De getuigenis van Samira Bellil over seksueel geweld

Bestaan gelijkheid en gelijkwaardigheid tussen man en vrouw in de islam? Begon de emancipatie van de vrouw 1400 jaar geleden? Bevrijdt de islam de vrouw?
Gebruikersavatar
sprot
Berichten: 4147
Lid geworden op: Ma Jan 27, 2003 11:25 pm
Locatie: Hel
Contact:

De getuigenis van Samira Bellil over seksueel geweld

Berichtdoor sprot » Do Sep 11, 2003 11:23 pm

De getuigenis van Samira Bellil over seksueel geweld
Littekens uit de kelder

Mia Doornaert 11/09/2003


© wim danneels
De Franse Samira Bellil, geboren in Algiers, groeide op in een probleemgezin waar haar brute vader de scepter zwaaide. Ze leefde grotendeels op straat en werd als puber verschillende keren het slachtoffer van groepsverkrachtingen. Vijftien jaar later, met een jarenlange therapie achter de rug, vond ze de moed om haar verhaal te vertellen.


Niemand heeft een vinger uitgestoken toen een veertienjarig meisje in een trein, tussen Parijs en Sarcelles, in elkaar werd getimmerd. Toen ze bij haar haren op straat werd voortgesleept. Toen ze in een stinkende kelder werd gegooid en een hele nacht verkracht en gemarteld werd door een bende jongens van haar eigen wijk, van haar eigen ,,cultuur''. Niet één keer, maar drie keer is Samira Bellil door een meute mishandeld en verkracht. Tweemaal toen ze veertien was, in de Parijse voorstad waar ze woonde, een keer toen ze zeventien was, op vakantie in Algerije, het geboorteland van haar ouders. En telkens waren niet de schoften die haar misbruikten schuldig, maar zij. Want een meisje wie zoiets overkomt, die zoekt het toch zelf, nietwaar?

Na vijftien pijnlijke jaren van ontreddering en schuldgevoel, van ontsporing in drugs en drank en hopeloze relaties, van hardnekkige verdringing en onaangepaste opvang, en van eindelijk een weldoende therapie van drie jaar, heeft Samira het trauma van zich afgeschreven. Ontsnapt uit de hel is de vertaling van Dans l'enfer des tournantes -- de tournantes zijn de groepsverkrachtingen waarmee meisjes in de cités geterroriseerd worden.

De caïd die haar en vele andere meisjes verkrachtte ,,kreeg acht jaar. Ik kreeg er vijftien. De meeste verkrachte meisjes en vrouwen hebben levenslang,'' zegt Samira Bellil.

Ze is pittig en lacht gemakkelijk en komt zelfverzekerd over, want ze heeft beslist dat ze nog een leven voor zich heeft en dat ze geen slachtoffer meer is. Maar ze draagt levenslang diepe littekens in haar geest en haar ziel.

Haar boek sloeg in als een bom in Frankrijk, waar seksueel geweld in de immigrantengetto's een taboe was en nog steeds in grote mate is. De meeste meisjes die verkracht worden, durven niets te zeggen, want ze dreigen thuis uitgestoten te worden en in de rest van de cité bekend te staan als een ,,keldermeisje'', een slet die je naar believen mag stompen en slaan, die, zoals in haar boek staat, ,,uitgeleend wordt als een cd of een trui, die doorgegeven wordt als een joint''.

Wie, zoals Samira Bellil, de stilte durft te verbreken, wordt overladen met verwijten. ,,De mannen van de banlieue zeggen dat ik mijn gemeenschap verraad. Progressieven vragen me of ik geen koren op de molen van het [uiterst-rechtse] Front National gooi. Maar wat hebben de jaren van stilzwijgen over de hel van de meisjes in de cités, om zogezegd geen racistische indruk te maken, opgeleverd? Dat Jean-Marie Le Pen vorig jaar tweede werd in de presidentsverkiezingen.''

Samira Bellils boek betekende een duw in de rug van het collectief Ni putes ni soumises waarvan ze deel uitmaakt (,,noch hoeren noch sloren''). Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor de vele duizenden vrouwen die hetzelfde lot hebben ondergaan. ,,Wat ik die vrouwen wil zeggen is: ja, je hebt iets verschrikkelijks beleefd. Maar besef dat je toch nog een leven kunt hebben. Het is mogelijk om opnieuw te glimlachen, het is mogelijk jezelf weer op te bouwen, het is mogelijk.''

Het erge is, vindt ze, dat de daders meestal vrij rondlopen en de slachtoffers met de vinger worden gewezen. ,,Nog erger, de meisjes hebben zich laten wijsmaken dat ze zelf schuldig zijn, ze verliezen elk zelfrespect, ze denken dat wat hen is overkomen hun verdiende loon is, ze raken helemaal aan lager wal.'' Verkrachting is een misdaad waarbij het slachtoffer levenslang krijgt maar voor de daders worden altijd weer excuses ingeroepen, zegt ze.

Samira, de kleine beurette (meisje van Noord-Afrikaanse afkomst), was geen gemakkelijk meisje. Begrijpelijk. Ze was een begaafd, nieuwsgierig kind, ze wilde zich kunnen uitleven. Maar dat mag een meisje niet in haar milieu. Ze mocht alleen gehoorzamen, geen vragen stellen, want het antwoord bestond uit ,,klappen, geschreeuw en gespuug''. Haar vader was gewelddadig. Haar moeder beschermde haar niet, want ze was zelf het product van ,,een cultuur die vrouwen als honden behandelt''.

,,Daarom willen we met de moeders werken, dat is het begin van alles,'' zegt Samira Bellil. ,,Als we beginnen met de moeders te emanciperen, zullen de dochters volgen. En wat van het grootste belang is: de moeders moeten ophouden hun zonen en dochters totaal verschillend te behandelen. Dat is primordiaal.''

Ze is niet te spreken over de politiek van de grands frères die Frankrijk sinds vijftien jaar voert. Die bestaat erin dat jonge mannen van de banlieue voor de orde moeten helpen zorgen. ,,We zien het resultaat vandaag. Er zijn alleen mannelijke animators in de cités, die zich niets van de meisjes aantrekken. De meisjes kunnen niet mee gebruik maken van de culturele of sportieve faciliteiten, want de jongens willen dat niet.''

Samira Bellil werkt nu zelf als een gediplomeerde animatrice in immigrantenwijken in het departement Seine-Saint-Denis, ten noorden van Parijs. Daar merkt ze nog iets anders verontrustends, dat zich overigens niet alleen in Parijs voordoet. ,,Die animators zijn meestal jongens met een goed voorkomen, die goed spreken, maar die een religieus betoog afsteken over de islam. Dat stoort me geweldig.''

Samira Bellil wijst erop dat die animators, die betaald worden door een staat die beweert seculier te zijn, de godsdienst gebruiken om de vrouwen te chanteren: als je geen sluier draagt, ben je een slechte moslim en verdien je wat je overkomt.

,,Op onze slogan ni putes ni soumises hebben een aantal mannen uit de cités geantwoord met een groep ni proxo ni macho [proxénète betekent pooier -- md]. Ze vroegen een debat en wij hebben dat aanvaard. De samenstelling van onze groep vrouwen weerspiegelde de realiteit van de banlieues: Maghrebijnsen, zwarten, Fransen. Weet je wat een Maghrebijn ons zei? 'We hebben liever dat Le Pen in onze wijk een toespraak komt houden dan jullie'.''

Vindt ze dat verbazend? Er bestaat ook elders een aanzienlijke overeenkomst tussen islamitische ,,grote broers'' en uiterst-rechts: ze vinden dat vrouwen hun plaats moeten kennen, ze houden niet van homo's, ze wijzen andere culturen af en geloven niet in integratie. ,,Wat die man niet zinde, was dat wij, de Maghrebijnse vrouwen, ook ons truitje droegen met ,,ni putes ni soumises'' . Dat de 'Françaises' dat dragen, tot daar. Dat zijn, in hun opinie, hoe dan ook allemaal hoeren.''

,,Maar wij zijn ook Françaises, wij behoren tot de republiek, haar wetten zijn er ook voor ons, de laïciteit moet ook voor ons gelden. Ik wil niet dat men mij definieert als Samira de moslima. De islam is mijn godsdienst, niet mijn identiteit. Mijn identiteit, dat is wie ik ben, wat ik wil.''

Maar de intimidatie en chantage werken, zegt ze. ,,Vijftien jaar geleden zag je nauwelijks sluiers in onze wijken. Vandaag dragen de meisjes ze opnieuw, ze onderwerpen zich weer. Het geweld wint het.''

In haar ogen is de sluier een symbool van onderwerping, geen bewijs van godsdienstigheid. ,,Vergis u niet. Er is het imago van la petite immigrée die goed werkt op school, die goede resultaten haalt. Maar de buitenwereld moet zich daar niet op verkijken. Ze mag uitstekende resultaten op school hebben, ze mag zich volledig onderwerpen aan haar familie, dat is nog altijd niet genoeg. Ze zal nog altijd niet over haar eigen leven mogen beschikken. Nee, ze moet uitgehuwelijkt worden, en daarover beslist opnieuw niet zij, maar de familie. Je wordt niet behandeld als een individu, je wordt geformatteerd .''

Samira Bellil beroept zich op de republiek, maar die schiet nog altijd deerlijk tekort in de cités, vindt ze. Haar boek mag dan grote ophef gemaakt hebben, het geweld blijft duren, de hel van de tournantes ook, er is veel te weinig bescherming, de gewelddadige jongerenbendes blijven de dienst uitmaken, ,,de politie durft ze niet aanpakken, iedereen heeft schrik.''

Ze verwijst naar ,,de affaire van Rijsel'', waar een veertienjarig meisje, Sara, viereneenhalve maand gruwelijk mishandeld werd, en vaak tien verkrachtingen per dag onderging. ,,De jongens die dat gedaan hebben, lopen vrij rond. Zij is tweemaal verhuisd, tweemaal hebben ze haar teruggevonden, tweemaal is haar appartement in brand gestoken. Ze krijgt nog altijd geen bescherming.''

Bij mijn aankomst heeft Samira me in het Nederlands begroet. Ze heeft die taal, die inmiddels roestig geworden is, geleerd bij papa Jean en mama Josette, Vlaamse pleegouders die bij Luik woonden en bij wie ze van haar eerste tot haar vijfde jaar uitbesteed was, via een organisatie, omdat haar moeder toen niet voor haar kon zorgen. Bij hen bracht ze ook een tijdlang haar vakanties door. ,,Dankzij hen ben ik overeind gebleven. Omdat ik de herinnering heb aan een gezin waarin de ouders je allebei liefde geven, antwoorden op je vragen, naar je luisteren. Dat vlammetje is in mij blijven branden.''

Als je Samira Bellils boek leest, brand je ook, maar van verontwaardiging. Over de hel die het leven van zovele meisjes en vrouwen is. Over de medeplichtigheid van onze democratische maatschappijen met de onderdrukking en mishandeling van vrouwen in immigrantengemeenschappen, in naam van respect voor andere ,,culturen''. Dit boek moet worden gelezen, zodat we eindelijk onder ogen zien wat de gevolgen zijn van dat schuldig verzuim.


SAMIRA BELLIL, Ontsnapt uit de hel. Vertaald door Judith Wesselingh, Arena, Amsterdam, 236 blz., 19,50 euro.
Soms denk ik juist,soms denk ik fout,maar ik dénk tenminste
Dubitando ad Veritatem pervenimus (Cicero)
Sapere aude!
In het 'Huis van de Vrede' is het steeds Oorlog.

Dutch
Berichten: 3282
Lid geworden op: Ma Jan 20, 2003 7:10 pm
Locatie: Darul Hourria

Berichtdoor Dutch » Vr Sep 12, 2003 8:18 pm

Samira Bellil
Samira Bellil. ,,Als we beginnen met de moeders te emanciperen, zullen de dochters volgen. En wat van het grootste belang is: de moeders moeten ophouden hun zonen en dochters totaal verschillend te behandelen. Dat is primordiaal.''


Dit is inderdaad een waarheid, waarvan het impact door velen grondig onderschat wordt.
Waarom worden jongens nu anders (beter, vrijer) behandeld? Juist ja, omdat ze volgens de koran de meerdere van de vrouw zijn... Het komt frequent voor dat een migrantenvader, vooraleer hij vrouw en kinderen zelfs voor kortere tijd achterlaat, het "gezag" over deze groep overdraagt aan zijn (oudste) zoon, zelfs al is die nog vrij jong. Zussen en moeders moeten dus op hun hoede zijn voor deze "machtige" broer of zoon, zijn wil is wet en vooral, bij terugkomst van de vader, wordt er door deze zoon een nauwkeurig verslag uitgebracht aan de vader over ieders doen en laten.
Ook voor de zoon in kwestie is deze rol verre van aangenaam, maar kom, alles went en op die manier wordt de volgende generatie geknechte vrouwen en emotioneel gehandicapte mannen keurig in de ware geest van de koran opgevoed...

Dit boek ga ik lezen. Heb dergelijke treurige vrouwenlevens van nabij meegemaakt.
Gewoon kwestie van de batterijen even bij te laden en er 200% zeker van te zijn dat de FFI-gedachte moet verspreid worden!
Danke Sprot voor je interessante bijdragen!

Dutch

Dutch
Berichten: 3282
Lid geworden op: Ma Jan 20, 2003 7:10 pm
Locatie: Darul Hourria

Berichtdoor Dutch » Vr Feb 13, 2004 11:40 am

Uit de laatste Nieuwsbrief van "Liberales" :

Ik heb in mijn jeugd vooral smeerlappen gekend - Samira Bellil

Samira Bellil (29) ging door de hel. Niet heel even, maar jarenlang. Haar relaas is dat van een meisje dat opgroeide in de gevaarlijke cités rondom Parijs, op haar zeventiende al tot drie keer toe was verkracht en tal van vernederingen onderging om dan door haar vader als een hoer te worden verworpen. “Toch heeft dit leven mij niet gebroken”, zegt zij. “Het heeft mij integendeel gehard in mijn strijd voor vrouwenrechten in de moslimgemeenschap en bescherming van de zwakkeren.”


De jeugd van Samira speelt zich af in een cité in een Parijse voorstad waar vooral allochtone werklozen wonen. Jongerenbendes zwaaien er de plak en wie zich niet aan de regels onderwerpt, moet het ontgelden. Samira, die thuis werd opgevoed volgens de tradities van haar islamitische ouders, verzette zich van jongs af aan tegen de ongelijkheid van de geslachten en trok, net als de jongens, de straat op om er dag in dag uit rond te hangen met andere brutale meiden. Ze was het liefje van bendeleider Jaid en dat gaf haar een zekere status. Tot op de dag ze zich smoorverliefd aan hem gaf en zich zo onbewust tot algemeen bezit en gezamenlijk seksobject maakte.


Immers, eenmaal ontmaagd was de reputatie van Samira verwoest en werd ze een ‘kelderwijf’ en het ‘hoertje’. De andere bendeleden wilden ook wel wat. Samira werd als een dier bij de haren meegesleurd naar een appartement waar ze werd gedwongen tot de meest bestiale seks. Nadat ze zich urenlang met al haar krachten verzette en probeerde te ontsnappen uit de klauwen van haar belagers, moest ze zich noodgedwongen gewonnen geven en onderging ze de vreselijke vernederingen die de rest van haar jeugd en haar verdere leven zullen tekenen. De ene man volgde na de andere, tot de ochtend een einde maakte aan de gruwelijke nachtmerrie. Vanaf die dag zag het leven van Samira er anders uit.


Tot tweemaal toe herhaalde dit verkrachtingsscenario zich en Samira, die in de wijk telkens opnieuw met haar beulen werd geconfronteerd, was te bang om klacht in te dienen. Thuis kon Samira ook al niet terecht. Het verhaal kwam haar vader ter ore, en vanwege de ‘schande’ die ze aanrichtte in naam van de familie-eer, sloeg hij haar nog harder dan hij gewoonlijk al deed.


Voor Samira begon een jarenlange lijdensweg met vallen en trachten op te staan, maar telkens zonk zij nog dieper weg in een moeras van vernedering, seksueel misbruik en fysiek geweld. Toen ze eindelijk alle moed bijeenschraapte om toch klacht in te dienen tegen de verkrachters volgde een zoveelste zware teleurstelling: de advocate ‘vergat’ de dag van het proces mee te delen zodat de daders er goed afkwamen. Getekend door de tegenslagen en de enorme machteloosheid die ze voelde om toch iets van haar leven te maken, besloot ze de hulp van een psychologe in te roepen. Die probeerde met engelengeduld de wirwar van problemen en de uitzichtloze chaos waarin Samira zich bevond, stukje bij beetje bloot te leggen en te ontzenuwen.


Vandaag voelt Samira zich bevrijd. Ze heeft haar verleden achter zich gelaten en beschreef haar belevenissen in het boek Ontsnapt uit de hel. “Ze hebben me vernederd en verscheurd achtergelaten”, zegt Samira Bellil. “Ze hebben me kapotgemaakt. Maar mijn glimlach hebben ze nooit kunnen breken.”


Hoe bent u al die jaren van ellende doorgekomen?


Samira Bellil: Ik heb me nooit als slachtoffer gedragen en ben steeds voor mezelf opgekomen. Voor de buitenwereld leek het alsof ik mij niets aantrok van al die verkrachtingen en al dat geweld. Ook mijn moeder verweet me dat ik het niet zo erg leek te vinden, terwijl ik alleen maar verder wilde vergeten wat er was gebeurd. Nu besef ik dat ik mijn problemen meteen had moeten aanpakken, maar in die tijd wilde ik alleen maar overleven. Dat deed ik op mijn manier. Ik werd agressief en stortte me in het nachtleven. Ik had er geen moeite mee met volslagen vreemde mannen mee naar huis te gaan. In ruil voor seks had ik een plek om te slapen, want ik wilde van huis weg zijn. Ik had geen scrupules meer. Die verkrachtingen hadden mij elk gevoel van eigenwaarde ontnomen. Ik vond mezelf door en door verdorven, vuil en slecht. Wat kon het mij dan schelen wat er met mij gebeurde? Wat ik allemaal deed? Achteraf was dat een suïcidale reactie. Wilde ik diep in mezelf zijn.


Naar aanleiding van uw boek zijn heel wat meisjes met gelijkaardige verhalen naar de politie gestapt. Voelt u zich een spreekbuis en een voorbeeld?


Samira Bellil: Ik sta enkel in voor de gevolgen van mijn eigen daden. Het is ook niet mijn verdienste dat andere meisjes die misdaden eindelijk aangeven. Mijn boek is voor sommigen hooguit het laatste duwtje geweest om hen over de streep te halen. Het probleem is dat de meisjes vanuit alle hoeken druk ervaren. Ze worden bedreigd door de daders. “Als je iets zegt, gaat je familie eraan.” In de familie is dit alles een groot taboe want jonge meisjes moeten nu eenmaal niet op straat rondhangen. Op die manier wordt hen zo’n groot schuldgevoel opgedrongen dat ze niet anders durven dan te zwijgen en de pijn in alle stilte alleen te dragen. Ze voelen zich zelf schuldig aan hun eigen verkrachting. Bovendien is er in de wijken amper nog politie te zien. Ze durven zich daar niet meer vertonen, laat staan optreden. Hoe kan er dan een band groeien met de bevolking? De politie is er om drugs te zoeken, is de algemene gedachte, niet om verkrachte meisjes op te vangen. Maar ik wil dat de buitenwereld weet wat zich in die doodse voorsteden afspeelt. Dat het er een dagelijkse oorlogszone is.


Heeft uw boek iets veranderd aan de situatie in de cités?


Samira Bellil: Ik heb mensen aan het denken gezet. Maar we moeten realistisch blijven. De situatie in de cités gaat er enkel op achteruit. Toen ik er opgroeide, waren er groepsverkrachtingen. Nu gaat het er nog erger aan toe. Onlangs hebben bendeleden een meisje in brand gestoken! Zo maar voor de fun! En nog gebeurt er niets, niemand grijpt echt in. Zolang de overheid geen maatregelen treft, zal het van kwaad naar erger gaan. En ik kan het weten want ik ben momenteel weer actief in dezelfde wijk. Ik werk er met kinderen en jongeren die hetzelfde hebben meegemaakt als ik. Toen ik jonger was, heb ik zo gezocht naar hulp, om telkens tegen een muur te lopen en te moeten vaststellen dat ik er alleen voor stond. Daarom tracht ik nu de hand uit te steken naar de jongeren uit de wijk, die zich ook aan de strenge wetten van de cités moeten houden. Weet je dat ik mijn verkrachters soms nog tegen het lijf loop? Ze weten dat ik alles heb uitgebracht en nu bedreigen ze me opnieuw. Ze willen dat ik stop met die verhalen te verspreiden. Ze hebben nog altijd geen spijt van wat is gebeurd. Zij realiseren zich niet eens hoe afschuwelijk hun daden zijn. In elk geval laat ik me niet opjutten door hun bedreigingen. Het deert me niet meer, ze kunnen me niet meer bang maken. Dat is de enige manier om de dictatuur van de angst te doorbreken: zorgen dat je daarboven staat.


Hoe komt het dat de situatie in de wijken zo kon ontsporen?


Samira Bellil: Om te beginnen is er de socio-economische situatie. De werkloosheid is enorm en er zijn veel eenoudergezinnen. De scholen zijn te laks en laten de kinderen vaak aan hun lot over, niet in het minst omdat veel leerkrachten en begeleiders niet in de achtergestelde buurten willen werken. Ze worden afgeschrikt door het geweld en het ontbreken van elk gezag. Het leven in de cités is zo gesloten dat er geen contact is met de buitenwereld. Het is een stad in de grootstad met eigen wetten en leefregels maar zonder overheid die respect afdwingt, zonder controle van buitenaf. De overheid laat de cités volledig links liggen. Bovendien wonen in zulke wijken tientallen nationaliteiten met verschillende godsdiensten en is de wedijver groot. Het kan onder die omstandigheden niet anders dan dat de cités een ware broeihaard zijn voor problemen.


Verwijt u uw ouders iets?


Samira Bellil: Ik verwijt hen dat mij hun islamitische tradities hebben willen opleggen. Dat zij mij niet hebben geholpen toen ik het zo hard nodig had. Mijn ouders zijn moslims en hangen een traditie aan waarbinnen vrouwen benadeeld worden. Die onrechtvaardigheid kon ik als kind al niet aanvaarden en daar ben ik me tegen blijven verzetten. Ik ging in tegen de traditie van mijn ouders en dat heeft me veel klappen gekost.
Vandaag is de relatie met mijn moeder goed, al praten we niet over het boek. Maar zij tracht wel te begrijpen wat er gebeurd is. Mijn vader daarentegen wil niets over het verleden of het boek horen en daar leg ik me bij neer. Het raakt me niet meer dat hij geen interesse heeft. Ik wilde in mijn boek de situatie uitleggen en de schuldigen, onder wie mijn ouders, met de vinger wijzen. Ik was wel bang dat mijn ouders me definitief de rug zouden toekeren, maar dat risico was ik bereid te nemen. Met mijn zussen heb ik nog steeds een warm contact, ze zijn erg trots op hun grote zus. De situatie was voor hen wel anders, ze hebben een veel mildere opvoeding gehad en op straat werden ze met rust gelaten omdat ze de zussen van ‘de Samira’ waren. Ik was voor hen de grote broer die hen beschermde en die ikzelf nooit heb gehad.


Gelooft u na al die vreselijke ervaringen nog in de liefde?


Samira Bellil: Ik heb in mijn jeugd vooral smeerlappen gekend, mannen die enkel uit zijn op seks en geen liefde kennen. Maar ik weet dat niet alle mannen zo zijn, dat heel wat mannen van een vrouw houden en ze genegenheid en liefde schenken. Ik ben er vast van overtuigd dat ook ik dat geluk zal vinden. Al die tijd heb ik mij het beeld voor ogen gehouden van de Belgische familie waarbij ik mijn eerste levensjaren doorbracht. Zij hebben me zoveel liefde gegeven en ook toen ik later bij hen op vakantie kwam, was er altijd een plaatsje voor mij aan de tafel en in hun hart. Zij toonden mij dat het ook anders kan, dat een man en een vrouw samen gelukkig kunnen zijn en kinderen kunnen laten opgroeien in een liefdevol gezin. Dat ideaalbeeld blijf ik nastreven.


Uw boek moest deze donkere periode in uw leven definitief afsluiten. Bent u daarin geslaagd?


Samira Bellil: Ondanks al wat is gebeurd, voel ik me nu vrij, levendig en gelukkig. Ik heb er heel hard moeten aan werken, dat wel, maar het is me gelukt. Toch is mijn boek niet in de eerste plaats een therapie. Ik hoorde zoveel lelijke roddels over de meisjes in de cités dat ik de nood voelde om mijn verhaal op te schrijven en de buitenwereld te laten kennismaken met de harde realiteit in de cités. Die meisjes zijn geen domme seksobjecten die de mannen uitdagen en zich nadien als slachtoffer gedragen. Zij worden wel degelijk verkracht en vernederd. Hun verhalen zijn geen aanstellerij maar een harde realiteit. Op een manier heb ik ook wraak genomen op wie me dit alles heeft aangedaan en wie zijn ogen heeft gesloten voor mijn pijn. Ik heb niemand gespaard en heb de verantwoordelijken aangeduid. En geloof me, ik ben nog lief geweest, ik had het boek nog veel harder kunnen maken.




Interview door Eva Van Den Eynde
© Dag Allemaal – 28 oktober 2003

Samira Bellil, Ontsnapt uit de hel. Een vrouw strijdt tegen seksueel geweld, Standaard Uitgeverij, 2003



Terug naar “Rechten van de vrouw in Islam”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten