld zelfs verbeteren. Dit zijn geen bewijsbare, controleerbare stellingen. Het zijn axiomatische geloofspunten. De moderne wetenschap heeft ons er immers van overtuigd dat de combinaties van moleculen en atomen zoals die door het blote oog worden waargenomen, eerder uit leegte en schillen bestaan dan uit massiviteit. Het is sterk de vraag of de wereld inderdaad gewoon bestaat, en ‘echt’ is. Maar we doen dag in dag uit alsof het wel zo is.

Wat is de officiële positie van de islam over deze kwestie? De islamitische theologen onderwijzen dat God niet alleen de wereld geschapen heeft maar dat Hij ook de wereld permanent herschept. In dit constante proces van herschepping is God niet gebonden, zo leert de Islam, aan enige beperking of regel, ook niet bijvoorbeeld de noodzaak rechtvaardig of voorspelbaar te zijn. God is ‘vrijmachtig in het scheppen’, en ook in het herscheppen.

Dit lijkt een rare onpraktische kwestie zonder veel belang voor de praktijk, maar dit onderscheid tussen het Westen en de Islam betekent dat er in het Westen een religieuze basis aanwezig was om wetenschap en techniek te ontwikkelen. De wereld was immers echt, en bestond gewoon, ook morgen nog. Islamitische denkers moesten daarentegen in theorie rekening houden met de mogelijkheid dat de wereld morgen er wel eens heel anders uit zou kunnen zien dan vandaag. Voor wie zich met techniek en wetenschap bezig houdt, is dat ontmoedigend#.
Het Westen gelooft niet in onveranderlijke wetten die op de samenleving van toepassing zijn, maar wel in onveranderlijke natuurwetten. De Islam gelooft daarentegen dat wetten waar de samenleving onder valt onveranderlijk zijn maar is wat betreft de wetten der natuur daar niet zo zeker van. Het is verleidelijk om een samenhang te zien met de distributie van Nobelprijzen. Nobelprijzen voor techniek en wetenschap zijn nog nooit in de islamitische wereld terecht gekomen. Dat ziet er uit als een bevestiging van onze vermoedens over de overbrugbaarheid. Met de overbrugbaarheid is het slecht gesteld.

Er zit weinig anders op dan toe te geven dat sinds 9/11 de islam en het Westen met elkaar in oorlog zijn. Wie gaat het winnen? De islam heeft het voordeel dat het weet wat er aan het gebeuren is. Het gaat in islamitische ogen om de oude strijd tussen het huis van de islam en het huis van de oorlog. Het westen heeft het nadeel dat het zijn ogen niet kan geloven, en er moeite mee heeft toe te geven dat er iets aan de hand is. Het Westen gaat er vanuit dat wie aangevallen wordt, niet vriendelijke genoeg geweest is tegen degene die hem aanvalt. Er moet een reden zijn waarom de aangevallene wordt aangevallen. Why do they hate America. Dat een aanvaller zijn eigen redenen kan hebben om tot de aanval over te gaan, redenen waar de aangevallenen geheel buiten staat, komt bij de gemiddelde westerling niet op.

Er is nog een factor die het Westen verblindt: Links heeft de vrije, kapitalistische maatschappijen in het Westen niet fundamenteel weten te veranderen. De islam wil de maatschappij ook veranderen. Links denkt nu de maatschappij met hulp van de islam eindelijk met succes te kunnen veranderen. Het is de vraag of dat een realistische verwachting is. De islam is wel gericht op maatschappelijke hervormingen, maar de islam heeft een heel ander maatschappij-ideaal dan Europees of Amerikaans links. Toen Khomeini aan de macht kwam, heeft hij, zoals u zich misschien herinnert, zijn dolenthousiaste linkse bondgenoten binnen enkele maanden geliquideerd.

De islamitische strategie is er op gericht eerst Europa in te nemen, en strategisch is dat ongetwijfeld juist. Als Europa gevallen is, kan Israël niet zo veel moeite meer kosten, en daar komt Amerika heus achteraan. Om Europa te veroveren is bovendien waarschijnlijk opmerkelijk weinig geweld nodig. De demografie doet wat zij doet, en de incidentele sluipmoord op een cartoonist, schrijver of politicus die te hard te keer gaat, doet de rest. De Europese multiculturele elites buigen zich ver achterover om de islam ter wille te zijn, en zijn beslist niet van zins op de hoogte te raken van de geschiedenis van de expansie van de islam. Zelfs bij het CDA en de ChristenUnie bestaat er een wonderlijke tegenzin om zich eens te verdiepen in de geschiedenis van de ondergang van het christendom onder de islam. Er kan nog geen stagiaire op het partijbureau voor worden vrij gemaakt.

Tegelijkertijd stelt de heersende elite zich keihard op tegen islamcritici, die worden zo nodig, denk aan Gregorius Nekschot, door een peloton van de mobiele eenheid van hun bed gelicht, maar diezelfde mobiele eenheid wordt niet ingezet bij wangedrag door moslims, want dan geldt dat alles moet worden gedaan ‘om erger te voorkomen’#. De leiders van de islamitische gemeenschappen hoeven zich verder niets te wensen. Onder zulke omstandigheden is het voldoende dat de tand des tijds zijn nuttige werk doet, en binnen enkele decennia is iedereen vergeten waarom je ook weer maar geen moslim moest worden.

Verdient een van de beide partijen het om de oorlog te winnen of te verliezen? Is de westerse cultuur superieur aan de islamitische, of omgekeerd? De universiteit steekt er ongetelde manuren in om te voorkomen dat studenten die vraag willen gaan beantwoorden. Vanuit het perspectief van een onderzoeker zijn alle culturen gelijk. Maar die vraag naar de superioriteit van de Islam of het Westen moet niet beantwoord worden vanuit het perspectief van een academische onderzoeker die al dan niet zijn ei mag komen leggen bij NOVA of Pauw en Witteman. Die vraag moet beantwoord worden vanuit het perspectief van de Westerse belastingbetaler. Die betaalt zijn belastingen aan een overheid die in ruil daarvoor beloofd heeft hem waar nodig tegen geweld te beschermen. Het is wenselijk dat hier beide partijen hun verplichtingen nakomen.

Is de islamitische cultuur superieur aan de westerse? Het is haast ongelooflijk dat samenlevingen die niet bij machte zijn hun burgers een werkend systeem van rioolwaterafvoer te verschaffen, gezien kunnen worden als gelijk aan of superieur aan het Westen. Alleen al de prestaties van de tandheelkunde zouden buitenstaanders er van hebben moeten overtuigen dat het Westen verreweg superieur is.# En dan is er nog de rest van de medische wetenschap, en de techniek. Maar, zoals de bijbel ergens zegt: ‘Niet altijd wint de snelste de wedloop’(Eccl. 9:11).

Dames en Heren! Het einde nadert. De islamitische traditie levert over dat Mohammed gezegd heeft man Zafirtum bihi min rijaal al-yahuud, fa-qtuluuh, ‘Doodt elke jodenman die in uw handen valt’. Een cultuur of een godsdienst die van zulke bloeddorstige uitspraken geen afstand neemt, mag uitsluitend nog hopen te incasseren wat zij zelf anderen toewenst. Wie gaat de strijd winnen? Het ziet er goed uit voor de islam, maar het is nog een beetje te vroeg om aan het voorspellen te gaan.

Denk straks bij het heffen van uw glas ook even aan twee afwezige vrienden, Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Dat zij beiden, ondanks al hun getiktheden, met de martelaren en de heiligen mogen schuilen onder de troon van de Allerhoogste.
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 71215
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

Berichtdoor Ariel » Vr Dec 19, 2008 5:18 pm

'In negentig sekonden, graag’

Kort na de moord op Theo van Gogh zat ik samen met de Amsterdamse hoogleraar Ruud Peters in een tv-programma op prime time. De presentator was een halve zool wiens naam en gelaatstrekken mij niet zijn bijgebleven.

Hij liet een filmpje draaien waarin een Marokkaans meisje op verongelijkte toon uitlegde dat de islam een godsdienst van vrede was, en dat de islam nooit onschuldigen ter dood liet brengen. Ze beklaagde zich bitter over de ongehoorde islamofobie van Nederland. Op de achtergrond bloemen, tuinen en stemmige muziek. Ruud vond het wel een mooi filmpje, of misschien waren zijn gedachten tijdens het bekijken van het meisje wat afgedwaald. Terwijl Ruud betekenisloze volzinnen mummelde (onder het trefwoord: achterstandssituatie) werd ik steeds bozer.
De halve zool was daarentegen buitengewoon met Ruuds fijnzinnige betoog ingenomen, dit paste helemaal in de lijn van het regime. Staatstelevisie in optima forma. Maar ja, zo'n programma is nu eenmaal gebaat bij afwisseling en flits, dus na een tijdje mocht ik als islamwatcher-zonder-rose-bril ook wat zeggen. Nu, afwisseling had ik op dat moment hoog in het vaandel.

Ik citeer mezelf uit het hoofd, geen garantie dat het precies zo gezegd is: ‘Als wat dat meisje in dat filmpje zegt, waar zou zijn, dan zou Theo van Gogh nu nog leven'. Mijn reactie was wel veel korter dan die van Ruud, maar ik deed mijn zegje met iets meer emotie en iets meer articulatie dan deze collega-Arabist. Heel Nederland wist op dat moment al dat Theo in naam van de islam vermoord was door een moslim in een djellaba. De geloofwaardigheid van de halve zool en van Ruud was niet meer vanzelfsprekend.

De productiemedewerksters die normaal iets vriendelijks tegen de ‘gasten’ van het programma moeten zeggen bij het uitlaten, tijdens de lange weg van studio naar uitgang, in het doolhof van de gebouwen op het Mediacentrum, begeleidden me na afloop in stilte naar de buitendeur toe, zonder een woord te zeggen.

Vrienden en kennissen die het gezien hadden, belden me op of sms'ten me terwijl ik nog in de taxi naar huis zat dat ik nu echt over de schreef was gegaan, en dat ik nu echt nooit meer op de tv zou komen. Maar dat bleek mee te vallen. De volgende dag ‘stond de telefoon niet stil’, en ik kreeg uitnodigingen, uit binnen- en buitenland, voor meer praat- en actualiteitenprogramma's dan ik aan kon nemen.

Vrienden horen een ongeveer gelijkwaardige rol in elkaars leven te spelen. Daarom kon ik Theo eigenlijk niet een vriend noemen. Mogelijk kon niemand dat. Hij kwam regelmatig bij mij over de vloer, deed dan veel stof opwaaien, zorgde voor veel commotie, en vertrok weer, op weg naar zijn volgende uitbarsting van energie. Ayaan voerde in het dagelijkse leven een vergelijkbare koers: ze moest je beslist spreken maar als je dan elkaar eindelijk trof, was ze het gehele onderhoud lang aan de mobiele telefoon met derden, en vermoedelijk ook vierden en vijfden.
Ik had Theo van Gogh in het begin van de jaren negentig leren kennen. In de laatste maanden van zijn leven heb ik hem vrij regelmatig gezien. Onze gesprekken draaiden in die tijd om een thema dat achteraf macaber moet worden genoemd: Wie liep er nu meer risico, hij of Ayaan. Ik gaf Theo steeds gelijk dat Ayaan meer risico liep. Zij was de afvallige, hij was de dorpsidioot. Maar ik zie hem nog bij mij thuis halverwege de trap staan, en ik weet dat we allebei toch een tikje bezorgd waren dat het volle leven net iets meer ruimte liet voor de dood dan wij wilden weten.

Aan het eind van de week van de moord gaf Jaffe Vink – de man van OPINIO maar destijds nog redacteur van Trouw - een diner voor een groepje mensen dat later korte tijd bekend zou komen te staan als ‘de vrienden van Ayaan’. De media ontplooiden een morbide belangstelling voor die avond. Wat was daar gezegd? Ging het hier om een geheim anti-islamitisch genootschap? Niemand bij de media had kennelijk enig idee hoe mensen op de dood reageren (wat natuurlijk te denken geeft). Er waren redenen om niet te veel over die avond te zeggen. Het was deels een strijd geweest tussen Afshin Ellian en Leon de Winter, over de vraag wie er de leukste thuis is.
Nu kwam mijn tv-ervaring me te stade. Gevraagd naar die avond, zag ik ineens dat een tv-maker natuurlijk beelden wil, en dat ik iets moest geven waar de goeierds beelden bij konden maken. Dus begon ik over het prachtige servies van Mevrouw Vink, het bijpassende bestek, ach ik hoefde het nauwelijks af te maken, hier konden tv-makers wat mee. Wie het gezien heeft, zal het wel niet vergeten zijn. Minutenlange opnames van soepterrines die in soepborden werden leeggegoten, kortom, eerste klas tv. Allemaal bewegende beelden! Zeer geschikt voor onheilspellende achtergrondmuziek en dreigende gemeenplaatsen.

Het is een mooie illustratie van het gevaar dat een journalist loopt wanneer hij iemand te heftig onder druk zet. Om ervan af te zijn, zeg je op een gegeven moment iets waarvan je vermoedt dat de vragensteller het graag wil horen. De dwang van een deadline is dan nauwelijks nog nodig om, in dit geval letterlijk, de boel in de soep te laten lopen.

Mijn allereerste tv-ervaring was met Ben Elkerbout, die mij in 1968 via een van zijn vrienden op het spoor was gekomen toen hij op zoek was naar een nette student Arabisch. Ik moest voor hem filmbeelden met klagende Palestijnse notabelen vertalen, in de Ambachtsschool in Hilversum, een van de oudste tv-studio’s van Nederland. De tweede keer mocht ik geheel in het Arabisch een Egyptische dissident interviewen. Of eigenlijk preciezer: ik moest hem een paar rare vragen stellen. Behalve ambtenaren van de Egyptische en de Israëlische geheime dienst, en natuurlijk ikzelf, heeft er niemand naar de uitzending gekeken.

Niet veel later begon ik, onder het pseudoniem ‘H. Jansen’, af en toe in de Haagse Post te schrijven, over onderwerpen die met het Midden-Oosten te maken hadden. Tegenwoordig is het geen kunst een dagblad elke dag geheel te vullen met uitsluitend nieuws over de islam en de islamitische wereld, maar toen was dat nog lang niet zo. Af en toe dus een stuk in de HP, en op zo’n stuk volgde meestal een optreden in een tv-itempje van een actualiteitenprogramma over hetzelfde onderwerp. Dat werd dan weer gevolgd door een verzoek van een kwaliteitskrant om de boel nog eens te herkauwen.

Ik beken dat ik dat schrijven erg leuk vond, en veel geleerd heb van de vele redactionele verbeteringen op wat ik inleverde. De tv-optredens hadden ook wel iets, je leerde er op zijn minst een bonte verzameling mensen door kennen. Er is/was in dit circuit geen scherpe scheiding tussen een optreden op tv of een lezing op het land. Bij beide activiteiten ontmoet je allerlei types lang voordat ze zijn wat ze moesten worden.

Zo heb ik ooit gesproken voor een studentenvereniging in Utrecht, waar ik tijdens de discussie de vraag gesteld kreeg waarom er nu toch zo veel te doen was over de migranten, zeg maar de ‘nieuwe Nederlanders’. Daarop placht ik te antwoorden dat de hoofdoorzaak van de problemen gelegen is bij de sociale voorzieningen. Die ‘immuniseren de migranten tegen marktwerking’. Zo’n plechtstatige formulering boezemt het politiek correcte volksdeel vertrouwen in. Toch weet iedereen waar het in grotemensentaal op neer komt: het uitkeringsstelsel bemoeilijkt dat migranten gaan werken, en alleen door ergens te werken ga je je er thuis voelen.

Of dat antwoord juist is, moet nu even de vraag blijven, want er zijn nauwelijks problemen met migranten uit niet-islamitische landen, dus andere factoren zoals godsdienst zullen ook wel een rol spelen. Maar het aanwezige kamerlid van de VVD, Marc Rutte, toen nog onbekend, schrok wakker, en als door een wesp gestoken interrumpeerde hij dat ‘wij hier in dit land’, ‘met elkaar’ niet aan de uitkeringen mochten gaan sleutelen.

Het moet nu opnieuw even de vraag blijven of die zienswijze juist is, maar ook als het juist is, dat was niet zijn tekst, dat was toch echt meer een tekst voor een PvdA-er. De brede overeenstemming over de hoofdlijnen van het Nederlandse beleid tussen PvdA, CDA, VVD en D66 kon niet sneller en charmanter neergezet zijn. Waar zie je zulke dingen nog.

De eerste keer dat ik zonder eerst een stuk in de HP geschreven te hebben op de buis mijn zegje mocht komen doen, was in een programma waar Jaap van Meekeren presentator was. Die was destijds buitengewoon beroemd. Het programma ging over de oorlog tussen Irak en Iran, jaren tachtig. Van Meekeren vertelde me wat hij ging vragen, en wat ik moest antwoorden. Toen ik een ander antwoord voorstelde, vond hij dat ook goed. Een ruimdenkend man. Ik had negentig seconden voor dat antwoord, fluisterde hij nog snel voor we live gingen.

Ik kwam klaar in tachtig seconden. Ik las oprechte bewondering op het gepoederde gelaat van de geharde presentator. ‘Uitstekend! U gaat een grote toekomst bij de tv tegemoet’, sprak hij, ‘precies anderhalve minuut!’. Eerst had ik nog even gedacht dat hij mijn antwoord zo goed had gevonden, maar daar ging het niet om. Binnen de tijd blijven, dat was, ik ben het daar tegenwoordig volledig mee eens, het belangrijkste.

Inmiddels ben ik tientallen zo niet meer dan een honderdtal tv-optredens verder. Theo van Gogh heeft mij wel eens gezegd dat ik een van de weinige mensen ben die als hij op de tv is, gewoon blijft praten. Ik weet niet goed wat hij daar mee bedoelde, ‘gewoon’ moet hier vermoedelijk opgevat worden als ‘net zoals wanneer je niet op de tv bent’. Dat is in zo verre juist dat ik me weinig zorgen maak over een lopende camera, en meestal denk ‘Dit programma is zo treurig, daar kijkt toch niemand naar’. Dat blijkt vaak erg mee te vallen. Er is altijd wel iemand in mijn kennissenkring die het toevallig gezien heeft.

De laatste jaren bestaat bij de tv de gewoonte om de ‘gasten’ van het programma een video, tegenwoordig CD, van hun optreden mee te geven. Hoewel ik toch ongewoon gemotiveerd zou moeten zijn om zo’n opname na afloop nog eens te bekijken, is dat me eigenlijk nooit gelukt. Lang voor het fragment komt waar ik zelf in schitter, ben ik in diepe slaap gevallen. Ergens geeft me dat het gevoel dat die programma’s misschien toch niet zo afwisselend en flitsend zijn als de regie denkt.

Ook tijdens het maken van het programma bekruipt die gedachte me wel eens. Dat is natuurlijk niet wenselijk. Als iemand in de studio dat al denkt, wat in godsnaam zullen ‘de mensen thuis in het land’ dan wel niet denken? Moet ik me er diep voor schamen dat ik een keer tijdens een live uitzending in slaap ben gevallen? De presentator wist de situatie trouwens goed te redden.
Voor zo ver ik weet, heb ik maar een keer een conflict met een presentator gehad. Dat zegt niets, want een live programma is geen situatie om een conflict uit te discussiëren. Maar goed, de halve zool van dienst verzekerde het Nederlandse volk bij herhaling dat het Amerikaanse leger Umm Qasr had veroverd, de diepzeehaven in het zuiden van Irak. Tegelijkertijd stond in de studio Al-Jazeera aan, waar te zien en te horen was hoe Poolse commando’s bittere en bloedige strijd leverden om deze strategisch belangrijke plaats in te nemen.

De presentator had het niet zo op tegenspraak. Ik mocht niet zeggen dat de strijd om Umm Qasr nog niet gewonnen was. Dat zou de zondagsrust verstoord hebben, of iets dergelijks. Tijdens de reclameminuten rond het journaal ben ik vertrokken. Ik vond het beleid van de programmamakers respectloos tegenover de Polen die zich aan het doodvechten waren.
Op de tv komen betekent af en toe herkend worden. Hoe leuk is het om de Etna op te klimmen, en eenmaal boven, tot de enkels in het vulkaanstof, begroet te worden met ‘Dag meneer Jansen!’? Of in een bar in Bangkok te worden aangesproken door een Nederlander die wil weten ‘hoe je er moet komen’, daarmee bedoelend hoe je een stuk in een krant geplaatst krijgt? Kom op, laten we ons niet aanstellen, er is ernstiger leed op de planeet. En, die bekendheid heeft zeker geholpen mijn boekje Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten tot een bestseller te maken.

Boze reacties zijn soms vertederend. Een Marokkaanse jongeman liet mij ooit per e-mail weten dat in het Hiernamaals van mijn gebeente een fluit zou worden gemaakt, en dat bij elke toon op die fluit geblazen mijn ziel onbeschrijflijke pijnen zou lijden. Ik ben benieuwd. Ook bewaar ik goede herinneringen aan een brief vol bloederige bedreigingen ondertekend met ‘Gepensioneerd vredesactivist te Badhoevedorp’.

Het uitermate progressieve universitair onderwijzend personeel zou misschien minder tv moeten kijken, en zich tegenover mijn kinderen wat meer moeten inhouden: mijn dochters zijn niet verantwoordelijk voor mijn gebrek aan loyaliteit jegens de heersende multiculturele dwaalleer. Toch worden ze daar door hun docenten soms op aangesproken. Zelf met een anonieme achternaam als Jansen. Ja, hun vader is fout in de multikul-oorlog. Maar moet de rekening daarvoor niet uitsluitend aan mij zelf gepresenteerd worden? Hemeltje, dat is natuurlijk weer zo’n ouderwetse en reactionaire opvatting van mij waar ik afstand van zal moeten doen in het belang van de komst van een nieuwe multiculturele wereld waarin de nieuwe multiculturele mens multicultureel nieuw aan het wezen zal zijn

Ayaan Hirsi Ali heeft vaak gezegd dat wij in het Westen het haasje zijn als de afvallige moslims niet in groten getale uit de kast komen. Volgens Ayaan, en niet volgens Ayaan alleen, zijn er miljoenen afvallige moslims die letterlijk als de dood zijn dat iemand merkt dat ze van hun prachtgeloof zijn afgevallen. Mijn ervaring na tv-optredens is dan ook steeds dat moslims me toefluisteren dat ik nog te zacht ben geweest, dat het in werkelijkheid veel erger is, terwijl de blanke elite van het koninkrijk me vanwege dezelfde uitspraken vol onbegrip of soms ook met ontzetting aankijkt.

Laten we onze hoop dus maar niet op de Pechtolds van deze wereld vestigen, en ook niet op de gepensioneerde vredesactivisten, maar op de Marokkaanse winkelmeisjes bij H & M. Laten we dan ook maar niet raar opkijken als mijn rol als de brenger van de slechte berichten over de islam te zijner tijd door een gestudeerd Marokkaans meisje wordt overgenomen. Kan ik eindelijk echt met pensioen.

Hans Jansen

In het dubbeldikke winternummer van: HP/deTijd (week 51/52).


http://hoeiboei.blogspot.com/
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 71215
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

Re: Artikelen van Arabist Hans Jansen.

Berichtdoor Ariel » Za Feb 21, 2009 1:02 am

Het sultanaat van Amsterdam-West

Sinds de stichting van de staat Israël in 1948 wonen de Palestijnen verspreid over Jordanië, Syrië, Libanon, Egypte en Israël zelf. Hoewel de afstand van Palestina tot die landen gering is, zowel cultureel als religieus als in kilometers, zijn de Palestijnen in hun gastlanden niet-geïntegreerde, duidelijk onderscheiden groepen gebleven, en dat al meer dan zestig jaar lang, zonder dat er uitzicht is op verandering.

Als migranten in het Midden-Oosten die een zo klein reisje achter de rug hebben nog in geen zestig jaar hebben kunnen of willen integreren, wat verwachten we dan van migranten die uit Marokko en Turkije naar Nederland zijn gekomen, en die zowel in kilometers als cultureel een zo veel langere reis hebben moeten afleggen? En die ook nog afkomstig waren uit delen van hun land die door hun eigen centrale regering als problematisch werden gezien?

Zo goed als iedereen in Nederland is er ondertussen van overtuigd dat de integratie van de migranten uit Turkije en Marokko mislukt is, misschien met uitzondering van enkele hooggeplaatsten die het te druk hebben om over straat te lopen. Ook de elite van de Marokkanen in Nederland is daar rotsvast van overtuigd. Zo werd ik onlangs uitgenodigd voor een congres van een gezelschap van dubbele-paspoorthouders, die ook na enig aandringen niet bereid waren zichzelf ‘Nederlander’ te noemen. Ik heb geweigerd te komen, hoewel ik diep in mijn hart ervan overtuigd ben dat het slechts om kinderachtige gesubsidieerde studentikoze folklore ging.

Geen folklore, en ook niet kinderachtig, is daarentegen het plan van Ahmad Marcouch om een islamitisch Sultanaat op te richten in Amsterdam-West. Drie maal raden: Wie zou daar de eerste Sultan worden? Maar afgezien van zulke persoonlijke grappen en grollen, het vormen van zulke islamitische enclaves in een verder vrij land dient ten koste van elke prijs bestreden te worden. Any price, zoals Kennedy in zijn inauguratierede zei.

Probeer maar eens een paar gedachte-experimenten met zo’n enclave. Uiteraard wordt het geldend recht in zo’n enclave de sharia, anders kon je net zo goed geen enclave stichten. Helaas zijn maar weinig mensen in Nederland ervan op de hoogte hoe gevaarlijk en kwalijk de sharia is. Maar dat de sharia lijfstraffen en doodstraffen kent, dat is toch wel enigszins tot de rest van de wereld doorgedrongen. Wekelijks executies op het August Allebéplein? Ach, als de Wallen eenmaal zijn afgeschaft heeft Amsterdam als toeristenstad een andere publiekstrekker nodig, dus vooruit maar.

Kan een vrouw in zo’n enclave zich onttrekken aan het onduidelijke en warrige maar altijd consequent vrouwonvriendelijke huwelijksrecht van de sharia? ‘Ach, dat zal toch wel’, denkt een buitenstaander misschien, maar dat is niet zo. Een man of vrouw die aan ander recht dan dat van de islam de voorkeur geeft, heeft volgens de sharia afval van de islam gepleegd. Daarop staat de doodstraf.

In de enclave zal zeker de sharia-belastingheffing gelden. Dat betekent, bijvoorbeeld, geen BTW en geen loonbelasting, maar alleen de sharia-vermogensbelasting. Het is een makkelijk documenteerbare eis van de islamitische activisten dat de belastingheffing op moslims beperkt moet worden tot de belastingen die de sharia oplegt. Elke andere belasting is even erg als varkensvlees. Mooi zo. Maar houden bewoners van de enclave desondanks wel recht op hun Nederlandse uitkeringen? Kinderbijslag, AOW, huursubsidie, WAO, zorgtoeslag, studiefinanciering? Dan wordt het geldverkeer tussen het Sultanaat en het Koninkrijk wel heel erg één-richting. Trouwens, een uitkering gewonnen uit zulk onrein geld, mag dat wel van de islam?

Dan zijn er tussen de enclave en het omringende land nog details te regelen over de rioolwaterafvoer, electriciteitstoevoer, en schoon kraanwater. Het is op deze details dat de islamitische enclave in Cairo, in de wandeling ‘de onafhankelijk islamitische republiek Embaba’, in de jaren negentig ten onder is gegaan. Beschrijving van de bijbehorende geuren is niet geschikt voor wie rustig achter het beeldscherm zit. Maar de zijden kunstkwasten die Europa regeren, zijn evenmin geschikt om de impopulaire maatregelen te treffen die de Egyptische machthebbers destijds wel getroffen hebben.

Europa zal een steeds groter aantal islamitische enclaves gaan tellen, uiteindelijk gaan die enclaves zich verenigen, en dat is dan het begin van een wel heel erg nieuw Europa. Voorlopig heeft dat Nieuwe Europa het Oude Europa nog wel nodig om geld te verdienen, de dijken op te hogen en overige werkzaamheden te verrichten, dus uitroeiing hoeven de Oude Europeanen niet direct te vrezen, als ze binnen het nieuwe Islamitische bestel hun plaats maar weten, en niet te hard protesteren. Elke dag even aan Theo van Gogh denken, dat is goed voor het lijfsbehoud. Met de Joden staat het natuurlijk anders, er wordt nu al tijdens demonstraties overal in stad en land ‘Hitler, Hitler’, en ‘De Joden aan het gas’ gescandeerd. Zeg eens eerlijk, denkt u dat dat minder wordt als die enclaves er komen?

Het verbazingwekkende is dat er door moslimse ‘leiders’ openlijk over deze taktiek wordt geschreven en gepraat, maar dat rapporteurs zoals Patrick Sookhdeo1 die daarover berichten, niet voor geloofwaardig worden gehouden. Moslims en crypto-moslims helpen soms een handje om een rapporteur als een ongeloofwaardig en slecht mens af te schilderen die zelfs met de beginselen der islamografie niet vertrouwd is, maar eigenlijk is zulke zwartmakerij overbodige moeite.

Zelfs Nederlanders die hebben ingezien dat het met de integratie nooit wat zal worden, blijven optimistisch, hopen op een wonder en wensen geen geloof te hechten aan het ergste. Rapporten over kwade plannen worden nu eenmaal door niemand graag geloofd. Onze cultuur heeft ons volledig geconditioneerd te geloven dat mensen uiteindelijk redelijk en eerlijk zullen blijken te zijn. Nu, dat is niet zo. In het jaar van Calvijn mag het misschien wel weer eens gezegd worden: De mens is boosaardig, geneigd tot alle kwaad, en onmachtig tot enig goed. Wanneer hij straffeloos zijn medemens iets kan ontnemen, neemt hij.

Een van de moslimse ideologen die er geen geheim van maakt dat wat hem betreft ‘de tweede ronde’ in de match tussen Islam en Christendom is begonnen, is de veelgelezen Egyptenaar Sayyid Qutb (1906-1966). De eerste ronde zou dan geëindigd zijn met het ontzet van Wenen in 1683.

De populaire Ahmad Marcouch laat zich door de krant fotograferen met de in het Arabisch geschreven meesterwerken van deze schrijver opengeslagen op zijn schoot. Het gaat hier om boeken van een auteur die in de jaren vijftig en zestig precies even positief over de democratie, parlementen, verkiezingen en de joden geschreven heeft als Lenin, Hitler en Stalin dat gedaan hebben. Kan Marcouch die boeken van Sayyid Qutb lezen? Is Marcouch het eens met wat er in die boeken betoogd wordt?

Zo ja, dan hoort hij, op zijn gunstigst, in het kamp van Hasan al-Banna (1906-1948), de stichter van de Moslimse Broederschap, de gedisciplineerde massaorganisatie waaruit ook de Palestijnse organisatie Hamas is voortgekomen. Andere prominenten uit deze hoek zijn gelukkig meestal nog onbekend in Nederland, maar een ding hebben ze gemeen: zij zijn allen voorstander van jihad tegen het Westen. En ja, het is niet voor niets dat ‘jihad’ rijmt op ‘landverraad’.

De Nederlandse politiek wil dit soort problemen maar liever niet onder de ogen zien. Het is veel leuker om handenwringend de aandacht te vragen voor het ellendig lot van de uiteengejaagde Palestijnen en het onbehouwen disproportionele gedrag van de Israëli’s. Want hemeltje, wat zijn Nederlandse politici veel netter, fatsoenlijker en proportioneler dan hun Israëlische collega’s.

Hans Jansen


http://www.arabistjansen.nl/
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 71215
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

Re: Artikelen van Arabist Hans Jansen.

Berichtdoor Ariel » Di Mar 10, 2009 4:38 pm

http://hoeiboei.blogspot.com

N.a.v. een tekst van Hassnae Bouazza 'Koran voor beginners' .

Hassnae Bouazza: " "In verschillende soera's worden moslims opgeroepen joden, christenen, andersgelovigen en niet-gelovigen te onderdrukken, vervolgen of vermoorden, vrouwen te slaan en te verkrachten en met geweld een wereldwijde islamitische staat te vestigen. Soera's te over die moslims oproepen en aanzetten tot dood en verderf." Geert Wilders, de Volkskrant, augustus 2007. 

"Er staan in de Koran abjecte verzen waarin joden en christenen gelijk worden gesteld aan apen en ezels. (...) Als het niet juist is wat Wilders beweert, laat de betrokkenen dat dan zelf weerleggen." David Pinto, de Volkskrant, januari 2009.

" Mijn boodschap: met de massale immigratie en de islamisering halen we het paard van Troje binnen. Het is een sluipend gif, en niets minder dan de derde islamitische invasie in de geschiedenis van Europa." Filip De Winter, Gazet van Antwerpen, februari 2009.



Het is toch wat met die moslims. In hun heilige boek worden volgens Pinto, Wilders en vele andere zelfbenoemde schriftgeleerden, christenen en Joden afgeschilderd als ezels en apen en zijn ze binnen de islam lager dan het laagste. Volgens Filip De Winter is de Koran 'een license to kill' . Iedereen blaat dit inmiddels versleten riedeltje na. Het wordt tot in den treure herhaald en met steeds luider volume. De spuugspetters spatten bijna van het papier en scherm af als de zoveelste opiniemaker of anonieme reageerder op het Internet ons komt vertellen hoe abject de islam eigenlijk is en dat die moslims toch echt niks te klagen hebben, getuige hun eigen verwerpelijke Schrift. 
Ziet u, we hebben een goede reden om de islam en daarmee ontegenzeggelijk moslims te haten, spreekt er besmuikt uit de vele teksten, Filip De Winter heeft nu zelfs een heel boek aan het islamitische gevaar gewijd.



Moslims op hun beurt houden zich angstvallig stil en laden zo de verdenking op zich dat het weleens zou kunnen kloppen wat de criticasters schreeuwen. "Dan zal Wilders wel gelijk hebben", wordt vaak geroepen en geschreven. Hoe kan het toch dat God, die de mens heeft geschapen naar zijn evenbeeld, christenen en Joden als ezels en apen beschouwt? 

Nu de vervolging van de zelfbenoemde Grote Voorvechter van de Vrijheid op stapel staat en De Winter zijn boek presenteert, is het interessant na te lezen wat er werkelijk in de Koran staat en wat het heilige schrift van de moslims over christenen, Joden en afvalligen zegt. Docent filosofie Michiel Leezenberg heeft er destijds aandacht aan besteed in zowel het NRC als ZemZem bij zijn bespreking van Hans Jansens boek Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten."

Hans Jansen: Die bespreking is een stuk vol onwaarheden, van de hand van een verdediger van de islam die ondanks zijn grote liefde voor de koran toch niet de moeite heeft genomen om Arabisch te leren, of die daar te dom, of te lui voor was. De aanval van Leezenberg is zo persoonlijk op mij gericht dat ik er hier verder maar over zwijg. Ik maak inderdaad wel eens een fout (niet zo erg vaak trouwens), maar ik ben niet fout, en mijn rapportage over de islam klopt als een bus. Er is geen korankundige die Arabisch kent en dat bestrijdt.

Bouazza: "Jansen, adviseur van de PVV-voorman, betoogt hierin, net als Wilders dat consequent doet, dat de islam niet-moslims als, enfin, u vat de strekking wel."

Jansen: Adviseur van Wilders? Er trekt dagelijks een hele karavaan van politici, journalisten en ambtenaren bij Jansen langs, met vragen van allerlei allure. Zo was er vlak voor het weekend nog een tweetal ambtenaren van de Nederlandse Immigratie- en Naturalisatiedienst bij Jansen op bezoek, om hem te vragen of Mohammed nu ‘voor of na de bijbel’ geleefd heeft. (Mohammed is gestorven in de zevende eeuw na Christus).

Bouazza: "Sourat al Baqara: 'Jullie hebben toch weet van hen die bij jullie op de sabbat in overtreding kwamen. Wij zeiden immers tegen hen: "Weest weggejaagde apen."' (2.65)"

Jansen: De houterige vertaling is ondanks alles glashelder: Wij, dat is in het verband van de Koran meestal God zelf (God beter het). En de koran laat God tegen de joden zeggen: Jullie zijn apen. 



Bouazza: "Sourat al Maa'ida: Zeg: '"Zal ik jullie iets meedelen wat nog slechter is, als vergelding bij God? Wie door God is vervloekt en op wie Hij vertoornd is en van wie Hij er tot apen en varkens gemaakt heeft en die de Taghoet dienen; zij zijn het die de slechtste plaats hebben en die het verst afgedwaald zijn van de correcte weg."' (5.60)"

Jansen: Rare vertaling, maar heel duidelijk: God scheldt (volgens de koran, dat wel) mensen uit voor apen en varkens. Ach, schelden lucht soms op. 



Bouazza: "Sourat al Al Aa'raaf: 'En toen zij wat hun verboden was minachtten, zeiden Wij tot hen: "Weest weggejaagde apen."' (7.166)

Deze verzen stellen niet dat Joden apen zijn, maar gaan over een zekere gebeurtenis in de geschiedenis waarbij één bepaalde groep Joden ongehoorzaam was en God voor de gek dacht te houden door toch tijdens de Sabbat te werken. Voor straf werden ze vervloekt en veranderd in apen. Dat is significant anders dan beweren dat Joden apen zijn."

Jansen: Als alle joden die tijdens de sabbat werken apen zijn, lopen er volgens de Koran heel wat apen in Amsterdam rond.

Bouazza: "Laten we dan overgaan op die immer onderschatte ezels: Sourat al Modassir: 'Wat is er dan met hen dat zij zich van de vermaning afwenden? Alsof zij opgeschrikte ezels zijn die voor een leeuw vluchten.' (74.49 en 50) 

En Sourat Al Joem'a: 'Zij aan wie de Thora is opgelegd en die het daarna toch niet konden dragen lijken bijvoorbeeld op een ezel die boeken draagt.' (62.5)

'Alsof' en 'lijken op' zijn hier de sleutelwoorden. Dit gaat om vergelijkingen, Joden worden hier niet gelijkgesteld aan ezels, maar een specifieke groep Joden die de Thora afwijst wordt vergeleken met een ezel die boeken draagt. De metafoor staat op zich. Deze verhalen zijn tijdgebonden en gaan over gebeurtenissen uit die tijd, een tijd van Goddelijke openbaringen, vele profeten en mannen die zeeën in tweeën konden splitsen."

Jansen: Dit is echt supeflauwekul, want kijk, wat denkt u als ik schrijf: Mevrouw Bouazza schrijft ‘alsof zij een analfabeet is’, en zij ‘lijkt op een ezel’ als je leest wat zij denkt.
Dan het onderwerp van geweld tegen anders-gelovigen waar Wilders zo vaak naar verwijst.

Bouazza: "In Sourat al Baqara staat: 'En bestrijdt hen, totdat er geen vervolging meer is en de godsdienst alleen voor Allah wordt. Maar indien zij (met strijden) ophouden, dan is er geen vijandelijkheid meer toegestaan, behalve tegen de onrechtvaardigen.' (193)

En iets verderop in hetzelfde vers:

'Er is geen dwang in de godsdienst. Voorzeker, het juiste pad is van dwaling onderscheiden; derhalve, hij die de duivel verloochent en in Allah gelooft, heeft een sterk houvast gegrepen, dat onbreekbaar is. Allah is Alhorend, Alwetend.' (256)

In Sourat Younas: 'En indien uw Heer had gewild, zouden allen die op aarde zijn, zeker tezamen hebben geloofd. Wilt gij de mensen dan dwingen, gelovigen te worden?' (99)

Sourat Al Kaafiroen: 'Dehalve voor u uw godsdienst en voor mij mijn godsdienst.' (109.7)"

Jansen: Gaat u eens vragen bij een Imam wat 'naskh' is. ‘Abrogatie’, zeggen westerse theologen. Kijk daarna bij een islamitische koranuitlegger. En schrik, naar keuze, van uw onkunde of uw leugenachtigheid, want de islam heeft de inhoud van dit vers ingetrokken. Het vers is ingetrokken door de opdracht tot jihad. 



Bouazza: "Ja maar, ja maar, ja maar! Waar blijft de dwang? Hoezo had God, indien hij had gewild, iedereen wel gelovig gemaakt? En wat is dit nou? Mensen niet dwingen om te geloven? Dát hebben Wilders en zijn vazallen er niet bij verteld."

Jansen: Dit zullen maar weinig ezels en apen weten, maar er is verschil tussen godsdienst en geloof. Je mag, bijvoorbeeld over de maagdelijkheid van Maria geloven wat je wilt, als je je maar onderwerpt aan de regels die de islamitische godsdienst voorschrijft. Geloof is altijd gericht op oncontroleerbaarheden, en is een vast onderdeel van iedere godsdienst. De andere onderdelen zijn bv. Heilige Oorlog, gebed, pelgrimage, vasten.

Bouazza: "Sourat al Baqara maakt het nog bonter:

'En doodt hen, waar gij hen ook ontmoet en drijft hen uit, vanwaar zij u hebben uitgedreven; want vervolging is erger dan doden. En bevecht hen niet nabij de heilige Moskee, voordat zij u daarin bevechten. Maar indien zij u bevechten, bevecht hen dan - zo is de vergelding voor de ongelovigen. Maar als zij ophouden, dan is Allah zeker Vergevensgezind, Genadevol.' (191, 192)"

Jansen: Dit vers is zo beroerd vertaald, vermoedelijk om de niet-moslims niet wakker te schudden, dat reactie niet goed mogelijk is. Er staat ‘fitna is erger dan moord’. Dankzij Wilders weten we ongeveer wat 'fitna' betekent. Volgens de islamitische koranuitleggers betekent 'fitna' hier ‘niet-moslim zijn’, kufr. Fitna, staat er hier, is erger dan iemand doodmaken. Het eind van het vers zegt dat als de ongelovigen ophouden met stout zijn en moslim worden, dat God ze dan mogelijk vergeeft. Wat de moslims met die stouterds gaan doen staat er niet. Zie daarvoor de handboeken van de sharia. 



Bouazza: "Alleen als je aangevallen wordt, mag je terugvechten. En als de aanvaller zijn strijd staakt, moet je dat als moslim ook doen en net als God vergevingsgezind zijn."

Jansen: Als dat waar is, hebben de moslims zich vergist toen ze ten tijde van Mohammed, en kort na zijn dood, Noord-Afrika en het Midden-Oosten gingen veroveren. God zij dank zijn ze bij Poitiers (Midden-Frankrijk, goed bereikbaar per TGV) door een Frankisch leger afgestopt.

Bouazza: "Vooruit, nog een uitsmijter: Sourat al Nahl 26: 'En indien gij vergeldt, doe dit dan naarmate u onrecht werd aangedaan; maar als gij geduld toont dan is dat voorzeker het beste voor degenen die geduldig zijn.'

Geen buitensporig vergeldingsgeweld dus voor de ware vrome, liever nog toomt hij zich in.

Sterker nog:

'Allah verbiedt u niet, degenen, die niet tegen u om de godsdienst hebben gevochten, noch u uit uw huizen hebben verdreven, goed te doen en rechtvaardig te behandelen; voorzeker, Allah heeft de rechtvaardigen lief.' (Al Moumtahanah 60.8)

Andersgelovigen dien je als goed moslim rechtvaardig en goed te behandelen."

Jansen: Dit is zeker juist, en het wordt gelukkig voorlopig nog door de Nederlandse wet voorgeschreven. Over de specifieke uitleg van Mevrouw Bouazza bestaat mogelijk enige twijfel.

Bouazza: "Waar de Koran oproept vrouwen te verkrachten heb ik niet kunnen vinden, maar wellicht dat Wilders zo behulpzaam zal zijn het relevante vers te verstrekken of zelf even aan het dichten te slaan."

Jansen: Ik wil niemand op een idee brengen, maar kijk eens bij ‘wat u (rechter)handen bezitten’ , en ‘akker’. En de commentaren daarop natuurlijk. Overigens dacht ik niet dat Wilders dit punt benut, maar mevrouw Bouazza weet natuurlijk beter wat er in verhitte Marokkaanse jongenshoofdjes omgaat dan hij.

Bouazza: "Het blijft riskant om fragmenten uit de verzen te halen, omdat de context zeer belangrijk is; niet alleen de tekstuele, maar zeker ook de historische en tijdgebonden achtergrond. Desalniettemin tonen deze citaten aan dat zélfs als je ze letterlijk neemt, ze niet weergeven wat Wilders, De Winter en hun volgelingen beweren."

Jansen: Och, dat weet ik zo nog niet.

Bouazza: "Het moge, voor de onbevangen lezer, duidelijk zijn: de beweringen dat moslims in de Koran hun rechtvaardiging vinden om niet-gelovigen te doden of hen te minachten, is aperte onzin."

Jansen: Dat er wel degelijk zulke moslims zijn, is onder meer onweerlegbaar aangetoond door 9/11 en de moord op van Gogh, en door de honderden andere aanslagen die er sindsdien door islamitische terroristen gepleegd zijn. Gelukkig zijn veel moslims te fatsoenlijk voor zulke dingen.

Bouazza: "Het doet de vraag rijzen hoe de verspreiders van deze verdraaiingen ermee weg konden komen. Wilders profiteert van de luiheid en goedgelovigheid van mensen om hen bang te maken voor mensen aan wie hij een persoonlijke hekel heeft, hetzelfde geldt voor De Winter. Of is hier werkelijk sprake van onwetendheid?"

Jansen: Onwetendheid? Wat een gewaagd woordgebruik. Alleen echte varkens willen niet weten wat er in de Koran staat. Inderdaad.

Bouazza: "Laten we, uit goed fatsoen, ervan uitgaan dat Wilders de Koran inderdaad zelf heeft gelezen en het werkelijk zo verkeerd heeft begrepen. Mag ik hem dan adviseren te beginnen met de Donald Duck te herlezen en zo te leren wat be-grijp-end le-zen is alvorens hij zich stort op minder toegankelijke lectuur en zo een heel land naar de afgrond helpt."

Jansen: Wilders heeft, anders dan Mevrouw Bouazza, geen hulp nodig bij het begrijpend lezen van de koran.


http://hoeiboei.blogspot.com/2009/03/ha ... html#links" onclick="window.open(this.href);return false;
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 71215
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

Re: Artikelen van Arabist Hans Jansen.

Berichtdoor Ariel » Wo Mar 18, 2009 5:40 pm

Bezoek van het jongerenblad van D66

Vanmiddag, woensdag 18 maart 2009 AD, bezoek van een duo interviewers van het jongerenblad van D66. Een jongetje en een meisje. Ze kwamen twintig minuten na het afgesproken tijdstip, maar dat zal wel niet hun schuld geweest zijn. De maatschappij, weet je wel. Drukdrukdruk.

Wat ik vond van de koranvertaling van Dr. Kader Abdola. Ik heb vriendelijk geantwoord dat ik geen koranvertaling van de hand van deze eredoctor kende, maar dat ik wel op de hoogte was van het bestaan van een fantasietekst van zijn hand die de titel ‘koranvertaling’ droeg. Dat ik die tekst min of meer gelezen had, maar dat ik de koran daarentegen goed ken, en dat ik er dus zeker van ben dat deze fantasietekst geen koranvertaling is. Verbazing en onbegrip van het welopgevoede maar in feite intens ongemanierde duo.

Wat vindt u van de voorstellen van Tariq Ramadan om de islam te hervormen. Weer moest ik toegeven zulke voorstellen niet te kennen, en ik vroeg of mijn interviewers die voorstellen misschien kort konden aanduiden. Het gesprek kwam nu op steniging van meisjes die ongehuwd sex hebben. Tariq Ramadan wil daar een ‘moratorium’ op. Het lijkt mij dat afschaffen beter is, immers, ‘wie van u zonder zonden is werpe de eerste steen’, laat de bijbel Jezus zeggen.

Het duo was niet bereid antwoord te geven op mijn vraag wat beter was, uitstellen of afschaffen. Wel meenden ze me nu te moeten uitleggen dat er in het Oude Testament heel erge dingen staan. Het jongetje liet nog weten dat hij me niet wou vertellen of hij maagd was.

Eigenlijk had ik deze democraten er toen uit moeten gooien. Ik moest van alles beantwoorden, en zij zouden mogen zwijgen? Maar ik hoopte dat het nog goed zou kunnen komen. De volgende vraag. ‘Meneer Jansen, in uw boek Islam voor varkens gooit u islam, jihadisme en nazisme allemaal op een hoop’.

Het zou dus toch nog goed komen, dacht ik nu, en ik pakte het boekje van een plank en vroeg om mij even die passage aan te wijzen. Dan wisten we waar we het over hadden. Grote ergernis bij het democratische interview-duo. Ze hadden dit van ene Leezenberg gehoord. Die werkte aan een universiteit.

Ten tweede male vroeg ik om dan even aan te wijzen waar zoiets stond. Zoiets staat er namelijk in de verste verten niet. Wel andere akelige slechte berichten over ‘een bepaalde godsdienst’. Het tweetal raakte verbouwereerd. Dat aanwijzen hoefde niet, lieten ze weten, ze wouden alleen mijn antwoord.

Ik wendde me nu tot het meisje dat kennelijk als secretaresse dienst deed en zei: ‘Schrijf op: hij heeft zijn huiswerk niet gedaan’. En: ‘Je kunt toch zulke beschuldigingen niet ongecontroleerd verder verspreiden. Wijs aan waar ik zeg wat jullie mij toedichten’.

De jongeman zweeg en stond op. De jongedame mompelde geërgerd ‘Nou zeg’ . Het werd vervolgens nog een leuke middag. Ik moest de keukenvloer dweilen, boodschappen doen, en voor het eerste geld opnemen met mijn nieuwe pasje van de Rabo-bank. Daarna heb ik dit stukje geschreven.

Arabist Hans Jansen


http://hoeiboei.blogspot.com/2009/03/be ... n-d66.html
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 71215
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

Re: Artikelen van Arabist Hans Jansen.

Berichtdoor Ariel » Vr Mar 20, 2009 5:17 pm

Weer een heel goed artikel van Hans Jansen. Het is een beetje lang, maar zeker het lezen waard.
met dank aan Hoeiboei.

De opmars van de islam’

Het Christendom heeft in minder dan vier eeuwen het Romeinse rijk voor zich weten te winnen. Dat is van onder op gebeurd, zonder dwang of geweld, zonder overheidsingrijpen of -steun. Integendeel, de overheid van het Romeinse Rijk heeft door Christenen bij tijd en wijle te vervolgen die kerstening zelfs af en toe met dwang en geweld tegengewerkt.

In de periode dat het Romeinse rijk gekerstend werd, viel dat rijk ongeveer samen met het huidige Midden-Oosten, plus Europa tot aan de Donau en de Rijn. Dat wil niet zeggen dat er buiten dat gebied geen Christenen waren. Ten oosten van het Romeinse rijk, in Perzië, konden rond 300-350 al heel wat Christenen worden aangetroffen (later bekend als de Nestorianen). Net buiten de grenzen van het Romeinse rijk leefden bovendien ook de Armeniërs en de Georgiërs, die al rond 300 niet alleen in meerderheid Christen waren maar die het Christendom toen zelfs al als staatsgodsdienst hadden aangenomen. In het Romeinse rijk gebeurde dat kort daarna.

De Moslims hebben ruwweg hetzelfde gebied als dat van het antieke Romeinse rijk in ongeveer één eeuw weten te veroveren, met uitzondering van West-Europa, waar de Moslims in Frankrijk tegengehouden zijn door Karel Martel (732), en met uitzondering van het huidige Turkije en de Balkan, waar de Moslims tot in het midden van de vijftiende eeuw zijn tegengehouden door het Oost-Romeinse rijk, door de Byzantijnen. Desondanks is het een geweldige militaire prestatie van de Moslims dat zij in de zevende eeuw in zo korte tijd een gebied hebben weten te veroveren dat zich uitstrekt van Toledo tot Gibraltar, Tunis, Cairo, Damascus, Baghdad, Mekka en verder. Mohammad, zo stelt de islamitische overlevering, was in 632 overleden en had aan het begin van deze geweldsgolf gestaan. Precies een eeuw later komt er een voorlopig einde aan de militaire expansie van de islam door de islamitische nederlaag bij Poitiers in midden-Frankrijk.

Er is geen Moslim die geen weet heeft van deze eeuw van veroveringen. De militaire successen in die tijd worden door islamitische theologen algemeen gezien als een bewijs van de waarheid van de islam en de juistheid van de uitspraken van Mohammed over zichzelf en zijn missie. In de islamitische apologetiek speelt deze eeuw van verovering een grote rol. Indien de Islam niet Gods eigen godsdienst zou zijn, stellen Moslims, en indien Mohammed niet de Gezant van God geweest zou zijn, menen zij, dan hadden deze veroveringen niet plaats kunnen hebben en niet zo succesvol kunnen zijn. Deze veroveringen kunnen beschouwd worden als akbar dalaala alla Sidq muHammad, 'het beste bewijs voor de oprechtheid van Mohammed', zoals een korancommentaar het ergens uitdrukt.

Europeanen die niet gewend zijn dit soort argumenten in de discussie te gebruiken, staan soms met hun mond vol tanden als ze voor de eerste keer met deze stelling geconfronteerd worden. Op heel wat bijeenkomsten die voorgaven een bijdrage te willen leveren aan de dialoog tussen christendom en islam is dit argument onweersproken gebleven. Misschien is dat maar goed ook, want wat heb je aan ruzie. Maar het is een lachwekkende islamitische drogredenering. Als het christendom het Midden-Oosten en Europa voor zich heeft weten te winnen zonder geweld te gebruiken, moeten de christenen er dan van onder de indruk zijn dat anderen, te weten de moslims, een dergelijk gebied hebben weten te veroveren met gebruikmaking van grof militair geweld? Nee natuurlijk. Integendeel.

We moeten niet beginnen aan rare wedstrijden in wonderen, maar kunnen wel vaststellen dat een godsdienst als de islam militair wapengeweld heeft nodig gehad om ongeveer hetzelfde te bewerkstelligen wat het christendom zonder geweld heeft weten te bereiken. Dat bewijst weliswaar niets, maar geeft wel te denken, en slaat Moslims een van hun belangrijkste ‘bewijzen’ voor de Islam uit handen. In de propaganda wijzen Moslims dan ook graag op het latere gewelddadige karakter van kerken en het christendom, in de eeuwen na keizer Constantijn, de keizer die het christendom tot de officiële godsdienst van het Romeinse rijk heeft gemaakt. Dat is natuurlijk waar. De mens is geneigd tot alle kwaad. Toen de staatsmacht in de loop van de vierde eeuw AD eenmaal in christelijke handen was gevallen, is daar uiteraard gebruik van gemaakt op de manier die in die eeuwen normaal gevonden werd. Maar dat was pas na de triomf van het Christendom.

Desgewenst kan wie dat wil zich voor dat latere Christelijke geweld excuseren, ook al zal zijn persoonlijk aandeel in de misstappen die in die eeuwen begaan zijn, gering zijn. Christenen zijn door de schuldbelijdenis die deel uitmaakt van de christelijk liturgie misschien iets te goed getraind in het bekennen van schuld, en dat botst met de opvattingen van de meeste Moslims die juist trots zijn op de oorlogvoering door de islam tegen de christenen, en op de militaire triomfen die daarbij zijn behaald, althans in de begintijd. Later veranderen de krachtsverhoudingen ten gunste van het christendom. Maar we dienen ons goed te realiseren dat de Moslims ook thuis in Medina hadden kunnen blijven. Dat hebben ze niet gedaan, ze zijn ten strijde getrokken. Volgens de islamitische overlevering heeft Mohammed zich in 622 in Medina gevestigd, en sindsdien hebben de Moslims gewapenderhand hun omgeving steeds verder onderworpen. Steeds weer hebben de Moslims ook elke keer de nieuwe buren aan de nieuwe grenzen van hun steeds groeiende rijk de oorlog aangezegd.

Dat is een keuze. Het kan ook anders. Ze hadden het ook kunnen proberen op de manier waarop het christendom in zijn eerste drie eeuwen tot bloei heeft weten te komen. Dat hebben de Moslims niet gedaan, ze zijn in navolging van Mohammed de ene na de andere reeks van gewapende conflicten aangegaan met hun buren, ter uitbreiding van het gebied waar de islam over heerst. De imperialistische veroveringsoorlogen waar deze gevechten en veldslagen deel van hebben uitgemaakt, zijn niet iets waar welke moslim dan ook zich ooit voor zal excuseren. Ze beschouwen, en dat vinden moderne mensen nog wel het vreemdst, tot op de huidige dag de successen die de vroege Moslims op het slagveld hebben weten te behalen als een bewijs van Gods gunst. Gek genoeg worden de nederlagen van de moslims door de moslims niet gezien als een bewijs voor het tegendeel. Als God immers zich met oorlogen bemoeit, dan staat hij in bijvoorbeeld het conflict tussen Israël en de Arabieren tot op heden aan de kant van Israël.

Toen de Moslims eenmaal heer en meester over het Midden-Oosten waren, zijn ze, het is niet anders te zeggen, begonnen met het treiteren en pesten van hun voor het merendeel christelijke machteloze onderdanen. Voor de christenen van Egypte is dat bijvoorbeeld vastgelegd in de ‘Geschiedenis van de Patriarchen van de Egyptische Kerk’, een boekwerk in vele delen, toegeschreven aan Bisschop Severus ibn Al-Mukaffa. Wat is het toch jammer, verdrietig en onbegrijpelijk dat niemand maar dan ook niemand in de top van het CDA bereid is dit boek (dat in het Engels vertaald is) te lezen. Zeiden de Romeinen niet dat de goden eerst verblinden wie zij willen verderven?

Voor de joden in Egypte blijkt dat getreiter onomstotelijk uit de zogeheten Geniza-documenten, een enorme collectie van correspondentie, fragmenten van boekhoudingen, kwitanties, enz., afkomstig uit de middeleeuwse joodse gemeenschap in Cairo. Israëlische intellectuelen en politici zijn tot op zekere hoogte wel vertrouwd met de zogeheten Cairo Geniza, ze beschouwen het in ieder geval wel als een onderdeel van de geschiedenis van het jodendom, anders dan Christelijk intellectuelen, theologen, priesters, bisschoppen en politici die nog nooit van Severus ibn Al-Mukaffa gehoord hebben.

De Moslims zelf schrijven heel openlijk over deze pesterijen in de handboeken van de sharia en in fatwa’s. Historisch is er dus geen enkele twijfel. De literaire overlevering in kronieken van de slachtoffers (Severus), de archeologie (Geniza), en de administratie en rapportage (Sharia) van de plegers stemmen volstrekt overeen. Dat is niet vaak zo, en alleen al daarom zou je denken dat een menigte van wetenschappers zich op deze episode uit de geschiedenis gestort zou hebben.

Maar dat blijkt niet het geval te zijn. Onderzoek met een vraagstelling die de moslimse elite boos zou kunnen maken, wordt door Westerse geleerden meestal nagelaten. Niet omdat de leden van die elite zelf te wapen zouden kunnen lopen, dat zijn stuk voor stuk beschaafde prettige mensen die geen bloed aan hun handen hebben. Voor het bloedvergieten hebben ze de beschikking over de radicalen als Mohammed B. Dat hoeven ze zelf niet te doen. Lichte en alleszins beschaafde druk op Westerse onderzoekers en collega’s (die gelukkig aan een half woord al genoeg hebben) is voldoende om een muur van stilte te creëren.

Waaruit bestaan, volgens de moslims zelf, die pesterijen? De kern daarvan staat opgesomd op een lijst die bekend staat als ‘het Pact van Omar’. Er zijn twee Omar’s kalief geweest, de eerste van 634 tot 644, de tweede van 717 tot 720. Beiden worden genoemd als de vorst onder wie deze regels zijn uitgevaardigd. In het Arabisch heeft deze lijst een wat duidelijker naam: de ‘voorwaarden’, shuruuT, van Omar. Het gaat om de voorwaarden waaronder de christenen, de Samaritanen en de joden binnen de door de islam veroverde gebieden aan hun godsdienst mogen vasthouden. Ze moeten zich door de kleur van hun kleding of hoofdbedekking als niet-moslim kenbaar maken. Hier komt het geel van de jodenster vandaan. Ze mogen geen wapens dragen of bezitten (en zijn dus volkomen weerloos). Paardrijden is verboden. In combinatie met het verbod op het bezit van wapens maakte dit in vroeger tijden het maken van een reis van enige omvang uiteraard onmogelijk.

Jaarlijks diende elke niet-moslim een persoonsbelasting op te brengen. Bij het overhandigen van die belastingpenningen hoorde de inner van die belasting de niet-moslim een klap in zijn nek te geven, bedoeld als een symbolische onthoofding. Het doel hiervan was de niet-moslim er aan te herinneren dat hij was overwonnen door de superieure moslimse legers, dat krijgsgevangenschap, slavernij en onthoofding weliswaar hem bespaard zouden blijven, maar alleen zo lang als de moslimse heersers daar behagen in hadden. Wie denkt dat het hier om theorie gaat moet de boeken van Bat Yeor lezen, of het binnenkort verschijnende boek van de Australische theoloog Marc Durie. Wie niet kon betalen, had de keus tussen moslim worden of de dood. Over al deze vernederingen zwijgen de oosterse christenen het liefst, en ons in het Westen past alleen groot respect voor al diegenen die dit eeuw in eeuw uit hebben weten te verdragen zonder hun kerk ontrouw te worden.

De sharia, het islamitische recht, zoals ontvouwd in de door Moslims voor Moslims geschreven handboeken, voegt daar nog een paar aardigheden aan toe. Groot onderhoud aan kerkgebouwen is niet meer nodig, en dus verboden, want de islam komt het christendom vervangen. Nieuwe kerken en synagogen mogen niet meer gebouwd worden. Wanneer een moslim een christen of jood beschuldigt van ‘belediging van de profeet’, kan de christen of jood in kwestie zich meestal alleen redden door moslim te worden. Kinderen waarvan de vader onbekend is, gelden als moslim. Moslimkinderen moeten door moslims worden opgevoed, dus de kerken hebben nooit de gelegenheid gehad voor kinderen van ongehuwde moeders te zorgen, bijvoorbeeld door die in een klooster te verstoppen. De lijst is lang, tegenwoordig in veel naslagwerken te vinden, en geeft een aardig beeld van hoe vals en gemeen mensen tegen elkaar kunnen zijn, daarbij steeds vroom de blik om hoog wendend en mompelend dat het alleen maar gaat om de uitvoering van de wetten van God.

Christenen mogen niet met moslimse vrouwen huwen, moslims wel met christelijke vrouwen. Dit heeft geleid tot heel wat door hormonen aangedreven bekeringen van christelijke jongemannen. Voor christelijke en joodse meisjes die uitgehuwelijkt werden aan hun moslimse heer en meester, heeft deze regel heel wat vernederingen met zich meegebracht. Christenen kunnen geen getuige à charge zijn in rechtszaken tegen moslims. Dit heeft en had enorme consequenties voor het strafrecht van de sharia. Het moslimse verbod op muziek en wijn geldt volgens veel moslims ook voor kerkmuziek en avondmaalswijn. Het is bijna ongelofelijk maar christen en joden die onder islamitisch oppergezag zijn opgegroeid hebben deze regels meestal volledig geïnternaliseerd. Ook steeds meer Nederlanders zijn deze regels aan het internaliseren, en vinden het vanzelfsprekend dat de moslimse eisen op dit gebied ingewilligd worden, en naar goed Nederlands gebruik lopen ze daarbij soms zelfs vooruit op de eisen die de islam stelt.

Het aardige van het spel is dat de islam veel van die eisen niet eens expliciet stelt. Dat dwingt christenen die onder het gezag van de islam leven, voortdurend zich af te vragen wat wel en niet is toegestaan. De inwoners van het Midden-Oosten hebben daar een fijn gevoel voor ontwikkeld, maar desalniettemin gaat het wel eens fout. Wie in een vrij land is opgevoed, leert het mogelijk nooit, denk aan de Britse onderwijzeres in de Soedan die een Teddybeertje de naam ‘Mohammad’ heeft gegeven, en vervolgens maar met moeite het vege lijf wist te redden. De mooie Romeinse regel nulla poena sine lege, ‘geen straf zonder [duidelijke] wet’, gaat natuurlijk niet op in het islamitisch recht. Die vaagheid van de voorschriften van de sharia is de door vrienden van de islam zo geprezen ‘flexibiliteit’ van de sharia. Die flexibiliteit is vanuit islamitisch perspectief heel effectief, want het dwingt de christenen zich voortdurend af te vragen wat hun moslimse meesters van hen verlangen. En het is bizar om te zien hoe ook Nederlanders geweldig hun best doen te voorkomen dat hun moslimse buren zich ontriefd zouden kunnen voelen. De islam is als weinig andere godsdiensten in staat een beslissende invloed uit te oefenen op het gedachteleven van wie die godsdienst niet aanhangt. Pak een krant en zie de voorbeelden.

Met zo veel juridische regels die de moslims en de islam bevoordelen is het nog een wonder dat moslims en christenen pas zo rond het jaar 1000 AD in het Midden-Oosten gelijk in aantal waren. Alleen in afgelegen gebieden heeft het christendom zich weten te handhaven, bijvoorbeeld de Maronieten in de bergen van Libanon. Na de kruistochten zakt het percentage christenen in de islamitische wereld, tot de tien/vijftien procent die het tot de jaren tachtig van de vorige eeuw ongeveer gebleven is. Alleen in ballingschap, in de Verenigde Staten van Amerika en in Australië, weten de christelijke tradities die zich onder islamitische supervisie gevormd hadden, zich nog wel te handhaven.

Na 9/11 en de millenniumwisseling is er wat dit betreft snel veel veranderd. Zowel uit Libanon, Irak, Syrië als Turkije proberen de laatste inheemse christenen te maken dat ze wegkomen. De orkaan van het sharia-fanatisme, bij ons meestal islamitisch radicalisme of fundamentalisme genoemd, zagen de meesten hunner al veel vroeger aankomen dan wij hier in het Westen. Het kan niet meer dan enkele jaren duren, of de laatste Arabische, Turkse of Syrische christenen zullen Nazareth, Bethlehem, Groot-Syrië, Turkije en Irak verlaten hebben. In moslimse ogen is dat een historisch belangrijke ontwikkeling, die samenvalt met de vreedzame verovering door de islam van Europa. Ons hier in Europa kan het allemaal niks schelen, integendeel, met grenzeloze naïviteit bouwen we moskeeën voor onze migranten uit de islamitische wereld. Terwijl de elite de viool van het multiculturalisme bespeelt, staan de buitenwijken al in brand.

Bij de opmars van de islam speelt die moskee een centrale rol. De moskee is niet alleen het gebedshuis, het is ook het commandocentrum van de jihad. Dagorders worden vanaf de kansel in de moskee uitgevaardigd. Steniging van overspeligen en onthoofding van afvalligen vindt plaats op het plein voor de moskee. Het leger dat op jihad gaat, vertrekt vanaf de moskee. Jihad, strijd tegen het ongeloof en de ongelovigen, wordt sinds Wenens ontzet van 1683 niet meer door staten beoefend, maar door ongrijpbare particuliere organisaties als Al-Qaida, want een staat die jihad gaat voeren zou door de Westerse militaire overmacht vernietigd worden. Gemaskerde individuen daarentegen die vanuit een hinderlaag schieten, zijn lastiger te bestrijden.

De schaamte over de eigen lafheid is verdwenen, strijden met open vizier wordt alleen maar als dom gekenschetst. Schuilen tussen weerloze burgers is voor de helden van de jihad een routinemanoeuvre. Heftig klagen als de vijand ook die burgers treft, behoort tot het dagelijkse spel met de onnozele Westerse persbureaus. Kamikaze-kunstenaars die behalve zichzelf handenvol anderen meenemen de dood in, krijgen uit handen van Islamitische predikanten als Al-Qaradawi de kroon van het martelaarschap opgezet. Deze Al-Qaradawi predikt ook dat Gods laatste bestraffing van de joden ‘door Hitler aan de joden werd voltrokken, maar dat de volgende straf uit de handen van de moslims moet komen’ (30 januari 2009). Deze Al-Qaradawi wordt door invloedrijke PvdA-politici naar Amsterdam gehaald en als hun leidsman gezien. Dieper kan Nederland toch niet vallen, denkt u misschien. Maar dan vergist u zich.

De opmars van de islam kan nog veel verder gaan dan thans het geval is in West-Europa, en is alleen maar te stuiten wanneer we er op letten dat de toekomstige slachtoffers van de jihad (dat wil zeggen: de bevolking van Nederland en de rest van Europa) hun vrijheid van meningsuiting behouden. Mohammed, de stichter van de islam, heeft er altijd goed voor gezorgd eerst eventuele critici het zwijgen op te leggen, meestal door sluipmoord, zoals zijn naamgenoot Mohammed Bouyeri sluipmoord gepleegd heeft op Theo van Gogh. De islamitische traditie zelf levert over dat pas nadat Mohammed zijn tegenstanders met geweld het zwijgen had opgelegd, het proces van islamisering begon. Het is daarom van het allergrootste belang dat we in Nederland niet verder gaan dan al het geval is met het verbieden van kritiek op de islam want de islamitische ideologie is niet bestand tegen het vrije woord.

Het christendom is dat wel. Het christendom is de godsdienst van het woord, de rede, de liefde en de vrijheid. De islam is daarentegen de godsdienst van het geweld, de dwang, de angst en de gehoorzaamheid. De aard van de mens is zodanig dat het er nog om zal spannen welke van die twee godsdiensten het zal winnen.

Hans Jansen

[‘De opmars van de islam’, in: Profetisch Perspectief, 14de jaargang, voorjaar 2009, nummer 62, pp. 45-50.]


http://hoeiboei.blogspot.com/
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Gebruikersavatar
Manon
Berichten: 17473
Lid geworden op: Ma Feb 17, 2003 9:58 am

Re: Artikelen van Arabist Hans Jansen.

Berichtdoor Manon » Za Mar 21, 2009 9:58 am

het originele Pact van Omar is online te vinden in Engelse vertaling:

Medieval Sourcebook: Pact of Umar, 7th Century ?
More diversity always means "less white people"
Diversity is a codeword for white genocide.

Gebruikersavatar
Zwartmeer
Berichten: 12357
Lid geworden op: Zo Jan 26, 2003 3:12 pm

Re: Artikelen van Arabist Hans Jansen.

Berichtdoor Zwartmeer » Za Mar 21, 2009 8:59 pm

Ariel schreef:Weer een heel goed artikel van Hans Jansen. Het is een beetje lang, maar zeker het lezen waard.
met dank aan Hoeiboei.


Zeker het lezen waard!
Een pacifistische moslim is als een vegetarische krokodil.

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 71215
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

Re: Artikelen van Arabist Hans Jansen.

Berichtdoor Ariel » Ma Mei 04, 2009 3:28 pm

Met dank aan Hoeiboei.
http://hoeiboei.blogspot.com/2009/05/de ... -ooit.html

De grootste sociale werkplaats ooit

Gregorius Nekschot heeft het mooi gezegd: mislukte aanslag in koekhapland op de Koninklijke familie met behulp van een Suzuki Semtex. Wanneer al die Nederlandse veiligheids- en politiediensten al niet in staat zijn de Koninklijke familie te beveiligen, want denkt u dan dat ze voor u en mij kunnen doen? De Oranjes kunnen in het vervolg beter de buurtvaders uit Slotervaart inhuren. U en ik ook trouwens.

Columnisten, tekenaars, politici, iedereen die de een of andere vorm van een arrangement heeft om bijvoorbeeld schriftelijke bedreigingen ter analyse aan een bepaalde politiedienst door te sturen: allemaal onzin. De Nederlandse politie en de geheime diensten zijn de grootste sociale werkplaats ooit.

Foutparkeerders bekeuren zonder dat er geld verduisterd wordt, het schijnt al een paar jaar te lukken. Kritische tekenaars treiteren, webmasters wegens ‘rassisme’ intimideren valt ook wel binnen de mogelijkheden, zo lang je tenminste ongestraft ‘godsdienst’ en ‘ras’ door elkaar mag halen en aan elkaar gelijk stellen. Maar in godsnaam, maak het niet moeilijker.

Vastgoedhandelaren neergeschoten? ‘Misschien dat onze specialisten hier en daar een stukje van de legpuzzel’ – kom nou toch, als de tandarts zijn werk zo deed liep iedereen met een mond zonder tanden.

Fortuyn vermoord? Hadden we toch niet gedacht van die Volkert. Ja, we hadden een dossiertje over hem. Theo van Gogh vermoord? Hadden we toch niet gedacht van die Mohammed B. Ja, we hadden een dossiertje over hem.

Bij het leger is het niet beter. Hoe vaak ik kolonels van de Nederlandse krijgsmacht al niet heb horen zeggen dat geweld niets oplost, zo vaak doen de beste moslims hun dagelijkse gebeden niet. ‘Ach overste, heel interessant, dat standpunt van u, dat geweld niets oplost, geldt dat ook voor de Tweede Wereldoorlog, of heeft geweld toen misschien niet toch een beetje geholpen?’ ‘Zeker, overste, geweld lost niets op, maar waarvoor houden we leger en politie dan verder in stand?’.

We weten nu het antwoord: als sociale werkplaats. U betaalt uw belastingen toch wel.

HansJansen
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

naar boven
Berichten: 5054
Lid geworden op: Do Nov 16, 2006 10:14 pm
Contact:

Re: Artikelen van Arabist Hans Jansen.

Berichtdoor naar boven » Ma Mei 04, 2009 6:36 pm

Ariel schreef:Met dank aan Hoeiboei.
http://hoeiboei.blogspot.com/2009/05/de ... -ooit.html

De grootste sociale werkplaats ooit
...

Leuk, maar gejat:
De Minister President over de AIVD.
RTFM

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 71215
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

Re: Artikelen van Arabist Hans Jansen.

Berichtdoor Ariel » Ma Mei 04, 2009 8:31 pm

:razz: Misschien leest Hans Jansen jouw stukjes ook naar boven. Grote geesten denken gelijk.
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.


Terug naar “Tegenstrijdige visies over Islam”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 4 gasten