De verzonnen en de echte Koran

Is de islamitische openbaring uniform? Wordt deze door alle gelovigen op dezelfde manier geïnterpreteerd? Hoe denken anderen zoals de Arabist HANS JANSEN over de islam?
Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 71582
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

De verzonnen en de echte Koran

Berichtdoor Ariel » Di Aug 06, 2013 3:10 pm

De verzonnen en de echte Koran

Eddy Daniels, oud-hoofdred. Imediair, oud-journalist bij HLN, ex-Amada.


Vijf Belgische senatoren - Bert Anciaux, Fauzaya Talhaoui (SP.A), Freya Piryns (Groen), Ahmed Laaouej (PS), Zakia Khattabi (Ecolo) en Richard Miller (MR) - dienden op 21 februari een wetsvoorstel in om islamofobie buiten de wet te stellen. De indieners willen niet dat iedere kritiek op de islam wordt gefnuikt, zeggen ze, ze pleiten slechts voor een correct beeld van de islam. Wat dat is, weten ze niet - ze zouden bijvoorbeeld de Koran kunnen lezen, maar daar houden ze zich duidelijk niet mee bezig. Ze willen wel dat islamofobie behandeld wordt zoals antisemitisme, waardoor ze negatieve uitspraken over de islam gelijkschakelen met een genocide op zes miljoen mensen - men kan zich afvragen wie daar vandaag mee bezig is. (Sommigen beweren: de Israeli’s op de Palestijnen, maar de strijd van Israël is niet gericht tegen de islam als godsdienst, maar tegen de Palestijnen als volk; twaalf procent van de Palestijnen zijn christenen en ze spelen een grote rol in de PLO).

Onze senatoren willen vooral ’de ongegronde vijandigheid tegenover de islam’ treffen, zeggen ze nog. Dat definiëren ze op basis van acht criteria die geformuleerd werden door de Runnymede Trust, een Britse multiculturele denktank. Onduldbare islamofobie is voor hen: ‘De islam zien als een statisch gesloten blok, dat niet in staat is om zich aan te passen; als inferieur aan het Westen, als barbaars, irrationeel, primitief en seksistisch; de islam definiëren als gewelddadig, bedreigend, steun verlenend aan terrorisme, actief betrokken in een "botsing der beschavingen"; of de islam zien als een politieke ideologie, die politiek en militair de baas wil spelen’.

Die Gedanke sind frei

Het is duidelijk dat een dergelijke visie iedere kritiek op de islam wél onmogelijk maakt, want al de opgesomde kenmerken zijn zo in de Koran terug te vinden. Dat beseffen de indieners evenwel niet, of willen ze niet beseffen. Vandaar de onbeschofte uithaal in Reyers Laat (6 mei) van Anciaux naar Vermeersch, die de Koran wél gelezen heeft, en er van beschuldigd werd er ‘een hemels genoegen in te hebben andere mensen te kwetsen’. . Indien er een wet bestond tegen Vermeerschofobie, dan zat Anciaux volgens zijn eigen criteria nu achter de tralies.

Die wet bestaat er natuurlijk niet, en maar goed ook. Een basisregel van de Open Samenleving is ‘die Gedanke sind frei’. Dat betekent niet dat alle gedachten voor iedereen even prettig moeten zijn. Er zijn de afgelopen honderd jaar nogal wat lelijke dingen gezegd over het katholicisme en zijn pausen, of omgekeerd over de vrijmetselarij en haar zogezegde binding met satanisme. Toch heeft niemand ooit opgeroepen om degenen die dat beweerden voor de rechtbank te brengen. Om één en ander te verhelderen organiseerde P-Magazine een vervolgdebat van Vermeersch, ditmaal niet met Anciaux - die duidelijk niet weet waar hij over praat - maar met Selahatin Koçak (25 mei).

Koçak is een opmerkelijke figuur: gewezen mijnwerker (en zoon van een Turkse immigrant-mijnwerker), daarna politicus en schepen (in Beringen), eerst bij SP.A, sinds 2012 lid van Open VLD, zonder mandaat. Daarnaast columnist, eerst bij De Morgen, nu bij Het Belang van Limburg, vaak polemist. In 2010 schreef hij bovendien een boek Wie is er bang van de islam? , waarin hij de zwijgende meerderheid van gematigde moslims oproept om zich meer te tonen, en zo de islamvijandigheid van een groot deel van de Vlaamse bevolking weg te nemen. Zelf schetst hij daartoe een beeld van wat hij als de ‘ware’ islam beschouwt, al kunnen daar kanttekeningen bij worden gemaakt. Zo ook in zijn gesprek met Etienne Vermeersch, waarin hij continu in de aanval gaat met argumenten die wezenlijk onislamitisch zijn.

De sharia boven de UVRM

Zijn eerste punt: de vrijheid van meningsuiting is niet absoluut, omdat woorden pijn kunnen doen. De islam, en bij uitbreiding alle godsdiensten, ‘achterlijk’ noemen - zoals Vermeersch gedaan had - doet de gelovigen pijn en als gezaghebbende wijsgeer zou hij er zich bewust van moeten zijn dat zijn woorden kunnen overgenomen worden door mensen met slechte bedoelingen. Vermeersch valt hem bij en stelt dat binnen de vrijheid van meningsuiting laster tegen personen, oproepen tot haat en geweld niet kunnen worden toegestaan. Maar - zo zegt hij - de Organisatie van 56 islamitische landen (OIC) heeft een resolutie aangenomen die de sharia hoger stelt dan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM). En in de sharia staat dat mensen die uit de islam stappen, de doodstraf verdienen. Als dat niet achterlijk is.

De repliek van Koçak is verbazingwekkend: ‘U zegt dat de islam een systeem is. Dat is niet waar, mensen maken een systeem’. Dit is wel een bijzonder liberale opvatting van de islam, die sterk lijkt op wat de mutazillieten verkondigden in de negende eeuw. Zij stelden dat Mohammed een profeet was, die gevolgd zou worden door andere profeten, en de Koran een momentopname in een aanhoudende openbaring. Zij werden als ketters veroordeeld, Mohammed was de laatste profeet zo decreteerde de ulama en de Koran was een onwrikbaar boek dat sinds alle eeuwen der eeuwen ter beschikking lag in de hemel. Als Koçak nu beweert dat de islam door de islamieten gecreëerd wordt, dan is dat een bijzonder sympathieke opvatting, maar het is er geen islamitische. We zullen vaststellen dat dit vaker het probleem is met zijn boude uitspraken: hij ontwerpt een islam à la carte die goed overkomt in westerse oren, maar met de islam zoals de moskeeën die verkondigen niets te maken heeft.

Overigens is er nog een kanttekening te maken waarmee Koçak een punt had kunnen scoren, maar hij liet dit na. In de Tanzimat-hervorming van 1839 schafte de Turkse kalief de regel af dat afvalligen de doodstraf verdienden. Helaas was de kalief wel de hoogste rechter, maar niet de hoogste wetgever, dat is de ulama, de samengebalde ervaring van de gezaghebbende imams. Zij vallen in vier sharia-scholen uit elkaar, maar geen van de vier heeft dit afschaffen van die doodstraf geratificeerd. Ze passen die normaal niet toe, maar ze staat er wel nog steeds.

De weduwen beschermen

Tweede punt: alle godsdiensten hebben ontelbare fouten gemaakt, zegt Koçak, maar in zowel Bijbel als Koran staan er liefdevolle boodschappen. Zo zou er in de Koran staan dat een man verschillende vrouwen nooit gelijk kan behandelen, en dat men er dus maar één moet trouwen. Het spijt mij voor Koçak, maar dat staat er helemaal niet. Er staat dat een man zich vier vrouwen mag nemen, naast een onbepaald aantal slavinnen (‘wat uw rechterhand bezit’), maar dat men hen gelijk moet behandelen (sura 4:3). Pas indien met vreest hen niet gelijk te kunnen behandelen (omdat men te weinig inkomsten heeft - 4:25), dan maar één. Koçak past ‘zijn’ Koran dus aan, aan wat hij weet dat goed in het gehoor ligt. Vermeersch wijst hem er fijntjes op dat Mohammed zelf wel negen vrouwen had.

Koçak herhaalt het fabeltje dat dit door oorlogsomstandigheden kwam, er waren veel weduwen die bescherming behoefden. Vandaag wordt veelwijverij door geen enkele imam gepromoot, zegt Koçak nog, maar hij haast zich erbij te zeggen ‘toch niet in het Turkse milieu’. Hij vergeet weer erbij te zeggen dat dit niet vanuit de imams komt, maar omdat Atatürk het aan de imams verboden had. Atatürk was een atheïst van alavitische afkomst, dezelfde richting waar de Syrische president Bashar al-Assad toe behoort, en die als ketters gehaat wordt door de sunnieten, waar Koçak toe behoort. In de Arabische wereld wordt veelwijverij bovendien vaak wel als acceptabel voorgesteld, en door wie het zich veroorloven kan ook beoefend, zeker in de oliestaten.

Koçak zegt er ook niet bij dat we in de Hadith, de gezaghebbende verhalen over het leven van de profeet, in geuren en kleuren kunnen lezen hoe Mohammed voor zichzelf die weduwen koos die bijzonder mooi waren, en waar hij nauwelijks zijn handen van kon afhouden, al was er een wachttijd van veertig dagen voorgeschreven (om zeker te zijn dat ze niet in verwachting waren van hun man - sura 2:234-235). In zoverre hij weduwen tot zich nam - en er kwam een speciale openbaring die zegde dat hij als profeet er meer dan vier mocht hebben (33:50) - koos hij steeds de verleidelijkste: de achttienjarige Hafsa, Zaynab (geen weduwe maar de vrouw van zijn adoptiefzoon, die zich van haar liet scheiden toen hij merkte dat de profeet verlekkerd op haar was), Juwariya en Rayhina (van wie hij allebei de man had laten vermoorden), de koptische slavin Mariamme, en ik vergeet er nog een paar.

De kracht van veertig man

Er was ook de zwaarlijvige en onaantrekkelijke Sauda. Met haar was hij gehuwd toen hij straatarm was en hij zich er geen betere kon veroorloven. (Hij had zijn eerste echtgenote, de rijke Khadija, geruïneerd, zodat ze in armoede was gestorven). Zij had trouw zijn huishouden gedaan terwijl zijn stoeipoezen zich amuseerden met het beste uit de oorlogsbuit. Haar wilde hij verstoten omdat hij een weerzin had haar te beslapen, en hij er genoeg andere had. Zij diende zich te vernederen en aan de poort van zijn moskee te smeken om te mogen blijven. In ruil voor die gunst, stond zij haar slaapbeurt af aan Aïsha, die nu twee keer dagelijks dienst kon doen (er staat in de Hadith dat Mohammed al zijn vrouwen dagelijks ‘een bezoek bracht’; bij Ibn Sa'd vertelt Umar dat Allah de profeet de viriliteit had gegeven van veertig man; Umar kon het weten, zijn dochter behoorde tot de harem).

Koçak drijft dan echter voort op zijn elan en verwerpt de kritiek van Vermeersch dat de Koran (net als de Bijbel) de slavernij een normale instelling vindt. ‘Er is geen slavernij in landen waar de islam de grootste godsdienst is’, stelt hij. Weer ‘vergeet’ hij enkele belangrijke elementen. Ten eerste is er officieel nergens ter wereld slavernij, omdat de UNO het verbod erop als voorwaarde aan zijn lidstaten heeft opgelegd. Het laatste land waar dat effectief in wet werd omgezet, in 1962, was Saudi-Arabië, het kernland van de islam. Ten tweede is er officieus wel degelijk slavernij. Meer bepaald zijn de contracten die de oliestaten met hun gastarbeiders afsluiten, en de praktische behandeling in die naties, wel degelijk uitingen van slavernij. Koçak kan antwoorden dat dit in Turkije niet zo is, maar het gaat niet over Turkije maar over de islam.

Vermeersch houdt zich aan het eerste thema, de positie van de vrouw, en stelt dat in de Koran staat dat je je vrouw mag slaan als ze ongehoorzaam is. In feite is Vermeersch gematigd, want in de Koran staat dat je een vrouw moet slaan als je vermoedt dat ze weerspannig kan worden (sura 4:34). Bovendien had Mohammed een huwelijk voltrokken met een meisje van negen jaar, Aïsha, en dat was niet bepaald omdat er teveel weduwen waren, zo pleit Vermeersch nog. Koçak ontkent dit, en beweert dat dit nergens staat. Het is weer een glibberige uitweg. De kwestie Aïsha staat inderdaad niet in de Koran (dan zou het een openbaring zijn), maar in de Hadith en dit liefst op zeven plaatsen bij minstens vier verschillende auteurs, waaronder de twee meest gezaghebbende van de islamwereld, al-Bukhari en al-Muslim. Er staat bovendien niet dat Mohammed haar trouwde toen ze negen was, maar dat hij met haar huwde toen ze zes was en dat hij zijn huwelijk met haar voltrok toen ze negen was.

Taalkundig wonder gezocht

Koçak zegt evenwel dat dit niet kan, want de Koran zegt dat je met een meisje mag trouwen zodra ze vruchtbaar is. Het zou me interesseren om eens te weten waar dat staat. Ik ken de Koran vrij goed, de huwelijksbeletselen staan in sura 4:22-24, maar daar is geen sprake van geslachtsrijpheid als voorwaarde, en ik ben die verplichting ook elders niet tegengekomen. Ook opzoekingen via het zeer degelijke register van de Kramersuitgave maken mij niet wijzer. Er staat wel dat de man zich van de vrouwen moet onthouden tijdens de bloeding (sura 2:222), maar dat is heel wat anders. En dat hij daar buiten tot hen mag komen zoals hij wil, want zij zijn een akker voor hem (2:223).

Vermeersch wijst Koçak er daarom glimlachend op dat hij blijkbaar les heeft gekregen van imams die zelf de ware toedracht niet kennen. Koçak verweert zich met de bewering dat die mensen twintig jaar gestudeerd hebben aan een islamitische universiteit, maar zegt er weer niet bij dat die madrassa’s als voornaamste studiemethode blinde repitie hebben. En dat zelfs aan de belangrijkste onder hen - al-Azhar van Kaïro - tot vandaag de studie van filosofie verboden is omdat vernieuwend denken ‘bidah’ is en gelijk wordt gesteld met ketterij. Bovendien vindt Koçak - het eeuwige doekje voor het bloeden - dat je Arabisch moet kennen om de Koran te lezen. Jawel, en Hebreeuws voor de joodse Bijbel, zeker, Grieks voor het Nieuwe Testament en Latijn voor de kerkvaders? Alleen taalkundige genieën mogen zich over religieuze kwesties buigen.

Het gaat dan verder over de achterstelling van de vrouw in de islam en dan trekt Koçak zijn troefkaart: het vrouwenstemrecht bestaat in België sinds 1948 en in Turkije sinds 1923. Als dat geen dooddoener is. Hij zegt echter niet erbij waarom dit zo is. Het vrouwenstemrecht in Turkije werd ingevoerd door Mustafa Kemal Atatürk, op hetzelfde moment als hij de kalief van zijn troon verjoeg (zeg maar de paus) en de mollah’s in de moskeeën joeg. Waar ze dan nog gecontroleerd werden door een seculier overheidsorgaan, Diyanet. Weer die doorzichtige verwarring tussen islam en Turkije en het pronken met anti-islamitische verworvenheden in Turkije om de islam te laten pronken met andermans pluimen (die van een atheïst).

De socialistische blokkade

Koçak zegt er ook niet bij wie dat vrouwenstemrecht zo lang bij ons tegenhield: de socialisten, waar hij zelf tot voor kort toe behoorde, en die vreesden dat de vrouwen te fel onder de invloed van de pastoors stonden en massaal voor de CVP zouden stemmen. Diezelfde socialisten die nu op de bres staan voor de zogezegde rechten van de islamieten, Bert Anciaux voorop (volgens de laatste berichten is dat ook een socialist). Overigens pakt Koçak meteen erna uit met de mededeling dat Turkije geen islamitische maar een seculiere staat is, waarmee hij zijn vorig argument ontkracht. Meteen valt hij ook uit naar de wreedheden van de Taliban in Afghanistan en naar het misbruik dat Sharia4Belgium van de islam maakt voor politieke doeleinden. Wat natuurlijk weer sympathiek is.

Maar hij heeft eerder gezegd dat de mensen hun systeem maken en de islamieten dus hun islam. Als nu blijkt dat Bin Laden en Fouad Belkacem zich op echte, en niet op verzonnen citaten uit de Koran steunen, wie is dan eigenlijk de ware islamiet? Koçak verdedigt zich met de stelling dat niemand hem ooit op de sharia heeft aangesproken. Vermeersch merkt op dat hij daarmee niets bewijst, hij valt immers niet de individuele moslim aan, die meestal onwetend is, maar de 56 landen die in de OIC de sharia boven de UVRM hebben geplaatst.

Daarop volgde het obligate welles-nietes-spel over de hoofddoek in de ambtenarij, een oproep van Vermeersch aan moslims om atheïst te worden en een vurig pleidooi van Koçak aan zijn geloofsgenoten om te integreren om te kunnen emanciperen. Wat afgesloten wordt door een warme knuffel. Terecht want beide mannen geven blijk van behoorlijk wat openheid, al komt mij de bekeringsijver van de prof niet slechts weinig realistisch over, maar ook verkeerd. De islam is voor de meeste moslims immers geen geloofsovertuiging, want ze kennen hun eigen geloof niet eens, en fantaseren - net als Koçak - erop los. Het is een antropologisch kader waarin hun leven zich afspeelt, een ‘behoren tot’ waarin al hun sociale banden gevat zitten. Daarom zijn er ook zo weinig apostaten, de moslim die atheïst wordt isoleert zich van geheel zijn omgeving.

De invloed van Hans Küng

Maar ondertussen kent die moslim het geloof niet dat hem tot kader strekt. Vele moslims denken bijvoorbeeld oprecht dat Mohammed een liefdesleer gebracht heeft als Jezus, en kennen hem en zijn leer karaktertrekken toe die zo uit de Evangeliën komen. Twee voorbeelden. In zijn boek Wie heeft er schrik van de islam? herhaalt Koçak een stelling van de dissidente katholieke theoloog Hans Küng, die zich als grote verzoener tussen de wereldgodsdiensten opwerpt. Küng beweert dat alle grote religies (dus ook de islam) de Gouden Regel gemeen hebben, die zegt dat je een ander moet behandelen zoals je zelf wilt behandeld worden. Hij beweert dit in een zeshonderd bladzijden enorm gedetailleerd werk met uitgebreide bronvermelding.

Merkwaardig genoeg citeert hij in deze kwestie geen bron, en dat is normaal ook: je vindt de Gouden Regel in de Evangeliën (Mattheus 7:12; Lukas 6:31) en later - als uitspraak toegeschreven aan rabbi Hillel - in de Talmud (Shabbath 31a). In de Koran vind je slechts uitspraken die aanmoedigen tot solidariteit binnen de eigen ummah of gemeenschap (net als in de joodse Bijbel). De enige vage verwijzingen naar een universele liefdesregel, komen voor in shi’itische bronnen die bij de sunnieten niet geaccepteerd worden.

Een tweede voorbeeld is de bewering dat de Koran zegt dat wie één mens redt, de hele mensheid redt. Maar dat staat er niet. In Sura 5:32, verhelderd in de Hadith, staat dat Mohammed, tijdens een conflict met de Joden van Medina, hen verwijt dat ze wapens gebruiken. Hij vermaant hen dat in hun heilige geschriften dit citaat staat dat hen feitelijk verbiedt wapens te hanteren en dus impliciet verplicht zich lijdzaam aan hem te onderwerpen (3:20). Zelfs dat klopt evenwel niet helemaal. In de Talmud van Jeruzalem, Sanhedrin 37a, staat dit inderdaad, maar in de Babylonische versie staat dat dit slechts geldt voor wie een Joodse ziel redt. In alle geval bedoelde Mohammed helemaal niet, met zijn vermaning aan de Joden, dat dit ook voor moslims gold.

Veralgemeend halal op school

Tenslotte nog één voorbeeld hoe gemakkelijk de islamitische gemeenschap zich door slordige informatie laat beïnvloeden, en hoe weinig haar woordvoerders dit corrigeren. In een Open Brief - verschenen in De Standaard (19 juni 2012) - aan de auteur van Marokkaanse afkomst Chokri Ben Chikha, die de moslims hun voortdurende slachtofferrol verweten had, wierp Koçak hem voor de voeten dat hij veel mails ontving van boze moslims: ‘Waar was de massale veroordeling van het incident van vorige week, toen drie Vlaams Belangers in een school een halalbarbecue verstoorden en Zwan-worsten uitdeelden?’

Wie met enige aandacht naar het tv-nieuws had gekeken, had geweten dat die Belangers helemaal niet tegen een halalbarbecue van moslims protesteerden, maar (op een ongepaste manier volgens mij) tegen een multiculturele les in een Vlaamse school waar niet-islamitische kinderen halalvoedsel kregen voorgezet. Het protest sloeg hem dus niet op het feit dat moslims hun vlees halal willen eten, maar op het feit dat kinderen van andersdenkenden een godsdienstig ritueel van een religie werd opgedrongen, als voorbereiding waarschijnlijk op schoolmaaltijden die voortaan halal zouden zijn, en waardoor varkensvlees taboe zou worden.

De hoofdprijs werd overigens afgeschoten de volgende dag door De Morgen waar een journalist uithaalde naar het VB dat hij zo geborneerd achtte dat het zelfs geen exotisch voedsel verdraagt. Halalvoedsel is echter geen exotisch voedsel, maar ritueel geslacht vlees, vaak op een manier die met de Belgische wetten op de dierenrechten vloeken. In alle geval bewezen de vele mails van de boze moslims, en de reactie van Koçak zelf, wat Chokri had willen aantonen: dat er een bijna geconditioneerde reflex in de moslimgemeenschap bestaat om zich, zonder zich voldoende te informeren, in een slachtofferrol te wentelen.

Gepercipieerde discriminatie

Dat is volgens mij ook de sterkste hinderpaal tegen integratie en emancipatie, de gepercipieerde maar niet reële discriminatie. Ik zou dan ook een omgekeerde wens willen uitspreken dan professor Etienne Vermeersch. Ik zou niet willen dat zij atheïsten werden, maar dat zij betere moslims werden, of liever: dat zij de geloofsbronnen van hun eigen islam beter leerden kennen. Niet in de hoop dat zij die consequenter zouden toepassen, ik zou het niet leuk vinden om de keel afgesneden te krijgen omdat ik een agnostische kafir ben (sura 47:4). Wel opdat zij zouden begrijpen dat zij inderdaad hun eigen islam moeten creëren, zoals meer dan duizend jaar geleden de mutazillieten dat geprobeerd hebben. Een islam die zich niet op de Koran steunt, en zeker niet op een verzonnen Koran, maar op een blijvende openbaring. Dat wil zeggen: op de overtuiging dat de menselijke kennis steeds groeiende is, en zeker niet gebonden is aan de al dan niet humane of inhumane uitspraken van één man ergens in een woestijnoase.

http://www.politiek.net/iskander/38231
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Terug naar “Tegenstrijdige visies over Islam”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast