Vrucht van de boom

Deze afdeling dient niet voor discussies. Het is een databasis van documenten, websites, boeken en andere bronnen teneinde sceptici te voorzien in materiaal om hun artikels op te stellen, zodat ze islam kunnen weerleggen. Plaats uw links in de juiste topic. Indien u een nieuwe topic wil inleiden, gelieve mij dat dan eerst te laten weten, we willen gelijklopende topics vermijden. Geen copy paste. Geef volledige referenties en ga na of uw bron betrouwbaar is. Indien u één van de aangehaalde bronnen wil weerleggen, vragen wij u dat te doen in de andere afdelingen van dit forum.
Gebruikersavatar
Pilgrim
Berichten: 41178
Lid geworden op: Wo Jan 17, 2007 1:00 pm
Locatie: Dhimmistad

Vrucht van de boom

Berichtdoor Pilgrim » Zo Sep 01, 2019 2:21 am

Afbeelding

Lees HIER “Vrucht van de boom” (PDF)
De Islam is een groot gevaar!
Jezus leeft maar Mohammed is dood (en in de hel)

Gebruikersavatar
Hans v d Mortel sr
Berichten: 15621
Lid geworden op: Za Jun 18, 2011 7:07 pm

Re: Vrucht van de boom

Berichtdoor Hans v d Mortel sr » Ma Sep 02, 2019 7:21 am

Ik zou altijd iets over de inhoud vertellen.

Lijkt mij wel zo normaal en klantvriendelijk.
Ik weet niks met zekerheid. Ik ben gelovig atheïst en verkondig uitsluitend eigen dogma's wegens gebrek aan de vrije wil.

Gebruikersavatar
Ariel
Berichten: 71866
Lid geworden op: Wo Apr 07, 2004 10:30 pm

Re: Vrucht van de boom

Berichtdoor Ariel » Ma Sep 02, 2019 10:40 am

Samenvatting “Vrucht van de boom”

Dit is een dossier over de gevolgen van de Jihad. Het vertelt hoe de Islam is verspreid en laat ook zien wat de gevolgen waren. De samensteller heeft een chronologie van de Jihad samengesteld, gebruikmakend van bronnen die vooral uit het Engelstalige gebied afkomstig zijn. De Koran blijft voornamelijk dicht, het gaat in dit dossier om de gevolgen van de Jihad en niet om de inhoud van de Islam. Voor het historische gedeelte van dit boek heeft hij voor een chronologische benadering gekozen en vertelt het dossier een doorlopend verhaal.

Eerst werd Arabië door de Jihad veroverd, daarna was Egypte aan de beurt, waarna Perzië werd aangevallen. De expansie naar Nubië mislukte, mede doordat het gebied zo arm was dat er voor de Moslims niets te halen viel. De verovering van Noord Afrika begon in Egypte waar alle steden werden veroverd. In Alexandrië werd de beroemde bibliotheek verbrand; een onherstelbare klap voor de beschaving. De Berbers in Noord-Afrika hebben zich gedurende twintig jaar hevig verzet tegen de Arabieren. In Frankrijk werden de Islamieten bij Tours beslissend verslagen. In het oosten konden de Byzantijnen tot de slag bij Manzikert stand houden, maar daarna werden ze steeds verder teruggedrongen totdat Constantinopel als laatste bolwerk viel. Daarna was de Balkan en Oost Europa eeuwen lang een slagveld met ontelbare slachtpartijen. In onze tijd zijn de Turken nog steeds gewelddadig bezig met Cyprus en de Koerden en worden zelfs de laatste Armeniërs en andere Christenen bedreigd.

De Islamieten vernietigden bijna overal waar ze kwamen de bestaande taal en cultuur en vervingen die in veel gevallen door hun eigen taal en de Islam. De Arabieren, de Turken en andere islamieten verwoestten tienduizenden kerken en ook dat gebeurt op diverse plaatsen nog steeds; zoals in Egypte, Nigeria en Indonesië. De Arabieren hebben in het Midden Oosten, Klein Azië en Noord-Afrika meer dan de helft van de toenmalige Christelijke wereld zo grondig weggevaagd, dat er op een incidentele mozaïekvloer na, bijna niets meer van is terug te vinden. De veroveringen gingen meestal gepaard met moord op de weerbare mannen en verkrachting en slavernij voor de vrouwen en kinderen; honderden miljoenen waren er het slachtoffer van.

De Jihad is in de islamitische geschiedenis ook steeds gepaard gegaan met grootschalige slavernij. In dit dossier wordt daarom ook aandacht besteed aan de slavernij en de islamitische connectie daarvan. Daarna komt de tijd na 1900 in beeld. Er wordt aandacht besteed aan de wrijving tussen het Christendom en de Islam, die zich voor een deel in het Midden-Oosten afspeelt. In samenhang daarmee gaat het ook over de verborgen agenda van de EU en de Islam in relatie tot de Jihad en de gevaren die de Europeanen daardoor bedreigen. Het gaat dus niet alleen over de geschiedenis van de Islam en de Jihad, maar ook over de invloed die deze ideologie op de wereld van vandaag heeft.
De samensteller geeft geen interpretatie van de informatie, maar hij vindt dat de chronologie van de Jihad wel een duidelijk patroon vertoont, namelijk dat de Islam niet zal rusten voor gehele de wereld is veroverd! De Jihad loopt als een rode draad door de geschiedenis van Europa, Azië en Afrika. De hedendaagse Moslims proberen ons te laten geloven dat de Islam voornamelijk op vreedzame wijze is verspreid. De snelheid waarmee de islamitische expansie zich voltrok, kan echter alleen worden toegeschreven aan het feit dat die voornamelijk werd bereikt met militaire middelen; daarvan zijn overvloedige bewijzen voorhanden.

Dit dossier behandelt een aantal van die bewijzen die, waar mogelijk, zijn geïllustreerd met verslagen van ooggetuigen. Doordat van de bronnen veel niet in het Nederlands is vertaald, is in de informatie die ze bevatten voor de meeste Nederlanders onbekend. Dit dossier is een poging om deze leemte op te heffen en het wil de slachtoffers van de Jihad aan de vergetelheid ontrukken. Het dossier is daarom aan hen opgedragen en hun stem wordt gehoord in de ooggetuigen verslagen die in de tekst zijn opgenomen. Het is een schokkend verhaal geworden en vormt stof tot nadenken.

Over de samensteller van dit dossier:
Peter Bontenius is een pseudoniem. Hij heeft een passie voor geschiedenis en hij is uit nieuwsgierigheid aan dit dossier begonnen. Hij heeft zich verbaasd over de gewelddadigheid van de Jihad en de naïveteit van de gevestigde orde ten opzichte van de Islam.
De geest van de wijze richt zich naar rechts, maar de geest van de dwaas naar links.

Gebruikersavatar
Hans v d Mortel sr
Berichten: 15621
Lid geworden op: Za Jun 18, 2011 7:07 pm

Re: Vrucht van de boom

Berichtdoor Hans v d Mortel sr » Ma Sep 02, 2019 7:30 pm

De Koran hê!

Moslims geloven in de Koran als het boek van Satan Mohammed Allah. De oorzaak van alle Jihad is dit:

KORAN 48:28 - God zal de islam laten zegevieren.

De ellende met Mohammed-aanbidders is dat ze behoren tot de unieke mislukte mensensoort moslims die overtuigt is dat Allah niet buiten de hulp van 1,8 miljard moslims kan.
Ik weet niks met zekerheid. Ik ben gelovig atheïst en verkondig uitsluitend eigen dogma's wegens gebrek aan de vrije wil.

Gebruikersavatar
sjun
Berichten: 4964
Lid geworden op: Zo Mei 11, 2014 8:29 pm
Locatie: Visoko

Re: Vrucht van de boom

Berichtdoor sjun » Zo Sep 08, 2019 4:59 pm

Hans v d Mortel sr schreef:Ik zou altijd iets over de inhoud vertellen.

Lijkt mij wel zo normaal en klantvriendelijk.

Ik zou toch ook zeker het hele boek waarnaar gelinkt wordt zelf even doornemen. Een kleine 370 bladzijden, inclusief verwijzingen en literatuurlijst.
Uitprinten kan ook want het gaat om een pdf bestand. Daarnaast is het verstandig deze kennis zowel mondeling als digitaal te verspreiden omdat we allemaal een maatschappelijke verantwoording voor overdracht van kennis hebben. Langs die weg voorkomen we immers dat toenemende verdomming de maatschappij gaat verlammen en omvormen.

Het boek komt samengevat neer op: Aan de vruchten van de boom in de wereld en historie is de inhoud van islam te herkennen.
Het recht op vrije meningsuiting wordt algemeen geaccepteerd, totdat iemand er daadwerkelijk gebruik van wil maken.

Gebruikersavatar
Pilgrim
Berichten: 41178
Lid geworden op: Wo Jan 17, 2007 1:00 pm
Locatie: Dhimmistad

Re: Vrucht van de boom

Berichtdoor Pilgrim » Za Okt 05, 2019 12:58 am

LONGREAD: “Vrucht van de boom” (deel 1)

Geplaatst op 3 oktober 2019

Afbeelding

Omdat ik maar al te goed weet dat niet alle mensen zin en tijd hebben of tijd willen vrijmaken. wil ik hier een verkorte versie van het boek “Vrucht van de boom” weergeven, waardoor het boek toch kans heeft om begrepen te worden door de lezers van “E.J. Bron”. Het zal gaan om meerdere artikelen die zullen bestaan uit een aantal gekopieerde delen van het boek die naar mijn mening de echte waarheid over de zogenaamde religie van de “vrede” het beste duiden.

Elke 2 dagen wil ik hier een paar stukken uit het boek plaatsen om meer duidelijkheid te geven aan de bijna onnoemelijke wreedheid van de jihad die ons zo graag voorgespiegeld wordt door mensen die totaal niks begrepen hebben van de werkelijke aard van de islam.

Het kan zijn dat er lezers zijn die of niet echt geïnteresseerd zijn in het geheel en dus op hun dooie gemak gaan zitten wachten op het moment dat hun keel doorgesneden wordt ofwel als dhimmi door het leven mogen gaan en de rest van hun ellendige leven de jaarlijkse Jizya mogen betalen, waarvan de hoogte bepaald wordt door de toevallig langskomende moslim die enige status heeft in de islamitische hiërarchie.

Laat ik beginnen met het leven van Mohammed vanaf het moment dat hij zijn zogenaamde boodschappen van een engel kreeg toegespeeld tijdens zijn epileptische aanvallen.

Epilepticus

Mohammed leed aan epileptische aanvallen die hallucinaties veroorzaakten en die hem deden geloven dat hij daardoor de woorden van Allah kreeg ingegeven. In 610 ontvangt hij, als hij in een grot mediteert, zijn eerste van vele boodschappen. Ze zijn later opgetekend in de Koran, die hij volgens de overlevering rechtstreeks van Allah zou hebben gekregen. Aantoonbaar is dat Mohammed zeker een deel van de inhoud van de Koran in een verbasterde vorm ontleende aan andere bronnen, onder welke het Oude Testament en het Nieuwe Testament een belangrijke plaats innemen.

Rond 612 begon Mohammed zijn eerste preken te houden en om legitimiteit te geven aan zijn boodschap zei hij dat de tekst afkomstig was van een God die hij Allah noemde. Niemand mocht de woorden veranderen om alle kritiek bij voorbaat uit te sluiten. Hij begon te vertellen dat God hem als zijn boodschapper had gekozen en dat er een God was die tot hem sprak tijdens zijn epileptische aanvallen. Dat ging zogenaamd via de engel Jibril (Gabriël). (...)

Zijn eerste bekeerling was zijn eerste vrouw Khadidja; zij was voor haar bekering christin. Door haar raakte de analfabete Mohammed bekend met de Bijbelse verhalen, en dat lijkt de reden dat hij verbasterde delen van de Bijbel heeft opgenomen in de Koran. In Mekka kreeg Mohammed de steun van zijn oom Abu Talib, maar al snel kwam er weerstand tegen Mohammed´s boodschap.

In 619 overleed Khadidja en daarna ook zijn oom Abu Talib. De Quraish aristocratie in Mekka maakte daarna plannen om hem te vermoorden en in 622 maakte hij met Aboe Bakr de lange reis, die bekend staat als de verhuizing, de Hidjra naar Jathrib. Die stad werd vanaf toen Medinat al-Nabi, of Medina genoemd, de ‘stad van de Profeet’. Deze vlucht markeert het begin van de islamitische jaartelling.

Aantrekkelijkheid
Een belangrijke reden voor velen om tot de islam toe te treden, was het vooruitzicht om de vijand te kunnen plunderen en ook omdat de gevangen vrouwen door Mohammed onder zijn volgelingen werden verdeeld. Het waren dus geen verheven redenen waarom Mohammed zijn eerste bekeerlingen kreeg in Medina. Hij had ook veel tegenstanders onder de Arabieren daar. Prominent onder hen waren de dichters. Mohammed liet een aantal van hen vermoorden om hun tegenwerking en kritiek te stuiten.

M.A. Kahn concludeert:

”In ieder geval is de grondlegging van de islam door profeet Mohammed en de daarop volgende geschiedenis overdekt met talloze veldslagen en oorlogen, die honderden miljoenen levens hebben gekost.”

Bat Ye‘or schrijft:

“De Arabische kolonisatie ging vergezeld van de deportatie van dhimmi bevolkingen (…). De werkers werden gedeporteerd naar regio’s waar de bevolking was gedecimeerd en in slavernij weggevoerd (...) Syriërs, Kopten, Armeniërs, Joden, christelijke Nestorianen, Melkieten en Hindoes werden in de loop van de Arabische kolonisatie gedeporteerd.”

Dit is in flagrante tegenspraak met de beweringen van sommige pro-islam schrijvers, die ons willen doen geloven dat de islam op vreedzame wijze zou zijn verspreid!

Jihad in Arabië

Rooftochten en veldslagen
Binnen een jaar na zijn vestiging in Medina begon Mohammed regelmatig de karavanen van de Mekkanen te overvallen als die aan Medina voorbijtrokken. Zo organiseerde hij tussen 622 tot 630 ongeveer 66 van dergelijke strooptochten en oorlogen, waarvan hij er persoonlijk 28 leidde. De Arabieren waren van oudsher gewend om af en toe karavanen van andere Arabieren en andere doortrekkende kooplieden te overvallen. Deze rooftochten waren algemeen geaccepteerd. De belangrijkste rooftochten en veldslagen waar Mohammed zelf aan deelnam, worden door M.A. Kahn genoemd:

In 623 waren dat: Waddan, Safwan en Dul-Ashir;
624: Nakhla, Badr, Banu Salim, Eid-ul-Fitr, Zakat-ul Fitt, Qaynuda, Sawiq Ghaftan en Bathan;
625: Ohud,Humra-ul-Asad, Banu Nadir en Dhatur-Riqa;
626: Badru-Ukhra, Dumatul-Jandal en Banu Mustalaq Nikah;
627: de Loopgraaf, Ahzab, Banu Qurayza, Banu Lahyan, Ghaiba en Khaybar;
628: de tocht naar Hudaybiya;
630: de verovering van Mekka, Hunsin en Tabuk.

In totaal waren dat 28 belangrijke rooftochten en veldslagen waaraan Mohammed persoonlijk deelnam. Het valt daarom niet moeilijk te verdedigen dat het begin van de verspreiding van de islam met nogal wat geweld gepaard is gegaan. We zullen enkele gebeurtenissen nu wat nader bekijken.

De overval van Nakla
In januari 624 stuurde de Profeet een groep strijders onder commando van Abdullah ibn Jahash op pad om een Mekkaanse karavaan aan te vallen bij de plaats Nakla, op negen dagreizen van Medina en slechts twee dagen van Mekka. Toen hij hem op weg stuurde, gaf de Profeet hem een brief mee en beval hem die pas te openen nadat ze twee dagen op reis waren. Abdullah opende de brief na de voorgeschreven tijd en las:

“Als je deze brief van mij hebt gelezen, ga dan verder tot je bij Nakhla bent tussen Mekka en Al-Taíf. Ga daar in hinderlaag en wacht op de Quraish karavaan”.

Abdullah en zijn mannen deden dit. (...) Toen de karavaan binnen hun bereik kwam, vielen zij die aan: een lid van de karavaan werd gedood en twee werden er gevangen genomen en nog een ontsnapte. Ze keerden naar Medina terug met de karavaan en de twee gevangenen.

Hier even een opmerking van mijn kant. Het is algemeen bekend dat Mohamed een totale analfabeet was, maar het zou kunnen zijn dat hij deze brief door een van zijn medestanders heeft laten schrijven, waarbij bij mij dan nog steeds de vraag open blijft; Waarom werden deze zogenaamde boodschappen dan niet opgeschreven door zijn volgelingen??

Het was de heilige maand Rajab, een van de vier maanden van het jaar waarin vechten en bloedvergieten verboden was in de Arabische traditie. Deze inbreuk op de eeuwenoude traditie veroorzaakte grote verontwaardiging en protest bij de burgers van Medina, waaronder een aantal volgelingen van Mohammed. Dit bracht de Profeet in een vervelende situatie. Hij probeerde zich in eerste instantie te distantiëren en de schuld op de daders te leggen. Maar toen hij bemerkte dat Abdullah en zijn metgezellen daardoor gedesillusioneerd raakten (wat ontmoedigend zou zijn voor toekomstige overvallen) kwam Allah snel met het verlossende woord om het bloedvergieten te rechtvaardigen, zelfs als het in de gewijde maand plaatsvond.

“Zij vragen u omtrent het vechten in de heilige maand. Zeg: ´Het vechten hierin is een grote overtreding, maar de mensen van de weg van Allah af te houden en Hem ondankbaar te zijn en (de toegang tot) de Heilige Moskee (te verhinderen) en haar mensen er van te verdrijven, is bij Allah een grotere zonde; en vervolging is erger dan doden.´ En zij zullen niet ophouden u te bevechten, totdat zij u van uw geloof hebben afgebracht, als zij kunnen...” [Koran 2:217]

Het moet worden vermeld dat, voorafgaand aan deze overval, Mohammed’s gezelschap in zeer behoeftige omstandigheden verkeerde. Daarom had deze overval voor Mohammed’s gemeenschap een speciale betekenis en deed dit hen geloven dat de rijke buit hen speciaal was bezorgd om hun ontberingen te verzachten. Voor Mohammed en zijn gemeenschap markeerde dit de start van plundering en beroving van niet-moslim karavanen als belangrijkste middel van bestaan.

En hoe dus een en ander aangepast werd aan de op dat moment zijnde situatie.

De slag bij Badr tegen Mekka in 624
Twee maanden later, in maart 624, deed zich opnieuw de mogelijkheid voor een karavaan te onderscheppen, namelijk die van Abu Sofyan die terugkeerde uit Syrië naar Mekka. Mohammed kon beschikken over een leger van ruim 300 man. De moslims misten de karavaan zelf, maar troffen wel het Mekkaanse leger aan, dat gestuurd was om de karavaan te beschermen in een reactie op de overval bij Nakla. Het Mekkaanse leger telde tussen de 700 en 1000 man. De Slag bij Badr liep voor Mohammed uit op een klinkende overwinning. Doordat Mohammed de waterbronnen onklaar had gemaakt, trokken de Mekkanen zich vrij snel terug. De Mekkanen verloren ca. 50 man en er werden er ongeveer evenveel gevangen genomen. Mohammed verloor 15 man. Op bevel van de Profeet werd een aantal van de gevangenen op het slagveld op wrede wijze gedood. De strijd van Badr in 624 markeert het begin van de islamitische Jihad.

In Medina leefden drie verschillende Joodse stammen. In de eerste fase van zijn prediking heeft Mohammed geprobeerd hen voor zijn nieuwe godsdienst te winnen, maar dat lukte hem niet. In 624 werd de stam Bani Qainuqa uit Medina verbannen en in 625 de Banu Nadir.

De Slag bij Oehoed in 625
Na de nederlaag bij Badr mobiliseerden de Quraish een groter leger en ze vielen Mohammed aan terwijl hij in Medina was. De slag die volgde vond plaats op de heuvel Oehoed in de buurt van Medina. Voor dit gevecht begon beloofde Mohammed zijn volgelingen opnieuw de overwinning en stelde hen in het vooruitzicht dat ze zouden kunnen plunderen, net als na de Slag bij Badr. Door deze plunderzucht dreigde echter voor Mohammed voor de eerste keer een nederlaag. Terwijl de Quraish zich terugtrokken, lieten ze hun tenten onbeheerd achter en een deel van Mohammed’s leger begon te plunderen. Toen Mohammed’s boogschutters zagen dat hun kameraden de achtergelaten tenten van de Quriash plunderden, verlieten ze hun positie op de heuvel en gingen naar beneden om te delen in de buit! De Quraish zagen dat de aanval van de boogschutters was gestopt en ze hergroepeerden zich en vielen de moslims aan. Dit leidde tot een bloedbad onder de moslims en Mohammed zelf werd gewond door een aanval van Khalid-Ibn-Walid, de Quraish generaal. Zo eindigde de Slag om de Oehoed heuvel in een nederlaag voor Mohammed.

De Slag bij de Gracht van Medina in 627
De hervatting van de aanvallen op de Mekkaanse karavanen maakte de Quraish duidelijk de ze nog niet van Mohammed af waren en daarom begon Abu Sufyan zich in april 627 voor te bereiden op een tegenaanval. Hij verbond zich met een aantal naburige stammen die al van Mohammed’s aanvallen te lijden hadden gehad. Een strijdmacht van 7.000 tot 10.000 man verzamelde zich achter Abu Sufyan, terwijl Mohammed daar slechts ca 3.000 man tegenover kon stellen.

Deze keer gebruikte Mohammed de list om een gracht te graven rond Medina. Hij deed dit op aanraden van de Pers Salman. In de aanval op een bewegend doel zoals karavanen speelde een statische verdediging geen rol, dus toen de Quraish Medina naderden, werden ze verward door de gracht en ze maakten zich op voor een lange belegering. Toen de strijd echter langer ging duren en de weersomstandigheden verslechterden, met zandstormen, hagel en regen, besloten enkele van de bondgenoten zich terug te trekken uit de strijd, met als voorwendsel de aanvaarding van de islam. Uiteindelijk besloten ook de Quraish dat het beleg niet kon doorgaan en trokken zij zich terug naar Mekka.

De slag met de Banu Quraizah in 627
Na de Slag van de Gracht en na het verliezen van de slag van Mu’tah tegen de Byzantijnen, keerde hij zich tegen de Joodse stam Banu Quraizah. Mohammed had in het begin van zijn optreden geprobeerd in de gunst van de Joden te komen, maar ze wezen hem af. Omdat ze zich bleven verzetten tegen zijn aanspraken als Profeet beschuldigde hij hen ervan dat zij de voorwaarden van hun overeenkomst met hem hadden geschonden. Er werd hen bevolen om de wapens neer te leggen en te vertrekken. De Joden vonden het voorstel belachelijk. Daarop belegerde Mohammed hun vesting gedurende vijfentwintig dagen. Daarna nam Ali de vesting in waarbij alle Joden gevangen werden genomen.

Mohammed beval daarop dat alle 800 volwassenen mannen van de Banu Quraizah vermoord moesten worden, waarbij het al dan niet volwassen zijn werd vastgesteld aan de hand van de aanwezigheid van schaamhaar. Ze werden met het zwaard onthoofd en Mohammed onthoofdde persoonlijk twee van de Joodse hoofdmannen. De afgehakte hoofden werden voor Mohammed opgestapeld.

De vrouwen en kinderen werden als slaven verkocht en hun bezittingen werden verdeeld onder de moslims, waarbij Mohammed een vijfde deel voor zichzelf reserveerde. Hij juichte de massamoord op de Joden toe en zei tegen zijn volgelingen dat het zich toe-eigenen van de vrouwen van de Joden een legitieme buit was. Mohammed nam zelf de mooie Joodse Rayhana als concubine en bracht met haar de nacht door die volgde op de moord op de mannen.

Zodoende waren er geen Joden meer in Medina en Mohammed richtte zich nu op Khaybar, waar ook een grote Joodse gemeenschap was, en mede vanwege de steun die hun leider had gegeven aan Mohammed’s tegenstanders in de Slag bij de Gracht van Medina.

Mohammed en het Verdrag van Hudaibiya in 628
Volgens de islamitische vrede van tien jaar, de Hudna, die gebaseerd is op de Koran, is een vrede met de ongelovigen geen echte vrede, maar een voorbereiding op oorlog tegen hen. Na de Slag van Gracht in 627 hebben de Quraish niet meer met de moslims gestreden die Mohammed omsingelden in Medina. Dus Mohammed besloot dat het tijd voor hem werd om het initiatief te nemen en een Jihad te starten tegen de Quraish. Hij vermomde zijn agressie tegen Mekka slim als een Hadj bedevaart naar Mekka.

Mohammed stuurde Othman, een van zijn handlangers, naar Mekka om de verdediging te bespioneren. Othman had ook een ontmoeting met de Quraish leiders om te onderhandelen over een eventuele entree in Mekka voor de moslims en Mohammed. Vlak voordat de moslims klaar waren om de wapens op te nemen en Mekka aan te vallen, keerde Othman terug met Suhail Ibn Amr, een vooraanstaande burger van Mekka die door de Quraish werd gestuurd om over een verdrag te onderhandelen. Dit werd het Verdrag van Hudaibiya. In de volgende twee jaar deden veel volgelingen van Mohammed alsof ze de islam hadden verlaten en vestigende zich in Mekka. Zo ging de voorbereiding door van de uiteindelijke invasie van Mekka. Mohammed was helemaal niet van plan zich aan het verdrag te houden, zoals we verderop zullen zien.

De Joden van Khaybar in 628
In mei 628 trok de Profeet met een leger van 1.600 man op tegen de Banu Nadir in Khaybar. Ze naderden de plaats in de nacht zonder te zijn opgemerkt. Toen de mensen van Khaybar s‘ochtends de stad verlieten om te gaan werken, stuitten ze op de moslims en vluchtten terug. Er ontstond een gevecht waarbij 93 Joodse verdedigers en 19 moslims sneuvelden. Ook Kanina, de leider van de Banu Nadir, werd gevangen genomen. Hij had zijn kostbaarheden verborgen en Mohammed hoorde dit van een overloper. Kanina werd gemarteld om hem de bergplaats van de kostbaarheden te ontfutselen. Uiteindelijk werd de schat gevonden en Kanina werd vermoord.

Na de zege werden de weerbare mannen vermoord en de vrouwen en kinderen gevangen genomen. De vrouwen werden volgens Ibn Ishaq)* verdeeld onder de moslims. Daar was ook Safiyah bij, de 17-jarige vrouw van Kanina. Toen Mohammed haar had gezien, was hij onder de indruk van haar schoonheid en hield haar voor zichzelf en “trouwde” met haar. Volgens sommigen is Mohammed in 632 door haar vergiftigd.

In 628 was Mohammed nog niet sterk genoeg om Mekka te veroveren en daarom wendde hij zich tot de vorsten van Yamana, Oman en Bahrein. Hij liet hen weten dat hij zichzelf als Profeet beschouwde en drong eropaan dat zij zich tot de islam zouden bekeren. Daarop werd negatief geantwoord. Mohammed stuurde ook afgezanten naar de Byzantijnse keizer Heraclius en naar de Byzantijnse gouverneur van Egypte. In Constantinopel werd zijn boodschap met hoongelach ontvangen. De Byzantijnse gouverneur van Egypte stuurde een weigering en voegde er als vriendelijk gebaar twee mooie slavinnen bij. Mohammed nam Marya de Koptische, die de jongste van de twee was, aan als een van zijn concubines.

)*Mohammad Ibn Ishaq Ibn Yasar, geboren in 704 in Medina, gestorven in Bagdad in 767/770, was een moslimhistoricus en is bekend geworden doordat hij mondelinge overleveringen over Mohammed samenvoegde tot zijn eerste biografie, Sirat Rasul Allah (Het leven van Allah’s Boodschapper)

Slag bij Mu’tah tegen het Byzantijnse Rijk in 629
In september 629 werden Mohammed’s troepen verslagen bij Mu´tah in het grensgebied van Syrië, waarbij twee van zijn aanvoerders sneuvelden.

Aangemoedigd door de overwinning bij de gracht, liet Mohammed zijn oog vallen op de staten in het noorden van Arabië. Hij had vóór 610 de welvarende steden bezocht, toen hij voor zijn eerste vrouw Khadija met karavanen op pad was.

Mohammed stuurde aan de Byzantijnse en Perzische keizers een ultimatum “Omarm de islam en u zult veilig zijn”. De Perzische en Byzantijnse keizers waren verbijsterd door deze belediging en ze waren zich niet bewust van de dreiging die deze uitnodiging inhield.

Mohammed was op zoek naar een spectaculaire overwinning, omdat Mekka nog steeds onoverwonnen in het zuiden lag en omdat de Quraish van Mekka toenadering zochten tot de Perzen en de Byzantijnen. Hij benoemde zijn slaaf Zaid, die een van zijn vroegste bekeerlingen was, tot de leider van zijn veldtocht en hij gaf hem een leger van 30.000 man mee.

In de zes dagen dat de strijd duurde, sneuvelde alle drie de islamitische leiders de een na de andere, nadat ze het commando op zich hadden genomen. Als eerste sneuvelde Zaid ibn Haritha die doorboord werd door een speer, daarna sneuvelde Jafar ibn Abi Talib en vervolgens Abdullah ibn Rawaha. Alleen Omar koos toen voor de vlucht de woestijn in. Na zijn dood vroegen de troepen Khalid ibn al-Walid om het bevel op zich te nemen, wat hij accepteerde.

Toen Khalid ibn al-Walid het bevel op zich nam, waren zijn linies al doorbroken en hadden de Byzantijnen de moslims bijna verslagen. Khalid-Ibn-Walid probeerde zijn strijders aan te sporen en beloofde hen een rijke buit. Hij bleef de schermutselingen met de Byzantijnen gaande houden en trachtte een open veldslag te voorkomen. Hij hergroepeerde ’s nachts zijn troepen met de bedoeling de Byzantijnen te laten denken dat er versterkingen uit Medina waren aangekomen. De cavalerie kreeg opdracht zoveel woestijnzand opwerpen als ze konden om de indruk wekken dat er nog meer versterkingen arriveerden. Toen het de volgende ochtend op de strijd aankwam, onttrokken de Byzantijnen zich aan het conflict en ook de islamitische strijdkrachten braken op en trokken terug naar Medina.

In februari 630 stuurde Mohammed een leger onder Amr ibn Al-As naar de christelijke stammen van Oman en beval hen islamiet te worden en belasting te betalen, wat sommigen ook deden. Anderen werden tot overgave gedwongen en moesten de helft van hun land en andere bezittingen afstaan om hun christelijke geloof te mogen behouden. Ze moesten ook Arabisch gaan spreken in plaats van hun eigen taal.

Mohammed neemt in 630 Mekka in
De inname van Mekka vond plaats in 630 onder het voorwendsel dat Mohammed het Verdrag van Hudaibiya had ingetrokken. Het verdrag werd gebruikt om de niet-moslims te misleiden. Dit is wat onder de moslims bekent is als Taqiyya en misleiding betekent.

Ook tegenwoordig handelen moslims nog in de geest van het Verdrag van Hudaibiya. Een mooi voorbeeld hiervan is de uitspraak van Yasser Arafat op 10 mei 1994 in de moskee van Johannesburg, toen hij een antwoord moest geven aan degenen die hem verweten dat hij de Oslo Akkoorden had ondertekend. Hij zei daarop dat hij had getekend in overeenstemming met het Verdrag van Hudaibiya.

Voor de bevolking van Mekka, die hun beste strijders hadden verloren bij Badr, Oehoed en Medina, was de enige optie de voorwaarden van Mohammed te aanvaarden. Hij verklaarde dat Mekka het centrum zou blijven van het nieuwe geloof. De Hadj bedevaart zou worden voortgezet en alle moslims zouden de Hadj moeten doen, wat voorheen alleen de heidense Arabieren deden. Daardoor konden de Mekkanen hun economische voordelen behouden en hun stad bleef het middelpunt van het nieuwe geloof.

Zo kon Mohammed in 630 naar Mekka terugkeren. De Kaäba werd veranderd in een heiligdom waar slechts de ene God werd aanbeden en de 360 afgodsbeelden, die er tot dan toe stonden, werden kapot gegooid en daaraan deed Mohammed zelf mee. (...) Volgens de islamitische traditie werd de Kaäba hierdoor weer het middelpunt van de aanbidding van de god Allah, zoals het na de schepping van de aarde bedoeld zou zijn geweest.

In oktober 630 verzamelde Mohammed ongeveer 30.000 man ruiters en voetvolk om een nieuwe aanval te plegen tegen de Byzantijnse grens in Syrie (...). Hij stuurde boodschappers naar de diverse hoofden met de eis over te gaan tot de islam of jizya te betalen. Yohana (Johannes) ibn Ruba, de christelijke vorst van de Ayla stam, sloot een verdrag met Mohammed. Ze kwamen overeen de jizya te betalen als bescherming tegen een aanval op zijn volk. (...) Daarna wilde Mohammed verder het Syrische gebied in trekken, want dat was het hoofddoel van zijn veldtocht. Midden in de voorbereiding kwam er een bericht van zijn spionnen dat zich een grote Byzantijnse strijdmacht aan de grens had verzameld om tegen de moslims op te trekken. Daarop zonk hen de moed in de schoenen en was Mohammed gedwongen zich terug te trekken

Tot zo ver het eerste deel, waarin nog steeds niet echt de onnoemelijke wreedheid van de moslims genoemd wordt.

Maar even samenvattend mijnerzijds. Wat ik hier alleen maar uit kan opmaken, hadden de Arabieren dus met niets meer en niets minder te maken dan met een ordinaire struikrover die een religie bedacht om zijn strijders aan zich te binden. Dat zal ook duidelijk worden in de volgende delen en ook hier al zijdelings genoemd. Hij stuurde de Perzen namelijk het bericht of jullie worden moslim of je wordt aangevallen en de pleuris breekt uit.

Wordt vervolgd.

Door: “Henk der Niederländer”

https://ejbron.wordpress.com/2019/10/03 ... om-deel-1/
De Islam is een groot gevaar!
Jezus leeft maar Mohammed is dood (en in de hel)

Gebruikersavatar
King George
Berichten: 18853
Lid geworden op: Zo Sep 11, 2011 1:22 pm

Re: Vrucht van de boom

Berichtdoor King George » Za Okt 05, 2019 12:18 pm

Hans v d Mortel sr schreef:De Koran hê!

Moslims geloven in de Koran als het boek van Satan Mohammed Allah. De oorzaak van alle Jihad is dit:

KORAN 48:28 - God zal de islam laten zegevieren.

De ellende met Mohammed-aanbidders is dat ze behoren tot de unieke mislukte mensensoort moslims die overtuigt is dat Allah niet buiten de hulp van 1,8 miljard moslims kan.


De ellende is dat wij de dragers van het Islam virus niet ergens ver weg afgezonderd in een soort quarantaine brengen opdat de normale mensen geen risico kunnen lopen ook geïnfecteerd te kunnen worden. Dat nog los van alle ellende die ze brengen overal waar ze rondzwerven. Bij hondsdolheid zijn we stukken minder geduldig en sneller met effectieve middelen.
Het morele gelijk ligt bij het volk

Respectabele fora de moeite van een bezoek meer dan waard:
Haarlems Vrije Mening Forum Uitingsvrij 3.2


Citaten van Mustafa Kemal Atatürk over de Islam

Gebruikersavatar
Pilgrim
Berichten: 41178
Lid geworden op: Wo Jan 17, 2007 1:00 pm
Locatie: Dhimmistad

Re: Vrucht van de boom

Berichtdoor Pilgrim » Za Okt 05, 2019 11:48 pm

LONGREAD: “Vrucht van de boom” (deel 2)

Geplaatst op 5 oktober 2019

Afbeelding

Lees hier deel 1 van “Vrucht van de boom”. Dit deel is wat langer, maar het geeft alleen op deze manier een inzicht in wat Jihad feitelijk inhoudt.

De dood van Mohammed in 632

Mohammed begon zijn veroveringen met de moord op de 800 Joden van de Banu Quraiziya stam. In 632 stierf hij, volgens sommigen doordat hij werd vergiftigd door Safiyah, een van zijn Joodse vrouwen. Het zou de wraak zijn voor de marteling en onthoofding van haar echtgenoot Kinana, de hoofdman van de Banu Nadir stam.

Op zijn sterfbed gaf Mohammed volgens zijn biografen drie instructies: alle heidenen van het Arabische schiereiland verwijderen, de buitenlandse delegaties geschenken geven en ze respecteren zoals hij gewoon was geweest. Mohammed had bij zijn leven al een groot gedeelte van de stammen op het Arabische schiereiland verenigd en hij droeg zijn opvolgers op de uitbreiding van het Rijk voort te zetten. Als gevolg van deze instructie verbande de tweede Kalief, Omar, de Joden in 638 en toen hij in 644 stierf waren er in Arabië geen Joden en christenen meer overgebleven.

De rechtgeleide kaliefs tussen 632 en 661 en de machtsstrijd na de dood van Mohammed
Mohammed werd opgevolgd door de kaliefen. De eerste vier worden door de Soennieten Rasjidoen, ofwel de rechtgeleide kaliefen genoemd. Mohammed’s dood markeerde de eerste machtsstrijd tussen de oorspronkelijke niet-islamitische bekeerlingen in Medina en de latere islamitische Quraish van Mekka. De moslims uit Medina wilden een van hun mensen tot Kalief uitroepen. Hun wensen werden afgewezen door de Mekkanen en Abu Bakr werd Kalief, Mohammed’s schoonvader. Abu Bakr was een algemeen aanvaarde kandidaat, omdat hij een van de eerste volgelingen was van Mohammed en met hem gevlucht was naar Medina. In 632 werd Abu Bakr Kalief en in de twee jaar tot zijn dood in 634 wist hij het gehele Arabisch schiereiland te veroveren.

Na Abu Bakr werd Omar ibn al-Khattab de tweede Kalief. Hij regeerde van 634 tot 644. Tijdens zijn leven veroverde hij zowel delen van het Byzantijnse Rijk als grote delen van Perzië. Hij veroverde ook Jeruzalem. Ook het huidige Egypte en Syrië vielen betrekkelijk vlug in Arabische handen door de daar heersende onvrede met het Byzantijnse bestuur. Omar was ook een vroege bekeerling, die met Mohammed had gevochten tegen de Mekkanen. De Mekkanen verzekerden daarmee dat het Kalifaat niet doorgeven kon worden aan Medina.

Nadat Omar werd vermoord, werd in zijn plaats Uthman ibn Affan als de derde Kalief gekozen en hij regeerde van 644 tot 656. Hij breidde het rijk uit tot heel Perzië en delen van Noord-Afrika. Ook veroverde hij Cyprus. Deze eerste drie kaliefen waren allemaal afkomstig uit de Quraish en zij waren Mohammed gevolgd naar Medina. Onder Uthman begon het proces van officiële codificatie van de verzamelde teksten van de Koran.

In 656 volgde Ali de schoonzoon van Mohammed, Uthman, op als vierde Kalief. Het is tegen de achtergrond van de moorden op Omar en Uthman dat Ali uiteindelijk Kalief werd. Nadat hij Kalief werd, begon hij de macht van de Quraish aristocratie te verzwakken door de bestuurders te ontslaan die zij op verschillende plaatsen had aangewezen, zoals in Syrië en in Egypte. Maar Mu’awiya ibn Abu Sufyan trotseerde Ali en weigerde af te treden. Ali stond erop dat hij aftrad en stuurde een gewapende eenheid om zijn beslissing af te dwingen. Vanuit Syrië trok Mu’awiya tegen hem op en eiste het Kalifaat voor zich op. Het kwam tot een bloedige burgeroorlog, waarvan vooral christenen het slachtoffer werden. Ali werd in 661 vermoord. Na de moord op Ali werd Abu Sufyan ibn Mu’awiya tot Kalief uitgeroepen en daarmee was het leiderschap van de Arabische wereld, dat Abu Sufyan in 630 moest afgeven aan Mohammed, in 661 weer teruggegaan naar zijn clan. De Omayyaden, genoemd naar een familielid van de ‘Profeet’ Omaya, veroverden daarmee het Kalifaat en Mu’awiya stichtte het Rijk der Omayyaden (661-750)

De vrouwen van Mohammed
Mohammed huwde met talrijke vrouwen, van wie sommigen minderjarige waren. Daarmee gaf Mohammed het voorbeeld van wellustig gedrag aan andere moslims. Zijn huwelijk met Khadija, de rijke weduwe, dat 20 jaar duurde, was zijn enige normale huwelijk. Zij had haar plaats ingenomen voordat hij zijn epileptische toevallen ging gebruiken om zich als een Profeet van Allah voor te doen. Na dit normale huwelijk met Khadija begon hij een reeks huwelijken, zoals zijn huwelijk met Aisha, die de dochter was van zijn volgeling Abu Bakr. Deze Aisha was pas zeven jaar oud toen hij haar huwde!

De gebroeders Caner noemen in hun boek “De Islam ontsluierd” de namen van dertien vrouwen met wie Mohammed getrouwd was of die hij als concubine hield. We vermelden ze hier met het jaar dat het huwelijk of de relatie werd aangegaan:

Khadija595, Sauda 620, Aisja 623, Hafsa 625, Umm Salama 626, Zainab 626, Juweirieh 627, Zainab bint Djahsh 627, Raihana (joods) 627, Mariya (christelijk) 628, Umm Habiba 628, Safiyah (joods) 629 en Maimoena 629.

Zainab was eerst de vrouw van zijn aangenomen zoon Zaid. Dus Mohammed liet zijn oog vallen op zijn schoondochter en hij vertelde Zaid dat hij een gebod van Allah had ontvangen, dat Zainab voor hem was bedoeld. Hij vroeg Zaid te scheiden en trouwde zelf met haar!

Dus alles bij elkaar genomen kan men wel stellen dat ook de moslims in die tijd flink machtsgeil waren, want met dit soort macht kon men in die tijd uiteraard ook schathemeltje rijk worden. En een bijkomend voordeel was dan ook dat de vermoeidheid weggenomen werd tussen de benen van de vrouwen. Dus wat dat betreft is er niet veel veranderd in deze wereld en in dit deel zal blijken dat hoe meer macht ze kregen hoe bloeddorstiger de moslims werden.

De Jihad op zich is feitelijk de definitie van het onbestraft moorden en roven in naam van de religie.

Jihad verklaard
Voor we met de geschiedenis van de Arabische veroveringen verdergaan, is dit de plaats om nader in te gaan op de achtergronden van de Jihad.

Profeet

In de Tradities, Hadiths, waarin de handelingen en uitspraken van de Profeet staan opgetekend, hebben veel van deze overleveringen betrekking op de heilige oorlog; een paar voorbeelden:

“Jihad is uw plicht onder iedere heerser, of hij godvruchtig is of goddeloos.”
“Een dag en een nacht strijd aan de grens is beter dan een maand vasten en bidden”.
“Hij die sterft zonder deelgenomen te hebben aan de strijd sterft zeker in ongeloof.”
“Leer schieten, want de ruimte tussen het doel en de boogschutter is een van de tuinen van het paradijs”.
“Het paradijs ligt in de schaduw van het zwaard”.

Al-Ghazali, een moslimtheoloog en filosoof die is overleden in 1111, schreef het volgende over Jihad:

“(...) men moet minstens eenmaal per jaar op een Jihad gaan, dat wil zeggen, oorlogszuchtige razzia’s of invallen, (...) men mag gebruik maken van een katapult tegen de niet-moslims als ze in een fort zitten, zelfs als onder hen vrouwen en kinderen zijn. Men kan hen verbranden en/of ze verdrinken (...) Als een persoon van de Mensen van het Boek – Joden en Christenen – is gevangen genomen, is zijn huwelijk automatisch ingetrokken (...) en zijn vrouw wordt het rechtmatige eigendom van een moslim. Men mag hun bomen omhakken. (...) Men moet hun nutteloze boeken vernietigen. Jihadi’s kunnen buit verwerven naar believen (...) de Jihadi’s mogen zoveel voedsel stelen als ze nodig hebben (...)”

Op het eerste gezicht is de Jihad voor alle moslims een legitieme zaak en Allah maakte ook de plundering om buit te behalen legaal voor de moslims:

“Eet van de buit die gij ontvangt als wettig en goed en vreest Allah. Voorzeker, Allah is vergevensgezind, genadevol.” [Koran : 8:69]

Jihad als plicht
Het voeren van de Jihad, de ´heilige oorlog´, is een plicht voor iedere moslim. Het gebruik van geweld en terrorisme is zeker niet het enige middel om de Jihad in de praktijk te brengen en de “dar al-harb” te veranderen in de “dar al-Islam”. Andere methoden. zoals de demografische groei via hoge geboortecijfers (demografische Jihad) en de massa-immigratie (hiijra-Jihad), de agitatie, de Taqiyya (de techniek van list en bedrog) en het verwerven van strategische posities in de samenleving, worden eveneens aangewend om de islamheerschappij te vestigen. Iedere moslim wordt geacht om zijn steentje bij te dragen...

Alhoewel de islam één en ondeelbaar is, moet er een onderscheid worden gemaakt tussen de islamideologie en de gelovigen. (...) Het is volstrekt naïef om te veronderstellen dat het mogelijk is om een Europese variant van de islam te creëren en de hier verblijvende moslims af te snijden van de “oemma”, de islamitische wereldgemeenschap. De enige mogelijkheid bestaat erin om de structuren van de islam in Europa af te bouwen, de islamisering tegen te gaan en de invloed van de islam terug te dringen.

Koran over de Jihad
“Strijd tegen hen die niet in Allah geloven en niet in de laatste dag en die niet verbieden wat Allah en Zijn gezant verboden hebben en die niet de godsdienst van de waarheid aanvaarden uit het midden van hen aan wie het boek gegeven is, totdat zij naar vermogen onderdanig de schatting betalen”. [Koran 2:193]

Het begrip Jihad kan worden verdeeld in innerlijke Jihad of grote Jihad en uiterlijke Jihad of kleine Jihad.

De innerlijke Jihad, ook wel grote Jihad genoemd, is de strijd tegen verleidingen en de strijd tegen het ego. Dit komt onder andere naar voren in onthouding tijdens de maand Ramadan en in het sjiisme in de vorm van rituele zelfkastijding tijdens Asjoera. Ook de vijf dagelijkse gebeden op tijd verrichten, ook als je het druk hebt, wordt als Jihad aangemerkt. De innerlijke Jihad is een plicht voor iedere moslim.

De uiterlijke of kleine Jihad is vooral in oorspronkelijke betekenis de gewapende strijd tegen degenen die de islam of de eenheid van de islamitische heerschappij bedreigen. De uiterlijke Jihad wordt beschouwd als een collectieve verplichting onder verantwoordelijkheid van een islamitisch heerser (Kalief). Dat wil zeggen dat er, wanneer een moslimstaat wordt bedreigd of aangevallen, voldoende mankracht wordt gemobiliseerd om het land te verdedigen. Het uiteindelijke doel van de uiterlijke Jihad wordt door deze groeperingen wel als de verwezenlijking van een moslimsamenleving door het invoeren van de sharia gedefinieerd.

Gewapende Jihad
De Jihad kan met militaire middelen worden gevoerd, zoals gebeurde tijdens de periode van de grote Arabische expansie in de zevende en achtste eeuw en later door de geïslamiseerde Turken in Europa.

Ze is gericht tegen drie groepen:

Tegen de afgodendienaren en ongelovigen, die weigeren zich aan het moslimgezag te onderwerpen, hetzij door de islam te aanvaarden hetzij als dhimmi de jaarlijkse jizya te betalen.

Tegen diegenen die (als dhimmi’s) onder moslimgezag staan, maar weigeren de jizya te betalen of opstandig zijn.

Tegen diegenen die tegen de geestelijke leiding (de imam) van het land opstaan, ook als het moslims zijn (bijv. afvalligen), en tegen diegenen die een oorlog beginnen tegen moslims.

De strategie van deze oorlog voorziet in het destabiliseren van de grenzen van “dar al harb” door ongeregelde troepen; het verbranden van dorpen, het maken van gevangenen of het plegen van massamoorden en plunderingen met de bedoeling om de inwoners te verdrijven en het mogelijk te maken dat de legers er kunnen binnentrekken.

“Het verdelen van de buit wordt geregeld door openbaringen in de Koran (zoals al uiteengezet) (...) Wanneer een overwinning de dar al harb verandert in de dar al Islam, worden de oorspronkelijke bewoners krijgsgevangenen (harbis). De imam kan, al naar gelang de omstandigheden van het conflict, deze mensen veroordelen tot de dood, slavernij, verbanning of hij kan met hun vertegenwoordigers een verdrag van bescherming sluiten (dhimma), dat hen veranderd in schatplichtigen (dhimmis). De dhimmi status is het directe gevolg van de Jihad en schort het oorspronkelijke recht van de overwinnaar op, zolang de overwonnene schatting, jizya, betaalt en zich onderwerpt aan de islam, in navolging van de Profeet toen hij de Joden en de christenen onderwierp...”

“De Jihad verbond de gebruiken van het militante nomadenbestaan met de omstandigheden waaronder Mohammed na zijn migratie naar Yathrib (Medina) in 622 verkeerde, toen hij werd vervolgd door de Mekkanen. Hij was zonder middelen van bestaan en met zijn kleine groep volgelingen leefde hij op de zak van de bekeerlingen in Yathrib, de Ansar. Dit kon niet voortduren en dus begon de Profeet overvallen te plegen op karavanen die handel dreven met Mekka.

Als uitlegger van de wil van Allah combineerde Mohammed drie functies met elkaar: Ten eerste was hij de uitlegger van de wil van Allah. Ten tweede had hij als militair leider de politieke macht en ten derde oefende hij de rechterlijke macht uit door zich als rechter op te stellen. De rechtvaardiging vond hij in:

“Wie de boodschapper gehoorzaamt, gehoorzaamt daarmee Allah” [Koran 4:82].

De Trias Politica was ver te zoeken! Hiermee rechtvaardigde Mohammed zijn vermeende rechten op het leven en de bezittingen van zijn heidense vijanden. Volgens Ibn Ishaq sloot Mohammed in het eerste jaar van zijn verblijf in Medina een verdrag met de stammen in de stad, dat bekend is als het verdrag van Medina.

M.A. Kahn noemt twee bepalingen uit dit verdrag:

“Geen gelovige zal gedood worden voor het vergieten van bloed van een ongelovige, noch zal enige ongelovige worden bijgestaan tegen moslims.

De polytheïsten (van Medina) mogen geen goederen of personen in eigendom nemen van de Quraish die onder zijn hoede staan, noch zal hij tussenbeide komen tegen moslims.

Deze bepalingen in het verdrag suggereren dat Mohammed naar Medina was gekomen met de bedoeling om een aanval te doen op de Quraish in zijn oude woonplaats Mekka, zoals spoedig daarna zou blijken.”

Bepalingen gewapende Jihad
Voordat zij ongelovigen aanvallen, dienen de moslims de niet-moslims op te roepen tot aanvaarding van de islam. Als zij de islam aanvaarden door bekering of onderwerping is de oorlog verder niet nodig.

Als een moslim echter ongelovigen aanvalt zonder oproep tot aanvaarding van de islam, dan is hij in overtreding maar er staat geen sanctie of vergoedingsregeling op omdat de aangevallene niet onder bescherming valt. Als ongelovigen zich verzetten, zijn alle middelen geoorloofd om hen te onderwerpen. Het is de plicht van de moslims om hen met alle beschikbare middelen, listen en wapens aan te vallen (Ibn’Aabiden). Het is niet toegestaan om gevangenen te verminken door bijv. oren en neus af te snijden.

Het is verboden vrouwen en kinderen te doden, evenals blinden, zwaar zieken en monniken in hun cellen en geestelijken die niet aan de strijd deelnamen. De ongelovige die om genade smeekt, dient te worden gespaard tot de heerser nader over zijn lot beslist. Indien er een verbintenis bij overgave is aangegaan dat levens gespaard worden, dient dit na overgave te worden nagekomen. Als de leidende imam het in het belang van de islam acht om vrede te sluiten, is hem een vredesovereenkomst toegestaan. Indien hij merkt of denkt dat het voordeliger is om die overeenkomst te verbreken, dan mag hij opnieuw de strijd aangaan.

Bovenstaand “was” dus allemaal toegestaan volgens Mohamed. “Was” staat dus inderdaad tussen aanhalingstekens, want kijken we even naar de tegenwoordig tijd en recente geschiedenis. In de recente geschiedenis wil ik even wijzen op hetgeen in voormalig Joegoslavië gebeurde vlak voordat daar de oorlog uitbrak. Ook daar werden dezelfde beestachtige praktijken uitgevoerd op christenen en Serviërs waar we uiteraard in de media nooit iets van terug hebben gezien, maar die maar al te goed bekend zijn bij de mensen die indertijd hun nieuws van het internet plukten.

Als we dan verder kijken in het heden zien we dezelfde praktijken weer terug bij met name Boko Haram en bij ISIS (Daesh). Dus het is niet zo dat deze praktijken de wereld uit geholpen zijn, maar heden ten dage nog steeds plaatsvinden, wat maar al te graag door de media verzwegen wordt, want islam is vrede, nietwaar.

Bepalingen over oorlogsbuit
Na het eerste belangrijke succes van Mohammed werd er getwist over de verdeling van de buit, waardoor het nodig was enige regelingen in te voeren. Er kwam een opdracht van Allah die de leidende imam machtigt tot verdeling naar eigen inzicht na reservering van een vijfde deel:

Een vijfde deel van de buit is voor de leidende imam die dit in drie gelijke delen verdeelt t.b.v. steun voor de wezen, het voeden van de armen en het ontvangen van reizigers, waaronder alle armere leden van de stam van de Profeet. De leidende imam heeft ook recht op een deel van de buit voor zichzelf en recht van eerste keuze.

Gevangenen maken deel uit van de buit. Tenzij er bepalingen in een vredesverdrag zijn, mogen volwassen krijgsgevangen gedood worden, in slavernij gevoerd, losgeld of hoofdelijke belasting opgelegd of vrijgelaten worden (maar dat laatste in principe niet voor niets).

Vrouwen, kinderen en andere gevangenen die niet meegenomen kunnen worden, moeten achtergelaten worden op een verlaten plaats waar geen voedsel en water is: deze dienen van honger en dorst om te komen, maar het is onwettig ze te doden.

Indien bij verdrag niet-moslims veiligheid in moslimgebied is toegezegd en/of moslims in niet-moslimgebied dient dit strikt te worden nagekomen (bijv. ter beperking van plunder-acties). Maar indien na verovering van gebied niet-moslims langer dan een jaar in dit gebied verblijven, dienen deze alsnog moslim te worden of ze worden dhimmi’s.

In het boek staan meer meningen, maar ik geef hier alleen de mening van Bat Ye‘or en Hans Jansen door, omdat die naar mijn eigen mening het meest relevant zijn.

Bat Ye‘or:

“Het doel van de Jihad is om de volken van de wereld te onderwerpen aan de wetten van Allah, zoals die door Mohammed zijn uitgevaardigd. De mensheid is verdeeld in twee groepen, moslims en niet-moslims. De islamitische gemeenschap, de Ummah, is in bezit van de gebieden die islamitisch zijn, de dar al Islam, het huis van vrede, die worden geregeerd door de Sharia; niet-moslims zijn harbis, de inwoners van dar al harb, het huis van oorlog. Dat wordt zo genoemd, omdat het is voorbestemd om in de toekomst islamitisch te worden, hetzij door oorlog (harb), hetzij door bekering van haar inwoners. Volgens de 14e eeuwse rechtsgeleerde Ibn Taimiya is het bezit van niet-moslims te beschouwen als virtueel eigendom van de volgers van de ware religie (islam). Daarom is de Jihad het middel, waardoor bezittingen die illegaal door niet-moslims zijn verworven, worden teruggegeven aan de moslims. Elke oorlogsdaad in de dar al harb is daardoor legaal en staat dientengevolge niet ter beoordeling.

Omdat de Jihad een permanente staat van oorlog inhoudt, wordt het idee van vrede of overeengekomen tijdelijke wapenstilstand (hudna) afhankelijk gemaakt van de politieke situatie (muhadana). Deze wapenstilstanden mogen niet langer duren dan uiterlijk tien jaar en kunnen door de imam eenzijdig worden opgezegd (...) De heilige oorlog, door islamitische theologen als een van de pijlers van het geloof beschouwd, is er bij alle moslims in gehamerd; ze moeten bijdragen naar vermogen, in persoon, met hun bezittingen of in hun geschriften.”
[Bat Ye‘or, “The decline of Eastern Christianity under Islam” (1), (New Jersey, 1996)]

Hans Jansen:

“Zolang als de plicht om op Jihad te gaan (...) nog door groepen moslims wordt geïnterpreteerd als een goddelijke opdracht om oorlog te voeren tegen de niet-moslims in het Westen, hebben niet-moslims maar twee alternatieven: zich verdedigen of zelf moslim worden.”

Het volgende deel zal gaan over de grote veroveringen gedaan door de moslims en de beestachtige wijze waarop ze zich gedroegen tijdens de veldslagen.

Wordt vervolgd.

Door: “Henk der Niederländer”

https://ejbron.wordpress.com/2019/10/05 ... om-deel-2/
De Islam is een groot gevaar!
Jezus leeft maar Mohammed is dood (en in de hel)

Gebruikersavatar
Pilgrim
Berichten: 41178
Lid geworden op: Wo Jan 17, 2007 1:00 pm
Locatie: Dhimmistad

Re: Vrucht van de boom

Berichtdoor Pilgrim » Di Okt 08, 2019 12:20 am

LONGREAD: “Vrucht van de boom” (deel 3)

Geplaatst op 7 oktober 2019

Afbeelding

Lees hier deel 1 en hier deel 2 van “Vrucht van de boom”

Voor ik verder ga met het artikel moet ik even wat recht zetten. In verschillende reacties word ik bedankt voor de informatie die ik geef, maar het enige wat ik doe is delen van een aantal hoofdstukken of gedeeltes daarvan en geef ik dus zelf geen informatie. Ik geef alleen in grote lijnen aan wat er in het boek is terug te vinden en ik doe dit alleen omdat ik het met de schrijver helemaal eens ben en vind dat het boek onder de aandacht dient te komen. De echte lof komt toch echt toe aan de heer Peter Bontenius, de schrijver van het boek “Vrucht van de boom”.

Om de artikelen wat beknopt te houden, heb ik de beschrijving van de verovering van het Midden-Oosten iets ingekort.


Perzië 634 tot 651

De context
Het verhaal van de Arabische overwinningen in Perzië is een verhaal van vernietiging, vandalisme, wreedheid, het verbranden van bibliotheken, vernietiging van de vuurtempels van Zoroastriaanse verering en de afslachting van de burgers. Dit alles om ervoor te zorgen dat de beschaving nooit opnieuw zou opstaan na een islamitische overwinning. De islam verspreidde zich als een bosbrand over Perzië en veranderde de Perzen in bloeddorstige wolven, net zoals de Arabieren. Zij gaven honderd jaar later dit geloof door aan de Turken en die zouden een paar honderd jaar later Byzantium en de Balkan aanvallen.

Tegenwoordig hebben de Perzen (Iraniërs) slechts een vage herinnering aan hun voor-islamitische verleden, maar de Perzische studentengemeenschap wordt zich er meer bewust van, hoofdzakelijk door internet, dat veel informatie over Iran geeft. Alvorens in te gaan op enkele belangrijke gebeurtenissen en veldslagen wordt eerst het toneel getoond waarin de gebeurtenissen zich hebben voltrokken. Dat doen we aan de hand van een citaat van Bat Ye’or:

“Omstreeks 633 drongen Arabische legers, samengesteld uit stammen uit Jemen, de Hijaz en andere streken van Arabië, binnen in Babylonië en Syrië. De verovering strekte zich uit over een decennium en omvatte weliswaar een paar beslissende veldslagen, maar bestond voor het merendeel uit strooptochten en plunderingen van zowel dorpen als stedelijke gebieden. Deze veroveringen werden gesteund door Arabische stammen, die Mesopotamië en de Syrisch-Palestijnse grenzen met Arabië in de voorafgaande twee eeuwen waren binnengedrongen en zich hier en daar hadden gevestigd. Sommige van deze stammen waren christen geworden, waarbij ze nestoriaans of monofysisch waren, al naar gelang ze in Perzisch of Byzantijns gebied woonden. Als vazallen van deze staten werden ze geacht de grenzen te verdedigen en de dorpen en steden te beschermen tegen de rooftochten van rondtrekkende Bedoeïenen, die uit de woestijn kwamen.

In het licht van de Arabische immigratie en de vestiging op Perzisch en Byzantijns grondgebied heeft een aantal historici de theorie van een islamitische bliksemverovering geformuleerd. Zij hebben de suggestie gedaan dat het een geleidelijk proces was, dat zich uitstrekte over twee eeuwen, met een gestadige infiltratie van nomadische Arabieren in de streken met gevestigde beschavingen. Het uiteenvallen van de Perzische en Byzantijnse Rijken en het ineenstorten van hun defensie maakte het mogelijk voor de zwervende stammen, die waren verenigd onder de islam, het land binnen te trekken. Ze kregen waardevolle steun bij het uitvoeren van hun strooptochten van die Arabieren die zich aan de randen van Mesopotamië en Syrië hadden gevestigd. Deze stammen waren namelijk goed op de hoogte van de topografie in deze regio’s. Na de dood van de Profeet organiseerde Kalief Abu Bakr de invasie van Syrië, die Mohammed zich al had voorgenomen.

Hij verzamelde stammen uit de Hijaz, Najd en Jemen en adviseerde Abu Ubayda, die de leiding had over de operaties in de Golan (Palestina), om het platteland te plunderen. Bij gebrek aan geschikt wapentuig kon hij zich beter onthouden van aanvallen op de steden. Als gevolg daarvan werd de hele regio van Gaza tot aan Ceasarea in de campagne van 634 geplunderd en verwoest. Vierduizend Joden, christenen en Samaritanen, allemaal boeren die hun land verdedigden, werden afgeslacht. De dorpen in de Negev werden geplunderd door Amr bin al-As, terwijl de Arabieren het land onder de voet liepen, de communicatie afsneden en de wegen onveilig maakten.”

Korte berichten:
Gedurende de campagne van 634 “werd de hele regio tussen Gaza en Ceasarea verwoest; 4.000 boeren, Christenen, Joden en Samaritanen die slechts hun land verdedigden, werden vermoord.”

De verovering van Mesopotamië in 635-642 door Arabieren ging gepaard met plundering van kloosters en moord op monniken en monofisitische Arabieren en in Elam werd de bevolking vermoord.

Bat Ye’or vervolgt: “Steden als Jeruzalem, Gaza, Ceasarea, Nabloes en Beth Shean raakten geïsoleerd en sloten hun poorten. In zijn preek op kerstdag 634 klaagde bisschop Sophronius (patriarch van Jeruzalem) over de onmogelijkheid om de gebruikelijke pelgrimage naar Bethlehem te doen, omdat de christenen opgesloten waren in Jeruzalem: niet tegengehouden door tastbare banden, maar geketend door de vrees voor de Saracenen, wier wilde barbaarse en bloedige zwaarden hen opgesloten hielden in de stad.

In Syrië kozen chassidische en monofysische Arabieren de kant van de moslims. Sophorius beweende in zijn preek op de dag van Driekoningen van 636 de verwoesting van kerken en kloosters, de geplunderde steden, de velden die braak lagen en de dorpen die verbrand waren door de nomaden die het land overspoelden. In een brief aan Sergius, de patriarch van Constantinopel, in hetzelfde jaar noemde hij de verwoestingen die waren aangericht door de Arabieren. In 636 stierven duizenden mensen als slachtoffer van de hongersnood en ziekten die het gevolg waren van de verwoesting.

Een onderscheid moet worden gemaakt tussen het lot van de plattelandsbevolking en de stadsbevolking (...) Het platteland, vooral de vlakten met dorpen, werd verwoest door de Bedoeïenen, die oogsten in brand staken en de boeren afslachtten en wegvoerden, het vee roofden en niets dan ruïnes achterlieten. De stedelingen verkeerden in een andere positie. Beschermd door hun muren konden ze zich verdedigen of onderhandelen over voorwaarden van overgave in ruil voor het betalen van schatting aan de Bedoeïenen hoofden. Dit onderscheid tussen landelijke gebieden en steden, dat in contemporaine geschriften wordt vermeld, is later bevestigd door islamitische historici. (...)

In overeenstemming met de strategie van de Jihad stond de afwezigheid van een verdrag de afslachting en het in slavernij brengen toe van de veroverde bevolking als ook het verdelen van hun bezittingen (onder de moslims).”

Palestina werd uiteindelijk veranderd in een lege woestenij. De Arabieren trokken verder richting Armenië, waar de bevolking van Euchaita werd uitgemoord en degenen die aan de dood ontsnapten, werden in slavernij gebracht. Volgens Armeense geschiedschrijvers werd de bevolking van Syrië gedecimeerd en velen werden gedwongen om de islam aan te nemen.

“De aanval op Babylonië vond plaats over twee fronten, die precies correspondeerde met de dichtheid van de Arabische bevolking; rond Ubulla in het zuiden en wat noordelijker langs de Eufraat in de regio van Hira.

Er vochten grote aantallen christelijke Arabische stammen aan de kant van de Perzen. Maar anderen, die er al lang woonden, werden aangetrokken door de te behalen buit en liepen over naar de moslims. Het hoofd van deze stammen, de Banu Ijil, informeerde zelfs Kalief Omar in Medina over de onvolkomenheden in de Perzische defensie en vroeg hem zijn leger daarheen te sturen. Geholpen door lokale Arabieren, vooral door actie in het centrale gebied en zuidelijk langs de Eufraat en door troepenversterkingen uit Arabië, breidden de moslims hun rooftochten uit naar de dorpen in het zuiden en het midden van Irak rond Mada’ín (Ctesiphon). Na hun overwinning bij al-Qadisiyya in 636 trokken ze Sawad (Babylonië) binnen, de dorpen langs de Eufraat en de Tigris, en trokken verder naar Tagrit aan de Tigris en Karkisiya aan de Eufraat. Deze strooptochten werden door Omar gesteund, die ook vanuit Medina versterkingen stuurde. De kloosters werden geplunderd, de monniken vermoord en de monofysische Arabieren afgeslacht, tot slaaf gemaakt of gedwongen bekeerd tot de islam.

In Elam werd de bevolking gedecimeerd en in Susa werden de notabelen aan het zwaard overgegeven. De verovering van Mesopotamië vond plaats tussen 635 en 642. Net als in Syrië lijkt het een gecombineerde operatie van moslimlegers en plaatselijke Arabieren, die er al woonden, te zijn geweest.”

De brief van Kalief Omar al-Khattab aan de Perzische keizer Yazdgard III:
“Aan de Sjah van de Fars (Perzen). Ik voorzie geen goede toekomst voor u en uw volk, behalve als u mijn voorwaarden accepteert en u overgeeft. Er was een tijd dat uw land de halve wereld regeerde, maar zie hoe uw zon is ondergegaan. Op alle fronten zijn uw legers verslagen en uw volk is veroordeeld tot uitroeiing. Ik bied u een uitweg waarmee u aan uw noodlot kunt ontsnappen, namelijk dat u ermee begint om de enige god te aanbidden, de enige god die alles geschapen heeft; ik breng u zijn boodschap. Geef opdracht aan uw volk om de valse aanbidding van vuur te staken en sluit u bij ons aan, opdat zij zich bij de waarheid aansluiten. Aanbid Allah, de schepper van de wereld. Aanbid Allah en neem de islam aan als de weg van de redding. Beëindig uw polytheïsme en wordt moslim en aanvaard daarmee Allah-u-Akbar als uw redder. Dit is de enige weg om uw veiligheid en de vrede van uw Perzen zeker te stellen. U zult dit doen wanneer u weet wat goed voor u en voor uw Perzen is. Onderwerping is uw enige keuze!”

De Slagen van Namaraq en Kasker in 634
Nadat de Arabieren van het Arabische schiereiland waren onderworpen, keerden de moslims zich nu dus tegen de Perzen en de Byzantijnen. Zoals zij eerder de heidense Quraish uit Mekka de strijd hadden ingelokt door hun karavanen te overvallen, volgden de Arabieren hier dezelfde tactiek. Er waren nu geen karavanen om te plunderen, omdat de Arabieren hier een gevestigde beschaving tegenkwamen. Ze begonnen daarom de grenssteden te overvallen en de Perzische burgerbevolking te teisteren. Die vroeg vervolgens de Perzische koning Yazdgard III om hen te beschermen. De koning stuurde een verkenningsmacht onder bevel van generaal Jaban. Deze naderde eerst de stad Hira, die door de Arabieren was bezet. Bij het zien van de naderende Perzen, trok het Arabische leger zich terug naar de woestijn naar de oasestad Namaraq (het moderne Kufa) om de Perzen de woestijn in te lokken, een terrein waar de Arabieren vertrouwd mee waren.

Terwijl de Perzische cavalerie een voordeel had op normaal terrein, was zij kwetsbaar in de woestijn. Tegen de Perzische verkenningsmacht in de woestijn behaalde de Arabische strijdmacht de overwinning en dwong hem om zich terug te trekken. Het leger voegde zich bij het belangrijkste Perzische leger in de stad Kasker, die aan de grens was gelegen. Hier had de Perzische generaal Narsi een behoorlijke strijdmacht verzameld. Kaskar was zo afgelegen van het moslimkamp dat Narsi van mening was dat er geen aanval dreigende. Maar Abu Ubaid liet zijn leger geforceerd naar Kaskar rijden, zodat het daar zou zijn voordat de Perzische strijdkrachten onder Jalinus, een Perzische generaal die te hulp kwam, zouden arriveren. Ze stormden over de Suwad en waren eerder bij Kaskar dan de verbaasde Perzen. De Arabieren hielden het initiatief en dwongen hen om zich ten oosten van de Eufraat terug te trekken.

De Slag bij de Brug in 635
Bij het volgende belangrijkste conflict tussen Perzen en de Arabieren, gebruikten de Perzen voor het eerst olifanten. Die vertrapten zelfs de Arabische generaal, zodat er paniek ontstond in het Arabische leger, dat zich daardoor terugtrok. De Perzen achtervolgden de Arabieren tot op de brug over de rivier de Tigris, die toen de grens was tussen het Perzische imperium en het domein van de Arabieren. De Perzen stopten bij de brug en joegen de Arabieren er overheen, maar volgde ze niet de Arabische woestijn in. De Perzen lieten daar een kans liggen om de moslims te verslaan.

De Perzen en de Byzantijnen hadden vierhonderd jaar met elkaar gevochten toen de Arabieren beide Rijken binnenvielen, maar noch de Perzen, noch de Byzantijnen zouden ooit elkaars legers tot aan de laatste man uitroeien. De moslims echter slachtten alle verslagen legers tot de laatste man af en dwongen dan de burgerbevolking om de islam aan te nemen. Als de Perzen dit hadden geweten, dan zouden zij de vluchtende Arabieren volledig hebben afgeslacht in de Slag bij de Brug.

De Slag bij Qadisiyah in 636
De Arabieren waren niet geïnteresseerd in een grensoorlog, maar waren van plan Perzië volkomen te verslaan. De Perzische hoofdstad was hun eerste doel. Nadat de Arabieren twee derde van het Perzische leger in Qadissiyah hadden afgeslacht, stopten zij niet, maar stootten door naar de hoofdstad Ctesiphon. Toen Arabische hordes Ctesiphon naderden, stuurde de Perzische keizer Yazdgard III, die nooit had vermoed welke ramp hem zou overkomen, een onderhandelaar naar de oprukkende Arabische moslims. De onderhandelaar zei: “Onze keizer vraagt of u vrede wilt sluiten op voorwaarde dat de Tigris de grens is tussen u en ons. Wat van ons is aan de oostelijke kant van de Tigris blijft van ons en wat u ook hebt bereikt aan de westelijke kant, het is van u. Als dit uw landhonger niet tevreden stelt, dan zal niets u tevredenstellen”.

Saad-ibn-Wagas, de Arabische bevelhebber, zei tegen de onderhandelaar dat de moslims niet geïnteresseerd waren in land, maar dat zij vochten om de Perzen tot de islam te bekeren. Hij voegde er aan toe dat als de Perzische keizer vrede wilde, hij kon kiezen om zich tot de islam te bekeren of om jizya te betalen. De Arabieren en Perzen waren aan het begin van de slag akkoord gegaan niet te strijden na zonsondergang. Maar toen het tij van de slag zich op de derde dag van de slag tegen de Perzen begon te keren, vielen de Arabieren de Perzen de hele nacht door aan onder het schreeuwen van Allah-u-Akbar. Het was deze nacht die het lot van de slag bezegelde ten gunste van de Arabieren. Het verhaal van Arabische overwinningen is een verhaal van misleiding en verraad. Bij Qadisiyah namen ze een generaal gevangen. De moslims onthoofdden hem en toonden zijn lichaam aan zijn troepen. Het lichaam zonder hoofd, dat met pijlen was doorzeefd, en het hoofd dat op een staak was gestoken, kon zelfs het geharde Perzische leger niet aanzien. Dit bezegelde het verloop van de slag en de Arabieren konden korte metten maken met het resterende Perzische leger, dat bijna tot aan de laatste man toe werd gedood. Een handvol soldaten slaagden erin om naar hun hoofdstad Ctesiphon terug te gaan, het volgende doel van de moslims.

Na de Slag bij Qadsiyyah hadden de Perzen haastig hun hoofdstad Ctesiphon geëvacueerd, maar er waren in de chaos veel kinderen en oude mensen achtergelaten. De oudere personen werd de keus gelaten van de islam of de dood en veel van hen kozen ervoor om te sterven. Maar de jonge meisjes en de jongens werden als slaven afgevoerd en als oorlogsbuit verdeeld onder de Arabieren. Nadat de moslims Ctesiphon binnentrokken, bezetten zij het Witte Paleis van de Perzische koningen. Daar onthoofdden zij als symbool van dankzegging aan Allah de Perzische commandant, die was achtergelaten door de terugtrekkende Perzische keizer. Het hoofd werd getoond aan de verzamelde Perzische gevangenen, die de keus kregen tussen de islam of de dood. De boog van Chosroes is alles wat rest van de grootsheid van het Witte Paleis bij de hoofdstad Ctesiphon van het Sassanidische Rijk.

Na de rampzalige nederlaag bij Qadsiyah en de bezetting van zijn hoofdstad Ctesiphon, trok de Perzische keizer zich terug op Yazgard naar de vesting Hulwan. Van daar trok hij naar Rayy en uiteindelijk naar Merv dicht bij de grens van het Perzische Rijk en de Centrale Aziatische Turken, waar hij in 651 stierf in de strijd tegen de moslims. Dat was zeventien jaar nadat de Arabieren voor het eerst Perzië hadden aangevallen.

De Slag bij Nihavend in 641
Na de rampzalige nederlaag bij Qadisiyah hergroepeerde de Perzen zich onder Pirojan, een nieuwe opperbevelhebber. De eerste maatregel die Pirojan trof, was het Perzische leger te reorganiseren in het licht van de tactiek die de Arabieren gebruikten. Hij zuiverde het Perzische leger van alle Arabische elementen en voorzag het volledige Perzische leger van maliënkolders. Verder legden ze de eed af op hun heilige vuur dat zij bereid waren te sterven en de Arabieren uit Perzië zouden verdrijven. Toen de twee legers tegenover elkaar kwamen te staan, hadden de Perzen een gunstige stelling betrokken op de helling van een heuvel. De Arabische historici beschrijven het Perzische leger als een ‘Berg van Staal’. De vastbesloten Perzen boden zware weerstand onder de leiding van generaal Mardanshah en de Arabieren konden geen vooruitgang boeken. De Arabieren zagen op de eerste dag van de slag de nederlaag onder ogen.

Om het tij tegen Perzen te keren, besloten de Arabieren vuil spel te spelen. Onder de kinderen die in de hoofdstad Ctesiphon werden achtergelaten, was Shahrbanu, de drie jaar oude dochter van de Perzische koning Yazdgard III. Toen de Arabieren er achter kwamen wie Shahrbanu was, gaven zij haar aan Kalief Omar die haar op zijn beurt gaf aan Mohammed’s schoonzoon Ali. Op dat ogenblik was Ali tweeëndertig jaar oud en hij nam de prinses van het drie jaar als zijn concubine! Tijdens de slag bij Nihavend was Ali met Shahrbanu aanwezig. Hij stelde aan Mugheera-ibn-Shu’ba voor om de Perzische prinses als lokaas voor het Perzische leger te gebruiken, om het zodoende in een hinderlaag te laten lopen. Op de tweede dag toonde Mugheera-ibn-Shu’ba de gevangen Perzische prinses aan de Perzen en zei dat hij de prinses op het slagveld zou doden. Als de Perzen genoeg lef hadden, konden zij haar komen redden. Tegen de opdracht van hun bevelhebber in verbrak de Perzische voorhoede de formatie en viel de Arabieren aan. Ze verlieten daarmee de versterkte hoogten die zij op de eerste dag van de slag hadden bezet. Toen de Arabieren dat zagen, gaf Mugheera opdracht om zijn troepen uit de vallei terug te trekken en de helling van de tegenovergestelde heuvel te beklimmen.

De Perzen, die dachten dat het Arabische leger zich met hun prinses terugtrok, verbraken de formatie om de prinses te bevrijden en vielen de Arabieren aan. Toen de Perzen met hun zware pantser het lagere gedeelte van de vallei bereikte, vielen de Arabieren hen met hun lichte cavalerie van drie kanten aan. Door deze tactiek konden de Arabieren de Perzen nogmaals verslaan.

Het verlies van de Slag bij Nihavend brak de Perzische weerstand tegen islam en de resterende geschiedenis van Perzië is die van arabisering en islamisering. Ali, en zijn ‘huwelijk’ met prinses Shahrbanu Ali, was tweeëndertig jaar oud toen hij de drie jaar oude Perzische prinses Shahrbanu, die hij als oorlogsbuit had gekregen, als zijn vrouw nam! Hierbij volgde hij het voorbeeld van zijn schoonvader Mohammed, die was gehuwd met de zeven jarige Aisha. Het was uit dit ‘huwelijk’ van Ali met prinses Shahrbanu dat hij zijn twee zonen Hassan en Hoessein kreeg. Arabische historici schrijven doelbewust het moederschap van deze twee zonen toe aan Fatima, de dochter van Mohammed, een van de andere vrouwen van Ali. Dit was om het voorgeslacht van Hoessein en Hassan zuiver Arabisch te houden en het koninklijke Perzische Sassanidische element van hun voorgeslacht te onderdrukken. Het is echter historisch dat Shahrbanu als Perzische prinses de moeder was van Hassan en Hoessein.

Zo hadden de nakomelingen van Hoessein en Hassan, van wie veel imams afstamden, de Perzische Sassaniden als voorgeslacht. De nakomelingen van Hassan en Hoessein, die in oktober 680 in de Slag van Karbala werden vermoord, waren de stichters van de Sjiietische stroming binnen de islam. Ali zelf werd in 661 vermoord. Nadat zij in de Slag van Qadisiyah door een list de Sassanidische Perzen versloegen en hun hoofdstad Ctesiphon veroverden, brachten de Arabieren alle Perzische edelen die in hun handen waren gevallen, als gevangenen voor Saad-ibn-Wagas. Hij gaf ze de keus tussen islam of dood. Zo werden de eerste Zoroastrische Perzen bekeerd tot de islam.

De mythe van de islamitische wetenschap
Er is veel geschreven over de islamitische Renaissance in Bagdad, speciaal onder het Kalifaat van Harun-al-Rashid. De veel geprezen islamitische „Renaissance” is van Perzische oorsprong en de eer ervoor gaat niet naar de Arabieren of de islam, maar naar de Perzische bekeerlingen tot islam. Het centrum van deze Renaissance was Bagdad, dat dicht bij de ruïnes van de oude Perzische hoofdstad Ctesiphon werd gebouwd. De Arabieren hadden in een heet en onvruchtbaar gebied geleefd, dat niet bevorderlijk was voor het ontwikkelen van een beschaving. De bekeerde Perzen hadden een gecultiveerd en beschaafd verleden. Toen deze mensen werden verslagen en met geweld werden bekeerd tot de islam, brachten zij beschaving en een traditie van het leren in de islam binnen. In feite werd de eerste vastgelegde grammatica van het Arabisch geschreven door de Perzen. De Arabieren waren meest analfabeet en ook Mohammed zelf was analfabeet.

Door: “Henk der Niederländer”

https://ejbron.wordpress.com/2019/10/07 ... om-deel-3/
De Islam is een groot gevaar!
Jezus leeft maar Mohammed is dood (en in de hel)

Gebruikersavatar
Pilgrim
Berichten: 41178
Lid geworden op: Wo Jan 17, 2007 1:00 pm
Locatie: Dhimmistad

Re: Vrucht van de boom

Berichtdoor Pilgrim » Vr Okt 11, 2019 12:50 am

LONGREAD: “Vrucht van de boom” (deel 4)

Geplaatst op 10 oktober 2019

Afbeelding

Lees hier deel 1 t/m 3 van “Vrucht van de boom”

De verovering van Alexandrië in 641

Kalief Omar beval Amr door te gaan naar de havenstad Alexandrië, door de moslims Iskandariya genoemd, en die te veroveren.

Toen de moslims in maart 641 voor Alexandrië verschenen, was de stad zwaar versterkt. De Byzantijnse strijdkracht binnen de stad was 50.000 man sterk, terwijl de sterkte van de islamitische invasiemacht meer dan 100.000 man bedroeg. Er was ook geen gebrek aan voorraden in de stad. De stad had directe toegang tot de zee en via de zee kwam er hulp vanuit Constantinopel, zowel aan mensen als aan materiaal. Maar ondanks de sterke vestingwerken en de bekwame verdediging van Alexandrië pochte Amr dat de moslims met behulp van list en bedrog in staat zouden zijn om de stad te veroveren en de moslims besloten de stad te belegeren.


De Byzantijnse verdedigers hadden op de muren van de stad katapulten opgesteld en bombardeerden de moslims met keien die verpakt waren in brandend stro en nafta, dat ook wel Grieks vuur werd genoemd. Heraclius, de Byzantijnse keizer, maakte ondertussen in Constantinopel versterking gereed. Hij was van plan om persoonlijk aan het hoofd van deze versterkingen naar Alexandrië te varen. Maar voordat hij dat kon doen, stierf hij. De versterkingen raakten in Constantinopel verspreid en er kwam geen significante hulp naar Alexandrië.

Toen het beleg al zes maanden duurde, werd Omar in Medina ongeduldig. In een brief aan Amr gaf de Kalief uiting aan zijn bezorgdheid over de vertraging bij van de verovering van Egypte. Amr bin Al-Aas verzamelde zijn mannen en las ze de brief van Omar voor om de moslims te inspireren. Er werd besloten dat na de daaropvolgende vrijdaggebeden een aanval zou worden uitgevoerd. De volgende vrijdag na het middaggebed vielen de moslims aan. Veel moslims sneuvelde echter en ze verloren de strijd en verplaatsen hun kamp terug naar Al Fustat. De Byzantijnse verdediging had de islamitische aanval overtuigend afgeslagen.

Verraad
Toen alles verloren leek, stelde Abu, een visser en een recente Koptische bekeerling tot de islam, Amr voor dat hij en zijn metgezellen in de vroege ochtend met hun vissersboten de haven in zouden varen. De vissers brachten elke ochtend op die manier hun vangst naar Alexandrië. Na de landing daar, stelde Abu voor, zouden ze naar een van de poorten gaan, de nietsvermoedende bewakers in de schemering overweldigen en de poort openen. Op een signaal van Abu kon het islamitische leger dan de stad in komen. De volgende dag, voordat de zon opkwam, werd de stad door de moslims stormenderhand genomen. Meer dan 20.000 Byzantijnse soldaten werden gedood en nog meer werden er gevangen genomen. De rest van het Byzantijnse leger vluchtte naar Constantinopel met schepen die in de haven voor anker lagen. Sommige rijke handelaren waren ook gevlucht, maar veel van de bevolking bleef achter en de volgende drie dagen vond er een verschrikkelijk bloedbad in de stad plaats. De paleizen werden geplunderd, de vrouwen werden verkracht en in slavernij gebracht. De mooiste vrouwen kwamen in de harems van Amr en zijn commandanten terecht. Amr meldde zijn baas Omar: “We hebben Alexandrië veroverd. In deze stad zijn 4.000 paleizen, 400 plaatsen van vermaak en een ongekende rijkdom.”

De moslimsoldaten verzamelden de oorlogsbuit en verdeelden die onder elkaar. De moslims zijn er in geslaagd de glorie van het oude Egypte op brute wijze te vernietigen, zijn taal, cultuur en religie die tot dan toe ononderbroken hadden bestaan. Ze vernietigden het oude Egypte en vaagden er het christendom en de oude cultuur weg, zodat alleen de grote piramides en de sfinx als getuigen overbleven.

De vernietiging van de bibliotheek in Alexandrië
Er zijn verschillende meningen over de verwoesting van de oude bibliotheek van Alexandrië, maar recent onderzoek heeft geconcludeerd dat de Arabische generaal Amr deze wandaad in opdracht van Kalief Omar heeft gepleegd. Het verhaal gaat dat het hen zes maanden kostte om de boeken te verbranden in de verwarmingsinstallaties van de openbare baden van Alexandrië. Deze schandelijke daad werd door ongeletterde Arabieren gepleegd, want er kon geen ander boek bestaan dan de Koran! Dit was de rechtvaardiging voor de Arabieren voor het verbranden van alle bibliotheken. Ze deden dat niet alleen in Egypte, maar ook in Syrië (Damascus); in Perzië, waar ze Zoroastrische Koninklijke bibliotheek van Ctesiphon in brand staken; in Spanje en in India, waar ze de boeddhistische universiteit van Nalanda in brand staken. Het in brand steken van bibliotheken is een van de grote wandaden van de islam.

Aanval op de cultuur
Het eerste doel in 641 van de Arabische heersers was om maximaal gewin uit het rijke Egypte te halen. Johannes van Nikiou geeft in zijn kronieken aan dat Amr “de belastingen verhoogde tot 22 batr goud en dat al het volk zich verborg, als gevolg van de mate van verdrukking en het de middelen niet kon vinden om te betalen.” De Omayyaden Kalief Suliman ibn Abed Almalek verwoordde dit beleid in een brief aan zijn superieur als: “het melken van de kameel tot hij geen melk meer geeft, maar bloed”. Dit laatste geeft maar al te duidelijk aan dat het de moslims aan niks gelegen was dan alleen het vernietigen van culturen en het bemachtigen van buit.

Het beleid van de Arabische heersers veranderde geleidelijk van maximale financiële winst naar islamisering, hetzij door prikkels van lagere belastingen of door rechtstreeks geweld te plegen en dwang uit te oefenen. De aanval op de cultuur werd ingeleid met de vernietiging van de bibliotheek van Alexandrië en voortgezet door de Omayyaden, die stelden dat in het bestuur van Egypte de Arabische taal in de plaats moest komen van het Koptisch. Het duurde eeuwen voordat het Arabisch het Koptisch als spreektaal had vervangen en het Koptisch bleef als spreektaal tot in de 13e eeuw in gebruik. In tegenstelling tot de Perzische, Griekse en Romeinse heersers, die enkele van de oude Egyptische tempels hadden onderhouden en herbouwd, vernietigden en plunderden de islamitische heersers de Egyptische tempels en kerken. Sultan El Aziz probeerde in circa 1193 om in acht maanden de grote piramides van Gizeh te slopen. Uiteindelijk slaagde hij slechts erin om een deel van de bekleding van de grote piramide van Cheops te verwijderen; dat is de reden dat deze piramide alleen aan de top nog zijn gladde afdekking heeft.

De verovering van de Fayyum
Theodosius, de generaal die wist dat de Arabieren in aantocht waren, verplaatste zich van de ene plaats naar de andere om de vijand in de gaten te houden. De Ismaëlieten vielen aan, doodden de commandant, vermoordden al zijn soldaten en namen de stad in (Behnesa?) Wie hem naderde, werd afgeslacht; ze spaarden noch oude mensen, noch vrouwen, noch kinderen.

Na de vlucht van het Griekse (Byzantijnse) leger bij Nikiou
Toen kwamen de moslims bij Nikiou (aan de Nijl bij Damanhur). Er was geen enkele soldaat om hen te weerstaan. Ze namen de stad in en slachtten iedereen af die ze in de straten en in de kerken tegenkwamen mannen, vrouwen en kinderen; ze spaarden niemand. Daarna trokken ze naar andere plaatsen, plunderden en vermoordden alle inwoners die ze konden vinden.

In de stad Sa namen ze de nietsvermoedende Esqutatos van de stam van generaal Theodocius de generaal en zijn mannen gevangen, die zich in de wijngaarden hadden verborgen en doodden hen. Maar we willen verder niets meer vertellen, want het is onmogelijk om de verschrikkingen te beschrijven die de moslims bedreven toen ze het eiland Nikiou bezetten, op zondag de achttiende dag van de maand Guebot, in het vijftiende jaar van de maancyclus, en de vreselijke gebeurtenissen die plaatsvonden in Ceasarea in Palestina.

Amr onderdrukte Egypte. Hij droeg de inwoners op om de bewoners van de Pentapolis (Tripolitanië) te bevechten. Na de overwinning te hebben behaald, stond hij hen niet toe om er te blijven. Hij verzamelde een aanzienlijke buit uit dit land en een groot aantal gevangenen. Abulyanos (...). de gouverneur van de Pentapolis, trok met zijn troepen en de belangrijkste burgers van de provincie terug naar de stad Teycheira, die zwaar versterkt was, en verschanste zich daar. De moslims gingen terug naar hun land met hun buit en gevangenen. De patriarch Cyrus was diep bedroefd over de rampen in Egypte, omdat Amr, die van barbaarse afkomst was, geen medelijden had getoond met de Egyptenaren en zich niet had gehouden aan de overeenkomst die met hem was gesloten.

Amr’s positie werd van dag tot dag sterker. Hij hief belastingen die hij had ingesteld, maar kwam niet aan de eigendommen van de kerken, voorkwam dat ze werden geplunderd en beschermde ze gedurende de gehele duur van zijn regering. Hij had Alexandrië ingenomen en de gracht gedempt, waarbij hij het voorbeeld van Theodores de Kwaaddoener had gevolgd. Hij verhoogde de belastingen tot een hoogte van 22 batr goud, wat tot resultaat had dat de inwoners, die gebukt gingen onder de last en niet in staat om te betalen, zich verscholen.

Maar het is onmogelijk om de beroerde situatie te beschrijven waarin de inwoners van deze stad verkeerden. Ze kwamen op het punt om hun kinderen aan te bieden om de enorme sommen te betalen die ze elke maand moesten betalen, en vonden geen hulp omdat God hen in de steek had gelaten en de christenen in de handen van de heidenen had overgeleverd. [Johannus van Nikiou (tussen 640 en 646)]. Toen Amr in opdracht van Kalief Omar in 643 Tripoli veroverde, nam hij alle vrouwen en kinderen, joods en christelijk, gevangen. (1)

Weerstand tegen de Arabische onderdrukking in Egypte
De Arabische onderdrukking bracht de Kopten tot verschillende opstanden, maar deze konden de islamitische onderdrukking niet opheffen. De Kopten in de oostelijke Delta vochten in 725 tegen de Omayyaden. Rond 815 vond een grootschalige opstand tegen de Abbasiden plaats. El Maamoun, de Abbasiden Kalief, moest een groot leger met olifanten in de strijd brengen om de Koptische revolutie van 815 neer te slaan. Zelfs nog in 1176 kwamen de Kopten van de stad Koptos in opstand. Als gevolg van de opstanden en de repressie werden veel van de Kopten gedwongen tot de islam over te gaan om te ontsnappen aan de voortdurende onderdrukking, de vernederingen en de willekeurige zware belastingen. In Egypte waren in het midden van de 9e eeuw de meeste kloosters aan de grens van de woestijn verlaten. De Arabieren kwamen vooral op en rond de christelijke feestdagen vanuit Opper-Egypte om te roven en mensen in slavernij weg te voeren. Tijdens Pasen 866 plunderden Arabieren alle kloosters in Wadi Natrun, stalen alles wat los en vast was en namen pelgrims gevangen.

Patriarch Shenetouti I tekent op dat de moeilijkheden voor de kerken in Egypte niet ophielden. Vanuit Alexandrië werden op grote schaal strooptochten gehouden, waarbij steden in brand werden gestoken en de bevolking werd vermoord. “Ze waren enorme moordenaars en konden door niemand worden tegengehouden.”

Hoewel de vervolging van de Kopten door de Arabieren, Mamelukken en de Turken eerder regel dan uitzondering was, hadden de meeste van deze heersers de kennis van de Kopten nodig om het land te regeren en de belastingen te innen. Onder het bewind van de Fatimiden-dynastie nam El Hakem een aantal Kopten in dienst en in 1004 besloot hij om zijn Koptische werknemers ofwel te dwingen zich tot de islam te bekeren of hen te doden. Twee prominente Kopten, Fahed ibn Ibrahim en Yuhana ibn Nagah, waren onder de werknemers van El Hakem, die kozen voor de dood in plaats van zich te bekeren tot de islam.

In het volgende hoofdstuk zal het gaan over de pogingen van de verovering van Nubië, dat toch goed opgewassen was tegen de islamitische hordes.

Door: “Henk der Niederländer”

https://ejbron.wordpress.com/2019/10/10 ... om-deel-4/
De Islam is een groot gevaar!
Jezus leeft maar Mohammed is dood (en in de hel)

Gebruikersavatar
Pilgrim
Berichten: 41178
Lid geworden op: Wo Jan 17, 2007 1:00 pm
Locatie: Dhimmistad

Re: Vrucht van de boom

Berichtdoor Pilgrim » Zo Okt 13, 2019 2:03 am

LONGREAD: “Vrucht van de boom” (deel 5)

Geplaatst op 12 oktober 2019

Afbeelding

Lees hier deel 1 t/m 4 van “Vrucht van de boom”

Dat het niet altijd even goed ging met de Jihad lieten de Nubiërs zien op het moment dat de moslims hadden besloten om de Jihad uit te breiden over heel het Afrikaanse continent. De Nubiërs, in die tijd bekend als een strijdvaardig volk, wisten na verloop van tijd de veroveringen en plunderingen te stoppen, wat tot gevolg had dat de islamitische expansie richting het zuidelijke deel van Afrika voor 500 jaar stil kwam te liggen.

Nubië ca. 642 tot nu

Nadat de Byzantijnen in Egypte waren overwonnen, hebben de islamitische legers geprobeerd om dieper door te dringen in Oost-Afrika in wat toen bekend was als Nubië. Op het moment van de islamitische invasie in 642 strekte het oude Koninkrijk Nubië zich uit van het zuiden van Egypte, van Aswan naar Abessinië en van de Rode Zee naar de Libische woestijn. De hoofdstad van het Koninkrijk was Dumqula, diep in de bossen van de Boven Nijl. De Nubiërs waren christenen met veel voorchristelijke heidense invloeden en ze werden geregeerd door koningen die ijverig waakten over de onafhankelijkheid ten opzichte van hun Byzantijnse geloofsgenoten. De Nubiërs waren kundige boogschutters, waarvan de islamitische historicus Balazuri vertelt dat ze de moslims konden raken waar ze maar wilden. Ze gebruikten guerrillatactieken en het islamitische leger raakte volkomen uitgeput en werd gedwongen zich terug te trekken uit Nubië. Dit zorgde ervoor dat Zuid-Soedan en Ethiopië tot op de huidige dag christelijk bleven.

De eerste aanval
In de zomer van 642 had de moslimgeneraal Amr ibn-Al-Aas, die het bevel voerde over een legereenheid in de buurt van de Nubische grens, besloten een strooptocht te houden in Nubië. Amr-Ibn-Al-Aas stuurde een expeditie naar Nubië onder het bevel van zijn neef Oeqba-Ibn-Nafe. Egyptische vluchtelingen hadden de Nubische koning gewaarschuwd voor de meedogenloosheid van de Arabieren. Dus toen de indringers vanuit Egypte aankwamen, waren de Nubiërs klaar om ze te ontvangen. De Arabische veroveraars van Egypte kwamen al snel in conflict met de Nubiërs. Deze invallen waren voldoende om de Nubiërs te doen beseffen dat zij in open oorlogvoering zouden worden afgeslacht en ze besloten de moslims met guerrillatactiek tegemoet te treden. Na het vallen van de avond verborgen de Nubiërs zich in bomen en struikgewas in dit dorre land en lagen op de loer om de moslims met hun in gif gedoopte pijlen en speren te bestoken. In een dergelijk type oorlogvoering blonken ze uit. De expeditie werd door Amr ibn-Al-Aas voor eigen rekening uitgevoerd, zonder medeweten of goedkeuring van Kalief Omar. In die dagen gingen veel moslimcommandanten over tot strooptochten in niet-islamitische landen om persoonlijke roem en glorie te verwerven. Op eigen gelegenheid liet Amr ibn-Al-Aas zijn neef Oeqba-Ibn-Nafe Nubië aanvallen, omdat hij dacht dat de overwinning op de Nubiërs gemakkelijk zou zijn. Hij wilde het de Kalief pas vertellen als hij het land had veroverd en hij wilde dan voor zichzelf het gouverneurschap opeisen. De Nubiërs volgde de tactiek van de verschroeide aarde. De putten werden dichtgegooid en er was geen bevolking om ten prooi te vallen aan de oprukkende moslims. Oeqba besefte dat Nubië een arm land was en dat er niets was dat waard was om voor te vechten. De Nubiers waren de eersten die de moslims sinds 622 een nederlaag toebrachten.

De tweede aanval
In 652 werden de Arabische aanvallen hervat en drongen ze door tot het Oude Dongola, waar de belangrijkste kerk werd verwoest met stenen uit de katapulten. De Nubische koning Kalidurut riep op tot vrede. Ondanks deze overwinning konden de Arabieren door het felle verzet van de bewoners het relatief arme Nubië niet lang houden. Het gevolg van het Nubische verzet was dat de Nubiërs hun christelijke erfgoed in grote delen van Nubië, Zuid-Soedan en Ethiopië konden handhaven. Kalief Uthman bepaalde in een verdrag in 652 met Nubië dat er elk jaar 360 slaven voor de Kalief moesten worden geleverd en 40 voor de Egyptische gouverneur; dit ging door tot 1276. Soortgelijke verdragen werden tijdens de Omayyaden en Abbasiden gesloten met steden in Transoxiana, Sjistan, Armenië en Fezzan (Noordwest-Afrika), die jaarlijks een vastgesteld aantal slaven moesten leveren. Een andere factor die de Arabische verovering van Nubië en Soedan vertraagde, was dat ergens tussen 650 en 710 de twee Nubische koninkrijken Nobatia en Makuria werden samengevoegd tot één machtig koninkrijk. Deze eenmaking van de twee Nubische koninkrijken was van belang voor Nubië, omdat het een sterkere weerstand tegen Arabische invallen opleverde. Het verenigde koninkrijk onder koning Cyriacus was krachtig genoeg om in 745 Egypte binnen te vallen om de patriarch van Alexandrië te bevrijden, die was gevangen genomen. Vanaf 822 tot 836 was er voortdurend oorlog met Egypte, totdat in dat laatste jaar George, zoon van koning Zakaria, als ambassadeur werd uitgezonden naar de Kalief in Bagdad.

Het goud van Nubië
Tijdens de negende eeuw waren er weer veel Arabische infiltraties in het gebied ten oosten van de Nijl. Het belangrijkste doel was het verkrijgen van het goud van de Rode Zee en in 831 werd een verdrag gesloten, waarbij de Beja stam schatting moest betalen. Dit verdrag duurde niet lang en in 856 werd na een Beja nederlaag een nieuw verdrag gesloten. Dit bevestigde de bepalingen van het eerdere verdrag en voegde er eentje aan toe, waarbij de Beja zich niet mochten bemoeien met de islamitische goudmijnwerkers. Tegen het midden van de tiende eeuw waren de vijandelijkheden met Egypte weer losgebarsten. De Nubiërs vielen het Arabische Egypte aan en profiterend van de wanorde daar bereikten ze in het jaar 962 de stad Achmim en controleerden tijdelijk Opper-Egypte tot ten noorden van Edfu. Deze bezetting van Opper-Egypte duurde nog tot na de verovering door de Fatimiden in 969, maar de betrekkingen tussen Egypte en Nubië waren goed en de koning van Nubië werd beschouwd als beschermer van de patriarch van Alexandrië.

Het verdere verloop
De periode tussen het einde van de tiende en het begin elfde eeuw markeert het hoogtepunt van Nubische macht, maar vanaf dat moment is de geschiedenis er een van toenemende Arabische druk en neergang en de controle over Opper-Egypte ging verloren. Met het einde van het Fatimiden-bewind in 1171 brak er weer oorlog met Egypte uit. De Nubiërs namen het initiatief en vielen Egypte binnen. Na het innemen van Aswan rukten de Nubiërs op in Opper-Egypte. Saladin (Salah ed Din), de nieuwe heerser van Egypte, zette zijn leger tegen de Nubiërs in onder het bevel van zijn broer Shams-ed-Din Shah Turan en hij versloeg hen en dreef ze terug naar lbrim, dat werd veroverd en waar de belangrijkste Nubische kerk werd veranderd in een moskee. Na deze gebeurtenis is er honderd jaar van stilte, totdat in 1272 de Nubiërs onder een koning David de Arabische stad Aidhab aan de Rode Zeekust aanvielen. Dit was het laatste agressieve optreden van de nu erg verzwakte christelijke Nubische staat en zijn geschiedenis vanaf dan is een verhaal van dynastieke intriges. De laatste christelijke koning van Dongola was Kudanbes, die in het jaar 1323 werd verslagen door Kanz-ed-Dawla. Het christelijke koninkrijk kwam tot een eind en het land werd opengesteld voor de Arabieren en snel geïslamiseerd. Maar vanwege de vroege Nubische overwinningen zijn Ethiopië en de zuidelijke delen van Soedan tot vandaag toe overwegend christelijk gebleven. Latere islamitische aanvallen vanuit Hijaz, Saoedi-Arabië, op de kustgebieden van Nubië en Oost-Afrika hebben geleid tot de gewelddadige bekering tot de islam van de bevolking van Somalië, Noord-Soedan en Eritrea.

Het zijn deze bekeerlingen die de oorzaak zijn van de terugkerende gevechten in Zuid-Soedan en langs de Ethiopisch-Eritrese grens tussen moslims en christenen. Hun strijd gaat vandaag de dag nog steeds door met de conflicten tussen het gearabiseerde Noord-Soedan, de christelijke Dinka stam in Zuid-Soedan en de donker gekleurde stammen in Darfur, die moslims zijn, maar niet zijn gearabiseerd. Dit geweld steekt nu weer over naar Jemen. De bevolking van Westelijke Nubië heeft zich ook altijd tegen de islam verzet en ze werden pas laat in de 17e eeuw door de Mamelukken tot de islam bekeerd. Deze mensen zijn vanwege hun late bekering niet gearabiseerd en zij bewonen wat tegenwoordig Darfur heet en zijn onderworpen aan aanvallen van de Janjaweed, de gearabiseerde moslims van Noord-Soedan, die daar al meer dan 300.000 slachtoffers hebben gemaakt. De oorzaak van de crisis in Darfur is de islamitische invasie van Soedan, die nog steeds voortduurt.

Vanaf hier wordt de verovering voortgezet in de richting van Libië en Tunesië.

Libië en Tunesië 642 tot 643

De Pentapolis van Cyrenaica in 642
Na het mislukken van de campagne in het zuiden van Nubië leidde Amr zijn troepen in september 642 naar het westen. Na een maand bereikten de islamitische troepen de Pentapolis van Cyrenaica in Libië. De Pentapolis waren de vijf steden in Cyrenaica in het oosten van Libië: Cyrene, Barce, Euhesperides (later Berenice, tegenwoordig Benghazi), Teuchira (later Arsinoe, tegenwoordig Tukrah) en Apollonia (Susah). Deze steden werden tussen ongeveer 631 v. Chr. en ongeveer 400 v. Chr. door Griekse emigranten gesticht. De emigranten kwamen van het dichtbevolkte eiland Thera, nadat het orakel van Delphi hen had opgedragen in Afrika een nieuw thuis te zoeken. Amr stelde voor dat de burgers in plaats van jizya te betalen ze hun kinderen zouden laten bekeren tot de islam. Ze zouden dan worden ingelijfd in het islamitische leger, want na de reeks oorlogen die ze hadden gevoerd raakte het islamitische leger steeds meer uitgeput en was er behoefte aan vers bloed. Door de uitzichtloze situatie stuurden veel arme burgers van de Pentapolis hun kinderen dus naar het islamitische leger. Op deze manier konden ze ontkomen aan de jizya en hun kinderen konden buit binnen brengen door andere steden te plunderen. Deze gedwongen inlijving van niet-islamitische jongeren in het islamitische leger was een voorloper van de Janitsaren die de Ottomaanse Turken gebruikten tegen de christenen van Servië, Kroatië en Bosnië.

Bedrog en chantage bij de verovering van Tripoli in 643
Daarna werd Oeqba bin Nafe aan het hoofd van een strijdgroep gesteld om een veldtocht naar het westen uit te voeren. Ze kwamen in het voorjaar van 643 bij de ommuurde stad Tripoli. Het Byzantijnse garnizoen weigerde zich over te geven en de moslims belegerden daarom de stad. De stad had echter vrije toegang tot de zee en de doorgang naar de zee kon niet kon worden geblokkeerd. De belegering sleepte zich twee maanden voort en daarom besloten de moslims gebruik te maken een list. Ze opende de onderhandelingen met de christenen en boden een wapenstilstand aan in de week van Goede vrijdag en Pasen. De moslims stonden de christelijke bewoners een bezoek toe aan de Maria-kathedraal die buiten de muren van de stad op een heuvel stond. Ze werden begeleid door een klein contingent Byzantijnse troepen. Gebruik makend van deze minimale en zwakke beveiligingsregeling braken de moslims hun woord, zoals ze oorspronkelijk van plan waren geweest, en namen een aantal van de pelgrims als gijzelaars. Tot hun teleurstelling was geen van de gijzelaars echter van hoge afkomst. De moslims ontdekten echter dat onder de gijzelaars twee dochters van een gardelid waren. Ze beloofden duizend dinar aan elk van hen als zij hen een toegang tot de stad konden wijzen. De twee meisjes veinsden onwetendheid van een dergelijk pad en weigerde de medewerking.

De belegering van de stad werd weer hervat. Elke dag bonden de moslims de twee meisjes vast aan palen buiten hun kamp in het zicht van de wallen van Tripoli en na een paar dagen verlaagden de moslims bewust hun waakzaamheid en lieten de twee meisjes in een schijnbaar onbewaakte tent slapen. Enkele dagen later deden ze een voorspelbare poging om te ontsnappen. De Arabieren zagen ze een kanaal in glippen dat onder de grond ging en volgde de meisjes die niet hebben beseft dat ze het geheime pad naar de versterkte stad hadden verraden! Toen de moslims deze doorgang ontdekten, lieten ze versterkingen komen en braken er door de stad in onder de kreet “Allah-u-Akbar”. Ze waren niet meer te houden nu ze in de stad waren en de moordpartijen en plunderingen gingen de gehele volgende dag door tot Amr opriep om een ordelijke plundering te organiseren. De overlevenden van het Byzantijnse garnizoen vluchtten naar de schepen en voeren weg. De burgers gaven zich over en de meesten van hen aanvaardden de islam en vanaf dat moment werd Tripoli, dat tot dan toe christelijk was geweest, een islamitische stad en bleef dat tot vandaag. Nadat Amr Tripoli veroverde, dwong hij de joodse en christelijke Berbers om als onderdeel van de jizya hun vrouwen en kinderen als slaven af te staan. Vanuit Tripoli stuurde Amr een strijdgroep naar Sabrata op 65 kilometer van Tripoli. Er werd zwakke weerstand geboden, waarna de stad werd overgegeven. Opvallend hierbij is dat de moslims eisten dat er kinderen geleverd moesten worden om hen om te vormen tot Janitsaren, een later zeer gevreesde elitekorps. Tot zo ver de veroveringen van grote delen van Afrika.

Het volgende deel zal de strijd tegen de Berbers en de verdere islamisering van Noord-Afrika behandelen.

Door: “Henk der Niederländer”

https://ejbron.wordpress.com/2019/10/12 ... om-deel-5/
De Islam is een groot gevaar!
Jezus leeft maar Mohammed is dood (en in de hel)


Terug naar “Bronnen Centrum”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast