opvoedingsproblemen in allochtonen eenouder gezinnen

Deze afdeling dient niet voor discussies. Het is een databasis van documenten, websites, boeken en andere bronnen teneinde sceptici te voorzien in materiaal om hun artikels op te stellen, zodat ze islam kunnen weerleggen. Plaats uw links in de juiste topic. Indien u een nieuwe topic wil inleiden, gelieve mij dat dan eerst te laten weten, we willen gelijklopende topics vermijden. Geen copy paste. Geef volledige referenties en ga na of uw bron betrouwbaar is. Indien u één van de aangehaalde bronnen wil weerleggen, vragen wij u dat te doen in de andere afdelingen van dit forum.
Gebruikersavatar
AREND
Berichten: 129
Lid geworden op: Wo Mar 12, 2003 6:22 pm

opvoedingsproblemen in allochtonen eenouder gezinnen

Berichtdoor AREND » Zo Mar 16, 2003 6:28 pm

1. Inleiding

Verduidelijking van de leervraag :

Het geen ik voor mezelf eens onder de loep wil nemen, is de opvoedingsstijl die gehanteerd wordt door allochtone ouders (namelijk Marokkaanse en Turkse ouders). Dit vooral gericht op de opvoedingsproblemen die een één – oudergezin ondervindt in deze samenleving. Wat zijn bijvoorbeeld de mogelijke oorzaken die kunnen leiden tot problematische opvoedingssituaties?

Op basis daarvan wil ik ook achterhalen wat dit kan betekenen voor de gezagsrelatie die moeders hebben t.o.v. hun adolescenten.

Waarom dit thema ?

Tijdens mijn stageperiode heb ik toch wel ondervonden dat er redelijk wat aanmeldingen waren van allochtone jongeren. Ik heb namelijk stage gelopen in het Jongenstehuis Don Bosco, een residentiële voorziening categorie 1bis voor jongens van 13 tot 18 (21) jaar geplaatst door de Jeugdrechter of het Comité omwille van een MOF en/of een POS.

Ik heb me gericht op het één – oudergezin omdat er bij de opnames in het Jongenstehuis een tendens ontstaan was dat er de laatste tijd veel opnames van jongeren waren die kwamen uit zo’n één – oudergezin, ook bij allochtone jongeren was dit het geval. Het lijkt voor allochtone alleenstaande moeders geen simpele klus om hun kind op te voeden in een meestal vreemde samenleving. Persoonlijk vind ik dat er wel enkele specifieke problemen bij deze jongeren op de voorgrond treden, zoals bijvoorbeeld communicatieproblemen, parentificatie, het moeilijk of niet aanvaarden van vrouwelijk gezag, …

Door het in aanraking komen met deze jongeren en hun problematiek ben ik me gaan afvragen wat de oorspronkelijke aanleiding hiervan is.

Hierdoor wil ik me dus verdiepen in dit thema en probeer ik te zoeken naar een antwoord op mijn leervraag, uiteraard rekeninghoudend met het feit dat situaties onderling nog van elkaar kunnen verschillen en dat er niet te snel veralgemeend mag worden.

2. Morele opvoeding in intercultureel perpectief

Wanneer we de westerse ideeën over de morele opvoeding toetsen aan de praktijk van de traditionele opvoeding, laat deze opvoeding in westerse ogen vaak te wensen over. Het woord ‘westerse’ moet hier wel benadrukt worden omdat de traditionele opvoeding in de herkomstlanden van de migranten goed functioneert. De vraag is echter of de traditionele opvoeding in een westers land wel voldoet. Hier worden zij aan de grote verleidingen van de westerse samenleving blootgesteld. Allochtone kinderen zien dat autochtone kinderen veel meer wordt toegestaan. Allochtone kinderen weten zich soms geen raad met de grote vrijheid van de buitenwereld tegenover de strikte gezagsverhoudingen in het gezin.

Enkele algemene conclusies en aanbevelingen omtrend de werking van de volgende genoemde onderwerpen in onze westerse cultuur.

2.1 Schuld en schaamte

In de westerse opvoeding speelt het aanspreken op het eigen geweten een belangrijke rol, kinderen worden als daders aangesproken op hun schulgevoelens. Schaamte is echter de overheersende emotie in de traditionele culturen. Wat men vooral bij groepsleden probeert te voorkomen is dat zij met hun gedrag schande over de familie afroepen. Je hangt de vuile was dus beslist niet buiten. Je liegt bij wijze van spreken nog liever over je gedrag, dan dat je je familie te schande maakt. Bijvoorbeeld : ‘Er waren een paar dure loopschoenen gestolen van één van de leerlingen. Eén van de allochtone kinderen kwam vervolgens op deze schoenen naar school. De schoenen konden aan een speciaal kenmerk makkelijk herkend worden als de gestolen schoenen. Hoewel de jongen erop gewezen werd dat hij de gestolen aan had, bleef hij ontkennen. Hij zou ze nieuw gekocht hebben.’

Het is typisch westers om iemand op deze wijze rechtstreeks te confronteren met zijn gedrag, en de jongen voelde zich daardoor waarschijnlijk in het nauw gedreven. Door zijn angst voor deze schande moet liegen hem een veel betere keuze geleken hebben, zelfs nu overduidelijk was dat hij de gestolen schoenen droeg. Er werd hem geen andere uitweg geboden.

Ook bij ons in het Jongenstehuis zag je soms wanneer een allochtone jongere iets verkeerd gedaan had dat hij hierover loog, ook al was het duidelijk dat hij het gedaan had. Ze werden hier dan ook rechtstreeks mee geconfronteerd. De reden van het liegen en het blijven liegen kan ook hier gelegen hebben aan de angst voor deze schande.

2.2 Autoritair

De traditionele opvoeding is doorgaans autoritair, een grote hoeveelheid ongeschreven regels worden van bovenaf éénzijdig aan kinderen opgelegd. Er vindt hoofdzakelijk correctie plaats in de vorm van straf en beloning bij gewenst en ongewenst gedrag. Westerse deskundigen twijfelen echter over de bijdrage die met name straf levert aan de morele vorming van kinderen. Straf wijst immers de dader alleen op de gevolgen van zijn gedrag voor hemzelf. Zonder verdere toevoeging wijst het niet op de gevolgen van het gedrag voor het slachtoffer. Het geeft de dader dus geen moreel inzicht of vorm van meeleven met het slachtoffer. We zouden niet moeten stelen omdat we daarvoor gestraft worden, maar omdat we de slachtoffer daarmee sterk benadelen, zowel in hun eigendom als in de gevoelens. Er zijn natuurlijk meer factoren die een rol kunnen spelen bij ongewens gedrag, zoals bijvoorbeeld de invloed van de groep en de innerlijke kracht om verleidingen te kunnen weerstaan. Bovendien worden allochtone kinderen met een grote hoeveelheid problemen geconfronteerd, waaronder bijna dagelijks met discriminatie. Natuurlijk kan een opvoeding vaak niet uit zonder straf. Het gaat er evenwel om wat aan meerwaarde aan de straf wordt toegevoegd.

2.3 De traditionele opvoeding

In de meeste samenlevingen op deze wereld maken mensen in de eerste plaats deel uit van een groep, meestal de grootfamilie. De opvoeding is daar vooral gericht op gemeenschapszin en de inpassing van de kinderen in de groep. Uitvallers kan de familie zich niet veroorloven. De familie was en is in de eerste plaats de enige groep of de enige voorziening waarop je kunt terugvallen, levenslang. De waarden in het traditionele gezin zijn : loyaliteit ten opzichte van de familie, verantwoordelijkheid ten opzichte van de familie, beleefdheid, gehoorzaamheid, respect voor ouderen. De rolpatronen van man en vrouw, jongen en meisje liggen vast. Het traditionele gezin wordt tegenwoordig ook wel aangeduid als een bevelshuishouding, waar ouderen, vaak mannen het voor het zeggen hebben. In een traditionele opvoeding worden jonge kinderen vooral vrij gelaten en emotioneel warm opgevoed. Er zijn weinig regels voor jonge kinderen. Maar als het kind een jaar of zes geworden is of later worden de teugels strak aangetrokken. De vader neemt de opvoeding van zijn vrouw over. Zijn rol ligt vanaf nu vast in traditionele rolpatronen en er is een zeer grote hoeveelheid ongeschreven regels voor het gedrag. Tegenspraak wordt niet geduld en veel keuzemogelijkheden worden het kind niet gegund.

2.4 Zwart – wit contrast

Het beeld dat hierboven voor zowel de moderne als voor de traditionele opvoeding geschetst is, is natuurlijk zwart – wit en kent in werkelijkheid allerlei grijswaarden. Toch maakt het als beeld één en ander duidelijk over de belangrijkste tendensen in de opvoedingspatronen in verschillende culturen. Een cultuur wordt overigens met name zichtbaar in de opvoeding, omdat daar de belangrijkste waarden en normen worden overgedragen. Waar in de moderne westerse opvoeding aan het jonge kind duidelijke grenzen worden gesteld, krijgen peuters en kleuters in de traditionele opvoeding veel vrijheid. Regels over het tijdstip van slapengaan zijn er bijvoorbeeld nauwelijks : het kind wordt pas naar bed gebracht als het tussen de volwassenen in slaap gevallen is. Krijgt het oudere kind in de moderne opvoeding steeds meer verantwoordelijkheid en keuzevrijheid, zo krijgt het kind in de traditionele opvoeding steeds meer regels en verplichtingen opgelegd. Deze opvoedingspatronen liggen dus omgekeerd in de twee geschetste tradities.

3 Opvattingen over opvoeding

De informatie hieromtrend haal ik vooral uit een onderzoek gebaseerd op allochtone (vooral Marokkaanse) alleenstaande moeders in onze samenleving. Hun visie op opvoeding wordt hier kort weergegeven.

Het gebeurt blijkbaar toch regelmatig dat wanneer het gezin de vader enkele jaren later achterna is gereisd, stuit op specifieke moeilijkheden die wel eens kunnen leiden tot een echtscheiding.

De meeste vrouwen belanden dan nogal eens in omstandigheden die over het algemeen vrij problematisch zijn. Ze kampen dan bijvoorbeeld met angst voor de ex – partner en diens familie, een deel is nog onbekend met de regels en procedures in onze samenleving, een moeizame echtscheidingsprocedure, aanvankelijk een eenzaam gevoel en vaak financiële problemen.

3.1 Reflectie over opvoeding en ontwikkeling van kinderen

Alle vrouwen zijn van oordeel dat kinderen belangrijk zijn. De mate waarin zij reflecteren op opvoedingsdoelen en – methodes is echter verschillend. Sommige moeders vinden het een zware opgave om hun kinderen op een goede manier groot te brengen. Ze piekeren vaak over de knelpunten die zich bij de opvoeding voor doen en vragen zich af met welke opvoedingsmethode ze het meest bereiken. Voor hen is de reflectie op opvoeden belangrijk. Andere moeders concentreren zich op de verzorgende taak. Zij vinden het vooral belangrijk dat hun kinderen er netjes uitzien. Zij zijn zich misschien niet zo bewust van het belang stil te staan bij de opvoedingsdoelen en – praktijken of zij moeten alle zeilen bijzetten om het hoofd boven water te houden waardoor er geen tijd is om te reflecteren over de opvoeding.

3.2 Opvoedings- en ontwikkelingsdoelen

Er wordt onderscheid gemaakt tussen relationele en individuele waarden en doelen. De veronderstelling is dat in samenlevingen waarin collectieve verantwoordelijkheid en groepssolidariteit overlevingsstrategieën zijn, relationele waarden zoals gehoorzaamheid aan en respect voor ouders een hogere prioriteit hebben bij de opvoeding dan individuele waarden als persoonlijke ontplooiing en zelfbeschikking. Maar toch zijn er ook moeders die het belangrijk vinden dat hun kinderen zelfstandig denkende personen worden. Allochtone gezinnen in onze samenleving hanteren toch nog vaak seksespecifieke opvoedingswaarden en -doelen.

3.3 Attitude ten aanzien van onderwijs en arbeid

De meeste moeders hechten veel waarde aan de (school) carrière van hun kinderen. Het is dan ook een grote teleurstelling wanneer de studieresultaten tegenvallen. De meeste van deze kinderen volgen nog steeds één of andere vorm van beroepsonderwijs.

De moeders hechten ook een grote waarde aan de toekomstige werksituatie van hun kinderen.

3.4 Overdracht en beleving van religieuze waarden en normen

De Islam is evenals het Christendom een religie met een grote invloed op het dagelijks leven. De religieuze voorschriften betreffen zowel de relatie tussen de mens en god als die tussen de mensen onderling.

Om de Islam te kunnen beleven is een gemeenschap van gelijkgezinden nodig. Het buiten deze gemeenschap staan blijkt directe consequenties te hebben voor de beleving van de religie en indirect voor de overdracht van religieuze waarden en normen.

De Islam legt de gelovige vijf plichten op. Namelijk de geloofsbelijdenis, het rituele gebed, het geven van aalmoezen en het doen van goede werken, de vastenperiode van 29 tot 30 dagen en de bedevaart naar Mekka. Naast deze vijf plichten zijn er religieus getinte feesten ontstaan ter markering van de levenscyclus, zoals geboortefeesten, besnijdenisfeesten, huwelijksfeesten en begrafenisrituelen. Verder geeft de Islam voorschriften voor het dagelijksleven, zoals het verbod om varkensvlees te eten en alcohol te drinken. Kinderen worden geacht zich te houden aan de voorschriften van de ramadân, vanaf het moment dat ze geslachtsrijp zijn.

Van de alleenstaande moeders zijn er vrij veel die hun kinderen niet of nauwelijks opvoeden volgens de richtlijnen van de Islam. Voor een deel kan dit te maken hebben met de gezinsvorm van de vrouwen. De moskee moskee vormt het middelpunt van de islamitische religie en dit is vooral een mannenbolwerk. De alleenstaande moeders hebben nauwelijks binding met mannen die de moskee bezoeken. Daar komt bij dat religieuze feesten vooral in familieverband worden gevierd. Het merendeel van deze vrouwen heeft echter geen familie in onze samenleving of hoort er niet meer bij en voelt zich vaak eenzaam op dit soort dagen.

In het Jongenstehuis zag je ook regelmatig dat deze jongeren de regels van de Islam zeker niet tot in de puntjes opvolgden, enkel het niet eten van varkensvlees werd door de meesten welgedaan.

3.5 Eigen taal en cultuur

De meeste moeders spreken thuis met hun kinderen geheel of gedeeltelijk de eigen taal. Moeders die uitsluitend de eigen taal met hun kinderen spreken en die weinig kennis van de Nederlandse taal hebben kunnen ernstige communicatieproblemen met hun kinderen krijgen. Voor zover bekend volgt geen enkel kind op school onderwijs in de eigen taal. Deze kinderen hebben hier soms zelf geen belangstelling voor.

4. Risico – factoren in de opvoedingssituatie

In dit gedeelte worden de specifieke risico – factoren in de opvoedingssituatie van kinderen van alleenstaande allochtone moeders op een rij gezet. Men constateert dat bij kinderen van alleenstaande allochtone moeders sprake is van een accumulatie van risico – factoren, en dat zij een verhoogd risico lopen psycho – sociale problemen te krijgen.

4.1 Problematische gezinssituatie

Vele migrantengezinnen hebben het jarenlang zonder gezinshoofd moeten stellen. De in bijvoorbeeld Marokko achterblijvende gezinnen hebben de afwezigheid van de man en vader aanvankelijk vaak gecompenseerd met steun van andere mannelijke verwanten. De moeder is in de loop der tijd meer dan voorheen de centrale figuur binnen het gezin geworden en in de gezinnen met oudere kinderen heeft een oudere zoon vaak de superviserende en disciplinerende rol van zijn vader overgenomen. Na de hereniging van het gezin in onze samenleving moet er een nieuwe consensus gezocht worden. Dit betekent dat de vader weer in het gezin geïntegreerd moet worden en weer een rol in het dagelijks leven van het gezin moet krijgen (dit dan leiden tot een territoriumconflict met de oudere zoon, zie cursus L.Voets). In het gunstigste geval ontstaat er een consensus over de nieuwe taak- en rolverdeling en in het ongunstigste geval geld het recht van de sterkste. Dit kan betekenen dat de vader op een zijspoor gerangeerd wordt door moeder en kinderen maar in de praktijk betekent dit echter vaker dat moeder en kinderen als nieuwkomers en onbekenden in onze samenleving zich moeten onderwerpen aan het gezag en de normen van de man en vader. In verschillende van de gezinnen ontstonden na de immigratie van het gezin na verloop van tijd huwelijksproblemen en werd de opvoedingssituatie ook problematisch. Een belangrijke oorzaak voor de problematische opvoedingssituatie ten tijde van het huwelijk vormden de houding en het gedrag van de vaders. De houding van de vaders varieerde van het negeren van de kinderen tot vijandigheid ten opzichte van hen en hun gedrag werd meestal gekenmerkt door dominantie en strengheid. In de opvoeding van de beide ouders worden vaak 2 dimensies onderscheiden : autonomie/ondersteuning versus controle en genegenheid versus vijandigheid. Zowel de factor controle als de factor vijandigheid worden als risico – factoren aangemerkt . Vaders die strenge controle op hun kinderen uitoefenen, trachten hun gedrag te sturen door hun macht te laten gelden en hen hun genegenheid ten onthouden. Kinderen van zulke vaders lopen een groter risico later agressief gedrag te vertonen. De moeder kiest uiteindelijk bijna altijd voor haar kinderen maar dit kan toch een hele tijd aanslepen. De lange duur van de problematische gezinssituatie betekent een stress voor de kinderen en daarmee een risico – factor.

4.2 Psychosociale problemen van de moeder na ontbinding van het huwelijk

Uit onderzoek is gebleken dat de psychosociale problemen van de moeder gedurende de eerste periode van het alleenstaan een risico – factor voor de kinderen kan vormen. Hoewel bijna alle moeders het initiatief namen tot de ontbinding van het huwelijk, was dit voor hen een sprong in het duister. Zij weken hiermee af van de geaccepteerde normen, onttrokken zich aan de gemeenschap en kozen vaak noodgedwongen voor een leven in onze samenleving. De problemen rond de echtscheiding en de angst voor hun ex – partner en diens familie hebben het gezin van de alleenstaande moeder vaak nog lange tijd overschaduwd. Alleenstaande moeders met psychosociale problemen zijn vaak geneigd emotioneel steun bij hun kinderen te zoeken. Dit kan tot overbelasting van deze kinderen leiden en/of tot een dysfunctionele taakopvatting (bv. parentificatie).

4.3 Frequente verhuizingen

De hoge verhuisfrequentie van de gezinnen na de ontbinding van het huwelijk is opvallend. Echter ook de periode voorafgaand aan de scheiding van de ouders wordt gekenmerkt door een hoge verhuisfrequentie van de kinderen met of zonder moeder. Voor schoolgaande kinderen betekent dit dat zij steeds van school moeten veranderen en contacten met nieuwe klasgenoten moeten aangaan. De kinderen die tijdens hun schoolloopbaan een periode in hun thuisland verbleven, bv. omdat het gezin daar door vader was achtergelaten, hebben daarnaast nog een extra achterstand opgelopen.

4.4 Kwetsbare positie van alleenstaande moeders binnen de Marokkaanse gemeenschap en ontbreken van familiale steun

Alle alleenstaande allochtone moeders hebben een kwetsbare positie in hun gemeenschap. Zij zijn zich ervan bewust dat er veel kritiek wordt uitgeoefend op het feit dat zij zelf het initiatief hebben genomen een einde te maken aan het huwelijk en hierbij buitenstaanders zoals hulpverleners en de rechter hebben betrokken. Op het moment dat zij breken met hun echtgenoot, bevinden zij zich doorgaans in een marginale positie daar zij zich buiten hun gemeenschap plaatsen door te vluchten naar een opvanghuis. Hun gedrag en dat van hun kinderen wordt nauwlettend in de gaten gehouden en deviant gedrag van hun kinderen wordt vaak toegescheven aan de afwezigheid van een man in huis. Alleenstaande vrouwen worden als een bedreiging voor goed functionerende gezinnen gezien en contacten met hen worden liever vermeden. Zolang deze gezinnen nog in het niemandsland tussen hun gemeenschap en onze samenleving verkeren en nog niet een eigen netwerk ontwikkeld hebben, verkeren de moeders en hun kinderen in een kwetsbare positie.

4.5 Discontinuïteit in de overdracht van religieuze en culturele waarden en normen

Men heeft de indruk dat slechts een deel van de moeders vasthoudt aan de religieuze gebruiken en hoogtijdagen en deze overdragen op hun kinderen. Religieuze meelevendheid vereist een netwerk van gelijkgezinden. De meeste moeders hebben echter nog weining contacten met hun eigen volk. Daarnaast weet men van enkele moeders uit het onderzoek dat zij meer waarden en normen van onze samenleving adapteren en overdragen. Discrepantie tussen enerzijds de settingen waarin kinderen verkeren en anderzijds de opvoedingswaarden en –normen houdt een risico voor kinderen in. Aandacht voor de sekse – specificiteit van opvoedingswaarden en –normen is hierbij van belang.

4.6 Communicatieproblemen

Tussen alleenstaande moeders en kinderen kunnen communicatieproblemen ontstaan, vooral wanneer de moeders de Nederlandse taal niet beheersen en thuis met hun kinderen uitsluitend hun eigen taal spreken. Deze problematiek doet zich in versterkte mate voor bij kinderen die uithuis geplaatst zijn en dagelijks in een geheel Nederlandstalige omgeving verkeren.

4.7 Achterstanden in het onderwijs

Onderwijsachterstanden van allochtone kinderen vormen een algemeen probleem, dat niet specifiek is voor kinderen van alleenstaande moeders. Wat wel specifiek is dat deze kinderen een tijd lang met hun moeders in hun land van herkomst hebben gewoond, nadat zij daar achtergelaten zijn door hun vaders. Deze kinderen hebben dan vaak een extra onderwijsachterstand. Verder zij enkele kinderen als gevolg van hun psycho – sociale problematiek belemmerd aan het onderwijs deel te nemen, het geen tot een grotere onderwijsachterstand leidde. Ook frequente verhuizingen kunnen een negatief effect hebben op de leerprestaties van de kinderen. Onderwijsachterstanden kunnen leiden tot voortijdige uitval en marginalisering en delinquentie. Het opgroeien in een éénoudergezin leidt ertoe dat de kinderen minder goede schoolprestaties leveren in vergelijking met kinderen in twee – oudergezinnen.

5. Interview in opvoedingswinkel

Dit hoofdstuk gaat over de praktische ervaring van een allochtone hulpverleenster in de opvoedingswinkel van Genk. Zij werkt in de thuisbegeleidingsdienst van de opvoedingswinkel, wat betekent dat ze multi – problemgezinnen proberen te helpen met hun opvoedingsproblemen. Hieronder volgt een korte samenvatting van de inhoud van het gesprek.

De opvoedingswinkel is zeer laagdrempelig, je kan er bijvoorbeeld gewoon binnen gaan en vragen hoe men te werk gaat. Het is gedeeltelijk te vergelijken met het op visite gaan bij een dokter.

De opvoedingsdoelen van allochtone gezinnen zijn nog steeds sterk op de groepgericht. Dit is aanwezig bij alle generaties, deze waarden en normen worden telkens doorgegeven.

De eerste generatie van allochtonen is niet echt bezig met opvoeding. Ze gebruiken vooral het straffen als aanpak. Wanneer men straft wordt er echter niet gezegd waarom men dit doet.

Indien allochtone jongeren deliquent gedrag vertonen en niet meer in de hand te houden zijn, dan wordt dit door de vader vaak gezien als de schuld van onze maatschappij omdat ze niet mogen slaan om hun kind in de hand te houden. Slaan in de opvoeding is in hun ogen niet abnormaal, maar gewoon een middel om op te voeden.

Een groot probleem is vaak ook dat ze niet preventief te werk gaan. Een klein probleem laten ze steeds zover komen tot ze een groot probleem hebben.

Het ontsporen van de jongeren heeft vaak te maken met het feit dat de hardhandige opvoeding van vader niet meer aanvaard wordt. In een één – oudergezin stapt de moeder vaak af van die hardhandige opvoeding, zij gaat met die manier van opvoeden meestal niet akkoord. Wanneer de kinderen van een alleenstaande moeder ontsporen wordt dit door de gemeenschap gezien als het ontbreken van een man. De drempel voor een alleenstaande allochtone moeder om hulp te zoeken is groot. Schaamte en onwetendheid speelt hier vaak een grote rol in. Een mannelijke hulpverlener ligt nog moeilijker want die wordt door de gemeenschap meestal niet geaccepteerd. Wanneer de problemen door een allochtone hulpverlener aangepakt worden dan loopt het meestal vlotter omdat de cultuur voor hen bekender is en die persoon neemt men vaak sneller in vertrouwen.

Er is ook steeds een zekere angst voor de gemeenschap van de ex – partner, tot de vrouw effectief hertrouwd wordt ze voortdurend gecontroleerd.

I.v.m. de gezagsrelatie is het zo dat een Marokkaanse moeder iemand is waar de kinderen respect voor hebben, bij Turken blijkt dit iets minder te zijn maar dat respect is toch wel aanwezig. Er is wel eens een probleem wanneer het gezin de vader naar onze samenleving achterna reisd en waarbij de oudste zoon de vaderrol in eigen land al op zich had genomen. Dan zou het kunnen zijn dat ze door die disciplinerende en superviserende rol die hij heeft opgenomen geen gezag meer aanvaardt van moeder en eventueel van opvoedsters wanneer ze uithuisgeplaatst zijn.

6. Besluit

Als slot wil ik kort even evalueren in welke mate ik mijn leervraag heb kunnen beantwoorden.

Eerst en vooral wil ik toch wel even toelichten dat de inhoud niet veralgemeend mag worden naar alle allochtonen, het gaat namelijk vooral over problematische situaties.

Persoonlijk vind ik het antwoord dat ik op mijn leervraag gevonden heb bevredigend. Ik heb door dit werkje zaken geleerd die ik tijdens mijn stage goed zou kunnen gebruiken en het verklaard ook deels het gedrag dat deze jongeren wel eens stellen. Deze mengeling van theorie en praktijk heeft me toch wel een andere kijk gegeven op bepaalde situatie zoals bijvoorbeeld het soms hardnekkig blijven liegen van allochtone jongeren.
"leest u ons ook voor uit de
fabeltjeskoran,t"
mijn homepage
Afbeelding

Terug naar “Bronnen Centrum”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten